Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis Thema's Methode Feniks Samenvatting Thema Feniks Het Midden Oosten. Hoofdstuk 2: Geboren uit onrecht, gegrondvest op onrecht

Samenvatting Thema Feniks Het Midden Oosten. Hoofdstuk 2: Geboren uit onrecht, gegrondvest op onrecht

E-mail Afdrukken PDF

Het Midden Oosten Honderd jaar brandpunt van de wereldpolitiek

Hoofdstuk 2: Geboren uit onrecht, gegrondvest op onrecht

Joden en Palestijnen in Brits Palestina 1917-1948

drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

Deelvraag 2: Welke omstandigheden hebben geleid tot de stichting van de staat Israël op het grondgebied van het toenmalige Palestina?

Inleiding

Na een mislukte opstand tegen de Romeinen in 70 na Christus verwoestten de Romeinse legers de tempel van koning Salamon en dwongen zij het Joodse volk zijn landstreek Palestina te verlaten. De Joden verspreiden zich over de toen bekende wereld. Die verspreiding noemt men de diaspora. Negentien eeuwen later ontstaat het verlangen om terug te keren naar het land van de voorvaderen.

Het belang van dit onderwerp

De stichting van de staat Israël in 1948 was het gevolg van groot onrecht: het antisemitisme, de haat tegen de Joden. In de Tweede Wereldoorlog vermoordden de nazi's zes miljoen Europese Joden. Alleen een onafhankelijke, weerbare Joodse staat zou een herhaling van deze Holocaust kunnen voorkomen.

Tijdens de eerste Israëlisch - Arabische oorlog sloeg een groot deel van de autochtone Arabische inwoners van Palestina op de vlucht. De staat Israël werd zo gegrondvest op nieuw onrecht. Arabische buurlanden zwoeren de vernietiging van Israël. Het bestaansrecht van Israël staat in een aantal Arabische landen nog altijd ter discussie. Zestig jaar later hebben de Palestijnen nog steeds geen eigen staat. Het kernprobleem blijft onopgelost. Zowel de Palestijnen als de Joden maken op historische gronden aanspraak op hetzelfde land.

2.1 Theodor Herzl en het zionisme

herzl

Het zionisme ontstond in de negentiende eeuw. In veel Europese landen woonden Joden toen al eeuwenlang als religieuze minderheid. Al vaak waren ze het mikpunt geweest van antisemitisme. Dankzij de toepassing van de mensenrechtenidealen van de Verlichting in de grondwetten van de Europese landen werden zij in de negentiende eeuw niet meer zo hevig gediscrimineerd.

Mede doordat het nationalisme van Fransen, Russen en andere Europese volkeren steeds sterker werd, vonden er eind negentiende eeuw echter weer bloedige Jodenvervolgingen plaats, die men pogroms noemde. Honderdduizenden Oost-Europese Joden emigreerden naar de Verenigde Staten of Argentinië.

Groepjes Joden kozen toen al voor vestiging in Palestina. Hun ideaal kreeg de naam zionisme: het streven van Joden terug te keren naar Palestina, waar hun voorouders in bijbelse tijden hadden geleefd.

De zionistische beweging kreeg een belangrijke impuls toen de Joodse journalist Theodor Herzl ( 1860-1904) in 1896 het boekje Der Judenstaat publiceerde. Hij had in Parijs het proces bijgewoond tegen de Joodse kapitein Dreyfus, die ten onrechte van landverraad was beschuldigd. Sinds die Dreyfus-affaire zag hij het Europese antisemitisme als een onuitroeibare ziekte. Herzl ontwierp een blauwdruk voor een moderne, seculiere Joodse staat, Israël geheten. Hij verzon een vlag - de gebedsdoek met een blauwe Davidsster - en koos een volkslied - het Hatikwa - voor zijn toekomstige Joodse staat.

programma zionisten

 

In 1897 werd in Bazel de Zionistische Wereldorganisatie opgericht die zich tot doel stelde een volkenrechtelijk erkend nationaal tehuis in Palestina te vestigen rond Jeruzalem. De Turkse sultan wees dat echter af. Die was bang dat de wankele balans tussen de bevolkingsgroepen in zijn rijk verstoord zou worden.

2.2 De Balfour-verklaring van 1917

balfour

Op 2 november 1917 zond de Britse minister van Buitenlandse Zaken James Balfour een brief naar de Zionistische Wereldorganisatie. Daarin verklaarde hij dat de Britse regering welwillend stond tegenover de vestiging van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Dat gebeurde uit verschillende motieven:

 

  • In regeringskringen in Londen leefde medelijden met de slachtoffers van het antisemitisme.
  • De Britse regering zat in de oorlog dringend verlegen om geld. Joodse bankiershuizen zouden tot gunstige leningsvoorwaarden bereid zijn.
  • De Britten zagen in het zionisme een ondersteuning van hun imperialistische ambities. Een westers gezinde Joodse staat zou een springplank kunnen vormen in het strategisch belangrijke Midden-Oosten.
  • Chaim Weizmann, een vooraanstaand zionist en chemicus had de Britse regering geholpen met de vervaardiging van synthetische aceton, een onmisbare grondstof voor dynamiet.

De Balfour-verklaring bevatte onverenigbare beloftes: én de stichting van een Joods nationaal tehuis, én het waarborgen van de rechten van de 'niet-Joodse gemeenschappen'. Zo legden de Britten de kiem voor het latere Israëlisch-Paestijns conflict.

Er werd nog geen Joodse staat beloofd. In januari 1919 werd in een overeenkomst tussen Ghaim Weizmann en Hoesseins zoon Feisal een Joods-Arabische samenwerking afgesproken bij de ontwikkeling van Palestina. Daarbij stelde Feisal wel als voorwaarde dat de Arabieren volledige onafhankelijkheid zouden moeten verkrijgen. Die hoop verdween toen de Britten het gebied als mandaatgebied kregen in 1920.

2.3 Palestina onder Brits mandaat 1920-1948

onder brits mandaat

 

Het Britse ontwerp-mandaatverdrag voor Palestina stelde dat het niet de bedoeling was het gebied een exclusief Joods karakter te geven. Palestina werd wel opengesteld voor Joodse immigranten. Deze Joodse immigranten veranderden veel dorre of moerassige streken in gezonde, vruchtbare landbouwgronden. Velen van hen leefden in kibboetzim (op socialistische ideeën gebaseerde dorpsgemeenschappen met gemeenschappelijk eigendom).

Al vrij snel kwamen de Joden en Arabieren tegenover elkaar te staan.

  • De Arabieren in Palestina waren in de ban van het nationalisme geraakt;
  • Tegelijk werd zichtbaar dat Joden en Arabieren aparte leefgemeenschappen zouden vormen, waarbij de Joden een veel hogere organisatiegraad toonden. Zij richtten het Joods Agentschap op (soort regering) en een eigen vakbeweging de Histadroet en een eigen defensiegemeenschap, de Haganah. In 1930 werd vanuit de Histadroet een politieke partij opgericht, de Mapai. Zowel van de Mapai als van het Joods-agenschap was David Ben Goerion de voorzitter.

Het Joods Nationale Fonds kocht landbouwgrond op van Arabische grootgrondbezitters. Vervolgens zagen Arabische pachtboeren de Joodse kolonisten op hun land neerstrijken. Daardoor raakten ze hun bron van inkomsten kwijt.

De Britten probeerden de Joodse immigratie af te remmen. Door de opkomst van de nazi's in Duitsland probeerden de Joden een goed heenkomen elders te zoeken. Omdat de Verenigde Staten en Canada strenge immigratiewetten hadden besloten veel Duitse Joden een veilig heenkomen te zoeken in Palestina. De Joodse gemeenschap in Palestina verdubbelde van 1933 tot 1936 tot 340.000.

In 1936 brak in Palestina een openlijke burgeroorlog uit tussen Joden en Arabieren. Moefti Amin el-Hoesseini van Jeruzalem wakkerde de haat tegen de Joden aan. Hij werd later bekend als een beruchte antisemiet en bewonderaar van Adolf Hitler.

brits deelplan 1938

 

Ten einde raad stuurde de Britse regering een onderzoekscommissie, de Peel -commissie naar Palestina. Deze commissie stelde een verdeling van Palestina voor. Een klein Joods staatje in Galilea en de kustvlakte en een Arabisch-Palestijnse staat in de rest; het gebied rond Jeruzalem zou onder Brits bestuur blijven. De zionisten achtten het voorstel bespreekbaar, maar de Arabieren wezen het af.

In 1939 publiceerde de Britse regering een Witboek. Hierin stelde ze zelfbestuur binnen tien jaar in het vooruitzicht. De Joodse immigratie zou in de eerste vijf jaar worden beperkt tot jaarlijks 15.000 mensen; daarna zou die afhankelijk worden van Arabische toestemming. Gezien de vervolging van de Joden in Europa was dit een grote tegenslag voor de Joden. De Britten wilden de Arabieren te vriend houden met het oog op de naderende Tweede Wereldoorlog.

2.4 De Tweede Wereldoorlog en de Holocaust

In de Tweede Wereldoorlog namen de Arabieren een afwachtende houding aan. Zionistische strijdgroepen kozen de kant van de Geallieerden.

De massamoord, waartoe de nazi-leiders in januari 1942 op de conferentie van Wansee besloten hadden, werd met ijzeren discipline uitgevoerd. Miljoenen Joden werden naar de concentratie- en vernietigingskampen gevoerd. Een genocide die de mens nog nooit had gezien. En geen macht ter wereld had dat verhinderd.

Westerse politici hadden schuldgevoelens na de Tweede Wereldoorlog over hun eigen passiviteit in de oorlogsjaren en wilden de Joden die het overleefd hadden een eigen staat geven in Palestina.

2.5 De stichting van de staat Israël

Groot-Brittannië had de immigratie naar Palestina helemaal stopgezet. Schepen met Joodse vluchtelingen voeren in het geheim naar Palestina. Extremistische zionisten pleegden aanslagen en sabotagedaden. Ten einde raad besloot de Britse regering het mandaat over te dragen aan de Verenigde Naties, die in 1945 was opgericht als opvolger van de Volkenbond.

vn plan

 

Op 29 november 1947 sprak de Algemene Vergadering van de Verenigde naties zich uit voor een verdeling van Palestina in een Arabische en een Joodse staat. Jeruzalem en omgeving zou worden geïnternationali-seerd. De Joden gingen akkoord maar de Arabieren waren er tegen. Spoedig braken er op grote schaal vijandelijkheden uit. Beide partijen probeerden zoveel mogelijk grondgebied in handen te krijgen.

De Arabische buurlanden kwamen met hun legers de Palestijnse Arabieren te hulp. De gevechten werden steeds heviger en ontaarden in wrede represailleacties. In april 1948 voerde een commando van extremistische Joden een massamoord uit op 254 Arabische inwoners van het dorpje Deir Yassin. Deze actie droeg ertoe bij dat veel Arabieren op de vlucht sloegen.

Volgens de latere officiële Israëlische lezing zijn veel Arabieren niet voor dit soort Joodse terreur gevlucht, maar gaven ze gehoor aan de oproep van Arabische leiders om tijdelijk, vrijwillig het land te verlaten. Pas tientallen jaren later durfden Israëlische historici te publiceren dat het behoorde tot de systematiek van de Israëliërs om Palestijnen te verdrijven. In de periode van 1947 tot 1949 verdwenen er vierhonderd Arabische dorpen van de aardbodem. Maar de visie van deze 'nieuwe historici' drong niet door tot de Israëlische schoolboeken. Daarin wordt de mythe in stand gehouden van de kleine David (Israël)moest strijden tegen de reus Goliath (de Arabische overmacht.

Maar beide groepen, zowel de Joden als de Arabieren hebben een selectief geheugen: over feiten die een negatief licht werpen op hun gedragingen wille ze niets horen. De Arabische Palestijnen spreken over 'het rampjaar 1948' en zien zichzelf als machteloze slachtoffers. Maar de Palestijnse historicus Rashid Khalidi benadrukt dat de Arabieren kansen hebben laten liggen voor een vreedzame regeling met de zionisten.

Op 15 mei 1948 werd de Britse vlag gestreken, en verlieten de laatste Britse militairen het mandaatgebied Palestina. De dag daarvoor, 14 mei 1948, had David Ben-Goerion in Tel Aviv de staat Israël geproclameerd.

Onmiddellijk gingen de Arabische landen in de aanval. Hun legers waren echter slecht getraind en het moreel was laag. Israël wist onder meer West-Jeruzalem en de Negev-woestijn te veroveren. Begin 1949 kwam er een wapenstilstand en de bestandslijnen werden internationaal erkend als de grenzen van de nieuwe staat. Israël werd toegelaten tot de VN. Voor de Palestijenen bleef er niets over: de Gazastrook kam onder Egyptisch bestuur. De westoever van de Jordaan kwam onder beheer van Transjordanië. In 1950 zou koning Abdoellah dit gebied inlijven; de naam van zijn koninkrijk veranderde in Jordanië.

De oorlog had een vluchtelingenstroom van 500.000 tot 750.000 Palestijnen op gang gebracht. De meesten van hen kwamen terecht in vluchtelingenkampen op de Westoever en de Gazastrook. De kampen groeiden uit tot permanente woonoorden. In de loop der jaren werden zij broeinesten van frustratie en radicalisering. de leiders van de Arabische landen deden vrijwel niets om de vluchtelingen te helpen. Daarmee wilden ze laten zien hoe onmenselijk Israël was. Geen enkel Arabisch land erkende in 1949 Israël. Dat zou nog aanleiding zijn tot een aantal oorlogen in het Midden-Oosten.

bestandsovereenkomst 1948

 

 

 

Wie is online

We hebben 47 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.