Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis Methode Sprekend Verleden SV deel 2 Havo/VWO Hoofdstuk 2

SV deel 2 Havo/VWO Hoofdstuk 2

E-mail Afdrukken PDF

symbool

Samenvatting  H2 SV2

Wetenschappelijke Revolutie, Verlichting en Franse Revolutie

drs.J.W.Swaen docent geschiedenis en staatsinrichting www.blikopdewereld.nl

 2.1 Wetenschappelijke revolutie

De wetenschappelijke revolutie hield een nieuwe manier van onderzoeken in. Belangrijke kenmerken daarvan waren:

  • observeren (zelf waarnemen, kijken wat er gebeurt)
  • experimenteren (zelf proeven doen)
  • redeneren (Zelf nadenken over wat er is gebeurd, zelf conclusies trekken uit observaties en experimenten)

Door de wetenschappelijke revolutie veranderde het leven van veel mensen sterk.

Verschillen met de wetenschap in het Oude Griekenland

Ook in het Oude Griekenland gingen wetenschappers uit van waargenomen feiten. Toch waren er verschillen met de Griekse manier van onderzoeken:

  • Er werd door de onderzoekers veel meer geëxperimenteerd.
  • Het aantal onderzoekers was veel groter.
  • De onderzoekers werkten met elkaar samen in wetenschappelijke verenigingen.
  • Deze verenigingen betaalden de experimenten van de onderzoekers.
  • Deze verenigingen werden door de overheid gesteund.

Het verschil tussen technologie en wetenschap.

Bij technologie  denken we vooral aan de manier waarop (wetenschappelijke) kennis in de industrie wordt gebruikt. De wetenschap probeert er achter te komen waarom bepaalde dingen gebeuren.

In grote bedrijven zoals Philips wordt niet alleen technologisch onderzoek gedaan (bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van nieuwe producten). Ze doen daar ook aan wetenschappelijk onderzoek.

De eerste onderzoekers werden niet door de regering gesteund. Onder hen zijn bekende mensen als Vesalius, Copernicus, Galilei, Newton en Van Leeuwenhoek.

2.2 Gevolgen van de Wetenschappelijke Revolutie

In 1600 werd de monnik Giordano Bruno ter dood veroordeeld, omdat hij dingen beweerde over het heelal die niet in de bijbel staan. Galilei werd in 1633 nog bedreigd met martelingen, omdat hij zei dat de aarde om de zon draaide. (Zie samenvatting Hoofdstuk 1).

Met Newton ging het anders. Hij werd zo beroemd, dat de Engelse koningin hem in de adelstand verhief. Het werk van Newton kreeg in hel Europa veel belangstelling.

principia newton

 

De mensen begonnen te begrijpen dat het toenemen van kennis veel voordelen had. Newton ontdekte de zwaartekracht. Newcomen ontwierp de stoommachine die door Watt sterk werd verbeterd.

De West - Europeanen gaan de wereld overheersen

Dankzij de wetenschappelijke revolutie konden de West - Europeanen enkele eeuwen de wereld overheersen. Zonder zulke uitvindingen zoals kanonnen en later ook stoomschepen en spoorwegen  hadden zij dit niet voor elkaar kunnen krijgen.

Ieder volk wil graag zo veel mogelijk zijn eigen cultuur behouden. Maar voor de westerse wetenschap en technologie maakte men graag een uitzondering.

De verlichting

Onderzoekers toonden tijdens de Wetenschappelijke Revolutie aan dat veel anders was dan men eeuwenlang had gedacht. Mensen gingen toen ook over andere zaken nadenken.

  • Ging men wel op de juiste manier met elkaar om? Of viel er veel te verbeteren?
  • Moest een koning alles alleen beslissen? Of mocht een volk ook meebeslissen?
  • Welke invloed moest de godsdienst hebben op wat er in de samenleving gebeurde?

Zo leidde de Wetenschappelijke Revolutie tot de Verlichting.

2.3 Kenmerken van de Verlichting

In de 18e eeuw gingen onderzoekers bestuderen hoe de mensen zich in de samenleving gedroegen. De samenleving moest met het verstand  worden onderzocht. Met de boeken die zij daarover schreven, wilden zij de mensen meer kennis (licht in de duisternis) bijbrengen.

de onderzoekers kregen veel invloed op de mensen. de 18e eeuw wordt daarom de Verlichting genoemd. Deze onderzoekers noemen we daarom ook wel de Verlichters.

De kenmerken van de verlichting zijn de volgende:

  • De samenleving wetenschappelijk onderzoeken. De samenleving moet op dezelfde manier worden bestudeerd als de natuur. De mensen gedroegen zich net als de  natuur volgens 'natuurwetten'. Door hun verstand goed te gebruiken konden de mensen die wetten leren kennen.
  • Gelijkheid en een menswaardig bestaan voor iedereen. In de Middeleeuwen was de aandacht van de mensen vooral gericht op het leven na de dood. De Verlichters vonden dat de mensen er recht op hadden ook tijdens het leven op aarde gelukkig te zijn. Zij wilden daarom het bestaan van de mensen verbeteren. Zij vonden dat de mensen in de wereld overal en altijd gelijk zijn. Ongeacht hun huidskleur of hun sekse. De Verlichters schreven hoe de samenleving kon worden verbeterd. Het belangrijkste begrip hierin was vrijheid. Vrijheid van meningsuiting, drukpers, godsdienst en handel.
  • Het volk hoort de macht in de staat te hebben. Tijdens de Verlichting veranderde ook het denken over de macht in de staat. het idee ontstond dat het volk de hoogste macht in handen hoort te hebben. Niet de koning  en niet de Kerk. de afspraken moesten in een verdrag, een grondwet, worden vastgelegd. Aan die grondwet moest iedereen zich houden. Daarmee begon in het Westen een heel andere ontwikkeling dan in de rest van de wereld.
  • Verering van de natuur. Volgens de Verlichters moesten de mensen een voorbeeld nemen aan de natuur. De natuur kon de mens het goede leren. Als de mens dat goed zou doen, dan zou er een einde komen aan slecht bestuur, aan onverdraagzaamheid en onwetendheid. Twee boeken uit die tijd waarin de natuur wordt vereerd zijn: 'Gulliver 's reizen' door Jonathan Swift en 'Robinson Crusoë' door Daniel Defoe.
  • Twijfel of je eigen kijk op de wereld de enig juiste is (besef van de eigen standplaatsgebondenheid). In de Middeleeuwen dachten de mensen dat het de wil van god was dat alles zo zou moest blijven als het was. Voor hen was er maar één waarheid: wat de Kerk zei. Door het werk van de onderzoekers in de 18e eeuw gingen mensen twijfelen. In de eigen wereld bleken er ook andere culturen te bestaan zoals die van de Indianen en Chinezen, waarvan men kon leren. Als er in het verleden zo verschillend kon worden gedacht, hoe wist je dan zeker dat je eigen kijk op de wereld de enige juiste was?

2.4 De verbreiding van de Verlichte Ideeën

De ideeën van de Verlichters vond op verschillende manieren plaats via:

  • De Encyclopedie van Diderot. Dit werd het belangrijkste werk van de Verlichting en bestond uit veel delen. Diderot wilde alle kennis in artikelen en tekeningen vastleggen.
  • Salons en koffiehuizen. Een salon was een bijeenkomst in het huis van een vrouw uit de bovenlaag van de bevolking. Onderzoekers, kunstenaars, ambtenaren, zakenlieden en belangstellenden werden uitgenodigd deel te nemen. In Engeland gebeurde dat in koffiehuizen.
  • Schrijvers, boeken, tijdschriften. Dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst was het mogelijk grote aantallen te drukken. Er ontstonden tijdschriften en bibliotheken. De denkbeelden van verlichte schrijvers als Voltaire, Rousseau en Diderot konden daardoor bij veel mensen bekend worden.
  • Toneel. Rondreizende toneelgezelschappen zorgden ervoor dat de ideeën van de Verlichting onder alle lagen van de bevolking werden verspreid.
  • De ontduiking van de censuur. Doordat de Encyclopedie veel kritiek op de Franse samenleving bevatte vond de Franse regering dat gevaarlijk. Het was in die tijd heel normaal dat Kerk en Staat toezicht hielden op alles wat werd geschreven, gedrukt en gezegd. Dat wordt censuur genoemd. Leverde men kritiek dan kreeg men een spreekverbod en soms zelfs gevangenisstraf. Alleen in ons land en in Engeland kon bijna alles worden gedrukt. Veel Verlichters gingen er toe over om kritiek op hun samenleving te verwerkten in stukken over andere volken. Als er toch boeken verboden werden, dan konden ze altijd nog in het buitenland worden uitgegeven.
  • De verlichte despoten. In de 18e eeuw waren enkele vorsten al bereid een aantal verlichte ideeën uit te voeren. Men noemt deze vorsten verlichte despoten. Ze hielden wel alle macht in handen maar hielden wel rekening met de bevolking. Voorbeelden van verlichte despoten waren de vorsten van Pruisen, Oostenrijk en Rusland.
  • De Franse revolutie. Deze heeft het meest bijgedragen aan de verspreiding van de verlichte denkbeelden. In 1789 werd in Frankrijk de koning ten val gebracht. Het Franse revolutionaire leger zou de revolutie verder verspreiden.

2.5 De oorzaken van de Franse Revolutie

Het bestuur van de Franse koningen uit de 18e eeuw is men na de Franse revolutie het Oude Regime gaan noemen.

De kenmerken van het Oude Regime waren:

  • autocratie( alle macht in handen van de koning).
  • ongelijkheid van mensen op politiek, economisch en sociaal gebied. De bevolking was in drie bevolkingslagen verdeeld en werden standen genoemd. De Eerste Stand bestond uit de geestelijkheid. De Tweede Stand uit de adel en de Derde Stand uit de burgers in de steden en boeren. De Eerste en Tweede Stand had een groot aantal voorrechten. Binnen de Eerste en Tweede Stand waren er echter ook grote verschillen.

De voorrechten van de geestelijkheid

  • De Kerk had 10% van het land in bezit, terwijl maar 1% tot de geestelijkheid behoorde.
  • de Kerk hoefde geen belasting te betalen maar wel belasting heffen.

De voorrechten van de adel

  • De adel bezat 20% van het land, terwijl maar 1,5% van de bevolking tot de adel behoorde.
  • De adel hoefde bijna geen belasting te betalen.
  • De hoge edelen kregen de belangrijkste functies in de Kerk (bisschop of abt) en in het bestuur van het land en het leger.

De klachten van de boeren

  • Zij wilden meer grond en eerlijker belastingen. Afschaffing verplichtingen aan de adel. Bij een goede oogst konden ze aan hun verplichtingen voldoen maar bij slechte oogsten bleef er te weinig voor hen over. In 1787 en 1788 was er sprake van een slechte oogst.

De klachten van de stedelijke werklieden

  • 2% van de bevolking werkte in de nijverheid. Ze moesten lang en hard werken en het loon was erg laag. Door de slechte oogsten van 1787 en 1788 stegen, door de schaarste, de broodprijzen waardoor ze deze niet meer konden betalen.

De klachten van de Bourgeoisie

  • De kleine bovenlaag in de steden werd gevormd door de bourgeoisie. Rijke burgers zoals kooplieden, bankiers, doktoren, rechters en advocaten. Zij mochten geen belangrijke functies vervullen in tegenstelling tot de adel. Men kon wel een adellijke titel kopen bij de koning maar deze werd steeds duurder.
  • Men betaalde meer belasting dan de adel en de geestelijkheid.
  • Er was geen vrijheid van meningsuiting en drukpers.
  • Er waren te veel overheidsregels.

Het land werd slecht bestuurd.

  • Door de vele oorlogen had de regering veel schulden.
  • Het ambtenarenapparaat werkte slecht doordat hoge functies konden worden gekocht.
  • De rechtspraak was oneerlijk. Mensen van de Derde Stand werden zwaarder gestraft en de straffen waren veel te zwaar.
  • Vaak nam de koning de verkeerde beslissingen.

2.6 Na de Bourgeoisie komen ook de armen in Parijs en de boeren in opstand

De bourgeoisie komt in verzet (1789)

De koning riep de Staten Generaal bijeen om goedkeuring te vragen de belasting voor de edelen te verhogen. De Staten Generaal was een vergadering van de Drie Standen waarbij iedere Stand één stem had. Omdat ook veel geestelijken van adel waren dacht de adel daarmee de verhoging van de belasting tegen te kunnen houden.

Niemand wist precies wat de regels waren dus besliste de koning dat er per Stand werd gestemd. De Derde Stand was het er niet mee eens en riep zichzelf daarom uit tot Nationale Vergadering(Parlement). Daarmee wilden ze laten zien dat zij het Franse volk vertegenwoordigden. Men besloot tot het maken van een grondwet waarin de macht van de koning moest worden beperkt. Lodewijk XVI wees dat natuurlijk af en verbood de vergadering. De Derde Stand weigerde naar de koning te luisteren en kwam bijeen in een kaatsbaan. Uiteindelijk gaf de koning bevel aan de hoge edelen en de hoge geestelijken om deel te nemen aan de Nationale Vergadering.

De situatie was in Frankrijk nu wel veranderd. Eerst streden de koning en de adel om de macht. Nu was het echter uitgegroeid tot een strijd tussen de Derde Stand en de koning en de Tweede Stand(adel).

De armen in Parijs en de boeren steunen de bourgeoisie

Arme Parijzenaars bestormden de Bastille op 14 juli 1789( in Frankrijk sindsdien Nationale feestdag) , om zich te kunnen bewapenen tegen de Franse soldaten. Veel edelen vluchtten naar het buitenland. de Parijse

 bevolking had de Nationale Vergadering gered.

De boeren sloten zich, nadat de Bastille, was gevallen bij de opstand aan. De haat tegen de edelen leidde tot een plundering van de landgoederen. De leden van de Derde Stand slaagden erin de edelen over te halen, in de Nationale Vergadering, afstand te doen van hun voorrechten en de koning werd gedwongen het besluit goed te keuren.

Nieuwe gebeurtenissen dwingen de koning zijn verzet op te geven.

Omdat de bevolking van Parijs honger leed, in oktober 1789, trok men op naar Versailles waar de koning woonde. Het volk drong het paleis binnen en dwong de koning naar Parijs te verhuizen. De koning en de Nationale Vergadering verhuisden naar Parijs. Uit angst voor nieuwe problemen stemde Lodewijk XVI in met alles waar hij eerst tegen was.

2.7 De Nationale Vergadering gaat verder met hervormen (1789 - 1791)

De afschaffing van de voorrechten van de Eerste en Tweede Stand(geestelijkheid en de adel) werd voortgezet. Ze mochten geen recht meer spreken, geen belasting meer heffen en geen speciale diensten meer vragen. Alle ambten werden voor iedereen opengesteld. Het grondbezit van de Kerk verviel aan de Staat en geestelijken moesten een eed van trouw aan de regering afleggen. De bourgeoisie en de rijke boeren konden de grond kopen die van de Kerk was afgenomen. Er werd een verklaring van de rechten van de mens en burger en een grondwet opgesteld waarin de ideeën van de Verlichters werden vastgelegd. De grondwet beperkte de macht van de koning en zorgde ervoor dat de bourgeoisie de macht in handen kreeg.

2.8 Verschillende groepen strijden met elkaar om de macht (1791 - 1793)

De Bourgeoisie leek de overwinning te hebben behaald. Maar twee bevolkingsgroepen waren het niet met de bourgeoisie eens:

  • Een groep edelen en hoge geestelijken die vonden dat de hervormingen te ver waren gegaan. Zij werden de reactionairen genoemd. Werden gesteund door veel buitenlandse vorsten
  • Een kleine groep onder de bourgeoisie vond dat de hervormingen niet ver genoeg waren gegaan. Zij werden de radicalen genoemd. Zij wilden de monarchie vervangen door de republiek.

Vlucht van de koning en zijn gezin mislukt

Lodewijk de XVI vluchtte met zijn gezin om zich aan te sluiten, in het buitenland bij franse edelen die daar troepen hadden verzameld. De koning werd echter aangehouden.

De mislukte vlucht had twee gevolgen:

  • de meeste mensen waren nu tegen de koning.
  • de angst voor een buitenlandse inval om de koning te helpen groeid

Frankrijk raakte in oorlog met andere landen

De Franse revolutionaire regering besloot zelf een oorlog te beginnen en hoopte dor die oorlog een einde te maken aan de verdeeldheid onder de Fransen.

In april 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk. Pruisen kwam Oostenrijk te hulp. Hun troepen vielen Frankrijk binnen. De inval kostte Lodewijk XVI en Marie Antoinette de troon en het leven. In september 1792 werd Frankrijk een republiek. In januari 1793 werd Lodewijk XVI door het parlement beschuldigd van landverraad en werd hij ter dood veroordeeld. de leider van de  radicalen was Robespierre.

Oostenrijk en Pruisen kregen nu hulp van Engeland, De Republiek der zeven Verenigde Nederlanden, Spanje, Portugal en Zweden. Frankrijk werd dus van alle kanten aangevallen.

Reactionaire edelen en geestelijken kregen echter ook steun van veel boeren:

  • De boeren wilden niet in het buitenland vechten.
  • Ze vonden dat de Parijzenaars te veel te vertellen hadden.
  • Ze vonden dat de regering te veel maatregelen tegen de Kerk na.

2.9 Radicalen verslaan hun vijanden(1793 - 1794)

De strijd tussen gematigde revolutionairen en de radicalen werd in 1793 beslist. De radicalen, onder leiding van Robespierre, kregen de steun van de arme Parijse bevolking die in1793 het parlementsgebouw omsingelden en 29 gematigden arresteerden en 21 terecht lieten stellen. De radicalen hadden nu de meerderheid in de Nationale Vergadering.

Radicalen beginnen de Terreur

Wie het niet eens was met de radicalen werd terechtgesteld. Kans om zich te verdedigen was er nauwelijks . Zo werden 13.216 mensen tot de guillotine veroordeeld en 22.000 mensen zonder enige vorm van rechtsspraak ter dood gebracht. Deze periode van massale executies wordt de Terreur genoemd.

Radicalen organiseren bestuur en leger in Frankrijk beter

De radicalen kregen de steun van het grootste deel van de Fransen niet alleen door de Terreur maar ook door een goede organisatie van het bestuur en het leger.

  • Er werd in Frankrijk op toegezien dat de bevelen van de regering werden uitgevoerd.
  • De militaire dienstplicht werd ingevoerd waardoor het Franse leger groter werd dan dat van de tegenstanders.
  • Het Franse leger werd beter georganiseerd. Officier werd men alleen als men bekwaam was.

Buitenlandse vijanden werden verslagen

De nieuwe organisatie van het leger leidde  tot successen en de buitenlandse legers en hun Franse bondgenoten werden het land uitgedreven.

Het einde van de Terreur

Veel gematigden , maar ook veel radicalen vonden dat er een einde moest komen aan de Terreur. Het Parlement slaagde erin Robespierre en zijn aanhangers buiten de wet te stellen. Zij ondergingen toen ook het lot van de terechtstelling onder de guillotine.

2.10 Napoleon de nieuwe heerser van Frankrijk

Na een periode van chaos (1795 - 1799) grijpt Napoleon de macht

De radicalen hadden plannen voor een nieuwe grondwet. Daar kwam echter door de dood van Robespierre en zijn aanhangers echter niets van terecht.

De bourgeoisie wist de macht weer in handen te krijgen. De nieuwe regering voelde niets voor democratische ideeën. Stemmen mocht alleen als men een bepaald bedrag aan belasting betaalde.

In de jaren 1795 - 1799 had de regering veel problemen:

  • buitenlandse vijanden bleven oorlog voeren.
  • de nieuwe bestuurders dachten vaak aan wat goed was voor henzelf dan aan wat goed was voor Frankrijk.
  • de Franse adel probeerde met geweld de regering omver te werpen.

De opstand van de adel werd neergeslagen door troepen onder leiding van Napoleon Bonaparte. In 1799 besloot hij, gesteund door zijn troepen, zelf de macht in handen te nemen: er kwam nu een bestuur van één man. (autocratie dus)

 Napoleon verspreid ideeën van de Franse Revolutie

Napoleon is de geschiedenis ingegaan als de grote veroveraar, maar hij heeft ook sommige ideeën van de Franse Revolutie over een groot deel van Europa verbreid.

Hij voerde een nieuwe wetgeving in de Code Napoléon. Belangrijke punten uit die wetgeving waren:

  • Iedereen was gelijk voor de wet.
  • mensen mochten niet meer gevangen worden genomen zonder dat er rechtspraak op volgde.
  • rechtszaak moest openbaar zijn.
  • beschuldigde mocht zich laten verdedigen door een advocaat en mocht getuigen ter verdediging meebrengen.
  • het vonnis, schuldig of onschuldig, werd uitgesproken door een jury van burgers.

Van een parlement en algemeen kiesrecht was echter geen sprake en ondanks de invoering van de Code Napoléon bleef veel ongelijkheid nog bestaan.

Napoleon komt ten val

 De koningen in Europa waren bang door de ideeën van Napoleon hun macht kwijt te raken. Veel burgers echter hadden bewondering voor de Franse Revolutie. Napoleon benoemde overal in Europa familieleden en vrienden tot koning en liet de onderworpen volken zware belastingen betalen. ook meosten zij troepen leveren.

In 1814 werd het leger van Napoleon door legers van een groot aantal staten verslagen en op het eiland Elba gevangen gezet. Hij slaagde erin te ontsnappen maar werd in 1815 te Waterloo voor de laatste keer verslagen.

Wat er van de Franse Revolutie overbleef

De vorsten van vóór de Franse Revolutie, of hun erfgenamen, kwamen bijna overal weer op de troon. Toch was er het een en ander veranderd:

  • Hervormingen zoals de Code Napoléon bleven bestaan.
  • Er kwamen in de meeste landen grondwetten die de macht van de koningen kleiner maakte. Volksvertegenwoordigingen met beperkt kiesrecht waar alleen adel en de bourgeoisie in was vertegenwoordigd.
 

Wie is online

We hebben 86 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.