

De Dominikanen in Maastricht De geschiedenis van hun kerk en klooster.
Oorspronkelijk verschenen in Limburger Koerier 13 mei 1938 en 17 mei 1938, dr.J.Ploeg O.P.


De Dominikanen in Maastricht De geschiedenis van hun kerk en klooster.
Oorspronkelijk verschenen in Limburger Koerier 13 mei 1938 en 17 mei 1938, dr.J.Ploeg O.P.
In ons vorig artikel hebben we het een en ander gezegd over de stichting en de vroegste geschiedenis van kerk en klooster. In deze regels zullen we de verdere geschiedenis volgen tot het einde.
Langzamerhand waren de tijden voor paters ongunstig geworden, de inkomsten van het klooster waren sterk achteruit gegaan en men had soms nauwelijks genoeg om van te kunnen leven. Ook was de kloostertucht verslapt, maar was in 1494 hersteld geworden. De tijden bleven evenwel slecht, zoo slecht, dat men zelfs algemeene ontheffing verzocht van het verbod om vleesch te eten, omdat, zoo zegt de kroniekschrijver, men van gebrek bijna omkwam. De gevraagde vrijstelling werd verleend in 1545.
Ondertusschen was de Hervorming ook in de Nederlanden doorgedrongen en brak in 1566 de beeldenstorm los, waaronder ook Maastricht te lijden heeft gehad. In Januari 1567 werden kerk en klooster der Dominikanen er door getroffen. De Dominikanen hadden overal een groot aandeel in de zoozeer gehate inquisitie en daarom is het niet te verwonderen, dat de woede van het volk zich bijzonder tegen hen richtte.
In hetzelfde jaar 1567 bezette evenwel het Spaansche leger de stad en keerde voor de kloosterlingen de rust weer, maar toen in 1578 de Spanjaarden wederom af moesten trekken, begon de ellende opnieuw. Weer woedde men tegen de Dominikanen, de inhoud van kerk en klooster werd vernield, het tabernakel opengebroken, de kostbare bibliotheek verbrand, ja zelfs ontzagen sommige burgers zich niet, de graven open te breken om de daarin gevonden doodsbeenderen te gebruiken bij het vervaardigen van kruit!
De paters moesten naar alle kanten de wijk nemen, twee ervan werden zelfs vermoord. Het lot van Maastricht was in die dagen echter wisselend, in 1579 moest de stad weer overgegeven worden aan de Spanjaarden en konden de nog overgebleven paters, naar hun klooster terug keeren. Dat nam evenwel niet weg, dat ze nog jaren lang groote ellende moesten verduren.
In 1621 ging van Maastricht 'n nieuwe kloosterstichting uit. De Maastrichtsche Dominikaan Jac. Frederix was in 1621 door het kapittel van Susteren benoemd tot pastoor te Sittard, alwaar men in 1626 een klooster begon. In 1627 werd te Maastricht 'n noviciaat gevestigd, wat nieuwen bloei met zich mede moest brengen. Toen evenwel in 1632 de stad werd ingenomen door Prins Frederik Hendrik, vreesden de paters, door vroegere ondervindingen geleerd, het ergste en bereidden er zich al op voor, de stad te kunnen verlaten. Tot dat doel kocht men in Tongeren een huis, dat later een klooster werd en dat men dan als toevluchtsoord wilde gebruiken.
De vrees voor de Staatschen bleek ditmaal echter ongegrond, men kon rustig blijven waar men was, zonder overlast te verduren te hebben. Een beroemd zoon van net klooster uit de 17de eeuw was de leekenbroeder Franciscus Romanus. Geboren te Gent in 1646 trad hij te Maastricht in de orde en deed aldaar professie. Hij was architect van beroep en herstelde in 1684 den eersten boog (aan den kant van de stad) van de in vervallen toestand verkeerende oude Maasbrug.
Om zijn groote bekwaamheid riep koning Lodewijk XIV van Frankrijk hem naar Parijs en benoemde hem tot koninklijk architect en algemeen inspecteur van bruggen en kanalen". Hij stierf te Parijs op hoogen ouderdom, in 1735.
Ook op geestelijk terrein onderscheidden zich de zonen van St. Dominicus. Ze voerden de gewoonte in om op alle Zondagen in hun kerk preeken te houden, waarin de geloofsleer der Kerk tegenover de Protestanten werd uiteengezet, een gebruik, dat tot opheffing van het klooster heeft voortgeduurd. Daarmee zetten zij de traditie voort, waar St. Dominicus reeds mee begonnen was, toen hij onbevreesd tegen de kettersche Waldenzen en Katharen was te velde getrokken met het wapen van het apostolische woord.
Het einde van het klooster naderde evenwel. In Frankrijk was een revolutie uitgebroken, die 't aanschijn van Europa en daarmee dat der wereld zou veranderen. Ook in Nederland deed zich de invloed ervan voelen. Op 4 November 1794 , trokken Fransche troepen Maastricht binnen, na een beschieting waarvan o.a. ! ook kerk en klooster der Dominikanen veel te lijden hadden gehad.
Reeds, spoedig, in 1796, kregen de verschillende kloostergemeenschappen der stad van de Fransche commissarissen aanzegging, hun huizen te ontruimen. De Dominikanen deden dit 5 December 1796, na 5 eeuwen in de stad geweest te zijn en daar gestrekt te hebben tot zegen , van de burgerij.
Ze protesteerden en onderteekenden gezamenlijk een plechtige verklaring, dat ze slechts weken voor geweld. Het protest werd voor kennisgeving aangenomen en de Fransche politie-commissaris voegde aan het stuk een verklaring toe, dat het uitsluitend was gegeven om het geweten der protesteerenden te ontlasten. Dit was dan de toepassing der leuze: vrijheid, gelijkheid, broederschap!
Aanstonds werd door de Franschen beslag gelegd op alle roerende en onroerende goederen van het klooster. Het archief werd naar Parijs gebracht en de boeken der bibliotheek, samen niet minder dan 30.000 banden!, bij stapels verkocht. De verkoop bracht netto de luttele som op van nog geen 2000 francs!
De kloostergebouwen werden aan de stad gegeven, die ze liet gebruiken voor het geven van onderwijs. De kerk zelf werd, met verandering van haar naam, op 25 Januari 1797 in gebruik genomen als parochiekerk van St. Jan de Dooper en bleef dat tot 1805, toen de zetel der parochie overgebracht werd naar Sint Servaas.
Daarheen bracht men ook veel waardevols van den inhoud der kerk. Het grafmonument van den graaf van den Berch 's-Heerenberg (1669), bevelhebber der stad Maastricht, en van diens gemalin (1683), werd van de Rozenkranskapel, waar het meer dan een eeuw gestaan had, verplaatst naar de linkerzijbeuk van het dwarsschip van St. Servaas, waar men het nu nog ziet.
Ook de eikenhouten gebeeldhouwde biechtstoelen werd naar die kerk overgebracht, ook het kostbare tabernakel van het Mariaaltaar verdween tezamen met een verzameling schilderijen van Dominikaansche heiligen en nog veel meer.
De kerk zelf, waar eens de zegenende hand van den consacreerenden bisschop langs was gegaan, waar eeuwen lang kloosterlingen God hadden gediend en God zelf had gewoond, werd gebruikt als magazijn, ja zelfs eens als paardenstal.
Het klooster werd langzamerhand afgebroken. In 1804 verdwenen de oost- en zuidvleugel van het kloostervierkant, die resp. langs de kerk en langs de Spilstraat liepen. De rest werd in gebruik genomen als koninklijk atheneum.
Van wat er nog over was gebleven Is later het grootste deel ook nog afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe gebouw van Gymnasium en H.B.S. aan de Helmstraat. Van alles, wat er eens was, is weinig meer overgebleven dan de kerk, die daar staat als „schaduw van een grooten naam", wijzende op een grootsch verleden.
Een Dominikaan is tegenwoordig in het Maastrichtsche stadsbeeld een vreemde. Een vreemde in de stad, waar hij 5 eeuwen heeft thuisgehoord en met welks geschiedenis hij is samengegroeid.

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.