drs J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl 
1. De Minoïsche cultuur hoort bij:
a. het Griekse vasteland
b. Mycene
c. Kreta
d. Cyprus
2. De Ilias handelt over
a. de tochten van Odysseus
b. de strijd tussen Griekenland en Egypte
c. de legendarische koning Minos
d. de Trojaanse oorlog
3. Griekse exportproducten zijn:
a. Wijn, koper en olijfolie
b. Goud, olijfolie en aardewerk
c. Aardewerk, wijn en ivoor
d. Olijfolie, wijn en aardewerk.
4. De oikos was de plaats:
a. voor de man
b. voor het gezin
c. voor de vrouw
d. voor de slaven
5. Een retor is een:
a. politicus
b. leraar
c. militair
d. schrijver
6. Sparta zocht zijn bondgenoten
a. op de Peloponnesos
b. op Kreta
c. in Attica
d. in Mycene
7. Athene dankte zijn sterke vloot aan:
a. Pericles
b. de Peloponnesische oorlog
c. Hipparchos
d. Themistocles
8. De gewone man werd bij het bestuur van Athene betrokken
a. sinds de slag bij Salamis
b. sinds de slag bij Marathon
c. Na de val van Hipparchos
d. Na de Peloponessische oorlog
9. De leden kregen een vergoeding voor het loon dat ze misliepen op dagen dat de……… vergaderde.
a. boulè
b. ekklesia
c. raad van strategoi
d. senaat
10. Om tyrannie te voorkomen:
a. werd de boulè opgericht
b. kwam er isegoria
c. werd een lotingssysteem ingevoerd
d. kwam er ostracisme
11. Hellenisme kwam voor sinds:
a. Ptolomaios
b. Alexander de Grote
c. De Peloponnesische oorlog
d. De ondergang van Sparta
12 De wereld waarin de mensen beschaafd in steden leefden heette:
a. oecomene
b. ekklesia
c. mouseion
d. gymnasion
13 De filologoi bestudeerden
a. de inwendige mens
b. de kosmos
c. natuurkunde
d. klassieke teksten
14 Erastosthenes
a. berekende de aardomtrek
b. vertaalde Homeros in het Latijn
c. onderzocht de oorzaak van ziektes
d. ontdekte de opwaartse druk
15. ‘Eet drink en vrij, maar wel met mate.’ Deze uitspraak hoort bij
a. Diogenes
b. Epicurus
c. De stoïci
d. Plato
16 Apatheia is een term die past bij:
a. Socrates
b. Epicurus
c. de Stoïcie.
d. Diogenes
17 De patricii kregen de macht in Rome omstreeks
a. 750 voor chr.
b. 500 voor chrc. 200 voor chr
d. 50 voor chr
18 Collegiaal bestuur werd uitgeoefend door
:a. de senatoren
b. de consuls
c. de volkstribunen
d. de volksvergadering
19. De macht van de patricii werd het eerst aangetast door:
a. de instelling van een lotingssysteem
b. de oprichting van de senaat
c. de aanstelling van volkstribunen
d. de moord op Caesar
20 De eerste republiek in de moderne tijd kwam voor in:
a. Nederland
b. Frankrijk
c. Italië
d. De VS








