Ontwikkeling

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Geschiedenis Samenvatting Feniks Thema Ned. Immigratieland VWO Samenvatting Thema Feniks Hoofdstuk 3 Nederland immigratieland

Samenvatting Thema Feniks Hoofdstuk 3 Nederland immigratieland

E-mail Print PDF
Immigranten in Nederland na de Tweede Wereldoorlog

nederland immigratieland

drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl
Hoofdstuk 3
Deelvraag 3: Welke rol speelden immigranten in de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog?
Steden als Rotterdam, Nijmegen en Vlissingen hadden erg te lijden gehad onder bombardementen en beschietingen. De infrastructuur was ontregeld en de woningnood hoog. 250.000 inwoners hadden de oorlog niet overleefd. Iets meer dan 100.000 van hen waren joods.
De kolonie Nederlands-Indië, de trots van het koninkrijk, werd onafhankelijk. In deze omstandigheden moest Nederland opnieuw worden opgebouwd.
Het belang van dit onderwerp
soekarno
De nieuwe machthebbers in de voormalige kolonie wilden niet herinnert worden aan de koloniale tijd. Werd men geassocieerd met het oude bewind, zoals Indonesische Nederlanders en Molukkers,  dan moest men het ontgelden. Zij kwamen daarom naar Nederland, als een soort koloniale erfenis.
Een andere karakteristiek van het naoorlogse Nederland is de komst van gastarbeiders. Mede door hun komst werd Nederland een van de rijkste landen van de wereld. Voor het eerst maakte Nederland kennis met vreemdelingen die ver van de Nederlandse cultuur afstonden: mensen met een bruine huiskleur en moslims. Het begin van de multiculturele samenleving.
  • Wat voor mensen waren deze immigranten?
  • Zijn ze geïntegreerd?
  • Hoe reageerde de Nederlandse bevolking op deze nieuwkomers?
  • In welke zin zag Nederland buitenlanders als een probleem?
  • Hoe gingen de verschillende bevolkingsgroepen daarmee om?
3.1 Uittocht uit Indonesië
Toen Japan in augustus 1945 capituleerde, was het voor Nederland een uitgemaakte zaak dat Nederlands-Indië weer onder het gezag van Den Haag zou vallen. De Indonesische nationalisten dachten daar echter anders over. Ze riepen na de capitulatie van Japan meteen de onafhankelijke staat Indonesië uit. Nederland voerde in de jaren daarna verschillende politionele acties uit. Men probeerde met militaire middelen de kolonie weer onder controle te krijgen., maar eind 1949 moest Nederland afstand doen van Nederlands-Indië en de onafhankelijke republiek Indonesië erkennen als onafhankelijke staat.
Twee bevolkingsgroepen stonden in die jaren voor de keuze: Indonesië of Nederland? Voor de blanke Nederlanders was de keuze duidelijk. Ze keerden terug naar Nederland. Voor de Indo-Europeanen - de mensen met zowel Nederlandse als Indische voorouders - was het moeilijker. Zij werden in de koloniale tijd door de blanke Nederlanders niet voor vol aangezien. Hun carrièrekansen waren bijvoorbeeld beperkt. Ze stonden wel hoger op de sociale ladder dan de Indonesische bevolking. Deze positie raakten ze in het nieuwe Indonesië kwijt. Ze werden nu gezien als behorend tot de klasse van de overheersers.
De Nederlandse overheid gaf beide groepen de mogelijkheid om of Indonesisch of Nederlands staatsburger te worden. De regering rekende erop dat velen zouden kiezen voor het eerste.
Nederland moest in eigen land ook allerlei problemen het hoofd bieden. de bevolking groeide explosief, terwijl het land voor een deel nog in puin lag. Er waren veel te weinig huizen om eigen inwoners te huisvesten, laat staan honderdduizenden Indo-Europeanen.
Toch emigreerden de Indo-Europeanen naar Nederland. In de periode 1945-1962 verhuisden ongeveer driehonderdduizend repatrianten (blanke Nederlanders en Indo-Europeanen) naar Nederland. Wie de reis niet kon betalen, kreeg een voorschot van de Nederlandse regering.
3.2 In het nieuwe vaderland
Repatrianten, die geen woonruimte vonden van particulieren, werden opgevangen in contractpensions. In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd  hun woonruimteprobleem opgelost. De repatrianten waren voor de wet geen buitenlanders. Dankzij de economische bloei was er ook voldoende werk beschikbaar. Maar in cultureel opzicht waren deze repatrianten wel buitenlanders. Sommige woorden kenden zij niet: een pisang heette hier een banaan en in plaats van baboe zei men hier kinderjuffrouw.
Niet alle Indo-Europeanen waren gelukkig met hun bestaan in europa en sommige Nederlanders waren niet blij met deze 'invasie'. Zij vreesden voor een toename van de woningnood en verslechtering van de arbeidsmarkt. Ook was men wel jaloers op de extra hulp die de repatrianten kregen. Nederlandse jongens zagen dat veel meisjes 'massaal' vielen voor de exotische charme van de Indo-Europeanen.
Indo-Europeanen zijn nu het schoolvoorbeeld van geslaagde immigratie. In het begin niet meteen, maar al snel was men overal in de maatschappij vertegenwoordigd.
3.3 Molukkers naar Nederland gebracht
Toen Soekarno de onafhankelijkheid uitriep, wilden de bewoners van de eilandengroep de Molukken geen deel uitmaken van de eenheidsstaat Indonesië. Zij richtten liever een eigen (deel)republiek op, de Republik Maluku Selatan (RMS, republiek der Zuid-Molukken). Daar zijn twee redenen voor aan te geven:
islamitisch indonesie
  • De meerderheid van de Molukkers waren namelijk christelijk, terwijl Indonesië vooral door Moslims werd bewoond.
  • Daarnaast was het Koninklijk Indisch leger (KNIL) een populaire werkgever onder Molukse mannen.
Afgesproken bij de onafhankelijkheid was dat de soldaten uit het KNIL óf uit dienst zouden treden óf dienst zouden nemen in het Indonesische leger. Na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 bleef de strijd tussen de Molukkers en het Indonesisch leger doorgaan. Met een kleine groep Molukkers kon de overheid niet tot overeenstemming komen. Daarom besloot de Nederlandse regering hen in 1951 tijdelijk over te brengen naar Nederland en hen daar te demobiliseren. Dit besluit werd door de groep zelf met verbijstering ontvangen. Zij voelden zich verraden. Er kwamen dertienduizend Molukkers naar Nederland en ondergebracht in woonoorden: kampen met soort barakken. Zij zouden toch maar tijdelijk in Nederland verblijven. Ze zouden uiteindelijk teruggaan. Wanneer dat zou zijn, dat was nog niet bekend. Daarom was officieel overheidsbeleid niet op integratie gericht. Veel Molukkers wilden dat zelf ook niet. Veel Molukse mannen wilden gewoon hun oude baan in het leger terug.
3.4 De Molukkers blijven
De kampbewoners woonden vrij geïsoleerd van de rest van Nederland. De kampen lagen bijna allemaal buiten de bebouwde kom. officieel was er geen arbeidsverbod, maar de overheid stimuleerde Molukkers niet om werk te zoeken. Een klein deel van de Molukkers wilde ook niet werken. Meestal waren deze mensen aan verveling overgeleverd. In die sfeer ontstonden gemakkelijk conflicten. meningsverschillen over politiek, normen en waarden, sociale verhoudingen - alles kon uitdraaien op geweld.
de molukken
Halverwege de jaren vijftig van de twintigste eeuw begreep de overheid dat de Molukkers niet meer konden terugkeren naar Indonesië. Zij moesten in hun nieuwe vaderland blijven. De arbeidsbeperkingen werden opgeheven en de woonoorden vervangen door echte woonwijken binnen de bebouwde kom. Om meerdere redenen - geen goede taalbeheersing, geen goede opleiding - bleef de werkloosheid onder de Molukkers hoog.
in nederland gebleven
3.5 Te veel werk, te weinig handen
Toen in 1945 de Tweede Wereldoorlog eindigde, verwachtte Nederland dat de wederopbouw moeilijk zou worden. Om te voorkomen dat de werkeloosheid net als voor de oorlog te groot werd, moedigde de overheid zelfs mensen aan om te emigreren. Maar dankzij het Marshallplan, economische hulp van de Verenigde Staten om Europa weer op de been te helpen, en een degelijk financieel beleid bloeide Nederland al binnen enkele jaren weer helemaal op. Wel ontstond er een structureel tekort aan arbeidskrachten. Dit probleem werd opgelost met werknemers uit het buitenland.
De Limburgse mijnen waren de eersten die ertoe overgingen buitenlandse arbeiders te halen. Al in 1949 sloot Nederland al een wervingsverdrag met Italië. Hun arbeidsovereenkomst was tijdelijk. Ze moesten ongetrouwd zijn, mochten geen familieleden meenemen en moesten in politiek en medisch opzicht geen gevaar vormen. De Italianen werden gehuisvest in barakkenkampen. Men wilde gewoonweg voorkomen dat de Italianen zouden integreren. Niet snel daarna volgden andere bedrijven. Men haalde toen arbeiders uit Spanje, Griekenland en Joegoslavië. Later in de eerste helft van de jaren zestig, kwam de werving in Turkije en Marokko op gang. Toen mochten eventueel ook getrouwde gastarbeiders komen, op voorwaarde dat zij hun gezin thuislieten. Steeds vaker kwamen mensen op eigen initiatief naar Nederland. Nederlanders waren niet meer bereid om vuil of zwaar werk te doen en het betaalde weinig.
In een periode van tien jaar steeg het aantal gastarbeiders naar ruim honderdduizend. Net als in Duitsland werden deze werkkrachten gastarbeiders genoemd. Op het moment dat de Nederlandse bevolking weer voldoende gegroeid zou zijn, zouden de buitenlandse werknemers weer naar huis gaan.
3.6 Nederlanders en gastarbeiders
De opvang van de gastarbeiders was gericht op een tijdelijk verblijf. Zij woonden bij gastgezinnen en in pensions. Ze maakten soms wel werkweken van vijftig uur. In hun pensions kwamen ze alleen om te slapen. Nederland liep niet bijzonder warm voor het aantrekken van buitenlandse werknemers. Sommige werkgevers wilden niet geloven dat er inderdaad een tekort aan arbeidskrachten was ontstaan, anderen wilden uit principe geen buitenlanders aannemen.  Buiten werktijd ontstonden er soms conflicten tussen de gastarbeiders en de lokale bevolking. Soms kleine opstootjes maar ook wel grotere, zoals in 1961 in Twente, waar men de gastarbeiders de toegang tot de danszalen ontzegde.
Een onderzoekscommissie kwam tot de conclusie dat de gastarbeiders scholing moesten kunnen krijgen en gezinshereniging moest moegelijk zijn. Zolang zij geïsoleerd zouden blijven, zouden er problemen blijven ontstaan. Dit was de opmaat voor een andere omgang met gastarbeiders. Steeds meer Nederlanders vonden het niet kunnen om op een dergelijke koude en kille manier met deze mensen om te gaan. En het was niet vol te houden nieuwe buitenlandse arbeiders te werven. Het kostte teveel geld.