Geschiedenis en levensloop Deel 5 en 6
1966 bezoek aan abdij van Val Dieu schilderen kruisgang | Deel 5 Tijdelijk Lidmaatschap Congregatie FIC In die tijd studeerde ik verder voor het Vakbekwaamheidsdiploma Schildersbedrijf en werkte ik in de onderhoudssector voor het Beyart – complex Mei 1967 het afbranden en schilderen van de dakkapel droogzolder. Op een hoogte van zo’n 20 meter
|
| | Op 15 november 1968 werd ik benoemd als docent schilderen op de school voor ITO- onderwijs te Heerlen. Inmiddels verhuisd van het Beyart – Complex naar het stadsdeel Wyck - Maastricht. Naast mijn werkzaamheden studeerde ik voor het Vakbekwaamheidsdiploma Schildersbedrijf Op 23 augustus 1969 behaalde ik het Vakbekwaamheidsdiploma in het Schildersbedrijf van de Stichting Landelijke Vakopleiding Schildersbedrijf. |
![]() | Inmiddels was er door een aantal vakbroeders een discussie op gang gekomen m.b.t. de toekomst van vakbroeders binnen de congregatie FIC. Deze discussie mondde uit in een stuk d.d. 15 april 1968 dat de jonge vakbroeders schreven aan het op dat moment gehouden Provinciaal Kapittel van de congregatie. Zie Schrijven van enkele jonge vakbroeders aan het provinciaal bestuur Hierin werd uitdrukking gegeven aan de zorg van de vakbroeders dat men de wijze waarop men actief was binnen de congregatie niet paste in het evangelisch ideaal zoals dat geschetst werd door de R.K.Kerk namelijk: ‘Wij vragen aan onze katholieke zonen hun kennis en energie ter beschikking te stellen van de openbare en kerkelijke organisaties van ontwikkelingshulp”. De jonge vakbroeders waren tot de overtuiging gekomen dat ze moesten worden ingezet daar waar geestelijke en materiële nood heerste. Dus niet alleen maar ten nutte van de eigen gemeenschap. Men deed een beroep op het Generaal Bestuur om het teken van de tijd te zien en de jonge vakbroeders daar in te zetten waar de nood het hoogst was. Als onderwijscongregatie zag men de vakbroeders enkel en alleen als medebroeders die werkzaamheden voor de eigen congregatie konden verrichten. Men begreep niet dat jonge vakmensen voor hun vak kozen, niet omdat men geen onderwijzer kon worden, maar omdat men actief vakmatig wilde werken in ontwikkelingslanden. Concreet vroeg men om een duidelijk antwoord. Kwam dat niet dat diende het Bestuur haar verantwoordelijkheid te nemen en geen jonge vakmensen meer op te nemen in de Congregatie. De jonge vakbroeders zullen daar dan hun conclusies uit trekken. Aldus gebeurde en alle ondertekenaars verlieten de congregatie FIC |
17 februari 1970 | Deel 6 Bedrijfsleider-Calculator Schildersbedrijf Hub Wessels N.V. te Sittard
|
Mijn kantoor bij Wessels | |
Herdenkingsuitgave bij het 60 jarig bestaan van Wessels | Door mijn werkzaamheden in Sittard was ik genoodzaakt in Sittard te gaan wonen. De werkdag begon immers om 7:00 uur in de ochtend. Het bedrijf werkte in de Utiliteitsbouw, Onderhoud en Nieuwbouw. Voor gemiddeld zo’n 65 mensen was er altijd werk en voor 35 mensen moest acquisitie worden gedaan. Grote opdrachtgevers waren o.a. Landbouwbelang Roermond, Maasbracht en Wanssum, Rijkswaterstaat o.a. Combinatie Maaswerken te Heel, Rijksgebouwendienst o.a Belastinggebouw Heerlen, Huis van Bewaring Roermond, Rijkspolitieposten, Natronchemie Linne Herten, Kinderdorpen Huizen van Betanië in Nederland en het grootste kinderdorp van West Duitsland het Betaniën- Kinderdorf te Bensberg-Refrath, Woningvereniging Sittard, en utiliteitsbouw als Het Rijks Atheneum te Roermond, Politiebureau Sittard, Henri Weltenschool te Sittard om een aantal te noemen. Door de dood van de bedrijfsleider op jonge leeftijd, hij werd maar 48 jaar, moest de verantwoordelijkheid snel in de praktijk worden toegepast. Alles leek naar wens te gaan tot er een oproep kwam om de Militaire Dienstplicht te vervullen. Na consultatie van wethouder Schrijen van Sittard afgedaan met het feit ‘door mijn onmisbaarheid voor het bedrijf’ zou hij er wel voor zorgen dat ik niet in militaire dienst zou hoeven te gaan. Maar het liep toch echt even anders. Hub. Wessels bracht me naar het station en beloofd me via de Raad van State weer uit dienst te krijgen. En hij hield zijn woord. Wat hij en ik toen niet wisten was dat de vrijstelling maar tijdelijk was. Maar dat komt later aan de orde. |













