Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Achtergrond Berichten miliaire oorlogslachtoffers Deel 2

Berichten miliaire oorlogslachtoffers Deel 2

E-mail Afdrukken PDF
 

'Until they are home'

The Recovery and Identification of U.S. War Casualties

Hoe de Verenigde Staten op zoek gaat naar  vermiste gesneuvelde soldaten.

Drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

 
recovery 

Als er in Nederland, bijvoorbeeld in de Noord - Oost polder een vliegtuig wordt ontdekt uit de Tweede Wereldoorlog bevinden zich vaak in het vliegtuigwrak nog stoffelijke resten van de vliegtuigbemanning. In dat geval wordt altijd de Bergings- en Identificatie Dienst (BID) van de Koninklijke Landmacht ingeschakeld. In 1972, toen ik mijn diensttijd doorbracht bij de Gravendienst van de Koninklijke Landmacht te Ermelo, werden we opgeleid om omgekomen soldaten te kunnen identificeren. Zie:  De Gravendienst van de Koninklijke Landmacht en de vervulling van mijn militare dienstplicht van de Koninklijke Landmacht. Sinds mijn militaire diensttijd heeft de ontwikkeling van nieuwe methoden bij de identificatie van gesneuvelde soldaten door middel van specifiek wetenschappelijk onderzoek niet stilgestaan. Dat blijkt uit de manier waarop een onderdeel van het leger van de VS allerlei onderzoek bevorderd om tot identificatie te kunnen komen. Doordat de Verenigde Staten sinds de Eerste Wereldoorlog bij veel oorlogen actief betrokken waren, hebben de VS niet minder dan 80.000 vermiste Amerikaanse soldaten, waarvan 78.000 verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Naar aanleiding van een artikel van Theo Toebosch in NRC Handelsblad werd mijn belangstelling weer gewekt.

 

Weer thuis en met een naam

door Theo Toebosch in

NRC Handelsblad 11augustus 2007

 

Vermiste Amerikaanse militairen stimuleren de wetenschap die het verval van dode lichamen bestudeert. Het lab staat op Hawaï.

 

'IK draag een witte labjas, maar sommigen van mijn collega's komen in uniform naar hun werk. Dat was in het begin even wennen." Miranda Jans, onderzoekster bij het Instituut voor Geo- en Bio-archeologie aan de Vrije Universiteit, verblijft voor haar postdoc onderzoek bij het JPAC, een onderdeel van het Amerikaanse leger dat zoèkt naar vermiste Amerikaanse soldaten, uit alle oorlogen waaraan de Verenigde Staten hebben meege­daan. JP AC staat voor Joint Prisoner of War/Missing in Action Accounting Command en het lab staat op Hawaï.

Jans, afgestudeerd medisch biologe, is in 2005 gepromoveerd op het de­gradatieproces in botten in archeologische vindplaatsen. Het idee was dat in eerste instantie factoren van buiten, zoals zure regen voor verval van het bot zorgen. Jans ontdekte dat het echter vooral de bacteriën uit de darmen van de overledene zijn die na het overlijden het bot beginnen op te eten. "Ik zag dat dat niet gebeurt bij dieren die aangevreten of geslacht waren, maar wel bij dieren die net als mensen met een compleet lichaam ritueel waren begraven."

Met een Marie Curie-beurs van de EU onderzoekt ze nu op het antropologisch laboratorium van JP AC, het Central Identification Laboratory (CIL), de conservering van recente, forensische botten. Dat vertelt ze - even over van Hawaï - op een Amsterdams terras. Ze onderbreekt haar verhaal om een papieren zakdoek te pakken. De overtocht leverde behalve een jetlag een snotneus op. "Ik probeer te achterhalen of er een verband bestaat tussen de conservering van de microstructuren van een bot en de conservering van DNA. Als het goed is, komt er een model uit waarmee voorspeld kan worden of een bot nog DNA bevat, zo­datje van tevoren weet OfDNA-onderzoek zin heeft." Dat is ook voor JPAC van belang om te weten.

'Until they are home' is het motto van het zoekende legeronderdeel. De Verenigde Staten zijn voor zover bekend het enige land ter wereld dat actief op zoek gaat naar zijn vermiste gesneuvelde soldaten om ze in eigen land een geregistreerd graf te kunnen geven. Dat doet het land al sinds de jaren veertig van de negentiende eeuw. In de loop der jaren zijn er verschillende, altijd tijdelijke, instellingen voor opsporing en identificatie geweest; sinds 1976 op Hawaï. In totaal zijn er nog 80.000 Amerikaanse soldaten vermist. De meesten, 78.000, verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Golfoorlog telt één vermiste. Opvallend zijn de 120 vermisten uit de Koude Oorlog. In 1991 maakten Rusland en de VS afspraken over de de berging van slachtoffers. Sindsdien zijn onder andere de stoffelijke resten geborgen van 17 lucht­machtmilitairen die in 1958 boven de toenmalige Sovjetrepubliek Armenië waren neergeschoten.

 

korea gesneuvelden 

New Mexico Gov. Bill Richardson, left, and Anthony Principi, former U.S. veterans affairs secretary, second from left, paid respects yesterday to the remains of six American soldiers from the Korean War on North Korea's side of the border village of Panmunjom. The remains are headed to Hawaii, where they will be taken to the Joint POW/MIA Accounting Command to undergo forensic identification

U.S. troops' remains leave N. Korea

YONGSAN GARRISON, South Korea » Troops and diplomats from countries that fought in the Korean War paid respects yesterday at the repatriation of remains recovered from North Korea of six American servicemen who died more than a half-century ago.

Dozens of military personnel in dress uniforms stood at attention behind the six coffins draped in blue United Nations flags -- representing the U.S.-led U.N. alliance that battled the North after it invaded South Korea in 1950.

The remains were brought Tuesday from the North to South Korea by a U.S. delegation led by New Mexico Gov. Bill Richardson and Anthony Principi, former U.S. veterans affairs secretary. During a four-day visit to Pyongyang, the U.S. officials -- joined by the top White House adviser on Korea, Victor Cha -- pressed the North to follow through on its promise to start dismantling its nuclear weapons programs.

At the repatriation today, U.S. Army Gen. B.B. Bell praised the efforts of troops from 21 nations that fought to help South Korea deter the North during the war, which ended in a 1953 cease-fire that has never been replaced by a peace treaty -- leaving the two Koreas still at war.

"It was their selfless service and ultimate sacrifice that saved the nation, giving the people of the Republic of Korea an opportunity to forge their destiny," said Bell, the top U.S. commander on the peninsula, referring to South Korea by its official name.

Military officials saluted the coffins as they were taken from a gymnasium at Yongsan Garrison, the main U.S. base in central Seoul, to six polished hearses while a band played "Abide With Me."

The ceremony provided a stark contrast to when the delegation received the remains Tuesday in North Korea, where they had been packed into six small black cases and lined up on a road near the heavily fortified Demilitarized Zone dividing the Koreas. From there they were escorted across the border into South Korea, where they were then transferred to coffins.

Earlier yesterday, Richardson met with South Korean President Roh Moo-hyun, who said their mission to the North would help reconciliation between the two Koreas, according to the governor.

The remains were to be flown to Hawaii for identification. Three of the sets of the remains came with identification tags.

More than 33,000 U.S. troops died in the Korean War, and some 8,100 U.S. servicemen are still listed as missing.

The U.S. and North Korea had previously been involved in a joint project to recover remains in the North, but the effort was halted in 2005 after Washington said security arrangements for its personnel were insufficient. The program had recovered remains believed to be from 220 soldiers since 1996.

Bron: http://starbulletin.com/2007/04/12/news/story08.html

 

HISTORISCH ONDERZOEK Bij het JPAC werken ruim vierhonderd mensen, onder hen een groot aantal wetenschappers. In het antropologisch laboratorium - het grootste ter wereld, zegt het JPAC er zelf over - werken meer dan dertig forensisch antropologen en archeologen en drie forensische tandartsen. verder is er een groep onderzoekers die zich bezig houdt met historisch onderzoek. Zij brengen alle beschikbare persoonlijke en medische gegevens van een vermiste bijeen, duiken de archieven in op zoek naar de geschiedenissen van legeronderdelen, verdiepen zich in het verloop van oorlogshandelingen en operaties, lezen persoonlijke correspondenties en oorlogsverslagen, spreken met eventueel nog in leven zijnde medesoldaten en ooggetuigen en verzamelen oude stafkaarten en foto's.

Op basis van hun rapporten vertrekken meerdere keren per jaar onderzoeks- en bergingsteams vanaf Hic­kam Air Force Base om ergens ter wereld vermiste soldaten te traceren. De ene keer voert een missie naar de Solomon Eilanden om daar vijf mogelijke vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog te onderzoeken. De andere keer is een voormalig slagveld in Duitsland, Frankrijk, Litouwen of Kroatië het doel. Onlangs vertrokken vijftig man naar Laos, op zoek naar vermisten uit de Vietnamoorlog. Plaatsen waar vliegtuigen zijn gecrasht worden opgegraven en soms trekken onderzoekers twee maanden de jungle in, in een poging om een verdwenen patrouille terug te vinden.

JPAC voert ook missies in Nederland uit. Een JPAc-onderzoekster die onlangs in Nederland werkte, net terug op Hawaï, verontschuldigt zich allereerst aan het begin van het telefoongesprek. De afgesproken ontmoeting in Nederland liep mis. Kristina Giannotta promoveerde als classica en klassiek archeologe op de verering van Mars in de Romeinse Republiek, en werkt nu ruim een jaar voor JPAC. Een achtergrond zoals zij heeft is geen uitzondering op de legerbasis. Andere collega's zijn gespecialiseerd in uiteenlopende wetenschappelijke onderwerpen als de Indusbeschaving, het biologische profiel van een prehistorische gemeenschap in het Schotse Fife, de prehistorie van de indianenstam de Tuscaroras en het ontrafelen van de migratie van de Nahua, afstammelingen van de Azteken in Mexico. Bijna allemaal vinden ze ook nog steeds tijd om onderzoek te doen en over hun specialisatie te publiceren. Ook Giannotta. "Deze zomer geef ik een cursus in Athene."

PRAKTISCH NUT "Ik ben bij JPAC gaan werken, omdat ik een carrière aan de universiteit niet zag zitten. Mijn interesse ging uit naar een baan bij de overheid. Ook hier ben ik bezig met historisch onderzoek, maar hier heeft het meer direct praktisch nut, het thuis brengen van vermiste soldaten."

 

Haar bezoek aan Nederland was gevolg van een melding van de bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht, vertelt ze. "Bij werkzaamheden bij Oude Tonge op Goerree-Overflakkee waren de resten van een P-47 Thunderbolt, een Amerikaans jachtvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog, gevonden." Het was

bekend dat twee P-47's op 30 juli 1943 in gevecht met Duitse jagers bij Oude Tonge waren neergeschoten. Het lichaam van luitenant Robert Stover, wiens parachute had geweigerd, was dezelfde dag nog in een weiland geborgen. De piloot van het tweede toestel, luitenant Frederick D. Merritt, was echter vermist geraakt. Giannotta hoopte dat de nu gevonden P-47 de stoffelijke resten van Merritt zou bevatten. "Helaas, de serienummers op de opgegraven boordwapens maakten al snel duidelijk dat dit het vliegtuig van Stover was."

Als bij een missie wel stoffelijke resten worden gevonden, gaan ze met alle andere vondsten die informatie over de identiteit kunnen geven naar de basis op Hawaï. Een fysisch antropoloog die niet mee is geweest onderzoekt vervolgens de resten en brengt afkomst, sekse, lengte en speciale kenmerken zoals sporen van oude botbreuken in kaart. Om vooringenomenheid uit te sluiten doet hij dit zonder te weten om welke vermiste soldaat het gaat.

 

De forensische tandartsen onderzoeken op hun beurt het gebit op vullingen en andere tandheelkundige reparaties, schatten de leeftijd, maken een röntgenfoto en kijken of er overeenkomsten zijn met dossiers van vermisten. Met behulp van een dataset van de gebitsgegevens van meer dan veertigduizend militairen en burgers en een recent zelf ontwikkeld computerprogramma, OdontoSearch 2.0, ( kunnen ze kijken in welke mate een bepaalde combinatie van gave, gevulde en getrokken tanden en kiezen voorkomt. Uit onderzoek van de forensische tandarts Bradley Adams ] Uoumal ofForens;c Sciences, 2003) is gebleken dat gebitspatronen zo individueel zijn dat ze bijna net zo goed als mitochondriaal DNA, mtDNA, voor identificatie zijn te gebruiken. Dat komt vooral van pas bij de identificatie van vermisten uit de Korea Oorlog en de Tweede Wereldoorlog van wie geen röntgenfoto's bestaan, maar al­leen tandarts notities.

Sinds vorig jaar bestaat ook OptoSearch (B. E. Berg en G. Collins, Jour­nal of Forensic Sciences, 2006). Met behulp van drie databases met in totaal ruim 385.000 oogartsvoorschriften kan berekend worden hoe vaak een bepaalde sterkte van brillenglazen voorkomt. Dat maakt het nu mogelijk om een eventuele overeenkomst tussen de brilsterkte van een vermiste en de sterkte van een opgegraven bril op waarde te schatten.

Tot slot, als vrouwelijke familieleden van een vermiste bereid zijn geweest DNA af te staan, kan ook nog gekeken worden of mIDNA (dat via de moeder overerft) overeenkomt.

Het wetenschappelijk hoofd van het laboratorium bepaalt op basis van alle rapporten of sprake is van een identificatie. Dat gebeurt gemiddeld zes keer per maand. Pas na een identificatie wordt de familie van de vermiste ingelicht en worden de stoffelijke resten overgedragen.

"Net als bij ieder ander forensisch lab ter wereld moeten alle stappen worden vastgelegd en gedocumenteerd,»vertelt Miranda Jans. "Alle botten gaan ook achter slot en grendel. Voor alles heb je een pasje nodig." Ze hoeft echter geen geheimhouding te betrachten en mag straks al haar bevindingen publiceren.

KWALITEIT Haar eerste conclusies zijn dat de kwaliteit van gefragmenteerd bot beter is dan die van hele skeletten. "Als door een vliegtuigcrash een lichaam uit elkaar is gereten hebben de bacteriën in het darmkanaal, die de botten aanvreten, geen kans gehad om zich via de aderen door het lichaam te verspreiden. De kwaliteit van de botten van mensen die op de grond stierven - de ground losses - is slechter. Ik zie natuurlijk ook dat de kwaliteit slechter wordt hoe verder je terug gaat in de tijd. Maar de kwaliteit is altijd beter dan die van de archeologische botten die ik voor mijn proefschrift heb onderzocht."

Ze laat enkele foto's zien van de dunne plakjes die ze van in totaal 79 botten heeft gesneden en onder een elektronenmicroscoop heeft onderzocht. Op de foto's zijn de bacteriën te herkennen die het bot hebben aangevreten. Een geval apart vormt het bot dat afkomstig is van een weer opgegraven onbekende uit de Tweede Wereldoorlog op de militaire begraafplaats op Hawaï. "Het lichaam is in 1953 in het toenmalige antropologisch laboratorium in Japan gebalsemd. De formaline maakt het echter onmogelijk het DNA er nog uit te isoleren." Ze heeft nu dan wel de morfologie van het destructieve werk van de bacteriën kunnen vaststellen, maar ze heeft de bacteriën nog niet echt aan het werk gezien. "Daarvoor zou ik een experiment moeten doen op bijvoorbeeld de Body Farm van de Universiteit van Tennessee - de eerste contacten zijn er."

Maar eerst gaat ze zestien maanden naar een ander laboratorium van het Amerikaanse leger, om een model op te stellen over hoe snel DNA uit hele en gefragmenteerde botten verdwijnt. Dat doet ze op het AFDIL, het American Forces DNA Identification Laboratory, bij Washington. Jans: "Dat is het enige nadeel van mijn onderzoek. Hawaï en Washington zijn de duurste plaatsen om te wonen in Amerika."

oorlogsdoden

 

SCÈNE MET KIST

 

Miranda Jans, Nederlands onderzoeker bij het Amerikaanse instituut dat vermiste militairen identificeert, maakte een paar keer een terugkomstceremonie mee. "Het is een beetje in scène gezet, want ze doen net of een kist dan net uit het vliegtuig komt. Misschien ben ik er te nuchter voor. Maar ik begrijp wel dat ze actief op zoek gaan naar vermisten. Ik kan me voorstellen dat families van Nederlandse ver­misten willen dat Nederland dat ook gaat doen."

Nederland zoekt echter niet actief naar zijn vermiste militairen. Alleen een particulier als Rob Philips doet het. Hij probeert de stoffelijke resten van negentig vermiste Nederlandse RAF-piloten te achterhalen, maar de Koninklijke Luchtmacht en de Stichting Oorlogsgraven hebben hem laten weten geen geld te hebben om hem te steunen. Peter de Knijff, hoofd van het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek in Leiden, krijgt wel eens stoffelijke resten uit Indonesië. "Meestal is het DNA te slecht voor identificatie. Actief zoeken heeft alleen zin als er veel geld beschikbaar is."

Reza Gerretsen, fysisch antropoloog bij het Nederlands Forensisch Instituut, zegt op persoonlijke titel dat Nederland actief naar vermisten zou moeten zoeken. "Giving people back their names, dat is mijn werk."

George Maat, hoogleraar fysische antropologie in Leiden, is als lid van het Rampen Identificatie Team betrokken geweest bij de identificatie van onder andere de twee Nederlandse militairen die vorig jaar in Afghanistan bij een helikopter­ongeluk zijn omgekomen. "Financieel is het best te doen. Maar de traditie hier is anders. We blijven toch een beetje een zeeroversland. Iemand is overboord gevallen, jammer, maar wij varen gewoon door."

 

 
Zie ook:

FINDING THE FALLEN – CONSERVATION AND THE FIRST WORLD WAR

en

The Identification of a German Soldier

 
12-08-07 drs J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl
 

Wie is online

We hebben 203 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.