Duitslands economische toekomst Deel 7
Duitslands economische toekomst Deel 7
Verhagen (CDA) uit zware kritiek op Schröder
Door onze politieke redactie
DEN HAAG, 26 MAART. CDA-fractievoorzitter Verhagen ziet de Duitse bondskanselier Schröder als ,,een van de minst succesvolle en indrukwekkende'' bondskanseliers sinds de Tweede Wereldoorlog.
Verhagen schrijft dat in de jongste aflevering van zijn weblog. De CDA-fractieleider neemt het de SPD'er Schröder kwalijk dat hij een ,,kortzichtig opiniepeilingbeleid'' voert, ,,waarbij Duitsland zijn voortrekkersrol in Europa heeft losgelaten''. Ook van het vernieuwingsbeleid in economisch en sociaal opzicht zou onder de Rood-Groene coalitie in Berlijn niets terechtkomen.
Verhagens opmerkingen staan in een verslag van zijn bezoek aan de Beierse minister-president Edmund Stoiber, behorend tot de ideologisch aan het christen-democratische CDA verwante CDU/CSU. Stoiber verloor de jongste verkiezingen van Schröder.
Tijdens deze ontmoeting verklaarde Verhagen, naar eigen zeggen, ook dat Turkije niet aan de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie voldoet, zodat er - later dit jaar ten tijde van het Nederlands voorzitterschap van de EU - geen tijdschema voor onderhandelingen over zo'n toetreding kan worden opgesteld. Tot nu toe was het CDA-standpunt dat met zo'n definitief oordeel wordt gewacht totdat de Europese Commissie later dit jaar verslag heeft uitgebracht over de mate waarin Turkije voldoet aan de zogenaamde Kopenhagen-criteria voor toetreding.
Verhagen blijkt zich grote zorgen te maken over het huidige Duitsland: ,,Het is in het belang van Nederland dat onze grote buur en belangrijkste handelspartner goed draait en niet de oude, vermoeide man van Europa is'', schrijft hij. ,,De huidige Rood-Groene regering maakt daar weinig van, blijkbaar vergt een economisch moeilijke tijd robuust en koersvast beleid dat zij niet kunnen brengen.''
Verhagen is vol lof over het door Stoiber gepraktiseerde 'Laptop und Lederhosen'-model, dat van de Beierse economie een eenheid zou maken die door hoog technologisch niveau kan concurreren met lagelonenlanden in Azië en elders. Het 'Lederhose'-element in Stoibers filosofie is, schrijft Verhagen, te vergelijken met die van het CDA: ,,Mensen moeten zin en waarde kunnen geven aan hun eigen omgeving en zich daarin ook kunnen herkennen''.
26 maart 2004German hedge funds
Wolves at the door
Apr 7th 2004
From The Economist print edition
Hedge funds are taking their time to enter Germany
UNTIL this January, hedge funds, the wild beasts of the financial markets, were excluded from Germany. Last year Hans Eichel, the finance minister, declared that the country's financial markets were poorer without them and proposed a new law, passed in November, to let them in. So far, however, only two funds have licences. Fund managers, brokers, custodians and their lawyers are wrangling with each other and with BaFin, Germany's financial regulator, over exactly how bits of the law, designed to protect investors, should be applied.
Hedge funds use advanced trading techniques to seek high absolute returns. They have produced juicy profits in other countries, and Mr Eichel's intention was to enrich the returns enjoyed by long-term German investors such as pension funds and insurance companies.
So far, however, there has been much fanfare but little action. DWS, Germany's biggest fund manager and an affiliate of Deutsche Bank, the country's biggest bank, has launched a fund of funds (which invests in other hedge funds). Lupus alpha, a Frankfurt investment company, has launched the first single hedge fund. But neither of these has had to address still unresolved legal wrangles that are holding others up.
The cause is a clash between the free-wheeling style of hedge funds and the law's concern with transparency and investor protection. The German law insists that a “depository bank” should hold hedge funds' assets, to prevent managers from absconding with the loot. Yet a hedge fund, which borrows stocks and deals in over-the-counter swaps and derivatives, needs to keep assets with its prime broker too. It cannot do both unless the bank and the broker are one and the same, or the broker is an agent of the bank.
Prime brokers—headed by Goldman Sachs, Morgan Stanley and Credit Suisse First Boston—do not like to act as anyone's agent. Dealing on behalf of hedge funds is an opaque and lucrative business. But because the law seems to require that the bank appoint the prime broker, they may have no choice. Memos are flying between BaFin and the banks' associations. The private-sector banks support the prime brokers, whereas the public-sector and co-operative banks want them to be subordinate. The few banks that can supply both services, for example Deutsche Bank and Dresdner Bank, are sitting pretty.
Sources close to the market believe this dispute will be resolved within a few weeks. The political will to get hedge funds going is strong. “The wolves are coming,” wrote Börsen-Zeitung, a financial daily, earlier this month. About a dozen German fund managers are working on launching single hedge funds or funds of hedge funds, or on getting a licence to sell existing offshore funds in Germany. For example, Arsago, a Frankfurt asset-management firm, has an offshore fund which it is waiting to upgrade to German status. The licence makes the product tax-free, which is a strong attraction.
Only funds of funds may be sold to retail investors. But the need for extra disclosure and more paperwork are a deterrent. The choice of hedge funds that can be included in a German fund of funds is limited to those willing to disclose the minutiae of their portfolio gains and losses; many are not.
DWS and Lupus alpha may benefit from having moved first. Their entry, however, is not much of a test of how well the new law will work. DWS has economies of scale and can use Deutsche Bank as both prime broker and depository bank; Lupus alpha's fund uses exchange-traded derivatives, not securities, so it needs no prime broker. Aquila, a fund manager in Hamburg, fears that the legal requirements will limit the range and potential returns of funds of funds constructed in Germany.
On the evidence so far, German hedge funds will be safer for the investor but bring less spectacular returns than those in Grand Cayman or Bermuda. The fee structure seems to anticipate this: a 2% management fee and a 10% profit share on average, rather than a 1% fee and 20% of the profits, the industry norm. As Börsen-Zeitung puts it, the real wolves may just trot off and hunt elsewhereGermany's economy
Germany's economy is the world's third-biggest and one of its most advanced. As the economic heart of Europe, its performance has far-reaching effects outside Germany, particularly in other EU countries and in Central and Eastern Europe.
That performance has been sluggish, with growth of just 0.2% in 2002, perhaps nil in 2003, and unemployment hovering around 10%. (Things are worse in the ex-communist east.) Per capita GDP is now below the EU average. Chancellor Gerhard Schröder pushed through a bold tax reform in his first term. But taxes remain high and complicated, centralised bargaining has made its labour market sclerotic (though this is changing, slowly) and red tape is thick. Meagre returns on investment, a legacy of state-owned banks and their artificially low cost of capital, is also hindering growth. A second reform package, “Agenda 2010”, launched by Mr Schröder in early 2003, made labour-market reform a top priority, and a modified version passed (with opposition support) late in the year. With the government's popularity low at the beginning of 2004, the prospects for further economic reforms are dim.
Germany's other options are circumscribed. The independent European Central Bank controls monetary policy, and the EU's “Stability Pact” still in theory constrains its fiscal policy, though the pact's enforcement measures have been suspended.
zaterdag 10 april 2004 uur.
Schröder: burenruzie moet af en toe kunnen
Van onze correspondent Philippe Remarque
BERLIJN - Bondskanselier Gerhard Schröder vindt het 'geen probleem' dat Duitsland en Nederland af en toe van mening verschillen. 'Dat moet een vriendschappelijke verhouding kunnen hebben', zegt hij vandaag in de Volkskrant.
Schröder associeert Nederland 'met grote democratische openheid en tolerantie'. Donderdag houdt hij een toespraak aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en wordt hij ontvangen door koningin Beatrix en premier Balkenende.
De bondskanselier spreekt berichten tegen dat zijn contact met de laatste stroef verloopt. 'Ik waardeer hem als een betrouwbare partner. '
Schröder hekelt de kritiek van minister Zalm op de Duitse overschrijding van de 3 procentsnorm van het stabiliteitspact. 'Ik van mijn kant zal geen adviezen geven hoe je de situatie in ons geweldige buurland kunt oplossen. Dat weten de Nederlanders het beste.'
De kanselier heeft zich ook gestoord aan kritiek van Maxime Verhagen. De CDA-fractieleider schreef na een bezoek aan Schröders rivaal Stoiber in zijn weblog dat Schröder 'een van de minst succesvolle en indrukwekkende bondskanseliers sinds de Tweede Wereldoorlog' is. Schröder vindt dat geen stijl.
zaterdag 10 april 2004 uur.
Schröder weet niet van opgeven
Door Philippe Remarque
BERLIJN - Bondskanselier Gerhard Schröder komt donderdag naar Nederland voor een toespraak aan de Erasmus Universiteit en een ontmoeting met premier Balkenende en koningin Beatrix. Vooraf vertelt hij in een exclusief interview met
de Volkskrant waarom Duitsland zelfbewuster optreedt in de wereld, een meningsverschil met Nederland geen probleem is en hijzelf nog niet kan worden afgeschreven.
'Kanzler-Zigarre', zei het wervende bordje in de etalage boven de doos obsceen grote Cohiba Esplendidos, 25,80 euro per stuk. Maar als bondskanselier Schröder de door het bezoek meegebrachte sigaren bekijkt, begint hij te lachen.
Dat beweren de sigarenwinkels altijd, zegt hij, maar het is helemaal niet waar. Om het te bewijzen loopt hij naar de kleine humidor (een kastje waarin sigaren niet uitdrogen) die naast zijn bureau tegen de muur staat. Hij moet immers uitkijken voor zijn imago, legt de kanselier uit, anders wordt het hem weer aangerekend.
Hij toont zijn favoriete sigaar: nog altijd flink, maar van een duidelijk bescheidener omvang. En vaak knipt hij ze ook nog af, omdat hij een hele niet kan verwerken, zegt hij, en houdt triomfantelijk een halve Cohiba in de lucht, alsof dit stompje zijn gebutste geloofwaardigheid bij de kleine man zou kunnen opvijzelen.
Bondskanselier Schröder beleeft turbulente tijden. De economie wil maar niet groeien, de opiniepeilingen zijn voor de SPD slechter dan ooit en op de pleinen van Duitsland demonstreren vakbonden en gepensioneerden tegen zijn hervormingen. Wegens verzet in de eigen partij achtte hij het noodzakelijk af te treden als SPD-voorzitter.
In de wonderbaarlijke omgeving van het nieuwe Kanzleramt lijken die problemen ver weg. De vertrekken van de kanselier liggen aan de sky-lobby, een paleis van glas en wit steen dat hoog boven de stad zweeft. In zijn kantoor met zachte vloerbedekking op de zevende verdieping heeft hij een majestueus uitzicht over het Tiergarten-park en de Rijksdag.
Een oude vriend van Schröder vertelde vorige week ter gelegenheid van Schröders zestigste verjaardag hoe ze er wel eens samen uitkijken over Berlijn, de kanselier hem dan in de buik stompt en zegt: 'Nou ouwe, dat had je niet gedacht hè?' Met ijver, goede hersens en veel brutaliteit heeft Schröder zich uit de armoedigste omstandigheden omhooggewerkt. Hij wilde 'het iedereen laten zien', zei hij eens, en daarin is hij geslaagd.
'Ik hoef niemand meer iets te bewijzen, ik wil alleen mijn werk goed doen', zegt Schröder, gezeten aan de tafel waar hij de nacht ervoor nog een coalitiecrisis heeft beslecht. 'Daarbij is het soms heel behulpzaam om zo'n levensweg te hebben gehad. Ik hoef niemand te bedanken die mij verder heeft geholpen.' Hij heeft alles zelf gedaan.
Nu ontvangt Schröder de groten der wereld in dit nieuwe, grandioze decor voor het herenigde Duitsland. Zojuist heeft hij voor de camera's van de wereldpers met de Afghaanse president Karzai door de tuin gewandeld.
'Ik was in het begin niet enthousiast over het gebouw omdat het me een beetje te monumentaal leek', zegt Schröder. Ook vindt hij het lastig dat zijn naaste medewerkers zo ver weg zitten. 'Maar nu heb ik er vrede mee en voel me er goed.' De critici die in het Kanzler amt een symbool van Duitse 'grootheidswaan' zien, wijst de kanselier op het transparante en het speelse van de architectuur: 'Grootheidswaan ziet er anders uit.'
Speels is ook de adelaar op z'n kop van de beroemde schilder Georg Baselitz, die de moderne-kunstliefhebber Schröder achter zijn bureau heeft gehangen. In Duitsland is de generatie van de jaren zestig aan de macht. Maar Schröder mag ironisch omgaan met staatssymbolen, in de buitenlandse politiek durft hij namens het nieuwe Duitsland assertiever op te treden dan de kanseliers voor hem.
U heeft vanaf uw eerste toespraak als kanselier over een 'zelfbewust Duitsland' gesproken. Hoe is de Duitse rol veranderd?
'We hebben twee grote taken: Duitsland opnieuw positioneren in de buitenlandse en veiligheidspolitiek, en binnenlands de hervorming van de sociale zekerheid. Met de eerste taak zijn we, hoewel het nooit klaar is, de afgelopen vijf jaar een stuk verder gekomen. Aan een herenigd Duitsland worden natuurlijk andere verwachtingen gesteld dan aan een gedeeld Duitsland. In de bondgenootschappen waar we in zitten, zegt men: Duitsland heeft concrete plichten als een belangrijke industrienatie in de wereld, als de op twee na grootste contributiebetaler aan de Verenigde Naties, als de grootste nettobetaler in de Europese Unie.
'Met deze plichten zijn natuurlijk ook rechten verbonden. En ik denk dat we in de laatste vijf jaar duidelijk hebben gemaakt dat we in staat zijn die rol zelfbewust en zonder ook maar een zweem van verwaandheid te spelen. We doen onze plicht in de internationale statengemeenschap. Ook de militaire aspecten worden in acht genomen, anders dan vroeger. Maar we oefenen ook ons recht uit om nee te zeggen, als we, zoals bij de Irakoorlog, een andere mening hebben dan onze vrienden.
'Binnenlands moeten we, om Duitslands economische kracht te behouden en te ontwikkelen, reageren op de mondialisering en het ouder worden van onze samenleving. Dat doen we met de hervorming van onze sociale zekerheid. Een zware taak, die niet uitsluitend instemming krijgt van de kiezers, zoals we hebben moeten ervaren, maar een noodzakelijke taak.'
U wilt ook een zetel in de VN-Veiligheidsraad hebben.
'Dat is de consequentie van het feit dat we verantwoordelijkheid hebben genomen voor vrede en stabiliteit. Zo'n land kan ook zeggen: als er een hervorming van de Verenigde Naties komt, en de Veiligheidsraad wordt uitgebreid om zijn besluiten grotere legitimiteit te geven, dan ziet Duitsland zichzelf als kandidaat.'
Hoort bij dit nieuwe zelfbewustzijn ook een minder verkrampte omgang met de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw?
'We hebben geen nieuwe omgang met de geschiedenis nodig, maar moeten ons altijd bewust zijn van onze geschiedenis, omdat hij natuurlijk bij Duitsland hoort. We moeten jonge mensen ook uitleggen dat het donkere gedeelte van de Duitse geschiedenis heeft plaatsgevonden. Als we het ons zelf niet herinneren, dan worden we eraan herinnerd.
'Dat betekent niet dat we niet ook heel zelfbewust op dat deel van de geschiedenis kunnen wijzen, dat heel gelukkig is verlopen, namelijk de democratische geschiedenis van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de eenheid, die vooral tot stand is gekomen door actie van de bevolking in de voormalige DDR. Ik denk dat dat elementen van de Duitse geschiedenis zijn waarop je bijzonder trots kunt zijn.'
Hoe Europees denkt het nieuwe Duitsland nog?
'Ik ben ervan overtuigd dat Duitsland altijd heeft bewezen dat het een motor van integratie wil zijn. Dat zal zo blijven. Maar het is belangrijk dit in de nieuwe Europese omstandigheden opnieuw te interpreteren. Duitsland is uit traditie en overtuiging een land dat een sterk belang heeft bij de uitbreiding van Europa en ook bij de verdieping ervan.'
Voor een klein buurland als Nederland is het wel een schok als Duitsland plotseling ruzie maakt met Washington of een Europees verdrag negeert. Afgezien van wie er gelijk had, u was het anker van stabiliteit in Europa en nu raakt dat aan het schuiven. Kunt u zich voorstellen dat dat een beetje zenuwachtig maakt?
'Ik kan me van alles voorstellen. Maar het Stabiliteitspact heet toch niet zonder reden Stabiliteits- en Groeipact. En als je in een fase van drie jaar stagnatie (in deze fase zitten we godzijdank niet meer) groei meer benadrukt dan stabiliteit, is dat een teken van economisch gezond verstand. Precies dat hebben we gedaan. Ik van mijn kant zal geen adviezen geven over hoe je de situatie in ons geweldige buurland kunt oplossen. Dat weten de Nederlanders zelf het beste.'
Heeft de aanslag in Madrid een blijvende invloed op het Europese proces?
'In eerste plaats toont de aanslag dat de bedreiging in Europa is aangekomen. En daar moeten we passend op reageren. Het zou niet goed zijn om wat betreft de strijd tegen de terreur en de mate van bedreiging een onderscheid te maken tussen degenen die voor de Irakoorlog waren en degenen die daartegen waren. Het internationale terrorisme is een gemeenschappelijke bedreiging. Dus de reactie moet ook gemeenschappelijk zijn. En dat is op de top in Brussel ook duidelijk geworden.'
Hoe zijn de betrekkingen met Nederland op het moment? Heeft u de ruzie kunnen bijleggen?
'Het is geen probleem dat er af en toe ook verschil van mening is. Dat moet je niet dramatiseren. Er zullen altijd weer periodes zijn waarin Nederland en Duitsland niet per se dezelfde mening hebben. Maar dat moet een vriendschappelijke verhouding kunnen hebben, anders is het geen vriendschappelijke verhouding. Na de vreselijke ervaringen die de Nederlanders met het Duitse fascisme hebben gehad, en die natuurlijk tot een begrijpelijke verslechtering van de decennialang prima verhoudingen hebben geleid, hebben de betrekkingen zich na de Tweede Wereldoorlog gelukkig ontwikkeld.'
Er wordt gezegd dat u en minister-president Balkenende qua karakter niet zo goed bij elkaar passen.
'Natuurlijk zijn we verschillende persoonlijkheden. Het zou ook ongewoon zijn indien dat niet zo was. Maar ik waardeer hem als een betrouwbare partner. Onze werkverhouding is heel, heel goed.'
Bent u vaak in Nederland geweest? Waarmee associeert u het land?
'Ik ben er veel geweest, als bondskanselier, als minister-president van Nedersaksen en ook privé. Ik heb een reeks persoonlijke vrienden daar. Ik associeer Nederland met grote democratische openheid en tolerantie. Wij zijn voor elkaar de belangrijkste economische partner. En ik ben voetbalfan genoeg om zonder jaloezie te kunnen erkennen dat u op het moment goed speelt.'
We ontmoeten elkaar op het Europees kampioenschap in Portugal. Wat verwacht u?
'Dat de Duitse Mannschaft wint, dat is toch duidelijk? Ik zou een slechte voetbalfan zijn als ik iets anders zou willen.'
Het is voor buitenlanders soms moeilijk te begrijpen hoe langzaam de hervormingen in Duitsland gaan. Waarom hebben de Duitsers het daar moeilijker mee dan anderen?
'In iedere familie hebben de Duitsers een ineenstorting meegemaakt, in de Weimar-republiek, na de Tweede Wereldoorlog. Daarna kwam een gelukkige periode van economische welvaart en politieke stabiliteit. Natuurlijk willen de mensen daaraan vasthouden. Dat is ook begrijpelijk. Het is de taak van politieke leiders om uit te leggen dat alleen degene die bereid is tot veranderen, in staat is te behouden.
'En we hebben een grondwet die heel sterk federalistisch is, waarbij in de Bondsdag en in de deelstatenkamer af en toe verschillende partijen de meerderheid hebben. Dat maakt besluitvorming langzamer. Men wilde dat na de oorlog zo, maar we hebben een hervormingsproces nodig om tot snellere beslissingen te komen. Een federalisme-commissie werkt daaraan.'
Uw Zweedse collega, de sociaal-democratische hervormer Gøran Persson, heeft eens tegen u gezegd: 'Wees hard en doe het snel.' Had u de ingrepen achteraf gezien niet eerder moeten doorvoeren?
'Dat is natuurlijk ook een vraag van de meerderheid die je tot je beschikking hebt en de overtuiging in de eigen rijen. Daar heeft ook een leerproces plaatsgevonden.'
Maar bij uw aantreden hadden de internationale instituties en de 'economische wijzen' allang de diagnose gesteld en de ingrepen aanbevolen.
'De vertegenwoordigers van de internationale instituties en de zogenaamde wijzen hebben het makkelijker. Die schrijven een slim boek of rapport. Maar degenen die politieke beslissingen nemen, moeten ervoor zorgen dat een slim idee politieke werkelijkheid wordt.'
Daar is politieke leiding voor nodig. Wilde u soms niet voor de troepen uitmarcheren?
'Dat moet je altijd doen. Maar als je te ver vooruit loopt, zien de troepen je niet meer. Ook dat is gevaarlijk.'
Dat is nu toch gebeurd. De vakbonden en uw linkse basis volgen u niet meer.
'Ik vind dat u dat te pessimistisch ziet. Iedere beslissing die noodzakelijk was, is met de kanseliersmeerderheid in de Bondsdag genomen. Dat is wat telt. En in een vrije en open democratische samenleving hebben de vakbonden recht op kritiek. Daar moet iemand die politieke beslissingen neemt, tegen kunnen. Ik zeg altijd: wie het in de keuken te heet is, moet geen kok worden.'
U wordt altijd beschreven als een kanselier met een neus voor de stemming in het land en als iemand die regelmatig naar de opiniepeilingen kijkt. Is het dan niet pijnlijk je populariteit door de huidige onvrede zo te verliezen?
'Natuurlijk, dat gaat ieder mens zo, dat hij liever geprezen wordt dan gekritiseerd. En wanneer de kritiek overheerst, in de pers of in de opiniepeilingen, dan is dat niet mooi. Maar als je iets voor het land als noodzakelijk hebt ingezien, kijk je weliswaar ook nog naar de opiniepeilingen en wens je je betere, maar je mag je daardoor niet van het doel laten afbrengen. Dat is de leerervaring die je opdoet als je verantwoordelijkheid serieus neemt. De overtuiging dat het juist is, helpt ook af en toe harde kritiek te verdragen en door dalen in de opiniepeilingen te komen.'
De tranen en de lofredes op het SPD-congres waar u het voorzitterschap overdroeg zweemden naar afscheid. De pers schrijft zelfs dat u een goede gelegenheid afwacht om 'ermee te kappen'. Bent u echt aan uw einde?
'Nee, dat is grote onzin. Natuurlijk, als je na vijf jaar het partijvoorzitterschap, dat mij dierbaar was geworden, om goede redenen opgeeft, dan heeft dat ook met weemoed te maken. En die mag je gerust laten zien. Dat heeft helemaal niets met berusting te maken en al helemaal niet met ''ermee kappen''.'
Dus u gaat verder?
'Daar kunt u zeker van zijn. Vooral diegenen die denken dat ze een kans ruiken, zullen zich nog verbazen. De verkiezingen van 2006 zijn nog lang niet beslist. We hadden die situatie al eens, voor de verkiezingen van 2002. Internationaal werd geschreven: die kan de verkiezingen nooit meer winnen. Mijn tegenkandidaat heeft zelfs in een televisie-interview vier weken voor de verkiezingen over mij als zijn ''voorganger'' gesproken. Het werd niks.'
Schröder eindigt met dat wat hem altijd het beste is afgegaan: de electorale strijd met de politieke tegenstander. Zijn strijdlust breidt zich nog even uit tot Nederland als het interview voorbij is en hij in de sky-lobby poseert voor de fotograaf. Schröder begint zelf over die Nederlandse fractievoorzitter die hem gekritiseerd had.
Hij doelt op Maxime Verhagen. De leider van Nederlands grootste regeringsfractie was onlangs op bezoek bij de Beierse premier Stoiber, de tegenkandidaat over wie Schröder sprak. Op zijn web log schreef Verhagen daarna dat Schröder 'een van de minst succesvolle en indrukwekkende Duitse bondskanseliers sinds de Tweede Wereldoorlog' is en een 'kortzichtig opiniepeilingbeleid' voert.
Verhagen (CDA) uit zware kritiek op Schröder
Door onze politieke redactie
DEN HAAG, 26 MAART. CDA-fractievoorzitter Verhagen ziet de Duitse bondskanselier Schröder als ,,een van de minst succesvolle en indrukwekkende'' bondskanseliers sinds de Tweede Wereldoorlog.
Verhagen schrijft dat in de jongste aflevering van zijn weblog. De CDA-fractieleider neemt het de SPD'er Schröder kwalijk dat hij een ,,kortzichtig opiniepeilingbeleid'' voert, ,,waarbij Duitsland zijn voortrekkersrol in Europa heeft losgelaten''. Ook van het vernieuwingsbeleid in economisch en sociaal opzicht zou onder de Rood-Groene coalitie in Berlijn niets terechtkomen.
Verhagens opmerkingen staan in een verslag van zijn bezoek aan de Beierse minister-president Edmund Stoiber, behorend tot de ideologisch aan het christen-democratische CDA verwante CDU/CSU. Stoiber verloor de jongste verkiezingen van Schröder.
Tijdens deze ontmoeting verklaarde Verhagen, naar eigen zeggen, ook dat Turkije niet aan de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie voldoet, zodat er - later dit jaar ten tijde van het Nederlands voorzitterschap van de EU - geen tijdschema voor onderhandelingen over zo'n toetreding kan worden opgesteld. Tot nu toe was het CDA-standpunt dat met zo'n definitief oordeel wordt gewacht totdat de Europese Commissie later dit jaar verslag heeft uitgebracht over de mate waarin Turkije voldoet aan de zogenaamde Kopenhagen-criteria voor toetreding.
Verhagen blijkt zich grote zorgen te maken over het huidige Duitsland: ,,Het is in het belang van Nederland dat onze grote buur en belangrijkste handelspartner goed draait en niet de oude, vermoeide man van Europa is'', schrijft hij. ,,De huidige Rood-Groene regering maakt daar weinig van, blijkbaar vergt een economisch moeilijke tijd robuust en koersvast beleid dat zij niet kunnen brengen.''
Verhagen is vol lof over het door Stoiber gepraktiseerde 'Laptop und Lederhosen'-model, dat van de Beierse economie een eenheid zou maken die door hoog technologisch niveau kan concurreren met lagelonenlanden in Azië en elders. Het 'Lederhose'-element in Stoibers filosofie is, schrijft Verhagen, te vergelijken met die van het CDA: ,,Mensen moeten zin en waarde kunnen geven aan hun eigen omgeving en zich daarin ook kunnen herkennen''.
26 maart 2004German hedge funds
Wolves at the door
Apr 7th 2004
From The Economist print edition
Hedge funds are taking their time to enter Germany
UNTIL this January, hedge funds, the wild beasts of the financial markets, were excluded from Germany. Last year Hans Eichel, the finance minister, declared that the country's financial markets were poorer without them and proposed a new law, passed in November, to let them in. So far, however, only two funds have licences. Fund managers, brokers, custodians and their lawyers are wrangling with each other and with BaFin, Germany's financial regulator, over exactly how bits of the law, designed to protect investors, should be applied.
Hedge funds use advanced trading techniques to seek high absolute returns. They have produced juicy profits in other countries, and Mr Eichel's intention was to enrich the returns enjoyed by long-term German investors such as pension funds and insurance companies.
So far, however, there has been much fanfare but little action. DWS, Germany's biggest fund manager and an affiliate of Deutsche Bank, the country's biggest bank, has launched a fund of funds (which invests in other hedge funds). Lupus alpha, a Frankfurt investment company, has launched the first single hedge fund. But neither of these has had to address still unresolved legal wrangles that are holding others up.
The cause is a clash between the free-wheeling style of hedge funds and the law's concern with transparency and investor protection. The German law insists that a “depository bank” should hold hedge funds' assets, to prevent managers from absconding with the loot. Yet a hedge fund, which borrows stocks and deals in over-the-counter swaps and derivatives, needs to keep assets with its prime broker too. It cannot do both unless the bank and the broker are one and the same, or the broker is an agent of the bank.
Prime brokers—headed by Goldman Sachs, Morgan Stanley and Credit Suisse First Boston—do not like to act as anyone's agent. Dealing on behalf of hedge funds is an opaque and lucrative business. But because the law seems to require that the bank appoint the prime broker, they may have no choice. Memos are flying between BaFin and the banks' associations. The private-sector banks support the prime brokers, whereas the public-sector and co-operative banks want them to be subordinate. The few banks that can supply both services, for example Deutsche Bank and Dresdner Bank, are sitting pretty.
Sources close to the market believe this dispute will be resolved within a few weeks. The political will to get hedge funds going is strong. “The wolves are coming,” wrote Börsen-Zeitung, a financial daily, earlier this month. About a dozen German fund managers are working on launching single hedge funds or funds of hedge funds, or on getting a licence to sell existing offshore funds in Germany. For example, Arsago, a Frankfurt asset-management firm, has an offshore fund which it is waiting to upgrade to German status. The licence makes the product tax-free, which is a strong attraction.
Only funds of funds may be sold to retail investors. But the need for extra disclosure and more paperwork are a deterrent. The choice of hedge funds that can be included in a German fund of funds is limited to those willing to disclose the minutiae of their portfolio gains and losses; many are not.
DWS and Lupus alpha may benefit from having moved first. Their entry, however, is not much of a test of how well the new law will work. DWS has economies of scale and can use Deutsche Bank as both prime broker and depository bank; Lupus alpha's fund uses exchange-traded derivatives, not securities, so it needs no prime broker. Aquila, a fund manager in Hamburg, fears that the legal requirements will limit the range and potential returns of funds of funds constructed in Germany.
On the evidence so far, German hedge funds will be safer for the investor but bring less spectacular returns than those in Grand Cayman or Bermuda. The fee structure seems to anticipate this: a 2% management fee and a 10% profit share on average, rather than a 1% fee and 20% of the profits, the industry norm. As Börsen-Zeitung puts it, the real wolves may just trot off and hunt elsewhereGermany's economy
Germany's economy is the world's third-biggest and one of its most advanced. As the economic heart of Europe, its performance has far-reaching effects outside Germany, particularly in other EU countries and in Central and Eastern Europe.
That performance has been sluggish, with growth of just 0.2% in 2002, perhaps nil in 2003, and unemployment hovering around 10%. (Things are worse in the ex-communist east.) Per capita GDP is now below the EU average. Chancellor Gerhard Schröder pushed through a bold tax reform in his first term. But taxes remain high and complicated, centralised bargaining has made its labour market sclerotic (though this is changing, slowly) and red tape is thick. Meagre returns on investment, a legacy of state-owned banks and their artificially low cost of capital, is also hindering growth. A second reform package, “Agenda 2010”, launched by Mr Schröder in early 2003, made labour-market reform a top priority, and a modified version passed (with opposition support) late in the year. With the government's popularity low at the beginning of 2004, the prospects for further economic reforms are dim.
Germany's other options are circumscribed. The independent European Central Bank controls monetary policy, and the EU's “Stability Pact” still in theory constrains its fiscal policy, though the pact's enforcement measures have been suspended.
zaterdag 10 april 2004 uur.
Schröder: burenruzie moet af en toe kunnen
Van onze correspondent Philippe Remarque
BERLIJN - Bondskanselier Gerhard Schröder vindt het 'geen probleem' dat Duitsland en Nederland af en toe van mening verschillen. 'Dat moet een vriendschappelijke verhouding kunnen hebben', zegt hij vandaag in de Volkskrant.
Schröder associeert Nederland 'met grote democratische openheid en tolerantie'. Donderdag houdt hij een toespraak aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en wordt hij ontvangen door koningin Beatrix en premier Balkenende.
De bondskanselier spreekt berichten tegen dat zijn contact met de laatste stroef verloopt. 'Ik waardeer hem als een betrouwbare partner. '
Schröder hekelt de kritiek van minister Zalm op de Duitse overschrijding van de 3 procentsnorm van het stabiliteitspact. 'Ik van mijn kant zal geen adviezen geven hoe je de situatie in ons geweldige buurland kunt oplossen. Dat weten de Nederlanders het beste.'
De kanselier heeft zich ook gestoord aan kritiek van Maxime Verhagen. De CDA-fractieleider schreef na een bezoek aan Schröders rivaal Stoiber in zijn weblog dat Schröder 'een van de minst succesvolle en indrukwekkende bondskanseliers sinds de Tweede Wereldoorlog' is. Schröder vindt dat geen stijl.
zaterdag 10 april 2004 uur.
Schröder weet niet van opgeven
Door Philippe Remarque
BERLIJN - Bondskanselier Gerhard Schröder komt donderdag naar Nederland voor een toespraak aan de Erasmus Universiteit en een ontmoeting met premier Balkenende en koningin Beatrix. Vooraf vertelt hij in een exclusief interview met
de Volkskrant waarom Duitsland zelfbewuster optreedt in de wereld, een meningsverschil met Nederland geen probleem is en hijzelf nog niet kan worden afgeschreven.
'Kanzler-Zigarre', zei het wervende bordje in de etalage boven de doos obsceen grote Cohiba Esplendidos, 25,80 euro per stuk. Maar als bondskanselier Schröder de door het bezoek meegebrachte sigaren bekijkt, begint hij te lachen.
Dat beweren de sigarenwinkels altijd, zegt hij, maar het is helemaal niet waar. Om het te bewijzen loopt hij naar de kleine humidor (een kastje waarin sigaren niet uitdrogen) die naast zijn bureau tegen de muur staat. Hij moet immers uitkijken voor zijn imago, legt de kanselier uit, anders wordt het hem weer aangerekend.
Hij toont zijn favoriete sigaar: nog altijd flink, maar van een duidelijk bescheidener omvang. En vaak knipt hij ze ook nog af, omdat hij een hele niet kan verwerken, zegt hij, en houdt triomfantelijk een halve Cohiba in de lucht, alsof dit stompje zijn gebutste geloofwaardigheid bij de kleine man zou kunnen opvijzelen.
Bondskanselier Schröder beleeft turbulente tijden. De economie wil maar niet groeien, de opiniepeilingen zijn voor de SPD slechter dan ooit en op de pleinen van Duitsland demonstreren vakbonden en gepensioneerden tegen zijn hervormingen. Wegens verzet in de eigen partij achtte hij het noodzakelijk af te treden als SPD-voorzitter.
In de wonderbaarlijke omgeving van het nieuwe Kanzleramt lijken die problemen ver weg. De vertrekken van de kanselier liggen aan de sky-lobby, een paleis van glas en wit steen dat hoog boven de stad zweeft. In zijn kantoor met zachte vloerbedekking op de zevende verdieping heeft hij een majestueus uitzicht over het Tiergarten-park en de Rijksdag.
Een oude vriend van Schröder vertelde vorige week ter gelegenheid van Schröders zestigste verjaardag hoe ze er wel eens samen uitkijken over Berlijn, de kanselier hem dan in de buik stompt en zegt: 'Nou ouwe, dat had je niet gedacht hè?' Met ijver, goede hersens en veel brutaliteit heeft Schröder zich uit de armoedigste omstandigheden omhooggewerkt. Hij wilde 'het iedereen laten zien', zei hij eens, en daarin is hij geslaagd.
'Ik hoef niemand meer iets te bewijzen, ik wil alleen mijn werk goed doen', zegt Schröder, gezeten aan de tafel waar hij de nacht ervoor nog een coalitiecrisis heeft beslecht. 'Daarbij is het soms heel behulpzaam om zo'n levensweg te hebben gehad. Ik hoef niemand te bedanken die mij verder heeft geholpen.' Hij heeft alles zelf gedaan.
Nu ontvangt Schröder de groten der wereld in dit nieuwe, grandioze decor voor het herenigde Duitsland. Zojuist heeft hij voor de camera's van de wereldpers met de Afghaanse president Karzai door de tuin gewandeld.
'Ik was in het begin niet enthousiast over het gebouw omdat het me een beetje te monumentaal leek', zegt Schröder. Ook vindt hij het lastig dat zijn naaste medewerkers zo ver weg zitten. 'Maar nu heb ik er vrede mee en voel me er goed.' De critici die in het Kanzler amt een symbool van Duitse 'grootheidswaan' zien, wijst de kanselier op het transparante en het speelse van de architectuur: 'Grootheidswaan ziet er anders uit.'
Speels is ook de adelaar op z'n kop van de beroemde schilder Georg Baselitz, die de moderne-kunstliefhebber Schröder achter zijn bureau heeft gehangen. In Duitsland is de generatie van de jaren zestig aan de macht. Maar Schröder mag ironisch omgaan met staatssymbolen, in de buitenlandse politiek durft hij namens het nieuwe Duitsland assertiever op te treden dan de kanseliers voor hem.
U heeft vanaf uw eerste toespraak als kanselier over een 'zelfbewust Duitsland' gesproken. Hoe is de Duitse rol veranderd?
'We hebben twee grote taken: Duitsland opnieuw positioneren in de buitenlandse en veiligheidspolitiek, en binnenlands de hervorming van de sociale zekerheid. Met de eerste taak zijn we, hoewel het nooit klaar is, de afgelopen vijf jaar een stuk verder gekomen. Aan een herenigd Duitsland worden natuurlijk andere verwachtingen gesteld dan aan een gedeeld Duitsland. In de bondgenootschappen waar we in zitten, zegt men: Duitsland heeft concrete plichten als een belangrijke industrienatie in de wereld, als de op twee na grootste contributiebetaler aan de Verenigde Naties, als de grootste nettobetaler in de Europese Unie.
'Met deze plichten zijn natuurlijk ook rechten verbonden. En ik denk dat we in de laatste vijf jaar duidelijk hebben gemaakt dat we in staat zijn die rol zelfbewust en zonder ook maar een zweem van verwaandheid te spelen. We doen onze plicht in de internationale statengemeenschap. Ook de militaire aspecten worden in acht genomen, anders dan vroeger. Maar we oefenen ook ons recht uit om nee te zeggen, als we, zoals bij de Irakoorlog, een andere mening hebben dan onze vrienden.
'Binnenlands moeten we, om Duitslands economische kracht te behouden en te ontwikkelen, reageren op de mondialisering en het ouder worden van onze samenleving. Dat doen we met de hervorming van onze sociale zekerheid. Een zware taak, die niet uitsluitend instemming krijgt van de kiezers, zoals we hebben moeten ervaren, maar een noodzakelijke taak.'
U wilt ook een zetel in de VN-Veiligheidsraad hebben.
'Dat is de consequentie van het feit dat we verantwoordelijkheid hebben genomen voor vrede en stabiliteit. Zo'n land kan ook zeggen: als er een hervorming van de Verenigde Naties komt, en de Veiligheidsraad wordt uitgebreid om zijn besluiten grotere legitimiteit te geven, dan ziet Duitsland zichzelf als kandidaat.'
Hoort bij dit nieuwe zelfbewustzijn ook een minder verkrampte omgang met de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw?
'We hebben geen nieuwe omgang met de geschiedenis nodig, maar moeten ons altijd bewust zijn van onze geschiedenis, omdat hij natuurlijk bij Duitsland hoort. We moeten jonge mensen ook uitleggen dat het donkere gedeelte van de Duitse geschiedenis heeft plaatsgevonden. Als we het ons zelf niet herinneren, dan worden we eraan herinnerd.
'Dat betekent niet dat we niet ook heel zelfbewust op dat deel van de geschiedenis kunnen wijzen, dat heel gelukkig is verlopen, namelijk de democratische geschiedenis van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de eenheid, die vooral tot stand is gekomen door actie van de bevolking in de voormalige DDR. Ik denk dat dat elementen van de Duitse geschiedenis zijn waarop je bijzonder trots kunt zijn.'
Hoe Europees denkt het nieuwe Duitsland nog?
'Ik ben ervan overtuigd dat Duitsland altijd heeft bewezen dat het een motor van integratie wil zijn. Dat zal zo blijven. Maar het is belangrijk dit in de nieuwe Europese omstandigheden opnieuw te interpreteren. Duitsland is uit traditie en overtuiging een land dat een sterk belang heeft bij de uitbreiding van Europa en ook bij de verdieping ervan.'
Voor een klein buurland als Nederland is het wel een schok als Duitsland plotseling ruzie maakt met Washington of een Europees verdrag negeert. Afgezien van wie er gelijk had, u was het anker van stabiliteit in Europa en nu raakt dat aan het schuiven. Kunt u zich voorstellen dat dat een beetje zenuwachtig maakt?
'Ik kan me van alles voorstellen. Maar het Stabiliteitspact heet toch niet zonder reden Stabiliteits- en Groeipact. En als je in een fase van drie jaar stagnatie (in deze fase zitten we godzijdank niet meer) groei meer benadrukt dan stabiliteit, is dat een teken van economisch gezond verstand. Precies dat hebben we gedaan. Ik van mijn kant zal geen adviezen geven over hoe je de situatie in ons geweldige buurland kunt oplossen. Dat weten de Nederlanders zelf het beste.'
Heeft de aanslag in Madrid een blijvende invloed op het Europese proces?
'In eerste plaats toont de aanslag dat de bedreiging in Europa is aangekomen. En daar moeten we passend op reageren. Het zou niet goed zijn om wat betreft de strijd tegen de terreur en de mate van bedreiging een onderscheid te maken tussen degenen die voor de Irakoorlog waren en degenen die daartegen waren. Het internationale terrorisme is een gemeenschappelijke bedreiging. Dus de reactie moet ook gemeenschappelijk zijn. En dat is op de top in Brussel ook duidelijk geworden.'
Hoe zijn de betrekkingen met Nederland op het moment? Heeft u de ruzie kunnen bijleggen?
'Het is geen probleem dat er af en toe ook verschil van mening is. Dat moet je niet dramatiseren. Er zullen altijd weer periodes zijn waarin Nederland en Duitsland niet per se dezelfde mening hebben. Maar dat moet een vriendschappelijke verhouding kunnen hebben, anders is het geen vriendschappelijke verhouding. Na de vreselijke ervaringen die de Nederlanders met het Duitse fascisme hebben gehad, en die natuurlijk tot een begrijpelijke verslechtering van de decennialang prima verhoudingen hebben geleid, hebben de betrekkingen zich na de Tweede Wereldoorlog gelukkig ontwikkeld.'
Er wordt gezegd dat u en minister-president Balkenende qua karakter niet zo goed bij elkaar passen.
'Natuurlijk zijn we verschillende persoonlijkheden. Het zou ook ongewoon zijn indien dat niet zo was. Maar ik waardeer hem als een betrouwbare partner. Onze werkverhouding is heel, heel goed.'
Bent u vaak in Nederland geweest? Waarmee associeert u het land?
'Ik ben er veel geweest, als bondskanselier, als minister-president van Nedersaksen en ook privé. Ik heb een reeks persoonlijke vrienden daar. Ik associeer Nederland met grote democratische openheid en tolerantie. Wij zijn voor elkaar de belangrijkste economische partner. En ik ben voetbalfan genoeg om zonder jaloezie te kunnen erkennen dat u op het moment goed speelt.'
We ontmoeten elkaar op het Europees kampioenschap in Portugal. Wat verwacht u?
'Dat de Duitse Mannschaft wint, dat is toch duidelijk? Ik zou een slechte voetbalfan zijn als ik iets anders zou willen.'
Het is voor buitenlanders soms moeilijk te begrijpen hoe langzaam de hervormingen in Duitsland gaan. Waarom hebben de Duitsers het daar moeilijker mee dan anderen?
'In iedere familie hebben de Duitsers een ineenstorting meegemaakt, in de Weimar-republiek, na de Tweede Wereldoorlog. Daarna kwam een gelukkige periode van economische welvaart en politieke stabiliteit. Natuurlijk willen de mensen daaraan vasthouden. Dat is ook begrijpelijk. Het is de taak van politieke leiders om uit te leggen dat alleen degene die bereid is tot veranderen, in staat is te behouden.
'En we hebben een grondwet die heel sterk federalistisch is, waarbij in de Bondsdag en in de deelstatenkamer af en toe verschillende partijen de meerderheid hebben. Dat maakt besluitvorming langzamer. Men wilde dat na de oorlog zo, maar we hebben een hervormingsproces nodig om tot snellere beslissingen te komen. Een federalisme-commissie werkt daaraan.'
Uw Zweedse collega, de sociaal-democratische hervormer Gøran Persson, heeft eens tegen u gezegd: 'Wees hard en doe het snel.' Had u de ingrepen achteraf gezien niet eerder moeten doorvoeren?
'Dat is natuurlijk ook een vraag van de meerderheid die je tot je beschikking hebt en de overtuiging in de eigen rijen. Daar heeft ook een leerproces plaatsgevonden.'
Maar bij uw aantreden hadden de internationale instituties en de 'economische wijzen' allang de diagnose gesteld en de ingrepen aanbevolen.
'De vertegenwoordigers van de internationale instituties en de zogenaamde wijzen hebben het makkelijker. Die schrijven een slim boek of rapport. Maar degenen die politieke beslissingen nemen, moeten ervoor zorgen dat een slim idee politieke werkelijkheid wordt.'
Daar is politieke leiding voor nodig. Wilde u soms niet voor de troepen uitmarcheren?
'Dat moet je altijd doen. Maar als je te ver vooruit loopt, zien de troepen je niet meer. Ook dat is gevaarlijk.'
Dat is nu toch gebeurd. De vakbonden en uw linkse basis volgen u niet meer.
'Ik vind dat u dat te pessimistisch ziet. Iedere beslissing die noodzakelijk was, is met de kanseliersmeerderheid in de Bondsdag genomen. Dat is wat telt. En in een vrije en open democratische samenleving hebben de vakbonden recht op kritiek. Daar moet iemand die politieke beslissingen neemt, tegen kunnen. Ik zeg altijd: wie het in de keuken te heet is, moet geen kok worden.'
U wordt altijd beschreven als een kanselier met een neus voor de stemming in het land en als iemand die regelmatig naar de opiniepeilingen kijkt. Is het dan niet pijnlijk je populariteit door de huidige onvrede zo te verliezen?
'Natuurlijk, dat gaat ieder mens zo, dat hij liever geprezen wordt dan gekritiseerd. En wanneer de kritiek overheerst, in de pers of in de opiniepeilingen, dan is dat niet mooi. Maar als je iets voor het land als noodzakelijk hebt ingezien, kijk je weliswaar ook nog naar de opiniepeilingen en wens je je betere, maar je mag je daardoor niet van het doel laten afbrengen. Dat is de leerervaring die je opdoet als je verantwoordelijkheid serieus neemt. De overtuiging dat het juist is, helpt ook af en toe harde kritiek te verdragen en door dalen in de opiniepeilingen te komen.'
De tranen en de lofredes op het SPD-congres waar u het voorzitterschap overdroeg zweemden naar afscheid. De pers schrijft zelfs dat u een goede gelegenheid afwacht om 'ermee te kappen'. Bent u echt aan uw einde?
'Nee, dat is grote onzin. Natuurlijk, als je na vijf jaar het partijvoorzitterschap, dat mij dierbaar was geworden, om goede redenen opgeeft, dan heeft dat ook met weemoed te maken. En die mag je gerust laten zien. Dat heeft helemaal niets met berusting te maken en al helemaal niet met ''ermee kappen''.'
Dus u gaat verder?
'Daar kunt u zeker van zijn. Vooral diegenen die denken dat ze een kans ruiken, zullen zich nog verbazen. De verkiezingen van 2006 zijn nog lang niet beslist. We hadden die situatie al eens, voor de verkiezingen van 2002. Internationaal werd geschreven: die kan de verkiezingen nooit meer winnen. Mijn tegenkandidaat heeft zelfs in een televisie-interview vier weken voor de verkiezingen over mij als zijn ''voorganger'' gesproken. Het werd niks.'
Schröder eindigt met dat wat hem altijd het beste is afgegaan: de electorale strijd met de politieke tegenstander. Zijn strijdlust breidt zich nog even uit tot Nederland als het interview voorbij is en hij in de sky-lobby poseert voor de fotograaf. Schröder begint zelf over die Nederlandse fractievoorzitter die hem gekritiseerd had.
Hij doelt op Maxime Verhagen. De leider van Nederlands grootste regeringsfractie was onlangs op bezoek bij de Beierse premier Stoiber, de tegenkandidaat over wie Schröder sprak. Op zijn web log schreef Verhagen daarna dat Schröder 'een van de minst succesvolle en indrukwekkende Duitse bondskanseliers sinds de Tweede Wereldoorlog' is en een 'kortzichtig opiniepeilingbeleid' voert.
Volgens Schröder heeft Verhagen dat gewoon van Stoiber overgenomen. De kanselier vindt het volkomen onbelangrijk, zegt hij. De betrekkingen stoort dat niet. Maar hij wil nog wel even kwijt dat hij het geen stijl vindt, van beiden.
Duitse regering verlaagt groeiraming
BERLIJN (DPA) - De Duitse regering heeft haar verwachtingen voor de groei van de economie van Duitsland verlaagd.
Het Duitse ministerie van Economische Zaken maakte vrijdag bekend nu uit te gaan van een groei van ongeveer 1,5 procent. Vorig najaar was nog 1,7 procent verwacht.
De nieuwe schatting komt overeen met de prognose die de zes belangrijkste economische onderzoeksinstituten van Duitsland hebben uitgesproken.
Een reden van de neerwaartse bijstelling werd niet gegeven. Volgend jaar moet de economische groei aantrekken tot 1,8 procent.
Frühjahrsgutachten: Deutschland löst sich aus Stagnation
Di, 27.04.2004
Bundeswirtschaftsminister Wolfgang Clement sieht die Bundesregierung durch das Frühjahrsgutachten der sechs führenden wirtschaftswissenschaftlichen Forschungsinstitute in der Absicht bestätigt, auf dem Weg umfassender wirtschaftspolitischer Reformen weiter voranzuschreiten.
"Die Institute bestätigen, dass sich die deutsche Wirtschaft aus der dreijährigen Stagnation löst," erklärte Clement in einer Pressemitteilung am 27. April. Er teile allerdings nicht die Ansicht der Institute, dass die bessere Konjunktur nicht auch Ergebnis der in Gang gesetzten Reformen sei.
Reformkurs ist Wachstumsgeber
"Natürlich brauchen strukturelle Reformen Zeit, um voll wirken zu können. Aber sie haben schon jetzt die Investitionsbedingungen für Unternehmen verbessert und den Arbeitsmarkt flexibilisiert", so Clement. Die Politik allein könne die Probleme nicht schultern. Sie bleibe aber gefordert, das Potentialwachstum in Deutschland zu stärken und auf eine kräftige Zunahme der Beschäftigung einzuwirken.
Konjunkturelle Beschleunigung erwartet
Das Gesamtbild, dass die Wirtschaftsinstitute in ihrem Gutachten zur "Lage der Weltwirtschaft und der deutschen Wirtschaft im Frühjahr 2004" für die deutsche Wirtschaft zeichnen, ist eine schleppende Expansion, die hinter dem zurückbleibt, was notwendig ist, um das Problem der Arbeitslosigkeit zu beheben. Deshalb plädieren die Wirtschaftsforscher für eine strikte Wachstumspolitik, mit der die Probleme nachhaltig gelöst werden.
Die konjunkturelle Lage in Deutschland ist noch schwach, das Wirtschaftswachstum wird in diesem und dem nächsten Jahr bei 1,5 Prozent liegen. Das ist eine leichte Korrektur nach unten gegenüber dem letzten Herbstgutachten. Ein dauerhaft niedriger Trend bei den Wachstumsraten ist daraus aber nicht abzuleiten. Bundeskanzler Gerhard Schröder sagte zu der Korrektur der Wirtschaftswachstumszahlen: "Das entspricht doch dem, was die Bundesregierung seit einem Jahr sagt, dass es ein Wachstum zwischen 1,5 und 2 Prozent geben wird. Und ich streite nicht jede Woche über ein Zehntel Prozentpunkt."
Für dieses Jahr erwarten die Institute - wie die Bundesregierung auch - eine konjunkturelle Beschleunigung im Jahresverlauf.
Nachfrage wächst
Seit Herbst vergangenen Jahres nehmen Produktion und Nachfrage wieder zu. Die deutsche Wirtschaft hat auf den internationalen Märkten keine Wettbewerbsprobleme, ihre Exporte laufen gut.
Maßgeblich für den Produktionsanstieg sind:
Impulse, die vom Aufschwung der Weltwirtschaft ausgehen,
Abnahme der Unsicherheiten im Gefolge des Irak-Krieges,
expansiver Kurs der Geldpolitik. Er stärkt die Konjunktur auch im übrigen Euroraum.
Achillesferse - privater Verbrauch
Den privaten Verbrauch bezeichnete ein Wirtschaftsforscher bei der Vorstellung des Gutachtens als "Achillesferse der Konjunktur". Die Verunsicherung der Verbraucherinnen und Verbraucher sei nach wie vor hoch, daher bleibe der Verbrauch hinter der allgemeinen Lage in Deutschland zurück, so der Forscher.
Arbeitsmarktreformen haben die richtige Richtung
Eine verbesserte Konjunktur wird dafür sorgen, dass in Deutschland 2004 erstmals seit 2001 die Arbeitslosigkeit zurückgeht.
Das Gutachten erwartet, dass die Zahl der Erwerbslosen von 4,376 Millionen im vergangenen Jahr auf jetzt 4,332 Millionen und in 2005 auf 4,276 Millionen sinkt. Dementsprechend geht die Arbeitslosenquote von 10,3 Prozent im Jahr 2003 auf 10,2 Prozent im laufenden Jahr und auf 10,1 Prozent im nächsten Jahr zurück.
Die Institute betonten, die Arbeitsmarktreformen der Bundesregierung seien ein Schritt in die richtige Richtung. Die Reformen trügen dazu bei, die Effizienz der Arbeitsvermittlung und die Intensität der Arbeitssuche zu erhöhen sowie die Dauer der Arbeitslosigkeit zu verringern. Auch würden die Neuregelung der Mini-Jobs helfen, Arbeitsplätze aus der Schattenwirtschaft auf den regulären Arbeitsmarkt zurückzuverlagern.
THE STATE OF THE WORLD ECONOMY AND THE
GERMAN ECONOMY
SPRING 2004
Summary
A global economic upturn is unfolding. Since mid-2003 production has been expanding rapidly in many countries and capacity utilisation has been rising. The upswing is centred in North America and in East Asia. Its robustness is evidenced by the marked increase in investment and in the fact that the optimistic mood in the stock market was not lastingly impaired either by the
most recent terrorist acts or by the renewed worsening of the situation in Iraq. Investment was favourably affected by monetary policy: The U.S. Federal Reserve, the Bank of Japan and also the European Central Bank have maintained an expansionary stance for some time. Internationally the costs of external financing are low, in nominal as well as in real terms. All this has bolstered expected sales, not least in the information and communications industry. The latter was particularly hard hit in the recession in 2001 and product innovations have now given rise to higher demand. After a rapid expansion in the first half of this year the upswing in the international
growth regions will become somewhat less strong.
The economy of the Euro Area emerged from a prolonged period of stagnation in the second half of 2003. The turnaround in export demand was the decisive factor in bringing on the recovery.
Despite the stronger euro foreign trade greatly benefited from the economic upswing in
East Asia and in the United States as well as from the vigorous expansion in the EU-accession countries of Central and Eastern Europe. Net exports increased. In contrast, domestic demand
remained sluggish. Whereas government consumption continued to expand strongly, private consumption hardly rose in 2003. At present signs of a rebound of private consumption demand
in the Euro Area are not discernible. Nor has investment regained momentum. Exports will continue
to be the main driving force of the economic recovery over the next months. The stimuli of the global upswing outweigh the negative effects of the euro appreciation. They will feed
through to investment in machinery and equipment, which will pick up speed in the course of this year. Employment will increase only gradually so that the decline in unemployment will be
minimal and income development will remain subdued. Private consumption expenditure will continue to be the weak point of the economy this year. In the course of next year it should recover somewhat more strongly. At the same time exports and investment will grow a bit less rapidly because of the slowdown of the global economy, the effect being mitigated by the fading of the negative effects of the euro appreciation. Euro-Area GDP will increase by 1.6 % this year and by 2 % next year. Inflation will come to 1.7 % and 1.8 % in the respective years thus being compatible with the target of the ECB.
The German economy is slowly emerging from stagnation. Since last autumn production and demand are once again increasing, albeit at a slow pace. The decline in capacity utilisation and
employment continued. Despite the marked appreciation of the euro impulses for the recovery came from the vigorous economic development in the rest of the world economy. In addition,
the level of uncertainty has declined, partly due to the end of the war in Iraq, so that the expansionary stance of monetary policy is increasingly having effects on the German economy as well
as on the rest of the Euro Area. First signs of a recovery of domestic demand are discernible in investment in machinery and equipment. Private consumption, however, remains sluggish.
The institutes expect the German economy to further recover during the forecast period.
However, the upward trend will strengthen only gradually. The negative effects of the euro appreciation are still prevalent and lessen the positive impact of the economic upswing outside the Euro Area. Given the assumption that the US-dollar will not depreciate further, this factor will lose some of its importance in the latter part of 2004. The stimulating effects on exports will gradually affect investment and the latter will increase substantially more rapidly despite the burdens
imposed by fiscal policy. Monetary policy is expected to lend support by maintaining its expansionarystance.
The German recovery will only gradually gain momentum in 2004. In 2005 the pace of economic growth will not increase further. Adjusted for working days, GDP growth will come to
0.9 % this year and 1.7 % in 2005. In 2004 the number of working days is above average. This effect taken into consideration, the increase in GDP will be 1.5 % in both years. Given the subdued recovery employment is expected to rise only slightly. Inflation will remain low.
The cyclical recovery does not mitigate the challenges faced by policy-makers. It would be wrong to assume the improved economic outlook to be largely or even in part the result of the
implemented reforms and complacency on the part of policy makers therefore now to be justified
Fiscal policy is faced with the task of budgetary consolidation. The state of public finances in Germany continues to be strained, the budget deficit high. According to the forecast of the institutes
the latter will come to 3½ % in both 2004 and 2005. This implies that the upper limit stipulated in the stability and growth pact will be exceeded for the fourth consecutive year in 2005.
Whereas the institutes agree in principal that fiscal consolidation is required, they differ regarding the concrete measures to be adopted.
The majority of the institutes deem it necessary to abide by the rules of the stability and growth pact. They advocate tighter limits for the increase in government expenditure and a further reduction in tax subsidies to ensure that the deficit will fall below 3 % of GDP in 2004. In their opinion, the government can no longer argue that this is not expedient for cyclical reasons.
Balancing the budget cannot be postponed indefinitely or even just until 2007. Otherwise the deficitwould be too high in the event of a cyclical downturn and the 3 % limit for the budget deficit might necessitate curbing the full effect of the automatic stabilisers.
In the view of DIW Berlin and IWH the additional austerity package advocated by the majority to ensure the promised reduction in the budget deficit is not appropriate. The fact that the German economy has been especially hard hit by the economic slowdown and that monetary policy can only react to development in the Euro Area as a whole, makes an appropriate fiscal policy response particularly important.
The two institutes therefore propose to promote fiscal consolidation in the medium term by laying down a binding expenditure path and allowing fiscal revenue
to oscillate along with the business cycle. This strategy will prevent fiscal policy from further burdening the currently weak economy. Once recovery has gathered speed the pace of consolidationwill automatically be increased.
Given the state of public finances there appears to be little room for growth-enhancing policies such as higher expenditures for public investment and education. At the same time the ageing of
the population requires further reforms in the state medical insurance and the pension system.
THE STATE OF THE WORLD ECONOMY AND THE
deel 2
THE STATE OF THE WORLD ECONOMY AND THE
GERMAN ECONOMY
SPRING 2004
Summary
A well-defined German fiscal-policy concept does not currently seem to exist. Admittedly, the difficult state of public finances is still related to the large burdens resulting from German unification.
It is now of key importance to set the right course for growth policy. It is imperative that the government honours its promise to shift public expenditure towards investment. In the medium
term public expenditure in infrastructure and human capital should be considerably increased.
Furthermore, the aim of reducing the level of taxes and social security contributions does not have to be abandoned in principal, despite large budget deficits. Although a reduction
of the tax burden is difficult to envision from today’s perspective, it is not necessary to wait for years to reform the tax system; rather, the tax system should be simplified quickly on the basis
of existing proposals. Progress in the reduction of subsidies and tax privileges will create opportunities for more public investment and also for lower taxes.
The ECB’s low interest rates have aided the economic recovery in the Euro Area and in Germany.
Apparently a turnaround in interest rates is in the offing internationally. Nonetheless, it is appropriate for the ECB to keep interest rates on their current levels provided that the recovery
in the Euro Area remains as moderate as forecast by the institutes and by the central bank.
The institutes have repeatedly emphasised that the labour market reforms of the government are a step in the right direction. These reforms can raise the efficiency of placing services and the intensity of job search and lower the duration of unemployment. New regulations concerning mini-jobs furthermore reduce the incentives to work illegally. However, the institutes have also warned against overly high expectations concerning the reduction of unemployment based on the current reform agenda (Hartz-concept). The reforms are likely to give rise to substantial windfall gains and displacement of regularly employed persons. More importantly, these measures are unable to eliminate the key determinants of the size and structure of unemployment, such as low economic growth, high density of regulation, shortcomings in the qualification of the labour force as well as relatively low wage differentiation. Many of the reform measures should increase potential output. Their effects will, however, only fully unfold, once recovery has taken hold and the output gap closes.
EU-enlargement has evoked fears that German enterprises will use the arising opportunities to intensify the relocation of production facilities and thus of jobs, be it through foreign direct investment or by placing orders with enterprises in the accession countries. To determine whether in sum jobs will be lost as a result of the increasing activities of enterprises in Central and Eastern Europe, several factors have to be weighed against each other. On the one hand, jobs were lost as a result of the relocation of production, on the other hand, less expensive preliminary products from abroad increased the international competitiveness of domestic firms and thus generated higher exports and more jobs. Furthermore, foreign investors substantially contributed to the increase in economic growth in the accession countries, which also prompted German
exports to rise. The positive effects seem to dominate in the case of Germany.
Nonetheless policy action is called for in two respects: Firstly, it should prevent relocations that are a reaction to adverse overall conditions in Germany. This is best achieved by enhancing the conditions for domestic growth in a sustainable manner. Secondly, the repercussions of structural adjustments
resulting from international relocation should be mitigated. In the industries concerned, wage restraint can help to draw out structural change and avoid hardship, although this cannot be morethan a defensive reaction.
Continued standstill of the catch-up process in eastern Germany and the cost of financing the economic reconstruction have provoked a discussion about the value and focus of the development strategies for East Germany. The crux of the matter is to spend the scarce resources where they will contribute most to an increase in overall economic growth. Some therefore argue that economic and structural policies should be focused on those regions and industries that exhibit the greatest growth potential. Identifying these, however, is not only difficult for the government
but also not its job. Instead it is the responsibility of enterprises. Therefore the government should improve conditions for higher growth and more employment by creating a favourable
institutional and infrastructural environment for enterprises. If the government nonetheless decides to approach development in the East selectively, it could focus its policies on growth poles.
Zie voor hele document:
http://www.uni-kiel.de/ifw/konfer/gd/gd04_1.pdf
Duits bankkrediet flexibeler
Publicatiedatum: 1/5/2004
Gezamenlijk initiatief om meer kapitaal vrij te spelen
VAN ONZE REDACTEUR
AMSTERDAM - Duitse banken maken het komende jaar miljarden euro's vrij voor nieuwe kredieten. Vooral huizenkopers en het midden- en kleinbedrijf zouden hiervan moeten profiteren. Dit is het gevolg van een nieuw initiatief, waarover de dertien grootste Duitse banken vrijdag overeenstemming hebben bereikt.
Door bestaande leningen van hun balans te halen en op de kapitaalmarkt te verkopen, spelen de banken kapitaal vrij. Dit proces wordt 'securitisatie' genoemd en is in Nederland betrekkelijk gebruikelijk. In de weinig flexibele Duitse bankmarkt is deze financieringsvorm echter nog nauwelijks ontwikkeld.
Een nieuwe financiële instelling, 'True Sale International' (TSI), moet hier verandering in brengen. Het initiatief, waar de banken driekwart jaar aan hebben gewerkt, verenigt de belangrijkste commerciële banken, zoals Deutsche Bank , HVB en Dresdner Bank , de grootste Landesbanken, waaronder WestLB en Bayerische Landesbank, en de grote Duitse coöperatieve banken, zoals DZ Bank. Belangrijkste initiatiefnemer is ontwikkelingsbank KfW, een overheidsbank. Enige buitenlandse partner is het Amerikaanse Citigroup , dat met een dochteronderneming actief is op de Duitse markt.
Het Duitse initiatief doet denken aan de Amerikaanse situatie waarbij beursgenoteerde agentschappen, als 'Freddie Mac' en 'Fannie Mae', het merendeel van de hypotheekleningen overnemen en aan beleggers verkopen. Dit zorgt ervoor dat Amerikaanse banken vrijwel altijd voldoende balansruimte hebben om nieuwe hypotheekleningen aan te gaan.
Kritiek op het Amerikaanse systeem is dat banken te makkelijk risicovolle leningen aangaan. De agentschappen worden verondersteld een impliciete overheidsgarantie te hebben.
TSI zal bestaan uit drie stichtingen zonder winstoogmerk. Deze stichtingen zullen de aandelen houden van de vennootschappen die in het leven worden geroepen voor iedere afzonderlijke securitisatietransactie ('special purpose vehicle'). Deze vennootschappen kopen de leningen van de banken, verpakken ze als verhandelbare effecten met onderpand, en plaatsen ze door op de kapitaalmarkt.
KfW noemt de standaardisatie van dit soort transacties het belangrijkste voordeel van TSI. De instelling zal criteria ontwikkelen waar securitiseringen aan moeten voldoen om van de TSI-stichtingen gebruik te mogen maken. Dat geeft beleggers een keurmerk en draagt bij aan de verhandelbaarheid van de leningen.
Volgens planning moet TSI in juni actief zijn. Het platform begint met een bestuur, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de dertien oprichters en drie werknemers.
Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad
07-05-2004 20:43
'Duits tekort 2005 weer te hoog'
FRANKFURT (ANP) - De Duitse minister van Financiën Eichel sluit niet uit dat zijn land ook volgend jaar een begrotingstekort zal hebben dat hoger is dan 3 procent van het bruto binnenlands product. Daarmee schendt het land voor de vierde keer op rij de Europese regels die de euro stabiel moeten houden.
Eichel zegt dit in een vraaggesprek dat zaterdag door de Süddeutsche Zeitung wordt gepubliceerd. Dat Duitsland de begrotingsregels opnieuw overtreedt, komt niet geheel onverwacht. Deskundigen hielden er al enige tijd rekening mee. De Duitse regering had eerder beloofd dat ze de begroting volgend jaar op orde zou hebben.
vrijdag 14 mei 2004 uur. VK
Duitsers wacht weer schending stabiliteitspact
Van onze correspondent Philippe Remarque
BERLIJN - Duitsland kampt met een gat in de begroting van 61 miljard euro over de komende drie jaar. De rood-groene regering wil niet extra bezuinigen en is bereid nieuwe schulden te maken. Een hernieuwde schending van het stabiliteitspact in 2005 is hierdoor waarschijnlijk.
Door de aanhoudend slechte conjunctuur vallen de belastinginkomsten net als in de afgelopen jaren veel lager uit dan geraamd. Alleen al in 2004 ontbreekt 9,6 miljard euro, meldden de belastingexperts donderdag na hun jaarlijkse bijeenkomst om de inkomsten te schatten.
Minister van Financiën Eichel liet meteen weten dat de regering extra bezuinigingen of belastingverhoging koste wat het kost wil vermijden. 'We zullen de economische opleving niet door contraproductieve maatregelen in gevaar brengen.'
Om het gat te dichten, wil Eichel extra staatsbezit privatiseren. Maar dan nog zijn nieuwe schulden volgens alle experts onvermijdelijk. Eichel heeft in de afgelopen weken vergeefs extra bezuinigingen en een verhoging van de BTW voorgesteld.
De regering van bondskanselier Schröder heeft inmiddels de ooit zo strikt aangehouden bezuinigingskoers onder druk van de aanhoudend zwakke groei opgegeven. Eerst stelden vice-kanselier Joschka Fischer en SPD-fractieleider Franz Müntefering dat stimulering van de groei op dit moment belangrijker is en daarvoor desnoods extra schulden moeten worden gemaakt. Deze week sloot Schröder zich daarbij aan. Tekorten die door de conjunctuur zijn veroorzaakt, kunnen volgens hem niet door extra bezuinigingsmaatregelen worden gecompenseerd.
Eichel sloot gisteren niet uit dat Duitsland in 2005 voor het vierde achtereenvolgende jaar de 3-procentsnorm van het stabiliteitspact overschrijdt. In regeringskringen is men hiervan zelfs al zeker.
Eichel voorkwam vorige herfst een strafprocedure tegen Duitsland door zich plechtig vast te leggen op een tekort van onder de 3 procent in 2005. Nu dat niet haalbaar lijkt, moeten de Europese ministers van Financiën Duitsland in principe een boete van maximaal tien miljard euro opleggen. Dat is politiek ondenkbaar.
Bondskanselier Schröder riep donderdag in Parijs op het pact 'groei-georienteerd te interpreteren, om tekenen van een echte opleving te ondersteunen'.
De mooi-weer kanzelier verkeert in extreem zwaar weer
Bestaat er een mooier woord dan Kanzlerdämmerung? Sinds bondskanselier Gerhard Schröders onwaarschijnlijk harde verkiezingsnederlaag van vorige week siert de kanseliersscheinering, vrij naar Wagner, de voorpagina's van de Duitse kranten. Zo dramatisch als het einde van Götterdämmerung, als Brünnhilde de ondergang der goden verkondigt en te paard in de vlammen van Siegfrieds lijkstapel rijdt terwijl de hemel van het brandende Walhalla zich rood kleurt, is de situatie misschien niet.
De Duitse kiezers hebben Schröder immers in 2002 voor vier jaar herkozen. Dat ze daar nu enorme spijt van hebben, is begrijpelijk. Na vijf jaar van gemakzuchtig nietsdoen en valse beloften heeft Schröder toch nog ingezien dat Duitslands verzorgingsstaat hervormd moet worden. Maar de pijnlijke ingrepen ontberen een concept, ze worden uiterst belabberd uitgevoerd, en ze gaan toch niet ver genoeg om iets tegen de massa - werkloosheid te kunnen uitrichten. Wel.een beetje pijn, maar geen vooruitzicht op de vruchten: zo mobiliseer je een verwend volk niet voor ontberingen.
Duitsland is in een zware storm terecht gekomen met een rnooi-weer-kanselier aan het roer. Nog nooit sinds de oorlog haalde de SPD zo'n lage score als vorige week bij de Europese verkiezingen. In sommige grote steden werd de volkspartij gepasseerd door de Groenen, in Oost-Duitsland is ze tot de derde partij afgezakt, na CDU en PDS. Zelfs de beroepsoptimisten aan de top van de partij geven toe dat dit de zwaarste crisis in het bestaan van de naoorlogse SPD is. 'Voor de SPD is een nieuw tijdperk be- gonnen. Het is het tijdperk na Schröder', schrijft de invloedrijke colwnnist Hans-Ulrich Jörges in Stem. 'Het is het tijdperk van de wederopbouw van een aan diggelen geslagen partij. Het tijdperk van een generatiewisseling.'
De in-memoriams komen wat vroeg. Want onvrede is op zich niet genoeg om de kanselier weg te krijgen, wettelijk heeft hij nog twee jaar. Schröder zegt dat hij doorgaat en de mensen die nu over zijn ondergang speculeren 'zullen nog verrast zijn'. Ook aan zijn fel bekritiseerde hervormingskoers verandert hij niets: 'Ik kan niet anders', zegt hij steevast. Daar zijn we alweer bij Luther aangekomen.
Alleen een revolte binnen de eigen partij zou Schröder de kop kunnen kosten. De SPD, die hem uitsluitend respecteerde omdat hij verkiezingen won, zou hem kunnen afdanken nu hij daartoe niet meer in staat is. Wirtschaftswoehe berichtte dat in de partijtop al wordt gepraat over een opvolger. De naam van Henning Scherf zou zijn gevallen, de geliefde leider van de stadstaat Bremen. Dit lijkt vooralsnog ver gezocht. Een echte opvolger, zoals Helrnut Schmidt dat in de jaren zeventig was voor Willy Brandt, staat niet klaar. En het belangrijkste: de SPD heeft geen beter antwoord op de politieke en economische crisis waarin Duitsland verkeert. De nog overgebleven partijsoldaten dromen uitsluitend van maatregelen tegen de rijken en het bedrijfsleven om de geloofwaardigheid bij de arbeiders te herstellen. Maar de 4,5 miljoen werklozen help je daarmee niet aan een baan. Duitsland moet dus verder leven met zijn Kanzlerdämmerung. Nu is een opera van Wagner al een hele zit, maar nog twee jaar agonie in Europa's grootste economie, dat duurt echt lang.
Er zijn twee scenario's die het lijden zouden kunnen verkorten. Laten we ze het Schröder-seenario en het Merkel-seenario noemen. Het Schräder-seenario berust geheel op de hoop dat de economie na drie jaar stagnatie eindelijk aantrekt. De werkloosheid neemt af, de maatregelen van Schröders Agenda 201 0 tonen enige werking. Het diepe pessimisme waaraan de Duitsers ten prooi zijn, maakt plaats voor vertrouwen en vooral consumptiedrift. Duitsland wint in 2006 het WK voetbal in eigen land, Schröder heeft weer een kans. Het Merkel-seenario, genoemd naar de nu vrijwel onbetwiste kanselierskandidate van de CDUICSU, voorziet verdere verkiezingsnederlagen voor de SPD. Het keerpunt komt in mei 2005, als de CDU de verkiezingen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen wint, een tweederde meerderheid krijgt in de deelstatenkarner van het parlement en daarmee de regering volledig kan verlammen. Schröder geeft op. De Duitse politiek mag een stuk minder aantrekkelijk zijn dan Wagner, dit heeft zij op de 'Ring des Nibelungen'voor: terwijl de ondergang van de goden oud nieuws is voor de opera-bezoeker die tijdens een langdradige passage stiekem in het programmaboekje heeft gebladerd, blijft de afloop van Schröders gevecht tot het laatste moment ongewis". Philippe Remarque VK 22-06-04
Wie is online
We hebben 128 gasten online
De Dood als Machtsmiddel

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.