Van 2000 tot en met 2005 gemiddeld per jaar 13,79%
Wijzigingen in het zorgstelsel per 2006
In 2006 is in Nederland een nieuw zorgstelsel ingevoerd. Het nieuwe stelsel bestaat nog steeds uit twee onderdelen. Er is een voor alle Nederlanders verplichte basisverzekering en er is de mogelijkheid om buiten deze basisverzekering vallende zorg aanvullend bij te verzekeren. De basisverzekering wordt om een aantal redenen beschouwd als sociale verzekering, de aanvullende verzekering als particuliere verzekering. De CPI volgt hierin de keuzes die ten behoeve van de Nationale rekeningen zijn gemaakt
De belangrijkste overwegingen zijn de volgende.
Bij de basisverzekering is sprake van een gedifferentieerde premiebetaling. De premie voor de basisverzekering wordt op drie manieren opgebracht. Het eerste deel is een nominale premie, een door de verzekeringsmaatschappij te bepalen vast bedrag per verzekerde.
Het tweede deel is inkomensafhankelijk en wordt in veel gevallen betaald door de werkgever of uitkeringsinstantie. Ten derde is er sprake van een substantiële overheidsbijdrage ten behoeve van jongeren tot 18 jaar.
Voor de basisverzekering geldt een verzekeringsplicht voor de consument en een acceptatieplicht voor de verzekeringsmaatschappij. De consument is daarentegen vrij om te kiezen of hij de zorg die buiten de dekking van de basisverzekering valt, aanvullend wil verzekeren of voor eigen rekening nemen. De verdeling van welk deel van het zorgpakket onder de basisverzekering valt en welk deel daarbuiten is voor elke consument gelijk.
Uit het onderscheid tussen sociale en particuliere verzekering volgt dat de premies voor de basisverzekering niet tot het bereik van de CPI worden gerekend, maar wel een negatieve post vormen bij de bepaling van het besteedbaar inkomen. De premies voor de aanvullende verzekering en de niet verzekerde zorg vallen wel binnen het bereik van de CPI.
Centraal Bureau voor de Statistiek
Opmerkingen:
Voor ambtenaren vervielen alle speciale regelingen. In de praktijk leidde dit tot een aanzienlijke achteruitgang van het inkomen varïerend per persoonlijke omstandigheden. Werknemers in het onderwijs gingen er bijna € 2000 op acheruit.
Militairen vallen niet onder de basisverzekering omdat defensie hun kosten betaald.

Bij de grafiek: Het overzicht bevat zowel de betaalde premies + de eigen uitgaven voor ziektenkosten
Bij de invoering van de basisverzekering in 2006 was er nog sprake van een no-claim korting van € 255 per verzekerde van 18 jaar en ouder en geen eigen risico. Deze regeling hield in dat men geld terug kon krijgen van de zorgverzekeraar als er geen of weinig gebruik was gemaakt van zorg. Deze no-claim korting was er ook nog in 2007.
Maar in 2008 kwam de no-claim korting van € 255 te vervallen. En werd er een eigen risico van € 150 ingevoerd voor iedere verzekerde die 18 jaar of ouder is. Een aanzienlijke verzwaring van de kosten. Voor een chronisch zieke patiënt betekende dat een acheruitgang van € 405 per jaar.
En natuurlijk stijgt het eigen risico per jaar. In 2009 was het eigen risico € 155; in 2010 is het eigen risico vastgesteld op € 165 per verzekerde van 18 jaar en ouder.
Daarbij komt nog dat de inhoud van het basispakket aan verandering onderhevig is.
Tussen 2000 en 2009 zijn de kosten toegenomen met niet minder dan 106%. Dat is gemiddeld met 11,81 % per jaar.








