Samenvatting H7 SV
Oude culturen in Amerika, Afrika en Azië
Drs.J.W.Swaen docent geschiedenis en staatsinrichting www.blikopdewereld.nl
7.1 Waarom de oude culturen bestuderen?
Tot nu toe hebben we vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van Europa en het Midden Oosten. Maar ook de rest van de wereld heeft een eigen geschiedenis. En die geschiedenis is even belangrijk als die van ons zelf, al vergeten we dat wel eens.
Door de toenemende wereldhandel vinden we het gewoon om spercieboontjes te eten uit Egypte, kiwi's uit Australië, appels uit Chili en allerlei andere producten. Door de wereldgodsdiensten komen we ook met andere culturen in contact. Daarnaast leven we om allerlei redenen in een multiculturele samenleving. Om nu inzicht en begrip te krijgen voor andere volkeren en hun geschiedenis houden we ons daar in dit hoofdstuk mee bezig. In dit hoofdstuk tot de ontdekkingreizen van de 16e eeuw. (wordt verder bij stil gestaan in het volgende boek).
In dit hoofdstuk gaat het over oude culturen vóór de komst van de Europeanen.
7.2 Oude culturen in Midden- en Zuid - Amerika
Mens en natuur
Bekende volken in Midden - Amerika waren de Maya's en de Azteken.

Het rijk van de Azteken
Maya's en Azteken leefden op ontgonnen gedeelten van het tropische regenwoud en de hoog- en laagvlakten van Mexico.De Inca's leefden in het Andes - gebergte in Zuid Amerika. De Inca's leefden in de bergdalen en op de hoogvlakten van de Andes
KuifjE in de zeven kristallen bollen

Album de zeven kristallen bollen) die heiligschennis zou hebben gepleegd doordat hij de armband van de Incakoning Raskar Kapak had gedragen, waarbij men uiteindelijk beland in de Zonnetempel van de Inca's.
Zowel in Mexico als in de Andes was voldoende water voor landbouw. Dieren die alleen in Amerika voorkwamen, waren lama's (Andesgebied) en kalkoenen (Mexico). Er waren in Amerika voor de komst van de Europeanen geen paarden, koeien, schapen, geiten of varkens. Veeteelt was daardoor maar beperkt mogelijk.
Bestaansmiddelen en groepen
De meeste mensen leefden als boer op het platteland. Hun belangrijkste middel van bestaan was de akkerbouw. De indiaanse boeren bevloeiden en bemestten het land en verbouwden ruim 20 producten waaronder maïs, aardappelen, cacao, tomaten en tabak. In andere delen van de wereld kende men die toen niet.

Op deze afbeelding van de terrasvorming in Machu Picchu (van de Inca's in het Andesgebergte) is goed te zien hoe men het klaarspeelde hoog in de bergen landbouw te beoefenen.
Er waren ook veel steden. De Maya stad Chichen Itza had 50.000 inwoners. er waren ook ambachtslieden die weinig metaal gebruikten. Bijna alle gebruiksvoorwaarden, gereedschappen en wapens waren van hout of steen gemaakt. Ze kenden wel koper, zilver en goud. In de steden waren er kooplieden en ambtenaren voor het bestuur.
Het wiel en de wagen kende men niet. Het vervoer van de goederen gebeurde door dragers.
Ze maakten indrukwekkende bouwwerken en ontwierpen ingewikkelde bevloeiingswerken. geleerden bepaalden de tijd aan de hand van de zon en de maan. Zo wist men wanneer het tijd was om te zaaien en te oogsten.
Bestuur
Het bestuur van de Maya's, Inca's en Azteken was goed georganiseerd:
- Aan het hoofd stond de vorst bijgestaan door een raad
- Onder de vorst en zijn raad stonden de bestuurders van de steden
- Ambtenaren regelden de openbare taken
- Burgers moesten naast belasting betalen ook dienst nemen in het leger. ook moesten ze goederen leveren en werkzaamheden voor de overheid verrichten.
Gelaagde Samenleving
De indiaanse samenleving was gelaagd. Bovenaan stond de vorst, daaronder de bestuurders, legeraanvoerders, ambtenaren en priesters. Daaronder weer de kooplieden en handwerkslieden. De benedenlaag werd gevormd door de boeren.
De Maya's en de Azteken hadden ook nog slaven. Meestal waren dat krijgsgevangenen.
Godsdienst en andere cultuuruitingen
Natuurverschijnselen werden als goden vereerd. Ook de vorst werd als god vereerd. Priesters hadden een grote invloed.
Maya's en Azteken offerden mensen. Zij offerden krijgsgevangenen aan de goden. Van de Azteken is bekend dat zij kinderen offerden aan hun regengod.

Tzolkin, Kalender van de Maya's van 260 dagen(ze ontwikkelden er ook een van 365 dagen)
De Maya's bedachten een kalender en kenden een beeldschrift. De Inca's bedachten een klok in de vorm van een zonnewijzer
7.3 Oude culturen in Zwart Afrika
Mens en natuur
Afrika, ten zuiden van de Sahara, ook zwart Afrika genoemd, bestaat voor een deel uit tropisch regenwoud. In het oude Afrika vóór 1600 was het regenwoud veel groter dan nu. Door onregelmatige regenval ontstonden vaak voedseltekorten en kwam hongersnood voor. een groot gevaar voor de gezondheid waren ook de gevaarlijke insecten als tseetseevlliegen (slaapziekte), muggen(malaria) en een soort waterslakken die de ziekte bilharzia verspreiden. Daardoor was Afrika dunbevolkt.
Door natuurlijke hindernissen konden volken moeilijk met elkaar in contact komen. De bevolking van Zwart Afrika bestaat uit verschillende Etnische groepen. De Pygmeeën en de Koi - San zijn er het langst. De andere zwarte volken hebben zich in de afgelopen 12.000 jaar over Afrika verspreid. Hun onderlinge verschillen zijn groot.
Bestaansmiddelen en beroepen
De meeste mensen leven van de akkerbouw, sommige nomadenvolken van de veeteelt, aan zee en aan de meren van visserij.
Enkele handelsplaatsen in koninkrijken en imperia groeiden uit tot grote steden, bijvoorbeeld Timboektoe(Mali), Kano (Songhai), Loango(in het koninkrijk met dezelfde naam) en Zimbabwe(Monomapata). Men ghad ook handelscontacten met de Arabische wereld. Op het platteland en vooral in de steden werkten ambachtslieden. Naast goud gebruikten ze ijzer. Ijzererts wordt al tweeduizend jaar in Afrika gedolven.
Bestuur
In Zwart Afrika leefden ongeveer duizend volken. de regeringsvormen kunnen in drie groepen worden onderverdeeld.
- De staatloze samenleving. Een volk leefde verspreid over dorpen en de bewoners regelden het bestuur via dorpsraden. Iedere volwassen man had recht van spreken. De Ibo's , een volk in he huidige Nigeria, was een volk met zo'n staatloze samenleving.
- Koninkrijken. Deze ontstonden in gebieden die gunstig lagen voor de handel. De koning werd door priesters en edelen terzijde gestaan. Door middel van het heffen van belasting werden deze betaald en ook de slodaten. Voorbeelden van belangrijke koninkrijken zijn Ife en Benin (in Nigeria) en Asante (Ghana).
- Imperia. Sommige koninkrijken groeiden door veroveringen uit tot Imperia. In een Imperium werd één koning de leider. Vanaf 700 na Chr. tot de komst van de Europeanen heeft er in de Sahel, net ten zuiden van de Sahara, een aantal van die imperia bestaan. Voorbeelden zijn: Ghana, Mali en Songhai in Oost - Afrika en Monomapatra in zuidelijk Afrika.

Gelaagde samenleving
In de koninkrijken stond de koning bovenaan. Hij werd daarbij geholpen door een kleine groep priesters en edelen. de onderste bevolkingslaag bestond uit slaven. Slaven waren krijgsgevangenen of misdadigers.
Er waren geen grote verschillen in gelaagdheid op het platteland. In het algemeen gold voor de meeste volken:
- Ouderen stonden in hoger aanzien en was er een gelaagdheid op grond van leeftijd
- Mannen stonden in hoger aanzien dan vrouwen.
Godsdienst en andere cultuuruitingen
De traditionele Afrikaanse godsdienst bestond al lang voor het christendom en de islam. Er waren grote verschillen tussen de Afrikanen met betrekking tot de manier waarop ze hun godsdienst beleden.
Er waren ook enkele gemeenschappelijke kenmerken:
- De Afrikanen geloofden dat natuurverschijnselen het werk van goden en geesten waren.
- De Afrikanen geloofden dat de ziel van een overledene vroeg of laat terugkwam. Voorouders werden vooral vereerd bij godsdienstige feesten en plechtigheden. een ziekte kon betekenen dat een voorouder boos was.
- Door magie probeerden de Afrikanen ongeluk te voorkomen. Medicijnmannen waren specialisten in magie.
De Islam
Tot in de 11e eeuw kreeg de islam weinig aanhang. toen gingen leden van de imperia ten zuiden van de Sahara over tot de islam. Tot diep in de 18e eeuw bleef de islam daar een godsdienst voornamelijk in de steden en aan de hoven van de koningen.
Andere uitingen van cultuur
De dans en het gebruik van trommels. In Zwart Afrika had de dans altijd een godsdienstige betekenis. In Europa niet. Trommels waren ook een belangrijk middel om boodschappen over grote afstanden door te geven.
7.4 Oude culturen in India
Mens en natuur
Het landschap in India bestaat uit bergen, bossen en vlakten. de zomers zijn droog en heet. de bevolking is daardoor afhankelijk van regen en rivieren. Het grote belang van water zie je terug in godsdienstige gebruiken. In de rivier de Ganges wordt ritueel gebaad. En de doden worden op de oevers van de rivieren verbrand. Doordat volken India binnenvielen is de samenstelling van de bevolking heel gemengd. Er worden veel talen gesproken in India en er zijn er 21 erkent.
Bestaansmiddelen en beroepen
Vanaf 4000 - 3000 voor Christus werd landbouw bedreven langs de rivier de Indus en temde men de buffel en de olifant. Van daaruit verspreidde de landbouw zich over geheel India. Veel eerder dan elders verbouwde men er katoen. Er ontstonden handelscontacten met China, het oude Egypte, het Romeinse rijk en de Arabische wereld.
Bestuur
India bestond bijna de gehele geschiedenis uit een groot aantal vorstendommen.
Enkele beroemde perioden in het verleden van India waren:
- Het rijk langs de Indus. Ruim 3000 jaar voor Christus ontstaan en was een hoogontwikkelde cultuur. erw aren toen al enkele grote steden zoals Mohenjo - daro en Harappa.
- Het Maurya - rijk. Bestond van 321 tot 184 voor Christus in het noorden van India. Vooral onder koning Ashoka kwam het rijk tot bloei. hij bestuurde het rijk met behulp van gouverneurs. Hij streefde naar vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. Hij had een afkeer van geweld en bekeerde zich tot het boeddhisme.
- Het Mogolrijk. vanaf de 8e eeuw vielen veel moslimvolken het noorden van India binnen. vele eeuwen later, in de 16e eeuw, werd een groot deel van India onder één moslimleider gebracht. De Mogols , een Turkse familie, hadden alle macht in handen. Akbar kwam in 1556 aan de macht en bevorderde eenheid en gelijkheid voor iedereen in zijn rijk.

Godsdienst en andere cultuuruitingen
In India ontstonden twee godsdiensten: het hindoeïsme en het latere boeddhisme. In de 8e eeuw verspreidde de islam zich in India.
Het hindoeïsme
Het hindoeïsme heeft geen stichter of profeten zoals andere godsdiensten. het werd in de periode 1500 - 500 voor Chr. de belangrijkste godsdienst in India. de belangrijkste kenmerken ervan zijn:
- Het vereren van veel goden. Vishnu, de beschermer van de mensen en al het leven, Shiva, de god van de schepping en Brahma het opperwezen waaruit al het leven is voortgekomen.
- Het geloof in reïncarnatie, als het lichaam sterft , wordt de ziel opnieuw geboren in een ander lichaam.
- Een samenleving bestaande uit een groot aantal kasten. Een kaste is een groep mensen waarbinnen je geboren wordt en je gehele leven blijft.
Het boeddhisme
In de 5e eeuw voor Chr. ontstond het boeddhisme als reactie op het kastenstelsel van de hindoes. De stichter was Siddharta Gautama. Hij werd bekend als Boeddha (de Verlichte). de belangrijkste kenmerken van zijn leer zijn:
- Het grootste deel van ons leven is lijden. dat komt door wat de mensen verlangen.
- Verlangens kunnen nooit worden vervuld en leiden daardoor tot nieuwe verlangens.
- Alleen door zijn verlangens te bedwingen kan een mens zichzelf bevrijden van leed.
- iedereen kan opgaan in Brahma. Maar het hoogst bereikbare is nirwana, de volledige rust, vrede en de vernietiging van alle begeerte. Alleen monniken, die leven volgens de regels van Boeddha, kunnen het nirwana bereiken.
In het begin kende het boeddhisme geen godenverering. Op den duur ging men Boeddha als god vereren. Het boeddhisme is bijna geheel uit India verdreven maar het kreeg in Azië veel aanhangers.
De Islam
Vanaf de 8e eeuw drongen moslimvolken India binnen waardoor in de door hen veroverde gebieden de islam zich verspreidde.
Gelaagde samenleving
Al in de Induscultuur van zo'n 3000 voor Chr. was er een gelaagde samenleving met een priester - koning aan het hoofd. Daaronder was er een laag van priesters, daarna de ambtenaren, handelaren en de boeren. In alle lagen had de man meer aanzien dan de vrouw.
Vanaf 1500 voor Chr. werd de gelaagdheid sterk beïnvloed door het kastenstelsel van het hindoeïsme. de hoogste kaste de geestelijken. Daarna de mensen met politieke taken. Daaronder de handelaren en de vrije boeren en daarna de pachters en arbeiders. Helemaal onderaan stonden de mensen die niet tot een kaste behoorden, de onaanraakbaren. Door een zuiver leven kan de hindoe in een volgend leven in een hogere kaste komen.
7.5 Het oude China
Mens en natuur
China heeft bijna overal natuurlijke grenzen. door de afgesloten grenzen behoort ruim 90% van de bevolking tot één volk, het Chinese. Daardoor kon ook een eigen cultuur in China ontstaan. Grote delen van China waren zeer bergachtig waardoor het land weinig landbouwgrond. Daarom woonden de meeste mensen dicht bij elkaar. Nog steeds leeft 80% van de landbouw.
Bestaansmiddelen en beroepen
Bijna alle mensen in het oude China leefden van de landbouw. de opbrengst van de grond hadden ze bijna helemaal nodig om zichzelf te voeden. Hun grondbezit was te klein om veel opbrengst te kunnen verhandelen.
Er werd niet alleen binnen China gehandeld. Er was ook handel met het buitenland. Niet alleen met de buurlanden zoals India maar ook met het Midden - Oosten, het Romeinse rijk en Oost - Afrika. belangrijke Chinese exportproducten waren porcelijn en zijde. Ook was er een groot aantal ambtenaren. Zij hielpen de keizer bij het besturen van het land.
Gelaagde samenleving
Bovenaan stond de keizer en daaronder een laag ambtenaren en rijke grondbezitters. de derde laag werd gevormd door de boeren. Op de vierde plaats kwamen de ambachtslieden en op de vijfde plaats de handelaren.
Door te slagen voor het ambtenarenexamen konden de zonen van boeren, ambachtslieden en handelaren belangrijke ambten krijgen.
Het waren echter de zonen van de grootgrondbezitters die voldoende tijd en geld hadden om het examen te laten afleggen.
Op dat examen werden de kandidaten getest op hun kennis van het confucianisme.
Om te overleven was het belangrijk dat je kon rekenen op steun van de groep waarin je leefde, de familie. daarbij stond discipline voorop en had de oudste de meeste rechten.

Godsdienst en andere cultuuruitingen
De keizer als contact tussen hemel en aarde
De Chinezen hadden geen godsdienst zoals het Hindoeïsme, de islam of het christendom. Zij geloofden dat er een voortdurend contact was tussen hemel en aarde. De keizer zorgde voor dat contact. Hij was 'de Zoon van de Hemel'. De keizer werd als een mens, niet als een god gezien zoals de farao bij de Egyptenaren.
Het confucianisme legt nadruk op juiste gedrag

In de 6e eeuw voor Chr. bedacht Koeng Foe - tsoe, in Europa Confucius genoemd, een nieuwe leer. Hij geloofde dat de mens van zichzelf goed was. Als iedereen zich goed gedroeg, zouden alle problemen in de samenleving verdwijnen.
Het confucianisme gaf aan wat de juiste betrekkingen waren tussen een heerser en zijn onderdanen, tussen een vader en een zoon, tussen een man en zijn vrouw, tussen een oudere en een jongere broer, tussen vrienden.
De hoger geplaatsten moesten welwillend en vriendelijk zijn. de lager geplaatsten moesten trouw en gehoorzaam zijn aan de hoger geplaatsten. De hoger geplaatsten moesten het goede voorbeeld geven.
Voorouderverering en boeddhisme
Naast het confucianisme bestond in de dorpen ook voorouderverering. een aantal families met dezelfde voorvader vormde een clan.
Onder geleerden en kunstenaars verbreidde zich het boeddhisme, dat uit India afkomstig was.
Andere cultuuruitingen
Op technisch gebied hadden de Chinezen in de Late Middeleeuwen een grote voorsprong op Europa. Belangrijke Chinese uitvindingen waren het buskruid en het kompas. Ook maakten de Chinezen gebruik van papiergeld als betaalmiddel. Ook op wetenschappelijk gebied zoals de geneeskunde, sterrenkunde en op het terrein van de kunst oefenden de Chinezen invloed uit op andere volken.
Bestuur
2000 jaar voor Chr. ontwikkelde zich aan de oevers van de Gele rivier een landbouwgemeenschap.
De Ch'in - dynastie was de eerste die erin slaagde (221 voor Chr.) een groot deel van China onder zich te verenigen. Met een dynastie wordt een serie heersers bedoeld uit een zelfde familie. Van de Ch 'in - dynastie is het woord China afgeleid.
Wat uit deze tijd overgebleven is: De Chinese muur, één schrijftaal en één stelsel van maten, gewichten en munten voor het hele rijk.
Aan alle dynastieën kwam na verloop van tijd een einde. telkens door dezelfde oorzaken.
- Bestuurders bleken corrupt.
- de grond kwam in handen van weinigen waardoor de armoede toenam.
- Daardoor ontstonden opstanden.
- Het ontstaan van grensoorlogen
De Ch 'in - dynastie werd opgevolgd door de Han - dynastie. Deze heerste bijna vier eeuwen over China. De Han - dynastie voerde het examenstelsel in.
Tijdens de Soeng - dynastie (960 - 1279) ontwikkelden zich in China al grote steden. De stad Hangzhou in Midden China had halverwege de 13 e eeuw ruim een miljoen inwoners. Handel en nijverheid waren in deze steden de belangrijkste middelen van bestaan.
De Ming - dynastie heerste in China toen in de 16e eeuw veel Europeanen overzee naar China reisden.
Foto rechts: elk gezicht is uniekDe beelden zijn gemiddeld 1.86 meter hoog en wegen 300 kg. Alle gezichten van de krijgers zijn verschillend en men neemt dan ook aan dat echte soldaten model hebben gestaan. De opgravingen zijn nog in volle gang, maar inmiddels is het grafcomplex na de Grote Muur wellicht de belangrijkste toeristische attractie van China. Het bevindt zich op ca 30 km ten oosten van Xi'an, de hoofdstad van de provincie Shaanxi (ongeveer 1300 km van Beijing).
Terracotta Leger
Met de aanleg van een grafcomplex werd al bij de troonsbestijging van de jonge koning in 246 begonnen. Nadat hij
zichzelf had uitgeroepen tot Eerste Keizer, pakte hij de zaken groots aan. 700.000 Dwangarbeiders werkten aan een onderaardse grafkamer, vol modellen van paleizen, gebouwen en allerhande gebruiksvoorwerpen en kostbare stenen. De kamer werd afgedekt en bovenop werd een kunstmatige heuvel aangelegd. Volgens geschiedschrijver Sima Qian werden de kinderloze concubines van de keizer mee in het graf begraven, evenals de handwerkslieden die aan het complex hadden meegewerkt. Oorspronkelijk was het complex twee vierkante kilometer groot. Nu is slechts de heuvel zichtbaar. Wat zich precies in de grafkamer bevindt weet niemand. De heuvel is (helaas) nog niet uitgegraven en dat geldt ook voor het 'Dodenwachters Paleis', waarvan in 1977 delen zijn gevonden.
Wat niemand tot het jaar 1974 ook maar kon vermoeden, is dat op anderhalve kilometer afstand van de grafheuvel nog een archeologische schat verborgen lag. In dat jaar was een boer bezig een waterput te slaan toen hij stuitte op enkele terracotta beelden. Verdere opgravingen wezen uit dat het hier ging om een belangrijk deel van het grafcomplex van de Eerste Keizer. Verdeeld over vier kuilen is hier een terracotta leger gevonden, met beelden van krijgers, paarden en strijdwagens. Kuil 1 is met zijn 210 bij 60 meter de grootste en bevat meer dan 3000 infanteristen en zes strijdwagens.In kuil 2 zijn 1400 beelden aangetroffen en in kuil 3 staan 68 beelden van hogere officieren en generaals. Kuil 4 is leeg.
Bron: www.geledraak.nl








klik op de afbeelding

