Samenvatting Thema Feniks Hoofdstuk 5 Nederland immigratieland
De Nederlandse multiculturele samenleving sinds 1990

Deelvraag 5: Hoe verhouden de bevolkingsgroepen van verschillende herkomst zich tot elkaar in Nederland sinds 1990?
In de jaren tachtig werd duidelijk dat veel immigranten niet er zouden terugkeren naar hun geboorteland. Hun oorspronkelijke culturen gingen deel uit maken van de cultuur in hun nieuwe land. Terwijl nieuwkomers zich steeds vaster probeerden te veranderen in Nederland, groeide bij sommigen het ongenoegen over de aanwezigheid en de niet afnemende toestroom van immigranten. In de loop van de jaren negentig concentreerde dit ongenoegen zich steeds meer op één thema: de islam.
Behalve de islamitisch immigranten komen in deze paragraaf ook Antillianen, illegale immigranten en asielzoekers aan bod.
Het belang van dit onderwerp
De afgelopen jaren is de integratie van de moslims' een belangrijk gespreksonderwerp geworden in Nederland. Soms is het in zulke gesprekken moeilijk feiten van meningen te onderscheiden of blijkt het moeilijk om emoties niet de overhand te laten krijgen.
Waarom roept dat debat heftige reacties op?
Om daar achter te komen, is het belangrijk te bekijken waar de discussie eigenlijk over gaat.
Gaat het gesprek over immigranten, of gaat het echt alleen over de Islam?
Wie heeft welke mening?
Hoe komt het dat moslims en de Islam zo hard worden bekritiseerd.?
Hoe reageren de moslims in dit debat?
Zijn moslims de enige groep die problemen veroorzaken?
Als alle burgers van Nederland in vrede met elkaar willen samenleven, dan zullen zij elkaars meningen moeten kennen en elkaars ideeën moeten respecteren.
5.1 Xenofobie in Nederland

De recente geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog waarin zeventig procent van de Nederlandse joden was vermoord, had laten zien waartoe discriminatie kon leiden. Sindsdien kón een beschaafd mens niet tegen buitenlanders zijn.
In de politiek klonken bijna geen xenofobe geluiden. De eerste partij die op landelijk niveau openlijk een anti -buitenlands standpunt uitdroeg en daarom als extreemrechts werd beschouwd, was de Centrumpartij. Oud-leraar maatschappijleer Hans Janmaat kwam met deze partij in 1982 zelfs in de Tweede Kamer. Hij werd daar door andere politieke partijen genegeerd en verketterd. De extreemrechtse stroming bleef in Nederland vrij klein. Maar er sluimerde wel ontevredenheid over de vele immigranten in Nederland én over de manier waarop de politiek daarmee omging. Pas toen de politici de Islam aanwezen als een politiek thema, kwamen er meer Nederlanders die zich openlijk negatief uitlieten over immigranten.
5.2 De islam en Nederland
Nederland was in Nederlands-Indië voor het eerst op grote schaal in contact gekomen met de Islam. Nederlandse zendelingen probeerden daar het christendom te verspreiden, maar hadden weinig succes: de inheemse bevolking bleef grotendeels moslim. Toen in de loop van de jaren zestig gastarbeiders uit islamitische landen als Turkije en Marokko naar Nederland kwamen, introduceerden zij de Islam in ons land. Ook uit Suriname kwamen moslims.
Wat er in de geïmproviseerde moskeeën gebeurde, wisten de Nederlanders niet. Zij zagen dat als iets exotisch wat geen kwaad kon. Het viel niet op dat er ook Nederlandse islamitische stromingen waren die zich afkeerden van de westerse cultuur. De extreme stromingen bepaalden vanaf eind jaren tachtig het beeld van de islam in Nederland. Het gevolg was dat moslims in de ogen van niet-moslims een gevaar gingen vormen voor de westerse cultuur en de westerse waarden en normen.
Belangrijk voor die beeldvorming was het moment waarop de Iraanse moslimleider Khomeini in 1989 in een fatwa, een aanwijzing van een islamitische geestelijke, alle moslims ter wereld opriep de beroemde schrijver Salman Rushdie te vermoorden. Rushdie had, volgens Khomeini, in zijn boek 'The Satanac Verses', de islam beledigd.
5.3 Onvrede
De oproep van Khomeini schokte de westerse wereld. Ook Nederland werd zich er plotseling van bewust dat een deel van zijn bevolking moslim was. Tot dat moment hadden vooral linkse partijen oog gehad voor wat immigranten bezighield. Vanaf het begin van de jaren negentig ging ook politiek rechts Nederland zich met de islam bezighouden. In 1991 zei Frits Bolkestein, de leider van de liberale partij VVD, hardop wat veel Nederlanders eigenlijk dachten over de islam.
De uitspraken van Bolkestein op dit gebeid werden door andere partijen niet of nauwelijks gesteund. Zij vonden dat de VVD politicus zich populistisch gedroeg. Bolkestein raakte een gevoelige snaar. Steeds meer Nederlanders waren inderdaad ontevreden over de aanwezigheid van al die nieuw landgenoten. Zij voelden zich minder thuis in hun eigen omgeving.
5.4 Verwijdering en geweld.

Vanaf het eind van de jaren negentig werd de integratie van de immigranten in Nederland een belangrijk thema. Maar het gesprek over integratie ging steeds vaker over de islam, alsof alle immigranten moslims waren en alsof hun geloof de bron van alle integratieproblemen was. Pim Fortuyn vond dat de westerse cultuur niet te combineren was met de islam.
Op 11 september 2001 pleegden moslimterroristen aanslagen in de VS: Het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington. Wereldwijd werden moslims daarop aangekeken. De vroegere gastarbeiders, hun kinderen en kleinkinderen die al jaren in Nederland woonden of in Nederland geboren waren, voelden zich plotseling minder welkom nu zijn opeens massaal werden aangesproken op de gebeurtenissen van 11 september 2001.
In die sfeer werd op 6 mei 2002 Pim Fortuyn vermoord. Nederland was zeer geschokt, maar er was ook opluchting. De moord was gepleegd door een autochtone dierenactivist, een blanke Nederlander die het had opgenomen voor de moslims. Op 2 november 2004, vermoordde echter wel een moslim filmmaker Theo van Goch. Deze had in diverse columns de islam hard aangepakt en samen met Ayaan Hirsi Ali een film gemaakt die veel moslims als godlasterlijk en kwetsend bestempelden. De relatie tussen moslims en niet-moslims bleek ernstig verstoord. Aan beide zijden groeiden wantrouwen en ontevredenheid. En aan beide zijden vond radicalisering plaats.
5.5 Onzichtbare immigranten
De indruk zou kunnen ontstaan dat van alle immigranten alleen de moslims de Nederlandse samenleving rond de eeuwwisseling hebben beziggehouden. Dat is niet waar. Ook andere immigranten waren onderwerp van het politieke debat.
Vooral de illegalen stonden in het middelpunt. Er zijn twee groepen illegalen immigranten. De eerste groep immigranten bestaat uit mensen die op onwettige wijze Nederland zijn binnengekomen. Deze kwamen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning of asiel. De tweede groep bestaat uit mensen die wel een verblijfsvergunning of asiel hadden aangevraagd. Zij waren ondergedoken omdat ze uitgeprocedeerde asielzoekers waren.

Illegale immigranten werden tot 1991 in principe met rust gelaten. In dat jaar werd het overheidsbeleid aangescherpt. Alleen illegale immigranten die langer dan vijf jaar in Nederland woonden, belasting betaalden, een sofinummer hadden(de zogenaamde witte illegalen) en geen overlast veroorzaakten, werden niet uitgezet. In 2005 waren dat tussen de 100.000 en 150.000 mensen. Sinds 2004 is een andere grote groep immigranten gelegaliseerd. Toen de Oost-Europese staten lid werden van de Europese Unie werd het verblijf van Polen, Roemenen en ander Oost-Europeanen geoorloofd. Hun aandeel is sindsdien sterk gegroeid. Mensen die wel als immigranten worden gezien, maar het formeel niet zijn, zijn de Antillianen en Arubanen. Zij hebben een Nederlands paspoort en kunnen ook zonder visum en zonder verblijfsvergunning in Nederland wonen
5.6 Overheidsbeleid.
De discussie heeft geleid tot een steeds strengere immigratie- en integratiebeleid. In 1994 is een nieuwe vreemdelingenwet ingevoerd met als uitgangspunt dat Nederland moest blijven openstaan voor vluchtelingen die echt opvang nodig hadden. Economische redenen golden niet. De asielprocedure moest nu eenvoudiger zijn maar de praktijk was weerbarstiger. Asielzoekers verkeerden jarenlang in onzekerheid voordat duidelijk werd of zij in Nederland mochten blijven of niet.
Omdat de gebrekkige integratie van immigranten velen een doorn in het oog was, werd in 1998 een nieuwe eis gesteld aan de immigranten. Het was niet langer genoeg om een verblijfsvergunning te hebben, immigranten van buiten de Europese Unie moesten ook inburgeren. Dus de Nederlandse taal leren en de grondbeginselen van de Nederlandse samenleving. In 2001 voerde Staatssecretaris van justitie Cohen een nieuwe, strenge vreemdelingenwet in. De uitgangspunten bleven gelijk, maar de regels werden aangescherpt. Er waren nu nog maar twee mogelijkheden: wel of niet een verblijfsvergunning. Tegen die beslissing konden zij niet meer in beroep gaan. In de periode 2003 tot 2007 voerde minister Verdonk de Vreemdelingenwet van 2001 uit. Zij stelde een kleine pardonregeling in voor mensen die al sinds 1998 wachtten op een verblijfsvergunning.
Ook immigranten, die in het kader van een gezinshereniging naar Nederland wilden komen, moesten vanaf 2006 zelfs slagen voor een inburgeringexamen in hun land van herkomst, voordat zij naar Nederland mochten komen.
In 2007, onder een nieuwe regering, werd er een generaal pardon ingevoerd. Dat betekende dat iedereen die vóór de invoering van de Vreemdelingenwet van 2001 asiel had aangevraagd in Nederland, alsnog een verblijfsvergunning kreeg. Het officiële beleid is er op gericht zo veel mogelijk beperken van de instroom van immigranten d.m.v. een streng asielbeleid en door aan gezinshereniging hoge (financiële) eisen te stellen. Van de immigranten wordt ook geëist dat ze zo goed mogelijk integreren. Zij mogen hun eigen cultuur behouden, als die maar geen conflicten oplevert met Nederlandse normen en waarden. Hoogopgeleide Amerikanen en burgers uit de landen van de Europese Unie mogen wel zonder beperking naar Nederland komen.
Wie is online
We hebben 35 gasten online
De Dood als Machtsmiddel

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.