drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

De republiek van Weimar 1918-1933
1) Na 1930 werden zogenaamde 'Hindenburgregeringen' gevormd. Dit waren regeringen
a. waarin de macht van de president groot was
b. die regeerden met artikel 48
c. en a en b is juist
d. noch a noch b is juist
2) De democratische republiek werd in 1918 uitgeroepen door Scheidemann
a. om te voorkomen dat de communisten aan de macht zou komen
b. omdat de keizer gevlucht was
c. omdat men bang was voor een revolutie van rechts
d. om een eind te maken aan een opstand in Berlijn
3) De term sociaal-fascisten was bedoeld voor
a. de conservatieven
b. de communisten
c. de nationaal-socialisten
d. de socialisten
4) De Kapp-putsch was een aanslag van
a. socialisten
b. nationaal-socialisten
c. conservatieven
d. communisten
5) De Republiek van Weimar werd aanvankelijk vooral gesteund door
a. militairen
b. conservatieven
c. socialisten
d. communisten
6) Het staatsapparaat van de Weimarrepubliek bestond nagenoeg geheel uit functionarissen van het oude regime. Dit bleek uit
a. het achterwege blijven van drastische vernieuwingen
b. de geringe straffen die rechtse opstandelingen tegen de republiek kregen
c. a en b zijn beide juist
d. noch a noch b is juist
7) De term sociaal-fascisten werd gebruikt door
a. de conservatieven
b. de communisten
c. de nationaal-socialisten
d. de socialisten
8) Door de inflatie van 1923 werden vooral getroffen
a. mensen die veel geld geleend hadden
b. grondbezitters
c. industriëlen
d. arbeiders
9) Tijdens de Republiek van Weimar nam de verbittering over de inflatie vooral toe bij
a. de Junkers
b. de middenstand
c. de industriëlen
d. de ambtenaren
10) De landbouw kwam in 1920 in een moeilijke situatie door
a. de inflatie
b. schaalvergroting
c. een wereldwijde overproduktie
d. gevolgen van de oorlog
11) Onder de coalitie van Weimar verstaan we het samengaan van
a. socialisten, liberalen en katholieken
b. socialisten, conservatieven en katholieken
c. conservatieven, liberalen en katholieken
d. socialisten, liberalen en conservatieven
12) De inflatie was het ergst in
a. 1918
b. 1919
c. 1923
d. 1929
13) De regering in Berlijn ging over tot het drukken van meer papiergeld om de stakers in < > door te kunnen betalen. Dit bevorderde de reeds in de oorlog ontstane inflatie die in november 1923 een absolute recordhoogte bereikte. Deze staking was gericht tegen
a. de regering in Berlijn
b. de communisten
c. de conservatieven
d. de Fransen
14) De politieke cultuur tijdens de Republiek van Weimar wordt getypeerd door
a. te veel compromissen
b. nutteloze compromissen
c. terreur
d. tegenstellingen
15) De inflatie veroorzaakte een versterking van het nationalisme omdat
- vooral de ambtenaren werden getroffen
- men de oorzaak zocht in de herstelbetalingen
- vooral de arbeiders getroffen werden
- veel industriëlen rijker werden
16) Wie waren bereid met Hitler politiek verder te werken?
a. de katholieken
b. de socialisten
c. de liberalen
d. de conservatieven
17)
A. Er wordt een democratische regering in Duitsland gevormd.
B. De Amerikaanse president deelt mee dat alleen met een democratische regering onderhandeld wordt.
C. Ludendorff deelt de regering mee dat de oorlog verloren is.
D. De wapenstilstand wordt getekend.
E. Er breekt oproer uit in Kiel.
Wat is de goede chronologische volgorde?
a. A B C D E
b. B C A E D
c. E A B C D
d. B A D C E
18) Artikel 48 was tijdens de Republiek van Weimar een begrip. Het betekende
a. meer invloed voor socialisten
b. meer invloed voor het parlement
c. kans op dictatuur
d. mogelijkheid voor uitbreiden van burgerrechten
19) Het economisch herstel werd vlak na 1918 bemoeilijkt door
a. demobilisatie, toenemende vrouwenarbeid en inflatie
b. demobilisatie, herstelbetalingen en inflatie
c. Amerikaanse leningen, inflatie en herstelbetalingen
d. oorlogssschade, inflatie en demobilisatie








