Laatste persberichten stijgende kosten van levensonderhoud tot 5 augustus 2005 drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl | |||||
| |||||
| Benzineprijs stijgt sinds begin 2005 met 17,5 procent Donderdag 7 april 2005 - DEN HAAG – Marktleider Shell heeft gisteren de prijzen van autobrandstof verder verhoogd, waardoor opnieuw records zijn gesneuveld. De prijsontwikkeling zorgt vooralsnog niet voor onrust in de markt, zoals enkele jaren geleden het geval was met blokkades door vrachtwagens. De adviesprijs voor euro ongelood bedraagt inmiddels 1,359 euro per liter. Een liter super plus kost 1,413 euro. Beide zijn daarmee 1,4 eurocent duurder geworden ten opzichte van dinsdag. Ten opzichte van begin dit jaar steeg de prijs liefst 17,5 eurocent. Ondanks de hoge prijzen blijven mensen gewoon doorrijden. „We merken niets van afnemende volumes aan de pomp“, aldus een woordvoerder van Shell. „We hebben ook geen idee waar de grens ligt waarbij mensen de auto laten staan. Hopelijk bereiken we die grens voorlopig niet.“
| |||||
Inflatie in maart 1,8 procentVOORBURG (ANP) - De inflatie is in maart uitgekomen op 1,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vooral de prijs van verse groenten stuwde het inflatiecijfer op.
De groenten waren afgelopen maand een kwart duurder dan in maart 2004. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag heeft gepubliceerd. Het inflatiecijfer over maart ligt hoger dan dat over de voorgaande maand. In februari stegen de prijzen van consumentenproducten met 1,6 procent. Vergeleken met februari zijn de prijzen de afgelopen maand met 0,9 procent gestegen. De grootste prijsstijging deed zich voor bij kleding en schoenen. Dat is normaal omdat in maart de nieuwe zomercollecties in de winkels komen, aldus het CBS. Ook hogere brandstofprijzen droegen bij aan de prijsstijging ten opzichte van februari.
| |||||
Gemeenten schroeven lasten op7 april 2005 Volkskrant Nico GoebertAmsterdam Burgers en bedrijven zijn dit jaar gemiddeld 448 euro kwijt aan gemeentelijke heffingen zoals OZB, rioolrechten en hondenbelasting.Dat is ruim meer dan 9% dan in 2004 volgens cijfers van het CBSDe forse stijging komt door hogere heffingen en de afschaffing van de Zalmsnip. Eerder werd al bekend dat de koopkracht daalt door de flinke stijging van de energieprijzen en de premies voor ziektekosten en pensioen. De Zalmsnip - ruim 45 euro per huishouden - was tot 1 januari een tegemoetkoming van het rijk voor de stijgende gemeentelijke lasten. In 2004 kwamen de lokale lasten uit op 428 euro per inwoner, waarvan 18 euro nog werd gedekt door de Zalmsnip. Nu betaalt elke inwoner 448 euro aan lokale heffingen. Zonder de Zalmsnip is dat 38 euro meer dan vorig jaar. Rioolrechten stijgen fors De rioolrechten zijn naar grootte de derde gemeentelijke heffing. Deze doelheffing stijgt wel fors, met 8,1 procent. Dit hangt zowel samen met hogere kosten van riolering als met het streven van gemeenten om een groter deel van deze kosten via de rioolrechten in rekening te brengen. Daarnaast is in enkele gemeenten rioolrecht (op)nieuw ingevoerd. In die gemeenten werd riolering voorheen bekostigd uit de OZB. De opbrengst van de gemeentelijke heffingen zal dit jaar toenemen met 4,9 procent tot 7,3 miljard euro. Bijna de helft daarvan bestaat uit de OZB, de onroerendezaakbelasting voor gebruikers en eigenaren van woningen engebouwen. De OZB levert gemeenten dit jaar 3,5 miljardeuro op, 4 procent meer dan vorig jaar. Daaruit blijkt dat de gemeenten de herwaardering van het onroerend goed niet helemaal hebben gecompenseerd met lagere tarieven. Door de stijging van de huizenprijzen nam de zogenoemde WOZ-waarde gemiddeld toe met 40 tot 50 procent. Gemeenten beloofden daarop het OZB-tarief zover te verlagen, dat de lokale overheid niets zou verdienen aan die stijging. Die toezegging is niet gestand gedaan. De gemiddelde woningbezitter betaalt 3 procent meer aan OZB. De opbrengst is weliswaar met 4 procent toegenomen, maar een deel daarvan is te verklaren door een toename van het aantal woningen. Bovendien zijn die woningen over het algemeen meer waard', zegt Michiel Vergeer van het CBS. 'De woningbezitter die in de afgelopen jaren niet is verhuisd, betaalt 3 procent meer.' De lokale lasten per gemeente lopen sterk uiteen. De bewoners van de Waddeneilanden zijn het duurst uit: 2046 euro per inwoner op Schiermonnikoog. Na de wadden zijn Blaricum (729 euro) en Bloemendaal (715 euro) de duurste gemeenten. Van de grote steden staat Rotterdam op de elfde plaats met 649 euro, op de voet gevolgd door Amsterdam met 619 euro. De Hagenaar is met 510 euro goedkoper uit, maar betaalt nog steeds meer dan het landelijke gemidelde. De bewoners van de gemeente Lingewaal in de Betuwe, de goedkoopste gemeente, betalen slechts 219 euro.
|
Lokale lasten 80% hoger in tien jaarFinancieel Dagblad 18 december 2004
Rijksoverheid houdt volgens Wijn vooralsnog vast aan de methode die in de jaarlijkse Monitor inkomsten Lokale Heffingen wordt gehanteerd. Daarin is de ontwikkeling van de lokale belastingopbrengsten maatgevend. Sommige organisaties gaat uit van bijvoorbeeld de gemiddelde tariefsontwikkeling. Wijn vindt zijn aanpak echter beter omdat die het meest aansluit. bij wat burgers en bedrijven ervaren, namelijk wat zij van jaar op jaar meer moeten betalen. Bovendien gaat de Rijksoverheid bij het bepalen van de lasten op landelijk niveau ook uit van opbrengsten en niet: van tarieven. In het brede overleg is besloten een werkgroep in te stellen die voorstellen moet uitwerken om tot een transparante presentatie van de lastenstijgingen te komen. Die worden meegenomell in de lastenmonitor van komend jaar. Een standaardaanpak is niet haalbaar, zo kan uit de uitlatingen van Wijn worden opgemaakt. Hij hoopt wel de samenhang te kunnen laten zien tussen de. verschillende cijfers die in omloop zijn, het verband tussen lokale lasten en de kosten en voorzieningenniveaus, en de invloed van het rijksbeleid. Tevens heeft Wijn met de betrokken organisaties afgesproken om de resultaten van de verkenning in het voorjaar verder te bespreken. |
Publicatiedatum: 21/10/2004 |
Middeninkomens zwaarder belast |
| dinsdag 19 oktober 2004 uur. |
| Koopkracht daalt meer dan gedacht |
Van onze verslaggever Merijn RengersAMSTERDAM - De afname van de koopkracht is volgend jaar maximaal twee keer groter dan verwacht. De energieprijzen en de premies voor ziektekosten en pensioen stijgen sneller dan in de berekeningen van het kabinet en het Centraal Planbureau (CPB) is voorzienTot nu toe rekende het CPB op een daling van de koopkracht in 2005 van gemiddeld 1 procent. Dit getal, op Prinsjesdag gepubliceerd in de Macro Economische Verkenningen (MEV), is inmiddels achterhaald.Zo ligt de huidige olieprijs 15 dollar boven het bedrag waarmee het CPB rekende. Energiebedrijven Nuon en Essent verwachten volgend jaar minstens 150 euro meer in rekening te brengen voor gas en elektra.Ook de pensioenpremies stijgen sneller dan gedacht. Het CPB gaat uit van gelijkblijvende premies. Het pensioenfonds in de metaalsector maakte vorige week echter bekend dat de premies in 2005 met 13 procent stijgen.Bij ziektekosten is het beeld eveneens somber. De brancheorganisatie van zorgverzekeraars meldde afgelopen vrijdag dat de kosten van particuliere ziektekosten volgend jaar met 8 tot 13 procent stijgen. Het CPB ging in zijn berekeningen uit van een toename met 5 procent.Volgens Marcel Lever, hoofd van de afdeling inkomens en prijzen van het CPB, kunnen de nieuwe cijfers tot tegenvallers leiden. 'Als alles ongunstiger uitpakt dan eerder was berekend , zal de koopkracht verslechteren .'Volgens Lever betekent een olieprijs van 45 dollar een extra koopkrachtverlies van 0,5 procent. Bij stijgende ziektekosten daalt de koopkracht met tienden van procenten, en de premiestijging in de metaal levert in deze sector een koopkrachtverlies tot een half procent op.Het totale extra koopkrachtverlies kan zo oplopen tot meer dan 1 procent. Het kabinet is fel gekant tegen loonsverhogingen die de gestegen kosten kunnen compenseren.Volgens de Consumentenbond wordt vrijwel alles volgend jaar duurder. De bond gaat daarom de prijsstijgingen voor 2005 inventariseren. 'De kabeltarieven, lokale heffingen, de treinkaartjes, de huren, kinderopvang, bankpasjes: alle prijzen stijgen fors, terwijl de kwaliteit van het geleverde nauwelijks verbetert', zegt een woordvoerster. 'Bovendien zijn het allemaal uitgaven waar mensen moeilijk onderuit kunnen.' |









