Eerder verschenen in Militaire Spectator jaargang 173 nummer 9 2004 R. van Zanten, majoor der cavalerie* De auteur was bij het samenstellen van dit artikel werkzaam bij de afdeling Beleidsondersteuning en Architectuur van het Command & Control Support Centre in Ede. Inmiddels Luitenant-generaal der artillerie volgens gegevens ministerie van defensie.
Samengesteld door drs.J.W.Swaen Historicus
Inleiding
Wist u dat Nederland ooit het beste leger van Europa had, dat dit leger het voorbeeld voor andere legers was en dat dit voor een groot deel de verdienste was van prins Maurits? In 2003 verscheen het boek Met man en macht. De militaire geschiedenis van Nederland 1550- 2000.' (1 Bruijn, J.R. & Wels, C.B. (red), (2003), Met man en macht, De militaire geschiedenis van Nederland, omslag.
Geïnteresseerd in het onderwerp las ik in de boekhandel de omslag en dat beloofde veel: Het zakelijke en menselijke, het avontuurlijke en dramatische, beroemde generaals en admiraals,het gewone voetvolk, het lijden en de overwinningen, alles wordt door een aantal experts in een veelomvattende historie behandeld.In de verwachting dat in dit boek een hoofdrol voor prins Maurits zou zijn weggelegd, heb ik het aangeschaft en begon thuis vol verwachting met lezen. Tot mijn spijt moet ik bekennen dat de verdiensten van prins Maurits in dit boek niet de aandacht krijgen die ze in mijn ogen verdienen.(2 Bruijn, J.R. & Wels, C.B. (red), (2003), Met man en macht. De militaire geschiedenis van Nederland, p. 33-40.).
Met dit artikel wil ik proberen meer waardering te kweken voor de militaire verdiensten van prins Maurits. Verdiensten die meer aandacht rechtvaardigen dan in dit overzichtswerk van deNederlandse militaire geschiedenis.Hiertoe nodig ik u uit op een reis door de geschiedenis die begint met een schets van de tijd waarin prins Maurits leefde. Daarbij besteed ik aandacht aan de prins zelf en zijn leermeesters.
Vervolgens kijken we naar het leger van de prins en zijn Spaanse tegenstander.De vernieuwingen die prins Maurits doorvoerde, komen daarbij ruimschoots aan bod. De effecten van die vernieuwingen zal ik daarna illustreren aan de hand van een drietal militaire operaties, waarmee de reis door de geschiedenis ten einde komt. Een samenvatting vande verdiensten van prins Maurits vormt de afsluiting van het artikel.
Prins Maurits en zijn tijd

Het leven van prins Maurits speelt zich af gedurende de Tachtigjarige Oorlog. Deze oorlog begint met politieke, religieuze en sociale onrust tegen het Spaanse gezag, die in 1566 met de beeldenstorm tot uitbarsting komt. Als reactie hierop stuurt de Spaanse koning Filips II de hertog van Alva naar de Nederlanden om de orde en rust te herstellen. Prins Willem vanOranje, die een leidende rol speelt in de oppositie tegen Filips beleid, wijkt uit naar zijn stamslot Dillenburg in het Duitse graafschap Nassau. Daar wordt op 14 november 1567 zijn tweedezoon Maurits geborenHij onderneemt voortdurend pogingen om de krachten tegen Spanje te bundelen. In 1579 sluiten de zeven noordelijke gewesten zich aan m de Unie van Utrecht. De Spaanse koning zet een prijs op het hoofd van Willem van Oranje, die uiteindelijk op 10 Juli 1584 overlijdt onder de moordenaarshanden van Balthasar Gerards.
Militaire leiding
Voor de pas zestienjarige komt de dood van zijn vader veel vroeg. Hij is nog te jong om in diens voetsporen te treden. De staten-generaal, de vergadering van afgevaardigden van de opstandige gewesten, benoemen de graaf van Leicester totlandvoogd, maar deze valt in 1587 uit de gratie. Na diens vertrek krijgt Maurits de militaire leiding in handen; de politieke leiding blijft in de vertrouwde handen van Johan van Oldenbarnevelt rusten, raadspensionaris en daarmee de hoogste ambtenaar van de staten-generaal. 'Een sympathieke leerling' Welke kennis heeft de prins in de tussentijd opgedaan? Maurits is in Leiden gaan studeren, waar hij zich toelegt op wiskunde en krijgskunde.Daar heeft Justus Lipsius (zie kader) veel invloed op hem.
Justus Lipsius Deze vermaarde filosoof, historicus en taalkundige is een bewonderaar van Macchiavelli en legt vanuit die achtergrond veel nadruk op gehoorzaamheid, loyaliteit en dienstbaarheid aan de staat. Hij stelt in zijn in 1589 gepubliceerde boek 'Politicorum Libri Six' dat oorlog een geordende inzet van strijdkrachten is, aangevoerd door een competente en legitieme autoriteit, in het belang van de staat. Zijn ideale officier wordt niet gemotiveerd door het nastreven van eigen glorie, maar moet een professional zijn die in het belang van zijn land ten strijde trekt. Door zijn voorbeeldgedrag en het constant drillen en trainen kan hij van zijn troepen effectievere en gedisciplineerde krijgers maken.
|
Simon Stevin wordt zijn leraar wiskunde, mechanica, boekhouden, krijgskunde en Nederlandse taal. Volgens Stevin is Maurits een sympathieke leerling, met een uitzonderlijk heldere geest en een wetenschappelijke aanleg.'(.3. Beelaerts van Blokland, J.J.G. (1999), Maurits,Prins van Oranje, p. 36.) Al snel groeit de vriendschap tussen Stevin en Maurits en dat resulteert in de aanstelling van Stevin tot zijn financieel en bouwkundig adviseur. Samen met zijn neef Willem Lodewijk van Nassau bestudeert Maurits de krijgskunde. Zo onderzoeken ze de praktische toepassingsmogelijkheden van het Romeinse krijgswezen door met loden soldaatjes formaties na te bootsen.Deze ervaringen, gecombineerd met hun eigen ideeën, beproeven ze vervolgens op het exercitieveld. (4 Beelaerts van Blokland, J.J.G. (1999), Maurits,Prins van Oranje, p. 34.) Door niet alleen naar de recente krijgsverrichtingen te kijken, zoals de meeste tijdgenoten, geven ze blijk van een veel bredere interesse op dit gebied.

Na deze introductie is het zaak aandacht te schenken aan de legers die in de Nederlandse opstand tegenover elkaar stonden. Het Spaanse leger
Het Spaanse leger is aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog de meest gevreesde militaire machinerie van de wereld.(5 Kist, B. (2000), De erfenis van Prins Maurits,p. 25) Het is een modern uitgerust leger, met manschappen in vaste dienst, die door hun geregelde training tot de beste en meest loyale soldaten van die tijd behoren.Een veldslag is een onzekere onderneming, maar het bezit van een vesting geeft het leger een vaste greep op het omringende gebied.

De strijd concentreert zich dan ook op de verovering van vijandelijke steunpunten. De oorlog is dus niet statisch. Zoals alle legers uit die tijd voert het Spaanse leger een bewegingsoorlog, waar investingen een hoofdrol spelen. De kern van het leger is de Tercio, het infanterieregiment, met een sterkte van minimaal 500 man. Een Tercio treedt op in één blok met piekeniers (bewapend met een vijf meter langepiek), roerschutters en musketiers (zie figuur 1).

De cavalerie moet de infanterieformaties uiteendrijven en voert aanvallen op de flank en in de rug uit. Vanaf 1579 gaat het Spaanse leger onder leiding van Parma in het offensief, waardoor een groot deel van de Nederlanden weer onder gezag van de Spaanse koning komt. In 1588 krijgt Parma echter de opdracht zich te richten op een expeditie naar Engeland en vervolgens op de strijd in Noord- Frankrijk. Deze beslissing op strategisch niveau betekent voor de Nederlanden een periode van betrekkelijke rust. Het Spaanse leger heeft andere prioriteiten gekregen van Madrid, het centrumwereldrijk van het Spaanse wereldrijk.
Het Staatse leger

Wat kan Maurits in het veld brengen tegen deze militaire grootmacht?
De Staten-Generaal hebben hun eigen strijdmacht, het Staatse leger. De economische welvaart maakt het mogelijk om veel geld te investeren. Spanje richt zich op de expeditie naar Engeland en de strijd in Frankrijk, waardoor er in de Nederlanden een luwte in de strijd ontstaat. Maurits ziet de kans die zich voordoet. Hij krijgt nu de gelegenheid om een leger op te bouwen en te trainen dat vanuit een vaste basis - Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland en een deel van Gelderland - in het offensief kan gaan. Om zijn leger en voorraden snel te verplaatsen, gebruikt Maurits op zijn binnenlijnen vooral de waterwegen. Deze kent hij een belangrijke plaats toe en hij beveiligt ze met een netwerk van versterkte plaatsen en patrouillering met bewapende schepen (zie figuur 2).

Vestigingen
Bij het optreden van het Spaanse leger hebben we al gezien dat oorlogvoering in die tijd om vestingen draait. Om deze afdoende te beveiligen tegen belegeringen neemt het belang van vestingwerken toe en maakte de vestingbouw een nieuwe ontwikkeling door. Mede op initiatief van Maurits persoonlijk worden de vestingen gemoderniseerd. Naast het behoud van de eigen steden neemt ook de aandacht voor de technieken van het vermeesteren van vijandelijke steunpunten toe. Een belegering is een dure manier van oorlogvoeren, en moet daarom zo kort mogelijk duren. De hiervoor benodigde belegeringstechnieken krijgen alle aandacht van Maurits en Simon Stevin, de autoriteit op dat gebied.
De belegering in de ogen van MauritsDe cavalerie omsingelt een vesting zo snel mogelijk (berennen) om te voorkomen dat voorraden en versterkingen binnen de wallen komen. Daarna slaat de belegeraar kampen op buiten hetbereik van de kanonnen van de verdedigers.De kampen worden onderling verbonden met een aarden wal met schansen, de contravallatie. Nu kan het geschut in stelling worden gebracht. Als het artillerievuur bressen in de verdedigingswerken heeft geschoten, kan de bestorming beginnen. De verdediging naar de buitenzijde is net zo belangrijk. Voor dit doel wordt een tweede ring van veldversterkingen aangelegd, oftewel decircumvallatie.
|
Om deze technieken nog verder te kunnen verbeteren, sticht Maurits in 1600 aan de Leidse Academie de zogenaamde 'Nederduytsche Mathematycque', een beroepsopleidingvoor (militaire) ingenieurs en landnieters. Beweeglijkheid In zijn leven verovert Maurits 43 vestingen en 55 sterkten en voert hij slechts drie veldslagen!(6 Schuiten, C.M. en Schoenmaker, B. (red.), (1989), Oranje op de bres, p. 20.’) Uit deze cijfers komt duidelijk de kern van het optreden, het gevecht om de vestingen, naar voren. Uit verschillende oogpunten acht hij beweeglijkheid essentieel voor de oorlogvoering.
Het begrip 'beweeglijkheid' ziet hij op drie niveaus. Op het hoogste niveau vindt hij snelle strategische verplaatsingen van zijn gehele troepenmacht belangrijk. Een niveau lager gebruikt Maurits het begrip 'beweeglijkheid' om aan te geven dat verschillende eenheden op het slagveldsnel manoeuvres moeten kunnen uitvoeren. Het laagste niveau is 'beweeglijkheid' binnen de eenheid die moet zorgdragen voor het optimaliseren van de aanwezige vuurkracht.

Om dit te bereiken begint Maurits met het systematisch laten exerceren van zijn troepen naar Romeins voorbeeld. Bij de eerste testen (1594) blijkt dat één commandotaal vereist is. De ontwikkeling en invoering daarvan verbeteren de resultaten. Discipline, drill en training zijn op dit niveau sleutelbegrippen. Maurits reorganiseert zijn infanterie door de eenheden kleiner te maken (250 tot 100 man).(7 Schuiten, C.M. (2000), Prins Maurits (1567- 1625), legerhervormer en vernieuwer van de krijgskunde, of trendvolger?, p. 8.) Door het aantal kaderleden te handhaven, kunnen deze veel beter sturing geven aan de eenheid, hetgeen de beweeglijkheid verbetert. Die sturing vereist echter meer maatregelen: het vereist officieren met een grote mate van eigen initiatief en tactisch inzicht die daarnaast ook het totalegevechtsplan niet uit het oog mogen verliezen. Hiervoor creëren Maurits en Willem Lodewijk een nieuw type professionele soldaat en gevechtsleider die door gerichte scholing wapenkundigeexpertise samenvoegt met specifieke sociale en spirituele waarden.(8 Rothenberg, G.E. (1986), Maurice of Nassau, Gustavus Adolphus, Raimondo Montecuccoli, and the 'Military Revolution' of theSeventeenth Century, p. 34.)
Bewapening
Maurits verandert ook de samenstelling van de bewapening. Zijn Staatse ruiters bewapent hij met pistolen en houwdegens in plaats van lansen. Ter vergroting van de vuurkracht gaat bij de infanterie de musket een grotere rol spelen. Om optimaal vuur uit te brengen moet het voorste gelid steeds een salvo kunnen afgeven. Hiervoor voert Maurits de contramars in, een uitvinding van zijn neef Willem Lodewijk, een exercitie waarbij de linies elkaar methodisch afwisselen.
Deze exercitiën en de handelingen aan het wapen zelf worden uitvoerig omschreven en later opgetekend door Jacob de Gheyn (zie figuur 3).

Logistiek
Ook de logistiek heeft de nodige aandacht van Maurits. Zo standaardiseert hij de musket en de artillerie, waardoor het aantal kaliber sterk wordt beperkt. Bij veldtochten maakt hij eenprecieze berekening van de benodigde voorraden. Wanneer hij bijvoorbeeld in de aanloop naar de slag bij Nieuwpoort over land naar Oostende verplaatst, gaat hij uit van vijf dagmarsen, hij laat daarop voor zes dagen voorraden meevoeren en laat een vlootdeel met de overige voorraden naar Oostende varen, waar die op dag zes aankomt. Zijn al die door Maurits ingevoerde veranderingen voldoende voor het aangaan van de strijd met het SpaanseLeger?
Om dit vast te stellen bekijken we een drietal aansprekende confrontaties tussen beide legers. Als eerste kijken we naar het beleg van Geertruidenberg, een voor Maurits typerende belegeringsoperatie. Vervolgens kijken we naar een wapenfeit waarbij beweeglijkheid vooropstaat, waarbij ik heb gekozen voor het gevecht bij Turnhout. We eindigen dit deel met de slag bij Nieuwpoort als voorbeeld van een grote veldslag.
Het beleg van Geertruidenberg (1593)
Maurits begint de campagne met een afleidingsmanoeuvre. Hij voert met 4.000 man een schijnaanval uit op Luik. Het Spaanse Leger, onder de Spaanse landvoogd Mansvelt, dat al verzwakt was omdat hij 7.000 man naar Frankrijk moest sturen, trapt in de afleiding en stuurt troepen van twee garnizoenen naar Luik, waardoor zijn leger in de buurt van Geertruidenbergnog verder verzwakt. Dan start de prins met 5.000 man het beleg van het door 1.000 man bezette Geertruidenberg. De belegeringswerken die worden aangelegd zijn zo omvangrijk dat binnen de palissaden het vee kan grazen. Met behulp van deze werken kan Maurits zowel de stad belegeren als de aanvallen van de ontzettingsmacht afslaan.
Maurits heeft onvoldoende arbeiders voor het aanleggen en graven van de verschillende werken en hij wenst dat ook zijn troepen hieraan deelnemen.Hij vraagt raad aan Justus Lipsius en die adviseert:
Laat de officieren balken en planken aandragen om de soldaten te leren en ze niet alleen te commanderen.
Dit advies blijkt effectief en 3.000 man extra werken mee aan de schansen.(9 Ogilvie, R. G. (1995), Krijgen is een kunst, p. 151.)Wegens de hoge waterstand moeten veel werken op terpen worden aangelegd. Anderzijds vergemakkelijkt het hoge waterpeil het stellen van inundaties. Aan de rivierzijde slaat Maurits het beleg door een cordon van schepen.Het Staatse Leger verdedigt de omvangrijke verdedigingswerken prima.
Jan de Middelste van Nassau-Siegen was bij de operatie aanwezig en hij feliciteerde Maurits met dit succesvolle 'Romeinse beleg' met de woorden: "Gij hebt een merkwaardig voorbeeld bewezendat de methode en arbeid in den oorlog met ruwe geweld ten boven gaan. Uwe belegering brengt de oude krijgskunde weer in ere die tot nu toe in minachting en door onkundige bespot, zelfs door uitstekende veldheren van den nieuwe tijd niet begrepen, althans niet beoefend waren".
|
Het weet een aanval van een 14.000 man sterk Spaans ontzettingsleger met succes af te slaan. Maurits neemt weinig risico en laat de honderd op de schansen opgestelde kanonnen hunwerk doen. Het beleg wordt uiteindelijk beslist door een actie van twee compagnieën die bij verrassing een brug overmeesteren en vervolgens de vesting binnendringen. Hierna geeft het garnizoen zich over. De omvangrijke veldversterkingen en de wijze waarop het beleg is gevoerd, trekken veel aandacht, zowel in eigen land als daarbuiten. Maurits verdient internationaal respect als veldheer.

Kan Maurits dit respect ook verdienen in een beweeglijk gevecht?
Het gevecht bij Turnhout (1597)
De nieuwe Spaanse landvoogd Albert van Oostenrijk wil de strooptochten van Staatse troepen in Brabant stoppen en formeert daartoe een eenheid van 5.000 man voetvolk en 500 ruiters onder bevel van Varax in Turnhout.Maurits ziet in deze troepenconcentratie een bedreiging voor zijn zuidelijke grensvestigingen en verzamelt snel een strijdmacht van 5.000 man, vier stukken geschut en 800 ruiters.
Op 23 januari begint Maurits vanuit Geertruidenberg een geforceerde mars over doorweekte wegen in de richting van Ravels, waar de oververmoeide troepen om middernacht aankomen.
Varax besluit de vermoeide Staatse troepen niet aan te vallen, maar trekt zich terug in de richting van Herentals.
Maurits volgt nu zo snel mogelijk, maar een gezwollen stroom stopt dan zijn opmars. De ruiters kunnen er nog doorheen, maar zijn infanterie kan slechts gebruik maken van een enkele voetbrug. Maurits neemt snel besluiten en laat 200 musketiers achter op de paarden door ruiters overzetten. De infanterie en het geschut zullen later moeten volgen. De musketiers krijgen opdracht de eenheden die in het voorterrein de achterhoede van Varax dekken, te verdrijven. Verder mag de vijand geen inzicht krijgen in de sterkte van het Staatse contigent. De Thielsche heide zal het strijdtoneel worden van dit ontmoetingsgevecht. Varax heeft zijn legertros vooruit gezonden en volgt met zijn infanterie over de Thielsche Heide.De wagens staat op een holle weg aan het einde van de heide, de infanteriecolonnes zijn daar bijna (zie figuur 5).

Het juiste tijdstip
Een aanval van de Staatse Ruiters moet op het juiste tijdstip plaatsvinden, namelijk nadat de colonnes het moeras op de rechterflank zijn gepasseerd en vóórdat Varax met zijn troepen de holle weg heeft bereikt. Maurits stuurt eerst Vere met vier eskadrons op de achterhoede af om de opmars van Varax te versnellen.
De Spaanse ruiters onder leiding van Basta proberen hierop Vere in zijn flank aan te grijpen en verplaatsen richting de achterhoede. Maurits valt met nu met zijn cavalerie aan op de flank van Basta, slaat deze uiteen en zet de aanval door op de hoofdmacht. De aanvallen komen nu van drie kanten. Bij de infanteriecolonnes ontstaat verwarring, die ontaardt in een slachting door de met pistolen en degens uitgeruste Staatse ruiters. Basta verzamelt de restanten van zijn ruiters bij de holle weg en valt nogmaals aan. Misverstand Door een misverstand is de reserve van Maurits al ingezet. Maurits ziet het gevaar, verzamelt snel twintig ruiters en slaat zelf deze aanval van Basta af. In nog geen halfuur is de strijd gestreden. De Spaanse strijdmacht van Varax heeft 2000 gesneuvelden, onder wie bijna alle officieren, en 500 man worden krijgsgevangen gemaakt. Maurits' verliezen bedragen slechts tien man.
Waagstuk
Waar heeft Maurits dit succes aan te danken? Om te beginnen heeft hij Varax bij verrassing aangegrepen op een voor deze ongunstig terrein. Het risico was echter erg groot. Maurits heeft hier echter bewust voor dit waagstuk gekozen. Door zijn vertrouwen in het beweeglijke optreden van zijn nieuw bewapende cavalerie onder leiding vaneen vakbekwame commandant was hij kennelijk zeker van de overwinning.
De nieuwe professionele commandanten, zoals de gebroeders Bax, konden de besluiten die Maurits nam op basis van snel wisselende gevechtssituaties, met snelle manoeuvres uitvoeren(10 Puype, J.P. (2000), Het Staatse Leger en Prins Maurits, wegbereider van de moderne legers, p. 43.). Ten slotte mag de energieke en persoonlijke commandovoering van Maurits als bevelhebber nietonvermeld blijven."(11 Uijterschout,I.L. (1935) Nederlandsche Krijgsgeschiedenis van 1568 tot heden. p. 73)
We hebben nu het optreden van Maurits gezien bij een belegeringsoperatie en bij een 'kleinschalig' beweeglijk optreden. Om het optreden bij een grote veldslag vast te stellen maak ik gebruik van de slag bij Nieuwpoort.
De slag bij Nieuwpoort (1600)
Nederlandse schepen ondervinden veel hinder van Vlaamse kapers uit Duinkerken en de Staten-Generaal besluit om Maurits met een groot leger over zee naar Vlaanderen te laten trekken om daar Nieuwpoort en Duinkerken te veroveren. Maurits vindt het plan van de Staten-Generaal riskant: het verplaatsen van troepen over zee kost tijd en dat geeft de vijand de kans om voldoende troepen in het veld te brengen om zo het leger van Maurits af te snijden van zijn thuisbasis.
Het voorstel van de prins om operaties in Brabant te ondernemen neemt de staten-generaal niet over. Ze houdt voet bij stuk en Maurits aanvaardt uiteindelijk, ondanks zijn bedenkingentegen dit expeditionaire plan, de leiding van het offensief. Een groot aantal belangstellenden, onder wie elf gecommitteerden (vertegenwoordigers van de 'politieke leiding' in Den Haag), vergezellen Maurits.
Maurits verzamelt zijn leger van 17.000 man, 3.000 ruiters en 37 kleine stukken geschut in Vlissingen en scheept in op 2800 kleine schepen. De aanhoudende ongunstige wind doorkruist de plannen. Een tocht over zee is onmogelijk en Maurits besluit, na overleg met de staten-generaal, om slechts de oversteek naar Vlaanderen per schip te maken. Maurits rukt vervolgensover land op naar het in eigen handen zijnde Oostende.
Ondanks het moeilijk begaanbare terrein bereikt Maurits Oostende in vijf dagmarsen. Daar besluit hij eerst Nieuwpoort te belegeren om zo de weg naar Duinkerken vrij te maken. Hij trekt op naar Nieuwpoort, terwijl de Gecommitteerdenin Oostende achterblijven.De Spanjaarden zitten echter niet stil en verzamelen in allerijl hun leger dat zich grotendeels in Brabant en aan de Maas bevindt. De eerste Spaanse eenheden komen aan bij Oostende enveroveren enkele schansen, waarop er paniek uitbreekt bij de achtergebleven verdedigers en Gecommitteerden.
De Spaanse troepen realiseren zich dat ze door hun acties bij Oostende van hun primaire doel, het leger van Maurits, zijn afgeraakt. Oostende blijft dan ook voorlopig gespaard, omdat de Spanjaarden, zonder te wachten op verdere versterkingen, de achtervolging op Maurits inzetten.
Krijgsberaad
Maurits houdt krijgsberaad en realiseert zich dat een veldslag onvermijdelijk is. Hij heeft meer tijd nodig om een gunstig terrein te kiezen om zijn troepen goed op te stellen. Om tijd te winnen stuurt hij twee regimenten infanterie met cavalerie onder leiding van zijn neef Ernst Casimir naar de brug bij Leffinge, om daar de vijand zo lang mogelijk op te houden.Casimir komt te laat: Albert is de brug met het gros van zijn eenheden al gepasseerd. De Staatse aanvoerder kent de ernst van zijn opdracht en stelt zijn strijdmacht in slagorde op. Albert denkt door dit machtsvertoon van doen te hebben met de hoofdmacht van Maurits. Hij verzamelt een grote troepenmacht en laat zijn cavalerie massaal aanvallen.
De cavalerie van Casimir valt uiteen en vlucht. De infanterieverdediging valt onder hevige gevechten uiteen. Casimir heeft tegen een hoge prijs van 800 doden echter gedaan wat hij moest doen, namelijk tijd winnen.
Alles of niets

Maurits houdt dit verlies geheim om het moreel niet te ondermijnen en trekt zijn troepen samen op het strand ten noorden van de haveningang van Nieuwpoort. Het gebruikelijke krijgsberaad houdt Maurits niet: snelheid in besluiten en directheid in bevelen staan bij hem voorop. Maurits vraagt vóór de slag aan zijn troepen of ze gereed zijn het uiterste met hem te wagen, hetgeen met gejuich wordt beantwoord. Daarop geeft hij het bevel: De schepen zee laten kiezen, de brug over de haven afbreken. Een vluchtroute bestaat eenvoudigweg niet meer, het wordt alles of niets. Op 2 juli 1600 staan de troepen van Maurits en Albert tegenover elkaar. Op zee heeft Maurits hulp van oorlogsschepen, die de Spaanse rechterflank bestoken. Hierdoor trekt Albert op richting de duinen. Maurits reageert door persoonlijk nieuwe opdrachten te verstrekken aan zijn regimenten, waardoor in een korte tijd het gehele leger zich naar rechts verplaats en zich rechts geëchelonneerd achterelkaar opstelt. Twee stukken geschut worden op een duin geplaatst. De cavalerie van Gunther van Nassau komt op de rechterflank tussen de duinen en het achterland in stelling. Maurits' troepen staan in linies in de diepte opgesteld, Albert staat in grote formaties gereed om zijn troepen tegelijk in te zetten(zie figuur 6).
| Sterkte legers voor aanvangvan de Slag bij Nieuwpoort12 | Infanterie | Cavalerie | Artillerie |
| Staatse Leger | 1 1 .000 man | 2500 ruiters | 6 stukken |
| Spaanse Leger | 10.000 man | 2200 ruiters | 8 stukken |
Het gevecht
Op de rechterflank chargeert de cavalerie van Gunther verrassend op een sterke Spaanse cavalerie-eenheid van zeven eskadrons, waardoor de Spaanse cavalerie op de vlucht slaat. Alberts' linkerflank is nu niet meer gedekt en de Staatse cavalerie valt de oprukkende infanterie op die flank aan. De in één blok opgestelde Staatse musketiers raken in gevecht met de oprukkende Spaanse infanteristen, en geven nu onophoudelijk vuur af. Dit constante vuur is mogelijk door hetonder vijandelijk vuur uitvoeren van een georganiseerde contramars.( 13 Parker, G. (2003), From the House of Orange to the House of Bush: 400 years of revolutions in military affairs', p. 14.)
De eerste linie is echter niet opgewassen tegen de massale Spaanse infanterieaanval en valt terug. Maurits laat de cavalerie van Van Balen de Spaanse flank aanvallen. De Spanjaarden zijn verrast,waarop Maurits over het gehele front de aanval hervat. De Spaanse cavalerie van Mendoza valt met 700 ruiters aan. Ze komen ver in de Staatse verdediging, maar verliezen het momentum, waarna de Staatse troepen hen terugslaan.
Het gevecht golft nu op en neer. Op de rechtervleugel slaat de Spaanse cavalerie een tweede aanval van de Staatse cavalerie af en jaagt deze op de vlucht. Maurits ziet de ernst hiervan; immers, verlies van de cavalerie op de rechterflank brengt de infanteri in groot gevaar. Hij stelt zich persoonlijk aan het hoofd van twee eskadrons ruiters en stopt daarmee vervolgens de vlucht van de overige Staatse cavalerie. Op last van Maurits voeren de twee eskadrons, tezamen met de gestopte cavalerie, een derde aanval uit, die wel succesvol eindigt.
De situatie is nu omgekeerd, de Spaanse cavalerie wijkt, de Spaanse infanterie is links niet meer gedekt en de Staatse cavalerie valt krachtig aan.Albert heeft echter geen cavalerieeenheden meer achter de hand om het tij te keren en de Staatse aanval brengt de overwinning.
Kundig veldheer
Naast de bij de andere voorbeelden genoemde redenen voor succes vallen in deze slag een aantal zaken op. Het optreden in meerdere linies in kleinere beweeglijke eenheden en het daarbij hanteren van tactische reserves hebben Maurits in staat gesteld in te spelen op de wijzigende omstandigheden op het slagveld. Doordat Maurits zijn geschut heeft laten plaatsen op planken, zakt het niet weg in het zand en kan het constant vuur blijven afgeven.Dit constante vuur hebben we ook gezien bij de musketiers met hun contramars.Ook in deze veldslag is Maurits de ziel van de strijd geweest, hij behield het overzicht en trad in kritieke ogenblikken daadkrachtig op. Prins Maurits heeft te Nieuwpoort zijn reputatie als kundig veldheer en dapper krijgsman opnieuw waargemaakt. Tot zover de krijgsvoorbeelden. Als afsluiting volgt nu een analyse vanMaurits' verdiensten.
Verdiensten van Prins Maurits Helaas heeft Maurits zelf nooit gepubliceerd over legerhervorming en vernieuwing. Dit maakt het lastig op zijn persoonlijke bijdrage aan het conceptueel denken over de legerhervormingenbij het Staatse leger te bepalen. In de loop der jaren is hierover dan ook verschillend gedacht. Dr. C.M. Schuiten relativeerde in 2000 dit belang. Hij stelt dat veel van de aan Maurits toegeschreven vernieuwingen, zoals de exercitie, geen uitvindingen van hem zijn, maar dathij bestaande innovaties op grote schaal heeft toegepast.
Maurits zou dus geen 'uitvinder' zijn geweest maar een trendvolger, met grote praktische bekwaamheden.( 14 Schuiten, C.M. (2000), Prins Maurits (1567- 1625), legerhervormer en vernieuwer van de krijgskunde, of trendvolger?, p. 17.) Teitler benadrukt dat Maurits een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de tactische, organisatorische en logistieke achtergronden van de totstandkoming van een staande en uitsluitend aan de overheid gekoppelde krijgsmacht.Teitler spreekt in dit verband zelfs van een militaire revolutie. (15 Teitler, G. (Red.), (2002), Militaire Strategie,p. 93)
Wat zie ik als zijn voornaamste verdiensten?
• Gebruik van de rivieren voor snelle verplaatsingen.
• Verbeteren van de belegeringstechniek.
• Stimuleren van de modernisering van vestingen.
• Systematische troepenexercitie.
• Instellen van één commandotaal.
• Militair onderwijs.
• Opereren met kleinere en beweeglijker eenheden.
• Ontwikkelen van de linietactiek.
• Continu vuur op het slagveld.
• Het scheppen van tactische reserves.
• Standaardisatie van de bewapening.
• Aandacht voor de logistiek.
Zijn deze verdiensten los van elkaar te zien?
Het antwoord is ontkennend. De kracht, en dus de grootste verdienste, is dat prins Maurits alle in die tijd beschikbare kennis bijelkaar bracht en dit heeft samengesmolten tot het Staatse Leger. Met dat leger boekt hij, voornamelijk in de periode 1590- 1601, zeer tot de verbeelding sprekendesuccessen. Successen die het resultaat zijn van experimenteren, analyseren, instrueren en reorganiseren in plaats van het nodeloos offeren van soldaten.( 16 Moelker, R. & Soeters, J. (red.), (2003),Krijgsmacht en samenleving, p. 179.)
Erkenning Maurits krijgt door zijn overwinningen erkenning als militair leider en daarmee weet hij de Republiek als militaire mogendheid op de kaart te zetten. Het Staatse leger geldt, na de Slag bij Nieuwpoort, voorlopig als het beste van Europa.( 17 Rothenberg, G.E. (1986), Maurice of Nassau,Gustavus Adolpus, Raimondo Montecuccoli, and the 'Military Revolution' of the Seventeenth Century, p. 45.)
Andere staten nemen de ideeën over. Gustaaf Adolf van Zweden is een van de eerste die de linietactiek van Maurits overneemt, daar offensieve capaciteiten aan toevoegt, en zodoende in de Dertigjarige Oorlog veel succes heeft.Mede door deze overwinningen wordt de linietactiek in Europa algemeen aanvaard en later onder meer door de Pruisische koning Frederik de Grote verder geperfectioneerd, waardoor deze tactiek zal standhouden tot heteinde van de achttiende eeuw.( 18 Zwitzer, H.L. (1991), De militie van den staat, p. 19.).
Door het Staatse leger in Europa aan de top te brengen heeft prins Maurits een prestatie geleverd die respect afdwingt en aanleiding geeft tot de nodige trots. Door deze prestatie heeft hij het militaire denken ingrijpend beïnvloed. Hopelijk heeft dit artikel zijn verdiensten nog eens extra onderstreept en is hiermee aangetoond dat hij in een volwaardig overzichtswerk van de Nederlandse militaire geschiedenis ruimschoots aandacht verdient.
Literatuur
Beelaerts van Blokland, J.J.G.(1999), Maurits,Prins van Oranje. 1567-1625. Redder van de Republiek. Blaricum: Van der Veer.
Bruijn, J.R. en Wels, C.B. (red), (2003), Met man en macht. De militaire geschiedenis van Nederland. Amsterdam: Balans.
Deursen, van, A.Th. (2000), Maurits van Nassau, De winnaar die faalde. Amsterdam: Bert Bakker.
Israël, J. I. (1995), The Dutch Republic. lts Rise, Grealness, and f all 1477-1806. New York: Oxford University Press.
Kist, B. (2000), De erfenis van Prins Maurits, in: Armamentaria, Jaarboek van het Legermuseum (pp. 23-32), Delft: Legermuseum.
Ogilvie, R. G. (1995), Krijgen is een kunst. Amsterdam: Addison-Wesley Publishing Company, Inc.
Moelker, R. en Soeters, J. (red.), (2003), Krijgsmacht en samenleving. Amsterdam: Boom.
Parker, G. (2003), From the House of Orange to the House of Bush: 400 years of 'revolutionsin military affairs'. Militaire Spectator, 172, 177-193.
Puype, J.P. (2000), Het Staatse Leger en Pnns Maurits, wegbereider van de moderne legers, in: Armamentaria, Jaarboek van het Legermuseum (pp. 33-47), Delft: Legermuseum.
Rothenberg, G.E. (1986), Maurice of Nassau, Gustavus Adolphus, Raimondo Montecuccoli, and the 'Military Revolution' of the Seventeenth Century, in Paret, P. (red) Makers of Modern Strategy. (pp- 32-64) Princeton: Princeton University Press.
Schuiten, C.M. (2000), Prins Maurits "1625), legerhervormer en vernieuwer de krijgskunde, of trendvolger?, in: Anmentaria, Jaarboek van het Legermuseum (pp. 7-22), Delft: Legermuseum.
Schuiten, C.M. & Schoenmaker, B. (red) (1989), Oranje op de bres. Amsterdam: Bataafsche Leeuw.Teitler, G. (red.), (2002), Militaire Strategie. Amsterdam: Mets & Schilt. ,
Uijterschout, I.L. (1935), Nederlandse krijgsgeschiedenis van 1568 tot heden 1935). Den Haag: Frits Knuf B.V. &Princo B.V.
Wijn, J.W. (1935), Hel krijgswezen in den tijd van PrinsMaurits Utrecht: Hoeijenbos & CO N.V.
Zwitzer, H.L. (1991), De militie van den staat, Amsterdam: Van Soeren & CO.









