Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis Methode Sprekend Verleden SV deel 2 Havo/VWO Hoofdstuk 1

SV deel 2 Havo/VWO Hoofdstuk 1

E-mail Afdrukken PDF

Samenvatting  H1 SV2

Een nieuwe tijd begint

drs.J.W.Swaen docent geschiedenis en staatsinrichting www.blikopdewereld.nl 

michalangelo

 

1 Over de Nieuwe en de Nieuwste Tijd

De Nieuwe tijd (ongeveer van 1500-1800)

De periode in de geschiedenis van West - Europa die volgt op de Middeleeuwen, wordt de Nieuwe Tijd genoemd,. Die naam is pas later aan die tijd gegeven.

europ 1550

 

De mensen in de vijftiende eeuw hadden het gevoel dat er een nieuw tijdperk begon. Vooral geleerden en kunstenaars vonden dat. De tijd achter hen noemden zij de 'Donkere Tijd' of de Middeleeuwen: de tijd midden tussen de tijd van de Grieken en Romeinen en hun eigen tijd. Zij wilden verder gaan waar de Grieken en Romeinen gebleven waren.

Kernmerken van de Nieuwe Tijd

  • In de Middeleeuwen had het christendom de grootste invloed op kunsten en wetenschappen. In de Nieuwe Tijd werd de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur heel groot. Als gevolg daarvan werden veel nieuwe uitvindingen gedaan. Vooral in de 18e eeuw ging een kleine groep onderzoekers nadenken hoe mensen het best konden samenleven..
  • In de Middeleeuwen was de landbouw het belangrijkste middel van bestaan. In de Nieuwe tijd  werden naast landbouw ook handel en bedrijf belangrijk. Door de ontdekkingsreizen ontstond er een wereldhandel met Europa als middelpunt.
  • In de Middeleeuwen hadden edelen grote macht. In de Nieuwe tijd nam die macht af. Vorsten kregen in de meeste West Europese steden enorme macht tot er in Frankrijk een revolutie uitbrak.
  • In West Europa ontstonden er problemen in de christelijke Kerk. Protestanten, Calvinisten en Lutheranen, scheidden zich van de Katholieke Kerk af.

Overgang van de Nieuwe Tijd in de Nieuwste Tijd (ongeveer 1800 tot nu).

  • De wetenschappelijke revolutie zette zich door in de Nieuwste Tijd.
  • Er kwam een nieuwe stroming in de kunst op de Romantiek met hernieuwde belangstelling voor de Middeleeuwen
  • Na 1750 begon de industrie zich in Europa te ontwikkelen. Eerst in Engeland, later ook in andere Europese landen en de VS. Industrie werd in de Nieuwste Tijd het belangrijkste middel van bestaan.
  • Vanaf ongeveer 1800 raakten Europese vorsten steeds meer macht kwijt aan het parlement waarvan de macht steeds meer in de 19e eeuw werd uitgebreid door uitbreiding van het kiesrecht.

 

 

  • Meer mensen gingen erover nadenken hoe de mensen het best met elkaar konden samenleven. Deze werden ismen genoemd: Kapitalisme, socialisme, conservatisme en liberalisme.
  • Als gevolg van de Franse Revolutie kwam er gelijkheid van godsdienst in de meeste Europese landen.

1.2 Renaissance verbreidt zich over Europa

Renaissance op het gebied van kunsten en wetenschappen

In de Middeleeuwen waren kunstenaars en onderzoekers vooral bezig met wat voor godsdienst van belang was.. Italianen waren omstreeks 1400 niet tevreden over hun eigen tijd. Zij namen de cultuur van de Grieken en Romeinen als voorbeeld. Zij gingen niet alleen overblijfselen van oude gebouwen, maar ook oude geschriften vol bewondering bestuderen.

De Grieken en Romeinen vonden:

  • Dat een mens zichzelf niet op de achtergrond hoefde te plaatsen. Ieder mens was belangrijk en het was juist goed  om jezelf op de voorgrond te plaatsen.
  • Ieder mens leeft voor zichzelf en niet voor een of andere groep.
  • Dat het leven geen voorbereiding was op de dood. Je moest van het leven op aarde genieten en niet alleen maar aan de dood denken. Volgens een Romeins gezegde ging het om 'carpe diem' = 'pluk de dag'

Deze nieuwe belangstelling voor de Grieks-Romeinse cultuur noemt men de Renaissance(letterlijk wedergeboorte). Hier gaat het om de wedergeboorte van de Grieks-Romeinse cultuur.

Vanuit Italië verbreidde de verandering in het denken zich over Europa.

Grieks-Romeinse invloeden

Vooral mensen in de bovenlaag van de bevolking voelden zich in de 15e eeuw tot deze denkbeelden aangetrokken:

  • Kooplieden wilden van hun rijkdom genieten en leieten fraaie woonhuizen bouwen en inrichten.
  • Vorsten en edelen wilden meer macht krijgen. De Kerk mocht zich daar niet mee bemoeien.
  • Kunstenaars wilden de stijl van de Grieken en Romeinen overnemen. Maar wilden ook bepalen wat ze maakten, een eigen stijl te ontwikkelen en het werk van hun naam voorzien.
  • Geleerden wilden onderzoek doen op gebieden die zijzelf belangrijk vonden. Ook al had de Kerk hier bezwaar tegen. Een voorbeeld is Galileo Galilei.

Galileo Galilei (Pisa, 15 februari 1564 – 8 januari 1642) was een Italiaanse natuurkundige en filosoof. Hij was hoogleraar in Pisa (1589-1592) en Padua (1592-1610).

gallilei 

Grondlegger van de moderne astronomie


Als een van de eersten die een telescoop gebruikten, en waarschijnlijk de eerste die hem gebruikte voor astronomische waarnemingen, ontdekte Galilei vier manen van Jupiter.  Galilei kan gezien worden als de vader van de moderne astronomie. Op grond van bovenstaande waarnemingen en de theorie van Nikolaus Copernicus kwam Galilei tot de conclusie dat de zon in het midden van ons zonnestelsel staat (de heliocentrische theorie).

Eerder dacht men, op grond van de geschriften van Ptolemeus, dat de aarde in het middelpunt van het gehele universum stond, en dat de zon, de planeten en alle sterren om de aarde heen draaiden. Dit was ook een van de leerstellingen van de Rooms-katholieke Kerk. Na een aantal jaren kwam Galilei dan ook in conflict met de Kerk, alhoewel hij zelf volhield dat zijn werk slechts een zuiver theoretische beschrijving inhield, en niet in conflict was met de godsdienst, die hijzelf ook aanhing. Hij meende juist te laten zien hoe doordacht het door God geschapene in elkaar zat.Toch werd Galilei gedwongen afstand te nemen van zijn ontdekkingen, en werd hij in een kerkelijk proces veroordeeld tot levenslang huisarrest, van 1633 tot 1642.

Pas in 1992, 359 jaar na het proces, sprak paus Johannes Paulus II een excuus uit, waarmee Galilei's naam eindelijk werd gezuiverd en Galilei zelfs werd erkend als gelovig mens.

Kooplieden, vorsten, edelen en geleerden vormden echter maar een kleine groep in de samenleving, maar wel een belangrijke.

1.3 Grote ontdekkingsreizen en hun gevolgen

Portugezen gaan handel drijven met Azië

Vanaf de 15e eeuw waren de Portugezen de Afrikaanse kust aan het verkennen. Waarom?

  • Ze zochten steun in de strijd tegen de moslims.
  • Ze waren op zoek naar visgronden.
  • Ze waren op zoek naar volken om handel mee te drijven.
  • Ze zochten een zeeweg naar Azië.

In 1488 bereikten Portugezen de zuidelijke punt van Afrika (Kaap de Goede Hoop). In 1498 bereikten Portugees Vasco da Gama India.

De Portugezen vestigden op verschillende plaatsen factorijen. dat waren handelsposten die bestonden uit een fort, een haven, wat pakhuizen en woningen. Schepen konden daar vers voedsel en water aan boord nemen.

De Portugezen namen in Azië ook een groot deel van de handel van de Arabische en Chinese handelaren over. Deze handel van het ene naar het andere Aziatische land leverde de Portugezen grote winsten op. Groter zelfs dan de winsten van de handel met andere Europese landen.

In de 17e eeuw kregen de Hollanders de grootste invloed in Azië, in de 18e eeuw de Fransen en Britten.

De inheemse bevolking kon niets doen tegen de indringers omdat die betere wapens hadden.

Spanjaarden ontdekken Amerika en vestigen er een koloniaal rijk.

Columbus wilde in westelijke richting naar Azië varen.

In 1492 kreeg hij van de Spaanse koning schepen om deze reis te maken. Na drie maanden ontdekte hij een nieuw werelddeel Amerika, maar dat bleek pas later omdat hij dacht in Indië te zijn aangekomen. De Europeanen hadden toen de inwoners al Indianen genoemd.

De Spanjaarden gingen in Amerika anders te werk dan de Portugezen in Azië. Zij stchtten geen factorijen maar een kolonie waar landgenoten zich konden vestigen. Ook de Portugezen stichtten in Amerika een kolonie, het latere Brazilië.

Zo ontstonden twee grote koloniën in Midden- en Zuid-Amerika. De Indianen werden verdreven omdat de Europeanen veel sterker waren omdat ze paarden en vuurwapens hadden.

Het belangrijkste voor de kolonisten waren de zilvermijnen. Maar er was ook veel grond en de Europeanen gingen in het binnenland aan veeteelt doen. In de kustprovincies werden grote plantages (landbouwbedrijven) aangelegd. Daar werden suiker, en later koffie en tabak verbouwd.

Gevolgen van de ontdekkingen

  • Verspreiding van mensen over de hele wereld onder blanke leiding. Miljoenen Afrikanen werden als slaven naar Amerika gevoerd en miljoenen Aziaten, op zoek naar werk, trokken naar de Europese koloniën in Afrika en Amerika.
  • Miljoenen sterven door ziektes en geweld. Door de onderlinge contacten bracht men nieuwe ziekten op elkaar over. Vooral Indianen werden getroffen door malaria, gele koorts, waterpokken en mazelen waardoor miljoenen stierven. Ook veel Afrikanen kwamen tijdens het slaventransport om. Maar ook van de Europeanen overleden er velen.
  • Uitwisseling van producten en begin van een wereldeconomie. Uit Amerika kwam de aardappel(zou in West Europa het belangrijkste voedingsmiddel worden), katoen, tabak, maïs, ananas, tomaten aardnoten en maniok. Maniok, een soort wortel, werd in Afrika een belangrijk voedingsmiddel. De West- Europeanen brachten naar Amerika: paarden,koeien, schapen, varkens, kippen, tarwe, suikerriet, koffie,olijven, sinasappelen, bananen, citroenen en wijnstokken. En niet te vergeten slaven uit Afrika. Uit Azië kwamen specerijen en zijde.
  • In West-Europa neemt handel in producten uit de koloniën toe. In de 17e eeuw was de handel nog niet groot tussen de werelddelen. Er waren weinig schepen en ze waren klein. Daarbij kwam ook nog dat de nieuwe producten alleen door de rijke bovenlaag konden worden betaald. In de 18e eeuw kwam daar langzaam verandering in omdat men in Europa steeds meer producten als koffie, thee, cacao, tabak en vooral suiker ging gebruiken. Steeds meer mensen konden door de toenemende welvaart deze producten kopen.

Naast Spanjaarden en Portugezen hadden ook Engelsen, Fransen en Hollanders plantages aangelegd in het Caribisch gebied.

zuid amerika 1780

 

1.4 Opkomst van machtige vorsten

Vorsten brengen een scheiding aan tussen Kerk en Staat

Tot de dertiende eeuw dachten de meeste Europeanen dat God maar één heerser over de samenleving wilde: de paus. Volgens de Kerk had hij de macht over de wereld gekregen. Vorsten hadden daarom hun macht aan de Paus te danken en waren dus aan hem ondergeschikt. Zij moesten zorgen voor een goed bestuur en vechten tegen de heidenen. deden zij dat niet goed dan konden zij door de paus worden afgezet.

De vorsten stelden de zaak liever anders voor. Volgens hen wilde God een verdeling van de macht: de paus had alles te zeggen over godsdienstige zaken en de vorsten waren baas op hun terrein (bestuur van het land, rechtspraak en oorlogvoering). Men noemt dit scheiding tussen Kerk en Staat.

Het absolutisme ontstaat

Vanaf de late Middeleeuwen nam de macht van de vorsten toe. Op den duur moest de paus bekennen, dat hij niet genoeg macht bezat om de vorsten te kunnen afzetten. En de paus kon de vorsten dan ook niet meer dwingen tot een andere politiek.

In de meeste Europese staten ontstond een autocratie, een regering door één man. De vorst en zijn aanhangers gingen er van uit, dat een koning door God was aangesteld om zijn onderdanen te besturen. het was de plicht van deze onderdanen hem te gehoorzamen zonder vragen te stellen. Deze regeringsvorm wordt absolutisme genoemd. Het Franse absolutisme werd hét voorbeeld voor de rest van Europa.

Alleen in Engeland en de Republiek der Nederlanden had het parlement invloed

In de meeste Europese staten bestaat al sinds de Middeleeuwen een parlement. lange tijd waren alleen de adel, de geestelijkheid en de bourgeoisie (rijke burgers) vertegenwoordigd. Met het toenemen van de macht van de vorsten stelden deze parlementen steeds minder voor.

In enkele staten waren in de Nieuwe Tijd geen koningen met een absoluut gezag. Daartoe behoorden Engeland en de Republiek der Verenigde Nederlanden.

republiek 1648

 Republiek der Verenigde Nederlanden in 1648

1.5 De Christelijke Kerk in West Europa valt uiteen

De hervorming of Reformatie

Tijdens de Middeleeuwen deed bijna iedereen wat de Kerk zei. Mensen die dat niet deden, begingen een zeer grote misdaad en werden gestraft. Soms zelfs met de brandstapel.

Aan het begin van de 16e eeuw groeide het aantal mensen dat kritiek had op de paus, de bisschoppen en de plaatselijke geestelijken. Toen de Kerk niet veranderde besloot een deel van de mensen een eigen Kerk op te richten.

Deze afscheiding van de katholieke Kerk wordt Hervorming of Reformatie genoemd. De aanhangers van de Hervorming worden aangeduid met het woord protestanten, en hun opvattingen met het woord protestantisme.

Oorzaken van de Hervorming

  • Een nieuwe belangstelling voor de Grieks - Romeinse cultuur. Onderzoekers ontdekten dat bij de vertaling van de bijbel rond 1500 veel fouten waren gemaakt en gingen de bijbel op hun eigen manier uitleggen. Dat was door de Kerk verboden. De Nederlander Erasmus (1469 - 1536)  was één van de belangrijkste onderzoekers die zich met de Kerk bezighielden. Hij schreef zijn boeken in het Latijn. In zijn boeken schreef hij over misbruiken in de Kerk. Veel priesters en pauzen gedroegen zich niet naar de leefregels van Jezus Christus. Erasmus wilde met zijn kritiek de Kerk verbeteren maar steeds meer mensen gingen zich tegen de Kerk verzetten.
  • Trouw aan eigen land en koning wordt belangrijker dan trouw aan de Kerk. De invloed op het gewone leven van de Kerk was groot. Tijdens de opkomst van de nationale staten veranderden veel mensen van gedachten. Trouw aan het eigen land werd belangrijker dan trouw aan de katholieke Kerk. Vorsten wilden een scheiding tussen Kerk en Staat. Sommigen, zoals koning Hendrik VIII van Engeland, erkende de paus niet meer als hoofd van de Kerk. (Hendrik VIII wilde opnieuw trouwen en de paus stemde daar niet in toe. Hendik VIII stichtte toen zijn eigen Kerk, de Anglicaanse Kerk met zichzelf aan het hoofd).
  • De aantrekkingskracht van het protestantisme op verschillende bevolkingsgroepen. Door de toename van de handel werden handelaren steeds rijker en de adel steeds armer. Die lieten op hun beurt de bevolking meer belasting betalen. Omdat de bevolking ook nog toenam, in de 16e eeuw, werden levensmiddelen schaarser en stegen de prijzen. De arme bevolking leed daardoor in de steden vaak honger. Op al deze bevolkingsgroepen oefende het protestantisme aantrekkingskracht uit :
  1. De adel: in protestantse landen werd een deel van het grondgebied van de Kerk onder de edelen verdeeld.
  2. De gegoede burgerij: die bewonderde vooral de eenvoudige manier van leven en het harde werken van de protestanten.
  3. De boeren en arme bevolking in de steden: Velen ergerden zich aan de rijkdom van de katholieke Kerk.

1.6 Het Lutheranisme

De Duitse monnik Marten Luther (1483 - 1546) las de boeken van Erasmus. Luther otdekte dat veel gebruiken van de Kerk niet in de bijbel werden genoemd. Daarom waren ze volgens hem niet juist. Hij schreef zijn kritiek op in 95 stellingen. Velen waren het met zijn kritiek eens maar de Kerk deed Luther in de ban. Keizer Karel de V verklaarde hem vervolgens vogelvrij in het Duitse Rijk. Iedereen mocht Luther dus doden.

 

Het Duitse Rijk bestond echter uit een aantal vorstendommen en boven deze vorstendommen stond de keizer. Maar deze had weinig te zeggen. Enkele vorsten steunden Luther  omdat Luther onder andere van mening was dat:

  • de vorst in elke staat het hoofd van de Kerk diende te zijn
  • onderdanen de vorst altijd moesten gehoorzamen

Ook speelde nog mee

  • als kloosterorden werden afgeschaft kregen de vorsten de bezittingen
  • Karel de V wilde een christelijke Kerk en zijn macht vergroten. De vorsten wilden zelf de macht uitoefenen in hun vorstendommen.

Enkele opvattingen van Luther waren:

  • de bijbel is de enige bron van geloof
  • het pausschap, celibaat,sacramenten, aflatenhandel, verering van heiligen en kloosterorden moesten worden afgeschaft
  • elke gelovige had het recht de bijbel op zijn manier uit te leggen.

1.7 Het calvinisme

Is genoemd naar Calvijn (1509 - 1564) afkomstig uit Genève. Deze hervormer kreeg veel aanhang in Frankrijk, Schotland en in ons land.

Verschillen lutheranisme en calvinisme:

  • De Calvinisten organiseerden zich van onder af in 'gemeenten'
  • Godsdienstige vraagstukken werden besproken in een kerkelijke vergadering, synode genoemd, waaraan alle 'gemeenten' deelnamen. Zo stond men sterk.
  • Als een vorst  ' Gods gebod' overtrad was verzet tegen hem toegestaan.

1.8 De reactie van de Katholieke Kerk: De Contra - Reformatie

Het duurde enige tijd voordat de katholieke kerk reageerde. De acties tegen de protestanten worden de Contra - Reformatie genoemd.

1) De Katholieke kerk probeerde de enige misbruiken te verwijderen zoals aflatenhandel en verkoop kerkelijke banen.

2) Men probeerde met verschillende maatregelen de Hervorming terug te dringen

  • kloosterorden gingen zich bezighouden met bestrijden van ketterijen
  • het aantal kerkelijke rechtbanken ( inquisities) werd uitgebreid en men ging ketters vervolgen en veroordelen tot de brandstapel.

1.9 Godsdienst en politiek

Door de kritiek van Luther en Calvijn ontstonden er godsdienstige geschillen die uitgroeiden tot politieke tegenstellingen. toen in het Duitse Rijk een aantal vorsten de kant van Luther kozen, begon Karel V een oorlog tegen hen (1546 - 1555). Het lukte Karel  V niet de opstandige vorsten weer aan zich te onderwerpen.

reformatie en contrareformatie

 

 

Ook in andere delen van Europa leidden godsdienstverschillen tot oorlogen. De bekendste zijn de burgeroorlogen tussen protestanten en katholieken in Frankrijk en de strijd tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en Spanje (1568 - 1648).

Elke staat wil niet meer dan een godsdienst toestaan

Katholieken moesten niets van protestanten hebben. En protestanten niets van katholieken. Deze vijandige manier van denken maakte het voor de mensen moeilijk de vrede te bewaren. Al snel bleek dat de Hervorming iet meer ongedaan gemaakt kon worden. De koningen waren echter niet bereid meer dan één godsdienst in  hun land te laten bestaan

 

Wie is online

We hebben 88 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.