1991: val Sovjet-Unie 2008: val VSJohn Gray in NRC 1 oktober 2008drs.J.W. Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |
Welke versie van het reddingsplan de VS zullen aanvaarden, is niet eens zo relevant. Relevanter zijn de gevolgen van de crisis voor de positie van de VS in de wereld, schrijft John Gray. Al eist op dit moment de instorting van de markten al onze aandacht op, de opschudding die wij nu doormaken is méér dan alleen maar een financiële crisis, hoe groot ook. Er doet zich een historische geopolitieke verschuiving voor, met onherroepelijke gevolgen voor het machtsevenwicht in de wereld. Het tijdperk – dat teruggaat tot de Tweede Wereldoorlog – waarin Amerika de wereldleider was, is voorbij. Je kunt het zien aan het feit dat de Verenigde Staten in hun eigen achtertuin, waar de Venezolaanse president Hugo Chávez de supermogendheid ongestraft tart en in de maling neemt, niets meer te vertellen hebben. Nog frappanter is de achteruitgang van de status van Amerika op wereldniveau. Met de nationalisatie van essentiële onderdelen van het financiële bestel heeft het Amerikaanse vrijemarktcredo zichzelf opgeblazen, terwijl de landen die een brede zeggenschap over de markten hadden behouden, gelijk hebben gekregen. Bij deze verandering, die in haar gevolgen net zo verreikend is als de val van de Sovjet-Unie, is een compleet economisch en bestuursmodel ineengestort. Sinds het einde van de Koude Oorlog hebben Amerikaanse regeringen op het stuk van solide financiën onophoudelijk andere landen de les gelezen. Indonesië, Thailand, Argentinië en ettelijke Afrikaanse landen hebben – als prijs voor de hulp van het Internationaal Monetair Fonds, dat erop toezag dat de Amerikaaanse orthodoxie werd nageleefd – ingrijpende besnoeiingen in hun uitgaven en diepe recessies moeten verduren. Vooral China kreeg de wind van voren over zijn wankele bankensector. Maar China heeft zijn welslagen juist te danken aan het feit dat het westerse adviezen stelselmatig naast zich neer heeft gelegd, en het zijn niet de Chinese banken die op dit moment failliet gaan. Hoe symbolisch dat Chinese astronauten een ruimtewandeling maken terwijl de Amerikaanse minister van Financiën door de knieën gaat! Terwijl Amerika er steeds op hamerde dat andere landen zijn manier van zakendoen moesten overnemen, heeft het wel altijd één economisch beleid gehad voor zichzelf en een ander voor de rest van de wereld. Al die jaren dat de VS maatregelen namen tegen landen die geen verstandig begrotingsbeleid voerden, hebben zij zelf op gigantische schaal geleend om hun belastingverlagingen en overspannen militaire verplichtingen te financieren. Nu de federale financiën volkomen afhankelijk zijn van een aanhoudend hoge instroom van buitenlands kapitaal, zullen de landen die het kapitalisme naar Amerikaans model hebben afgewezen, de economische toekomst van de VS gestalte geven. Welke versie van de reddingsoperatie van de Amerikaanse financiële instellingen die minister van Financiën Paulson en Fed-voorzitter Bernanke in elkaar flansen uiteindelijk wordt aanvaard, is minder belangrijk dan wat de reddingsoperatie betekent voor Amerika’s positie in de wereld. De populistische retoriek over inhalige banken die nu zo luid klinkt in het Congres, leidt maar af van de werkelijke oorzaken van de crisis. De jammerlijke staat van de Amerikaanse financiële markten is het gevolg van de sfeer van vrij worstelen die deze Amerikaanse wetgevers zelf hebben gecreëerd. De verantwoordelijkheid voor de puinhoop ligt bij de Amerikaanse politieke klasse, die zich heeft overgegeven aan de gevaarlijk simplistische ideologie van de deregulering. Onder de huidige omstandigheden is er maar één manier om een ramp op de markt af te wenden: een ongekende uitbreiding van de macht van de overheid. Dit zal echter als gevolg hebben dat Amerika nóg sterker afhankelijk wordt van de opkomende mogendheden van de wereld. De federale overheid sleept nog grotere leningen binnen, waarvan haar crediteuren met recht mogen vrezen dat ze nooit zullen worden terugbetaald. Ze zou heel goed in de verleiding kunnen komen om die schulden te doen vervliegen in een inflatiegolf waardoor de buitenlandse investeerders met zware verliezen zouden blijven zitten. Zullen in dat geval de regeringen van landen als China, de Golfstaten en Rusland, die op grote schaal Amerikaanse obligaties kopen, bereid zijn de dollar als reservemunteenheid van de wereld te blijven steunen? Of zullen die landen de kans waarnemen om het economisch machtsevenwicht nog meer in hun voordeel te verschuiven? Hoe dit ook uitvalt, het zijn niet meer de Amerikanen die de dienst uitmaken. Het lot van grote rijken wordt heel vaak bezegeld door de interactie van oorlogen en schulden. Dat gold voor het Britse imperium, dat vanaf de Eerste Wereldoorlog financieel is afgetakeld, en voor de Sovjet-Unie. De nederlaag in Afghanistan en de economische last van de pogingen om een antwoord te vinden op Reagans technisch onvolmaakte maar politiek buitengewoon effectieve Star Wars-programma, hebben aanzienlijk bijgedragen tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Met Amerika, al hamert het nog zo op zijn uitzonderingspositie, is het niet anders gesteld. De oorlog in Irak en de kredietzeepbel hebben Amerika’s leidende economische positie de genadeslag gegeven. De VS zullen nog wel even de grootste economie van de wereld blijven, maar wanneer de crisis eenmaal achter de rug is zullen de opkomende mogendheden alles wat er van de gesloopte Amerikaanse financiële boedel nog intact is, opkopen. Er is de afgelopen weken veel te doen geweest over een economisch armageddon dat ophanden zou zijn. Maar we staan heus niet voor het einde van het kapitalisme. De koortsachtige activiteiten in Washington markeren het heengaan van slechts één bepaalde vorm van het kapitalisme – de eigenaardige, hoogst instabiele soort die de afgelopen twintig jaar in Amerika heeft bestaan. Dat experiment in financieel laisser faire is geïmplodeerd. Deze ineenstorting zal overal haar repercussies hebben, maar de markteconomieën die de Amerikaanse wijze van deregulering niet hebben overgenomen, zullen de storm het best doorstaan. Vooral Groot-Brittannië, dat zich heeft getransformeerd tot één gigantisch hedgefonds, maar van een type dat niet in staat is te profiteren van een baisse, zal waarschijnlijk bijzonder zwaar worden getroffen. Het schrijnende van de periode na de Koude Oorlog is dat de val van het communisme werd gevolgd door de opkomst van weer een nieuwe utopische ideologie. In Amerika en Groot-Brittannië, en in mindere mate in andere westerse landen, is een soort marktfundamentalisme de leidende wereldbeschouwing geworden. De komende ineenstorting van de Amerikaanse macht is daarvan het logische gevolg. Net als na de ineenstorting van de Sovjet-Unie zijn de gevolgen ook nu groot. Een verzwakte economie zal Amerika’s overspannen militaire verplichtingen niet lang meer kunnen dragen. De onvermijdelijke inkrimping zal waarschijnlijk geleidelijk noch goed gepland verlopen. ‘Meltdowns’ van het formaat waarvan wij nu getuige zijn, voltrekken zich niet in slowmotion. Ze verlopen snel en chaotisch, met in hoog tempo om zich heen grijpende neveneffecten. Neem Irak. Het succes van de ‘surge’, dat is behaald door de soennieten om te kopen en gelijktijdig de aanhoudende etnische zuiveringen door de vingers te zien, heeft in delen van het land tot een betrekkelijk vredige toestand geleid. Hoe lang zal die standhouden, als we bedenken dat Amerika zijn niveau van oorlogsuitgaven niet zal kunnen handhaven? Een Amerikaanse terugtrekking uit Irak zal Iran tot de overwinnaar maken in de regio. Hoe zal Saoedi-Arabië daarop reageren? De Chinese leiders hebben zich tot nu toe stil gehouden tijdens de zich ontvouwende crisis. Zal de zwakte van Amerika China de moed geven om zijn macht te doen gelden, of zal het land doorgaan met zijn voorzichtige beleid van ‘vreedzame groei’? Op dit moment kan geen enkele van deze vragen geruststellend worden beantwoord. Wel is duidelijk dat de macht met een snel stijgend tempo uit de handen van de VS wegglipt. Het conflict in Georgië liet zien hoe Rusland nieuwe lijnen trok op de geopolitieke kaart, terwijl Amerika machteloos toekeek. Buiten de VS hebben de meeste mensen allang geaccepteerd dat de opkomst van nieuwe economieën door de globalisering de centrale positie van Amerika in de wereld zal ondermijnen. Men ging uit van een geleidelijke verandering van de relatieve machtspositie van de VS, die zich gedurende meerdere decennia of generaties zou voltrekken. Vandaag lijkt deze veronderstelling steeds onrealistischer. De Amerikaanse politieke leiders, die de voorwaarden creëerden voor de grootste economische zeepbel in de geschiedenis, lijken niet in staat om de enorme omvang van de problemen in te zien waar het land nu voor staat. Ze zitten vast in het moeras van hun eigen rancuneuze cultuuroorlogen en onderling gekrakeel, en lijken zich niet bewust van het feit dat de Amerikaanse leiderspositie in de wereld nu snel achteruitgaat. Bijna zonder dat het wordt waargenomen, ontstaat er een wereld waarin Amerika slechts één van meerdere grote machten is, en waarin het een onzekere toekomst tegemoetziet die het niet meer zelf kan vormgeven.
|
John Gray (1948) is een prominente Britse politieke filosoof en was tot voor kort hoogleraar aan de topuniversiteit LSE, London School of Economics. Gray staat bekend om zijn radicaal-kritische opvattingen over maatschappelijke en politieke vooruitgang sinds de Verlichting. Hij meent dat utopieën slechts leiden tot totalitarisme en bloedvergieten. In zijn laatste boek, ‘Black Mass. Apocalyptic Religion and the Death of Utopia’ (2007) bestrijdt hij de idee dat de liberale democratie overal ter wereld kan worden ingevoerd. John Gray sprak in april in het tv-programma Tegenlicht met Rob Wijnberg (medewerker nrc.next en NRC Handelsblad) over vooruitgang. Enkele citaten uit dat gesprek. „We wapenen ons niet tegen achteruitgang, omdat we het niet voor mogelijk houden.” „Het is een basismythe dat de mens van nature goed is.” „De positieve kant van wat ik propageer is een grotere mate van realisme.” „We moeten een tegenwicht bieden tegen de utopische trends in het westerse denken.” „Het utopisme is niet uit te bannen uit de westerse cultuur. Daarvoor is het te diepgeworteld. [Vooruitgang is] een oppervlakkige en vooral schadelijke mythe.”
|
| 02-10-08 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl |








