![]() | |
drs J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl 
De geschiedenis van Vietnam is sterk bepaald door zijn ligging ten zuiden van Communistisch China, de Chinese Volksrepubliek sinds 1949. China hield gedurende de eerste negen eeuwen van onze jaartelling Vietnam bezet. Zo kwamen de vietnamezen in aanraking met de leer van Confucius, dat opriep tot een harmonieuze, gezagsgetrouwe samenleving. Naast het confucianisme werd ook het boeddhisme vanuit China in Vietnam verspreid. Vietnam bleef onder Chineze invloed staan en de verhouding tussen beide landen is altijd gevoelig gebleven.
Tijdens de Vietnamoorlog kreeg Noord-Vietnam militair materieel van China, maar meer ook niet.

Kapitalisme en communisme
De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bepaalden na de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog de wereldpolitiek. De VS het kapitalisme en de SU het communisme. Twee tegengestelde maatschappijsystemen, democratie tegenover dictatuur. Beide systemen vonden dat ze hun maatschappijvisie in de wereld moesten uitdragen. Ideologie speelde daarbij dus een hoofdrol, maar dat niet alleen. Even belangrijk was de factor van het politieke en economische eigenbelang. Communistisch China was pas ontstaan na de burgeroorlog in 1949 op het Chinese platteland. Dat land zou eveneens uitgroeien tot een wereldmacht eind twintigste eeuw.
Dekolonisatie
De twintigste eeuw zou de eeuw worden van de dekolonisatie. Het begin lag bij de nederlaag van de Russen tegen Japan in 1905. Na de eerste wereldoorlog werd verder een begin gemaakt met het dekolonisatieproces doordat in veel koloniën een zelfbustzijn was ontstaan onder de gekoloniseerde volken. Nationalistische bewegingen riepen steeds luider om onafhankelijkheid en men zag in de communistische ideologie een aantrekkelijke boodschap. De communistische leer beloofde namelijk een menswaardig bestaan. Omdat de invloedssferen in Europa waren verdeeld werden de koloniën mikpunt van een strijd in de Koude Oorlog. Zo vermengden zich in de onafhankelijkheidsstrijd van veel koloniën nationalistische- en koudeoorlogs-motieven.
Amerika en het Vietnamese drama
Vanaf de negentiende eeuw was Vietnam een onderdeel van de Franse kolonie Indochina. Ook hier ontstond een nationalistische beweging. Na de bezetting door de Japanners probeerden de Fransen hun kolonie weer onder controle te krijgen. Onder leiding van generaal Giap, een militair strtegisch genie) werden de Fransen echter in de zogenaamde Vlakte der Kruiken (Dien Bien Phu) vernietigend verslagen. De Fransen trokken zich terug en de Amerikanen bleven politiek en militair aanwezig in Zuidoost-Azië. Dat deed men omdat het communisme zich steeds verder uitbreidde in de regio en men bang was dat heel Indo-China communistisch zou worden.
Amerika raakte rond 1960 steeds meer betrokken bij Vietnam en president Kennedy stuurde duizenden zogenaamde militiare adviseurs naar Vietnam. De deelname van de VS nam onder president Johnson steeds verder toe, zeker na het zogenaamde Golf van Tonkin-incident waarbij de Noord-Vietnamese marine de Amerikaanse marine in internationale wateren zou hebben aangevallen. Met toestemming van het Congres werden nu geregelde Amerikaanse troepen naar Zuid-Vietnam gestuurd. Uiteindelijk meer dan 500.000 soldaten.
En toch, ondanks 58:000 omgekomen Amerikaanse soldaten, een uitgave van meer dan 150 miljard dollar, en een bommentapijt dat groter was dan het aantal bommen die vielen in de Tweede Wereldoorlog, verloor de VS deze oorlog in 1975.
In Washington is voor de Amerikaanse slachtoffers een momunent opgericht, maar de trauma's zijn er nog steeds.










