Samenvatting H1 SV deel 3 Havo/Vwo
De Eerste Wereldoorlog, Fascisme en Democratie
Drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl
1.1 De Tijd van de Wereldoorlogen De periode van 1914 tot 1945 wordt de tijd van de twee wereldoorlogen genoemd.
Wat oorlogen sinds eind 18e eeuw gemeenschappelijk hebben
Enkele belangrijke kenmerken van de oorlogvoering sinds eind 18e eeuw
1) Een groot belang van de economie.
In oorlogen is de economische kracht van de oorlogvoerenden van grote invloed. Oorlogvoeren kost veel geld. Wie het grootste leger met de beste wapens kan betalen, en wie dat betalen het langst kan volhouden, heeft de meeste kans om te winnen. Generaals en politici gingen in oorlogen grote aandacht geven aan het beschermen van de eigen en het beschadigen van de vijandelijke economie
2) Groot belang van de technologie.
In oorlogen is het belang van de technologie van grote invloed. Door technologische ontwikkelingen tijdens de industrialisatie kwamen er veel nieuwe en duurdere wapens.
Ook niet militaire-technologie is altijd van invloed op de oorlogvoering. Door de uitvinding van de stoommachine (stoomboot en trein) konden in de negentiende eeuw meer troepen sneller worden verplaatst dan vroeger.
3) Groot belang van het leiderschap
In oorlogen is het leiderschap van grote invloed. Sommige leiders onderscheiden zich alleen op militair gebied. Maar de meesten zijn zowel politieke als militaire leiders.
4) Groot belang van strategie en tactiek
De strategie van een oorlog wordt gewoonlijk bepaald door de politieke leiders. Met de strategie wordt bedoeld wat de leiders met de oorlog willen bereiken en hoe die in grote lijn moet worden gevoerd. De manier waarop die grote lijn door de militaire leiders aan het front wordt uitgevoerd, is de tactiek. Soms zijn de strategie en de tactiek in handen van één man.
5) Grote invloed van de publieke opinie
In de 18e eeuw deed in de meeste Europese staten alleen de mening van de koningen ertoe. Maar sinds de Franse revolutie leerden steeds meer mensen lezen en schrijven. Er ontstond een massapers en steeds meer mensen kregen kiesrecht. Een oorlog beginnen zonder steun van de meerderheid van de bevolking werd daardoor voor regeringen steeds moeilijker..
In de volgende paragraaf onderzoeken we wat er tijdens de eerste wereldoorlog veranderde in de oorlogvoering en wat hetzelfde bleef.
1.2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) De directe oorzaak (aanleiding) van de Eerste Wereldoorlog
In 1914 werd de troonopvolger van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Frans-Ferdinand, samen met zijn vrouw in Sarajewo (Bosnië) vermoord door Servische nationalisten. Deze nationalisten wilden verschillende Slavische volken op de Balkan (Zuid-Oost Europa) in een grote nationale staat verenigen.

Oostenrijk-Hongarije had in 1878 Bosnië veroverd en in 1908 als provincie ingelijfd. Servië was al onafhankelijk.
Als reactie op de moord stelde Oostenrijk-Hongarije een ultimatum aan Servië. Toen Servië op dit ultimatum niet reageerde verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië (28 juli 1914). Doordat veel Europese landen verbonden waren door middel van bondgenootschappen (Tripple Entente en de Triple Alliantie) werden binnen enkel dagen veel Europese landen bij deze oorlog betrokken.

Dieper liggende oorzaken
1) Nationalisme in de Europese staten
In de 19e eeuw was het nationalisme sterk gegroeid. Daardoor werden andere landen snel als concurrenten gezien. Nationalisme is het streven van een volk naar een eigen nationale staat. Enkele voorbeelden:
a) Slavische volken op de Balkan streefden naar een eigen staat.;
b) Frankrijk wilde van Duitsland Elzas-Lotharingen terug dat het in de verloren oorlog met Duitsland (1870-1871) aan Duitsland af had moeten staan.
c) Duitsland wilde een ‘grote plaats onder de zon’. Dat wil zeggen het maakte aanspraak op koloniën. Andere landen b.v. Engeland en Frankrijk hadden die wel.

.
Italiaanse spotprent uit 1915 waarbij de Duitse keizer Wilhelm II wordt voorgesteld als iemand die zijn honger wil stillen door koloniën te verorberen.
2) Bestaan van verschillende bondgenootschappen
Tegen het einde van de 19e eeuw sloten veel staten bondgenootschappen met één of enkele andere staten. Dat deed men omdat men dacht dat bondgenootschappen de kans op een oorlog zouden verkleinen: geen land zou dan een oorlog durven te beginnen. Maar in 1914 bleek die gedachte niet te kloppen. Het ene land sleepte de bondgenoot mee in de oorlog. Zie het kaartje van de Triple Entente en de Triple Alliantie.
Wat veranderde in de Eerste Wereldoorlog in de oorlogvoering?
1) De eerste oorlog die een wereldoorlog kon worden genoemd
In de Eerste Wereldoorlog werd vooral in Europa gevochten. Buiten Europa werd gevochten in het Midden-Oosten en in Zwart-Afrika. De koloniën vochten mee aan de kant van de moederlanden. De militaire kerkhoven in Europa geven daar nog getuigenis van af. Ook werd er gevochten op de Atlantische Oceaan en Stille Oceaan en de Noordzee.
2) Industriële oorlog op veel grotere schaal dan tevoren met nieuwe en verbeterde wapens
Omdat er veel wapens moesten worden gemaakt werd de industrie ingeschakeld. Wapens werden nu in massaproductie gemaakt. Voor het eerst werden ook chemische wapens gebruikt. Eerst chloorgas door Duitsland bij Ieper in april 1915. In 1917 kwamen daar nog bij fosgeen- en mosterdgas. Maar er was bij het gebruik ook een risico omdat als de wind draaide de eigen troepen zelf ook slachtoffer konden worden. Naast de vlammenwerper werden voor het eerst ook tanks gebruikt. Het eerste door de Engelsen, in 1916 bij de slag aan de Somme in Noord Frankrijk. Wat toen nog niet leidde tot het einde van de loopgravenoorlog. Bij de oorlogvoering speelde vrachtauto’s, telefoon en duikboten een grote rol. Vooral doordat Duitsland het duikbootwapen inzette gingen als onbedoeld gevolg de Verenigde Staten ook deelnemen aan de Eerste Wereldoorlog(1917), nadat Amerikaanse burgers en schepen het slachtoffer werden van Duitse onderzeeboten.
3) Nieuwe tactiek: de loopgravenoorlog
De hoop van de Duitsers zowel aan het Westfront als aan het oostfront de oorlog snel te kunnen beslissen kwam niet uit. De vuurkracht van de tegenstanders was te groot. Om de verliezen te beperken groef men zich in loopgraven in. Zowel aan het Oostfront en Westfront ontstonden zo honderden km aan loopgraven. De slagen bij Verdun en aan de Somme betekende niet dat een van de partijen gebied veroverde. Zie kaartjes
Toen de uitputtingsslag geen succes leek gingen de strijdige partijen over op de mobiele tactiek (snelle overvallen op kleine schaal met lichte wapens, ondersteund door artillerievuur tanks, pantserwagens en vliegtuigen).
4) Veel meer propaganda
Ook nu brachten alle partijen zichzelf in de propaganda als verdedigers van het goede. Volgens iedere partij stond God aan haar zijde. In vorige oorlogen organiseerden politieke leiders de propaganda van bovenaf en in Duitsland bleef dat zo. Bij de Geallieerden werd de propaganda van beneden af het belangrijkst.

In deze propagandaprent uit de Eerste Wereldoorlog worden de Verenigde Staten voorgesteld als kruisridders.
5) Betere medische zorg voor de soldaten
De Eerste Wereldoorlog was de eerste oorlog waarin meer soldaten stierven als gevolg van oorlogswonden dan als gevolg van ziekten opgedaan in het leger. Naast de betere medische zorg kwam dat ook doordat in de 19e eeuw belangrijke ontdekkingen waren gedaan in de medische wetenschap. Soldaten werden nu ingeënt tegen tyfus en tetanus.
6) De eerste totale oorlog
Met een totale oorlog wordt een oorlog bedoeld waarbij alle bewoners van een oorlogvoerende staat betrokken worden. In de Eerste Wereldoorlog kregen voor het eerst alle mensen in de oorlogvoerende staten met de oorlog te maken.
Alle jongemannen moesten hun dienstplicht vervullen(in Engeland had men een vrijwillegersleger); massale legers bevochten elkaar.
Talloze mannen en vrouwen werkten in fabrieken die de soldaten moesten bevoorraden.
Voedsel en andere producten gingen vaak op de bon.
De massapers en bioscoopfilms stonden in het teken van de propaganda
Het aantal slachtoffers was massaal. Op een bevolking van 40 miljoen Fransen werden meer dan 8 miljoen Fransen opgeroepen om in het leger te dienen. Daarvan werd bijna 60% gewond of gedood. In elk dorp of stad in Frankrijk is dan ook een oorlogsmonument te vinden.
De Eerste Wereldoorlog heeft naast nieuwe ook oude kenmerken
1) Economische oorlogvoering ook nu belangrijk
Omdat Engeland en Frankrijk koloniën hadden had men een groot voordeel op Duitsland en Oosterijk-Hongarije. Daardoor hadden ze meer soldaten, grondstoffen en producten ter beschikking. Duitsland werd ook getroffen door de economische blokkade van de Engelse marine.
2) Oude wapens hebben de meest vernietigende invloed
In de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905) veroorzaakte de artillerie 10% van de slachtoffers. In de Eerste Wereldoorlog werd dat 70%. Men vuurde enorme hoeveelheden munitie op elkaar af. Het landschap bij Verdun is er nog steeds door getekend.
3) Zijn de leiders slagers of ezels?
Door de grote verliezen die er werden geleden noemde men de generaals wel slagers of ezels. De Franse troepen verloren in de eerste weken 300.000 soldaten. Later in de slagen bij Ieper en Verdun sneuvelden honderdduizenden. Verdun kostte aan 350.000 Fransen het leven en waarschijnlijk evenveel Duitsers.. In totaal sneuvelden er 8 miljoen soldaten en raakten er 21 miljoen gewond. De generaals waren niet voorbereid op een loopgravenoorlog.
Gevolgen van de oorlog
Naast het feit dat miljoenen soldaten het leven verloren of gewond raakten werd de burgerbevolking ook zwaar getroffen.
De kaart van Europa verandert grondig

Vergelijk dit kaartje van 1919 maar eens met het hierboven staande kaartje uit 1913
Wat valt onmiddellijk op als je naar de grenzen van Duitsland kijkt?
Welke landen hebben zich losgemaakt van de Sovjet Unie?
Noem de nieuwe landen die in Europa zijn ontstaan.
Welke landen ontstonden uit Oostenrijk-Hongarije? Vergelijk met de kaart uit 1913
Deze veranderingen werden aan de 'verliezers' opgelegd bij de vrede van Versailles in 1919.
Grote verbittering onder de Duitse bevolking
De Duitse bevolking vond de bepalingen van het verdrag van Versailles onrechtvaardig. Duitsland moest naast het afstaan van gebieden o.a Elzas Lotharingen aan Frankrijk, Eupen-Malmedy aan België en Silezié aan Polen ook alle oorlogsschade betalen terwijl het zich niet als enige schuldig voelde. De schadevergoeding was zo hoog dat men tot 1980 zou moeten betalen. Andere volken kregen zelfbeschikkingsrecht (in Europa), maar de Duitsers niet. ook mocht men geen leger hebben.
1.3 Democratie maakt plaats voor Fascisme
Ontstaan van het fascisme
Na de Eerste Wereldoorlog ontstond er in Europa een nieuwe stroming: het fascisme. Net als het communisme wilde ook het fascisme de parlementaire democratie afschaffen.
De eerste fascistische leider was de Italiaan Benito Mussolini. Hij bedacht ook de leer van het fascisme.
Op het einde van de 1e Wereldoorlog behoorde Italië tot een van de overwinnaars. Maar veel Italianen waren ontevreden over de afloop van de vredesonderhandelingen. Zij hadden gedacht dat Italië gebiedsuitbreiding zou krijgen.
Mussolini was van mening dat het te wijten was aan de slappe houding van het Italiaanse parlement. Daarom moest het parlement worden afgeschaft.
In 1919 richtte Mussolini politieke knokploegen op. Hij noemde ze ‘ Fasci di combattimento’ (lettterlijke betekenis: strijdgroepen). Het Italiaanse woord fasci is afgeleid van het oude Romeinse woord fasces, dat roedenbundel (bosje takken) betekent. In het Romeinse rijk droegen gerechtsdienaren een bundel roeden als teken van de macht van de overheid.

Mussolini’s knokploegen groeiden uit tot een grote politieke partij.
Nadat Mussolini en zijn aanhangers een Mars naar Rome hadden gemaakt werd hij door de Italiaanse koning in 1922 tot minister-president benoemd. Binnen enkele jaren maakte hij een einde aan de parlementaire democratie.
Ook in andere landen ontstonden fascistische bewegingen. In Nederland de NSB(Nationaal Socialistische Beweging). In Duitsland werd de NSDAP ( Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiders Partij) opgericht.
Kenmerken van het fascisme

1)Het fascisme legt vooral de nadruk op waar men tegen is
Tegen parlementaire democratie; tegen democratische rechten; tegen socialisme en communisme; tegen alles wat als ‘vreemd’ werd gezien, tegen mensen van andere culturen.
2) Het fascisme is nationalistisch
Het belang van het eigen volk staat voorop en de eigen staat boven andere. De macht en roem van het eigen volk en de eigen staat moeten worden vergroot.
3) Het fascisme gaat uit van de ongelijkheid van de mensen
Fascisten delen de mensen in naar ‘hoger ontwikkelden’ en ‘lager ontwikkelden’. De ‘hoger ontwikkelden’ moeten een partij vormen en leiding geven aan de ‘lager ontwikkelden’.
4) Het fascisme kent het leidersbeginsel
De leider neemt alle beslissingen. Iedereen heeft zich daaraan te houden omdat de leider weet wat goed is voor het volk. Mussolini liet zich ‘Duce’ noemen, Hitler ‘Führer’.
5) Het fascisme is totalitair
Volgens fascisten moet de staat het leven van iedere mens regelen en controleren (onderwijs, werk,vrije tijd,kunst, media) Iedereen moet lid zijn van fascistische organisaties. Andere organisaties worden verboden.
6) Het fascisme gaat meer uit van het gevoel dan van het verstand
Fascisten vinden dat aan het verstand te veel en aan het gevoel te weinig waarde wordt gehecht. Niet alles hoeft bewezen te worden.
7) Het fascisme verheerlijkt vooral de daad van geweld
In een fascistische staat moet er gehandeld worden: geen woorden maar daden. Vooral daden waarbij kracht en geweld te pas komen, staan hoog aangeschreven. de oorlog wordt verheerlijkt als een mannelijke strijd.
8) Het fascisme geeft aan de vrouw een ondergeschikte en aparte plaats
Kinderen krijgen en voor het gezin zorgen, dat zijn hun taken. het moederschap wordt verheerlijkt.
Aparte kenmerken van het Duitse Fascisme
1) Het Duitse volk moest 'raszuiver' gehouden worden
Etnische groepen in de wereld waren ongelijk. Het blanke ras waren de beste mensen. de Slavische volken in oost Europa werden als minderwaardig gezien evenals gekleurde mensen. Nog lager stonden volgens deze rassenleer de joden en zigeuners.
2) Het Duitse volk heeft leefruimte nodig
De Duitsers hadden het recht nieuw grondgebied in oost Europa te veroveren.
Democratie moet plaats maken voor fascisme
Het Duitse keizerrijk valt, democratie ontstaat in de Republiek van Weimar.
De Duitse regering moest uiteindelijk een wapenstilstand sluiten op 11 november 1918 omdat een overwinning niet meer mogelijk was. In Rusland had al een communistische revolutie plaatsgevonden en ook in Duitsland leek dat te gaan gebeuren. Met steun van de Duitse Rijkskanselier(minister president) namen de socialisten de regering over en riepen de Republiek uit. Keizer Wilhelm II vluchtte naar het neutrale Nederland. Er was nu een einde gekomen aan de 1e Wereldoorlog. Omdat de politieke situatie in de hoofdstad Berlijn nog niet rustig was kwam het nieuw gekozen parlement bijeen in Weimar. De nieuwe staat werd daarom Republiek van Weimar genoemd. In dat Parlement waren zes partijen vertegenwoordigd maar geen enkele partij had de meerderheid. Daarom werd er met coalitiepartijen geregeerd.
Tijdens de economische crisis wordt de NSDAP de grootste partij
De Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij werd in 1919 opgericht en de aanhangers werden nazi's genoemd. De eerste tien jaar bleef de
partij klein maar dat veranderde door de economische crisis van 1929 die ontstond door het ineenstorten van de effectenbeurs op Wall Street in de Verenigde Staten. Omdat de Duitse economie was opgebouwd met geleend Amerikaans geld moest men door de crisis het geleende geld teruggeven en kreeg men ook geen leningen meer. Hierdoor gingen vel bedrijven failliet en ontstond er massale werkeloosheid. Dat liep op van 2 miljoen in 1929 naar 6 miljoen in 1932. Dat nu leidde er toe dat de NSDAP fors aan aanhang ging winnen.
Andere oorzaken van het succes van de nationaal-socialisten
a) Zwakke plakken van de Republiek van Weimar
1) De socialisten en de katholieken wantrouwden elkaar.
2) De vooruitstrevende liberalen wilden met de socialisten samenwerken maar de behoudende liberalen wilden dat niet.
3) De conservatieven waren tegen de parlementaire democratie. Zij wilden het keizerrijk herstellen. Zij gaven de schuld van de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog aan de socialisten.
4) De communisten waren ook tegen de parlementaire democratie. Zij wilden net als in Rusland een communistische samenleving. Met de socialisten wilden ze niet samenwerken.
Doordat de socialisten, katholieken en vooruitstrevende liberalen er niet in slaagden het eens te worden over het oplossen van de economische crisis sloten veel ontevreden kiezers zich aan bij de communisten en de NSDAP.
b) Ook het optreden van de nazi's draagt bij tot het succes
1) Dat kwam door de manier waarop de partij propaganda voerde met behulp van moderne communicatiemiddelen.
2) Hitler, de leider van de NSDAP, bleek in staat veel mensen voor zich te winnen door zijn optreden. Er ontstond een Fúhrer verering.
3) De mensen werd beloofd wat ze graag wilden zoals werk en grond voor de boeren.
4) De partijlegers van de NSDAP, de SA(Sturm-Abteilung) en de SS(Schutz-Staffel, oorspronkelijk een beschermingsleger voor Adolf Hitler) straalden kracht en zelfvertrouwen uit.
5) De Joden werden tot zondebok gemaakt. Zij kregen de schuld van alle economische ellende.
Hitler wordt Rijkskanselier
Omdat de conservatieven bereid waren met Hitler samen te werken werd Hitler tot Rijkskanselier benoemd op 30 januari 1933. Ze dachten dat ze hem wel in het gareel zouden kunnen houden. De communisten en socialisten werden buiten spel gezet en binnen een half jaar speelde Hitler het klaar om alle macht in handen te krijgen.
Het nationaal socialisme in de praktijk

De periode dat de nationaal - socialisten in Duitsland aan de macht waren wordt het derde Rijk genoemd. In plaats van 1000 jaar duurde de periode 12 jaar van 1933 tot 1945. Onder het eerste rijk verstonden zij het middeleeuwse Duitse keizerrijk, onder het tweede het keizerrijk van 1870 tot 1918.
Industrie en landbouw in dienst van de oorlogsvoorbereiding
Hitler wilde 'leefruimte' (gebieden in Oost-Europa) voor het Duitse volk veroveren. Daarom moest Duitsland zich op een oorlog voorbereiden. Het land mocht daarom niet afhankelijk zijn van import. Duitsland zou zelf zijn voedsel en wapens moeten produceren (autarkie).
Het hele volk wordt 'gelijkgeschakeld'
Het volk moest een hechte eenheid vormen onder leiding van de Fürher. Daarvoor moest het hele Duitse volk worden 'gelijkgeschakeld' om deel te worden van een 'volksgemeenschap'. Om de gelijkschakeling te bereiken werden mensen in allerlei nazi-organisaties bijeengebracht. Het lidmatschap daarvan was verplicht:
Werkgevers en werknemers werden in het Duitse Arbeidsfront gereorganiseerd.
Kraft durch Freude zorgde voor ontspanning.
De jongens werden lid van de Hitelerjugend(HJ) en de meisjes van de Bund deutscher Mädel(BdM)
Na de HJ en de BdM kwam de Rijksarbeidsdienst waar elke 18 jarige een jaar 'arbeidsdienst' moesten verrichten.
Een ander middel tot gelijkschakeling was de beheersing van het onderwijs en de media:
De scholen moesten de jeugd opvoeden in de geest van het nationaal-socialisme. 
Er kwam een nieuw ministerie: het ministerie van Voorlichting en Propaganda onder leiding van Joseph Goebbels.>>>>>
Goebbels stelde een rijkscultuurkamer in. iedereen die werkzaam was bij de media of in de kunst, moest hiervan lid zijn.
SS wordt beruchtste terreurorganisatie
De SS, oorspronkelijk een persoonlijk opgericht om Adolf Hitler te beschermen, kreeg steeds meer taken en steeds meer macht. Een van de belangrijkste taken was het uitschakelen van tegenstanders van het nationaal-socialisme. De SS kreeg de leiding over de concentratiekampen. Leider van de SS werd Heinrich Himmler die in 1936 ook de leiding kreeg over de politie in Duitsland. Daarnaast bouwde de SS een eigen leger op de Waffen-SS. Ruim 20.000 Nederlanders werden er als vrijwilliger lid van.
Vooral de Joden werden vervolgd
Voor de Tweede Wereldoorlog was het doel van de nazi's om de Joden uit de samenleving te stoten en hen tot emigratie te dwingen. Vanaf 1933 werden er maatregelen genomen om het leven van de Joden in Duitsland onmogelijk te maken:
1) Joden mochten geen gebruik maken van openbare voorzieningen en werden uit allerlei beroepen ontslagen
2) In 1935 werden de Neurenburger Wetten aangenomen. Hierbij werd aan de Joden het Duitse staatsburgerschap ontnomen en huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden
3) In de landen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veroverd in het oosten van Europa werden met Einsatzgruppen meer dan 1,5 miljoen Joden massaal gedood.
4) Op de Wansee conferentie werd besloten om alle Joden in Europa te vernietigen. Daarvoor werden vernietigingskampen opgericht in Polen waar men met behulp van gaskamers massaal mensen ombracht. Dit staat bekend als de Holocaust. Ook uit Nederland werden meer dan 100.000 Joden weggevoerd die werden vermoord. Alleen al in Sobibor kwamen meer dan 33.000 Joden om. Naast Joden werden ook homoseksuelen en zigeuners naar de vernietigingskampen vervoerd.
1.4 Verzet in Duitsland Tegenstanders komen in concentratiekampen terecht
Al vanaf 1933 werden concentratiekampen opgericht. Kampen als Dachau, Buchenwald en Mauthausen zijn in ieders geheugen gegrift. Naast politieke tegenstanders werden hierin ook langgestraften, homoseksuelen, Joden zwervers, zigeuners en Jehova's getuigen gevangengezet. De discipline in de kampen was zeer streng en mensen moesten veel ontberingen doorstaan waaronder mishandeling, hoger en velen kwamen dan ook om. In ons land werden bijvoorbeeld Vught en Amersfoort bekend.
Activiteiten van verzetsgroepen
Verzet tegen Hitler en de nazi's was moeilijk vooral in Duitsland:
Een zeer groot deel van de bevolking stond achter Hitler.
Men zag verzet tegen Hitler als landverraad.
Desondanks ontstonden er in Duitsland toch verzetsgroepen. Bekend werd "Die Weisse Rose" en de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 door luitenant-kolonel graaf Von Stauffenberg.

Daarnaast boden talloze anderen ondergronds verzet dor mensen te laten onderduiken, anti-Hitler pamfletten te verspreiden en inlichtingen door te geven aan de tegenstanders van Duitsland.
1.5 Fascisme en later ook communisme maken plaats voor democratie
In mei 1945 kwam er een einde aan het derde Rijk van de nazi's. Het grootste deel van Oost-Europa kwam onder invloed van de Sovjet-Unie te staan. Duitsland werd in 4 bezettingszones verdeeld. Daarnaast verloor Duitsland veel grondgebied aan Polen. (Oder-Neisse werd grens tussen Polen en Duitsland en de Sovjet Unie behield de gebieden verkregen in 1939).


In Neurenburg werden de nazi leiders door de overwinnaars berecht. De Geallieerden konden het echter niet eens worden over de toekomst van Duitsland waardoor uiteindelijk 2 staten zouden ontstaan de democratische Bondsrepubliek Duitsland (BRD)en de communistisch Deutsche Democratische Republiek (DDR).
In West Duitsland wordt de democratie hersteld
Het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland bestond uit de voormalige Engelse, Amerikaanse en Franse bezettingszones. Er kwam een nieuwe grondwet met de volgende bepalingen:
De Bondsrepubliek is een parlementaire democratie.
De Bondsrepubliek is een federatie die bestaat uit een aantal deelstaten die een eigen parlement en regering hebben.
Het hoogste orgaan in de Bondsrepubliek is de Bondsdag(Parlement).
De bondsregering wordt geleid door de Bondskanselier (eerste minister die door de Bondsdag kan worden afgezet) en houdt zich bezig met buitenlandse zaken en defensie.
Staatshoofd is de bondspresident die echter beperkte bevoegdheden heeft.
De DDR wordt een communistische éénpartijstaat
De DDR kwam voort uit de Russische zone en ondanks de naam democratisch werd de DDR een éénpartijstaat onder leiding van de communistische partij(SED). Walter Ulbricht werd de eerste leider van de DDR. Erich Honecker volgde hem in 1971 op.
Wirtschaftswunder onder Adenauer en Erhard
Adenauer van de christendemocratische CDU werd de eerste bondskanselier op een leeftijd van 72 jaar. Hij werd daarom 'der Alte' genoemd. Hij werkte nauw samen met zijn minister van Economische zaken Erhard die hem zou opvolgen. Er ontstond het Wirtschaftswunder (economische wonder). In tien jaar tijd veranderde de BRD in een van de sterkste handelsnaties ter wereld.
Onder Brandt en Schmidt vind er een toenadering plaats tot Oost-Europa
De BRD erkende onder Adenauer en Erhard de deling van Duistland en de gedwongen gebiedsafstand aan Polen niet. Daar kwam in 1969 verandering in toen de socialistische SPD met de liberale FDP aan de macht kwam. Willy Brandt (SPD) werd de nieuwe bondskanselier. Onder hem kwam er een toenadering tussen West-Duitsland en Oost-Europa tot stand. Hij sloot verdragen met de Sovjet Unie en Oost-Duitsland. Er ontstonden ook betere betrekkingen tussen de beide Duitse staten. In 1982 kwam de CDU weer aan de macht met Helmut Kohl als bondskanselier.
DDR verdwijnt en Duitsland wordt weer één staat.
In 1985 was Gorbatsjov begonnen met hervormingen in de Sovjet-Unie, waardoor de macht van de staat en de communistische partij kleiner werd. De communisten in de DDR wilden hier niet in mee gaan. In oktober 1989 vierde de DDR plechtig haar 40-jarig bestaan waarbij Gorbatsjov door de bevolking werd toegejuicht. Deze wilde ook meer vrijheden en overal in Duitsland werd ervoor gedemonstreerd. Honecker liet het leger niet ingrijpen en trad af nadat Gorbatsjov duidelijk had gemaakt dat hij niet op Russiscshe steun kon rekenen.. Op 9 november viel de 'Berlijnse muur' en op 3 december trad de hele communistische partijleiding af. Op 18 maart 1990 werden er in de DDR voor het eerst vrije verkiezingen gehouden. Voornaamste taak van het nieuwe kabinet opheffing van de DDR en aansluiting bij de BRD. Helmut Kohl werd de 'architect' van de Duitse eenheid.
Kohl wist te bereiken dat Gorbatsjov akkoord ging met de volgende overeenkomst in juli 1990:
De nieuwe Duitse staat mocht lid blijven van de Navo.
De Russische troepen zouden zich uit de DDR terugtrekken. De BDR betaalde de kosten van 5 miljard mark.
Op 3 oktober 1990 werd de DDR officieel opgeheven. Daarmee was een einde gekomen aan de verdeling van Duitsland. Economisch was er echter een groot verschil in welvaart tussen de DDR en de BRD.

De directe oorzaak (aanleiding) van de Eerste Wereldoorlog
In 1914 werd de troonopvolger van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Frans-Ferdinand, samen met zijn vrouw in Sarajewo (Bosnië) vermoord door Servische nationalisten. Deze nationalisten wilden verschillende Slavische volken op de Balkan (Zuid-Oost Europa) in een grote nationale staat verenigen.
Oostenrijk-Hongarije had in 1878 Bosnië veroverd en in 1908 als provincie ingelijfd. Servië was al onafhankelijk.
Als reactie op de moord stelde Oostenrijk-Hongarije een ultimatum aan Servië. Toen Servië op dit ultimatum niet reageerde verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië (28 juli 1914). Doordat veel Europese landen verbonden waren door middel van bondgenootschappen (Tripple Entente en de Triple Alliantie) werden binnen enkel dagen veel Europese landen bij deze oorlog betrokken.
Dieper liggende oorzaken
1) Nationalisme in de Europese staten
In de 19e eeuw was het nationalisme sterk gegroeid. Daardoor werden andere landen snel als concurrenten gezien. Nationalisme is het streven van een volk naar een eigen nationale staat. Enkele voorbeelden:
a) Slavische volken op de Balkan streefden naar een eigen staat.;
b) Frankrijk wilde van Duitsland Elzas-Lotharingen terug dat het in de verloren oorlog met Duitsland (1870-1871) aan Duitsland af had moeten staan.
c) Duitsland wilde een ‘grote plaats onder de zon’. Dat wil zeggen het maakte aanspraak op koloniën. Andere landen b.v. Engeland en Frankrijk hadden die wel.
.
Italiaanse spotprent uit 1915 waarbij de Duitse keizer Wilhelm II wordt voorgesteld als iemand die zijn honger wil stillen door koloniën te verorberen.
2) Bestaan van verschillende bondgenootschappen
Tegen het einde van de 19e eeuw sloten veel staten bondgenootschappen met één of enkele andere staten. Dat deed men omdat men dacht dat bondgenootschappen de kans op een oorlog zouden verkleinen: geen land zou dan een oorlog durven te beginnen. Maar in 1914 bleek die gedachte niet te kloppen. Het ene land sleepte de bondgenoot mee in de oorlog. Zie het kaartje van de Triple Entente en de Triple Alliantie.
Wat veranderde in de Eerste Wereldoorlog in de oorlogvoering?
1) De eerste oorlog die een wereldoorlog kon worden genoemd
In de Eerste Wereldoorlog werd vooral in Europa gevochten. Buiten Europa werd gevochten in het Midden-Oosten en in Zwart-Afrika. De koloniën vochten mee aan de kant van de moederlanden. De militaire kerkhoven in Europa geven daar nog getuigenis van af. Ook werd er gevochten op de Atlantische Oceaan en Stille Oceaan en de Noordzee.
2) Industriële oorlog op veel grotere schaal dan tevoren met nieuwe en verbeterde wapens
Omdat er veel wapens moesten worden gemaakt werd de industrie ingeschakeld. Wapens werden nu in massaproductie gemaakt. Voor het eerst werden ook chemische wapens gebruikt. Eerst chloorgas door Duitsland bij Ieper in april 1915. In 1917 kwamen daar nog bij fosgeen- en mosterdgas. Maar er was bij het gebruik ook een risico omdat als de wind draaide de eigen troepen zelf ook slachtoffer konden worden. Naast de vlammenwerper werden voor het eerst ook tanks gebruikt. Het eerste door de Engelsen, in 1916 bij de slag aan de Somme in Noord Frankrijk. Wat toen nog niet leidde tot het einde van de loopgravenoorlog. Bij de oorlogvoering speelde vrachtauto’s, telefoon en duikboten een grote rol. Vooral doordat Duitsland het duikbootwapen inzette gingen als onbedoeld gevolg de Verenigde Staten ook deelnemen aan de Eerste Wereldoorlog(1917), nadat Amerikaanse burgers en schepen het slachtoffer werden van Duitse onderzeeboten.
3) Nieuwe tactiek: de loopgravenoorlog
De hoop van de Duitsers zowel aan het Westfront als aan het oostfront de oorlog snel te kunnen beslissen kwam niet uit. De vuurkracht van de tegenstanders was te groot. Om de verliezen te beperken groef men zich in loopgraven in. Zowel aan het Oostfront en Westfront ontstonden zo honderden km aan loopgraven. De slagen bij Verdun en aan de Somme betekende niet dat een van de partijen gebied veroverde. Zie kaartjes
Toen de uitputtingsslag geen succes leek gingen de strijdige partijen over op de mobiele tactiek (snelle overvallen op kleine schaal met lichte wapens, ondersteund door artillerievuur tanks, pantserwagens en vliegtuigen).
4) Veel meer propaganda
Ook nu brachten alle partijen zichzelf in de propaganda als verdedigers van het goede. Volgens iedere partij stond God aan haar zijde. In vorige oorlogen organiseerden politieke leiders de propaganda van bovenaf en in Duitsland bleef dat zo. Bij de Geallieerden werd de propaganda van beneden af het belangrijkst.
In deze propagandaprent uit de Eerste Wereldoorlog worden de Verenigde Staten voorgesteld als kruisridders.
5) Betere medische zorg voor de soldaten
De Eerste Wereldoorlog was de eerste oorlog waarin meer soldaten stierven als gevolg van oorlogswonden dan als gevolg van ziekten opgedaan in het leger. Naast de betere medische zorg kwam dat ook doordat in de 19e eeuw belangrijke ontdekkingen waren gedaan in de medische wetenschap. Soldaten werden nu ingeënt tegen tyfus en tetanus.
6) De eerste totale oorlog
Met een totale oorlog wordt een oorlog bedoeld waarbij alle bewoners van een oorlogvoerende staat betrokken worden. In de Eerste Wereldoorlog kregen voor het eerst alle mensen in de oorlogvoerende staten met de oorlog te maken.
Alle jongemannen moesten hun dienstplicht vervullen(in Engeland had men een vrijwillegersleger); massale legers bevochten elkaar.
Talloze mannen en vrouwen werkten in fabrieken die de soldaten moesten bevoorraden.
Voedsel en andere producten gingen vaak op de bon.
De massapers en bioscoopfilms stonden in het teken van de propaganda
Het aantal slachtoffers was massaal. Op een bevolking van 40 miljoen Fransen werden meer dan 8 miljoen Fransen opgeroepen om in het leger te dienen. Daarvan werd bijna 60% gewond of gedood. In elk dorp of stad in Frankrijk is dan ook een oorlogsmonument te vinden.
De Eerste Wereldoorlog heeft naast nieuwe ook oude kenmerken
1) Economische oorlogvoering ook nu belangrijk
Omdat Engeland en Frankrijk koloniën hadden had men een groot voordeel op Duitsland en Oosterijk-Hongarije. Daardoor hadden ze meer soldaten, grondstoffen en producten ter beschikking. Duitsland werd ook getroffen door de economische blokkade van de Engelse marine.
2) Oude wapens hebben de meest vernietigende invloed
In de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905) veroorzaakte de artillerie 10% van de slachtoffers. In de Eerste Wereldoorlog werd dat 70%. Men vuurde enorme hoeveelheden munitie op elkaar af. Het landschap bij Verdun is er nog steeds door getekend.
3) Zijn de leiders slagers of ezels?
Door de grote verliezen die er werden geleden noemde men de generaals wel slagers of ezels. De Franse troepen verloren in de eerste weken 300.000 soldaten. Later in de slagen bij Ieper en Verdun sneuvelden honderdduizenden. Verdun kostte aan 350.000 Fransen het leven en waarschijnlijk evenveel Duitsers.. In totaal sneuvelden er 8 miljoen soldaten en raakten er 21 miljoen gewond. De generaals waren niet voorbereid op een loopgravenoorlog.
Gevolgen van de oorlog
Naast het feit dat miljoenen soldaten het leven verloren of gewond raakten werd de burgerbevolking ook zwaar getroffen.
De kaart van Europa verandert grondig
Vergelijk dit kaartje van 1919 maar eens met het hierboven staande kaartje uit 1913
Wat valt onmiddellijk op als je naar de grenzen van Duitsland kijkt?
Welke landen hebben zich losgemaakt van de Sovjet Unie?
Noem de nieuwe landen die in Europa zijn ontstaan.
Welke landen ontstonden uit Oostenrijk-Hongarije? Vergelijk met de kaart uit 1913
Deze veranderingen werden aan de 'verliezers' opgelegd bij de vrede van Versailles in 1919.
Grote verbittering onder de Duitse bevolking
De Duitse bevolking vond de bepalingen van het verdrag van Versailles onrechtvaardig. Duitsland moest naast het afstaan van gebieden o.a Elzas Lotharingen aan Frankrijk, Eupen-Malmedy aan België en Silezié aan Polen ook alle oorlogsschade betalen terwijl het zich niet als enige schuldig voelde. De schadevergoeding was zo hoog dat men tot 1980 zou moeten betalen. Andere volken kregen zelfbeschikkingsrecht (in Europa), maar de Duitsers niet. ook mocht men geen leger hebben.
1.3 Democratie maakt plaats voor Fascisme
Ontstaan van het fascisme
Na de Eerste Wereldoorlog ontstond er in Europa een nieuwe stroming: het fascisme. Net als het communisme wilde ook het fascisme de parlementaire democratie afschaffen.
De eerste fascistische leider was de Italiaan Benito Mussolini. Hij bedacht ook de leer van het fascisme.
Op het einde van de 1e Wereldoorlog behoorde Italië tot een van de overwinnaars. Maar veel Italianen waren ontevreden over de afloop van de vredesonderhandelingen. Zij hadden gedacht dat Italië gebiedsuitbreiding zou krijgen.
Mussolini was van mening dat het te wijten was aan de slappe houding van het Italiaanse parlement. Daarom moest het parlement worden afgeschaft.
In 1919 richtte Mussolini politieke knokploegen op. Hij noemde ze ‘ Fasci di combattimento’ (lettterlijke betekenis: strijdgroepen). Het Italiaanse woord fasci is afgeleid van het oude Romeinse woord fasces, dat roedenbundel (bosje takken) betekent. In het Romeinse rijk droegen gerechtsdienaren een bundel roeden als teken van de macht van de overheid.
Mussolini’s knokploegen groeiden uit tot een grote politieke partij.
Nadat Mussolini en zijn aanhangers een Mars naar Rome hadden gemaakt werd hij door de Italiaanse koning in 1922 tot minister-president benoemd. Binnen enkele jaren maakte hij een einde aan de parlementaire democratie.
Ook in andere landen ontstonden fascistische bewegingen. In Nederland de NSB(Nationaal Socialistische Beweging). In Duitsland werd de NSDAP ( Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiders Partij) opgericht.
Kenmerken van het fascisme
1)Het fascisme legt vooral de nadruk op waar men tegen is
Tegen parlementaire democratie; tegen democratische rechten; tegen socialisme en communisme; tegen alles wat als ‘vreemd’ werd gezien, tegen mensen van andere culturen.
2) Het fascisme is nationalistisch
Het belang van het eigen volk staat voorop en de eigen staat boven andere. De macht en roem van het eigen volk en de eigen staat moeten worden vergroot.
3) Het fascisme gaat uit van de ongelijkheid van de mensen
Fascisten delen de mensen in naar ‘hoger ontwikkelden’ en ‘lager ontwikkelden’. De ‘hoger ontwikkelden’ moeten een partij vormen en leiding geven aan de ‘lager ontwikkelden’.
4) Het fascisme kent het leidersbeginsel
De leider neemt alle beslissingen. Iedereen heeft zich daaraan te houden omdat de leider weet wat goed is voor het volk. Mussolini liet zich ‘Duce’ noemen, Hitler ‘Führer’.
5) Het fascisme is totalitair
Volgens fascisten moet de staat het leven van iedere mens regelen en controleren (onderwijs, werk,vrije tijd,kunst, media) Iedereen moet lid zijn van fascistische organisaties. Andere organisaties worden verboden.
6) Het fascisme gaat meer uit van het gevoel dan van het verstand
Fascisten vinden dat aan het verstand te veel en aan het gevoel te weinig waarde wordt gehecht. Niet alles hoeft bewezen te worden.
7) Het fascisme verheerlijkt vooral de daad van geweld
In een fascistische staat moet er gehandeld worden: geen woorden maar daden. Vooral daden waarbij kracht en geweld te pas komen, staan hoog aangeschreven. de oorlog wordt verheerlijkt als een mannelijke strijd.
8) Het fascisme geeft aan de vrouw een ondergeschikte en aparte plaats
Kinderen krijgen en voor het gezin zorgen, dat zijn hun taken. het moederschap wordt verheerlijkt.
Aparte kenmerken van het Duitse Fascisme
1) Het Duitse volk moest 'raszuiver' gehouden worden
Etnische groepen in de wereld waren ongelijk. Het blanke ras waren de beste mensen. de Slavische volken in oost Europa werden als minderwaardig gezien evenals gekleurde mensen. Nog lager stonden volgens deze rassenleer de joden en zigeuners.
2) Het Duitse volk heeft leefruimte nodig
De Duitsers hadden het recht nieuw grondgebied in oost Europa te veroveren.
Democratie moet plaats maken voor fascisme
Het Duitse keizerrijk valt, democratie ontstaat in de Republiek van Weimar.
De Duitse regering moest uiteindelijk een wapenstilstand sluiten op 11 november 1918 omdat een overwinning niet meer mogelijk was. In Rusland had al een communistische revolutie plaatsgevonden en ook in Duitsland leek dat te gaan gebeuren. Met steun van de Duitse Rijkskanselier(minister president) namen de socialisten de regering over en riepen de Republiek uit. Keizer Wilhelm II vluchtte naar het neutrale Nederland. Er was nu een einde gekomen aan de 1e Wereldoorlog. Omdat de politieke situatie in de hoofdstad Berlijn nog niet rustig was kwam het nieuw gekozen parlement bijeen in Weimar. De nieuwe staat werd daarom Republiek van Weimar genoemd. In dat Parlement waren zes partijen vertegenwoordigd maar geen enkele partij had de meerderheid. Daarom werd er met coalitiepartijen geregeerd.
Tijdens de economische crisis wordt de NSDAP de grootste partij
De Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij werd in 1919 opgericht en de aanhangers werden nazi's genoemd. De eerste tien jaar bleef de
partij klein maar dat veranderde door de economische crisis van 1929 die ontstond door het ineenstorten van de effectenbeurs op Wall Street in de Verenigde Staten. Omdat de Duitse economie was opgebouwd met geleend Amerikaans geld moest men door de crisis het geleende geld teruggeven en kreeg men ook geen leningen meer. Hierdoor gingen vel bedrijven failliet en ontstond er massale werkeloosheid. Dat liep op van 2 miljoen in 1929 naar 6 miljoen in 1932. Dat nu leidde er toe dat de NSDAP fors aan aanhang ging winnen.
Andere oorzaken van het succes van de nationaal-socialisten
a) Zwakke plakken van de Republiek van Weimar
1) De socialisten en de katholieken wantrouwden elkaar.
2) De vooruitstrevende liberalen wilden met de socialisten samenwerken maar de behoudende liberalen wilden dat niet.
3) De conservatieven waren tegen de parlementaire democratie. Zij wilden het keizerrijk herstellen. Zij gaven de schuld van de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog aan de socialisten.
4) De communisten waren ook tegen de parlementaire democratie. Zij wilden net als in Rusland een communistische samenleving. Met de socialisten wilden ze niet samenwerken.
Doordat de socialisten, katholieken en vooruitstrevende liberalen er niet in slaagden het eens te worden over het oplossen van de economische crisis sloten veel ontevreden kiezers zich aan bij de communisten en de NSDAP.
b) Ook het optreden van de nazi's draagt bij tot het succes
1) Dat kwam door de manier waarop de partij propaganda voerde met behulp van moderne communicatiemiddelen.
2) Hitler, de leider van de NSDAP, bleek in staat veel mensen voor zich te winnen door zijn optreden. Er ontstond een Fúhrer verering.
3) De mensen werd beloofd wat ze graag wilden zoals werk en grond voor de boeren.
4) De partijlegers van de NSDAP, de SA(Sturm-Abteilung) en de SS(Schutz-Staffel, oorspronkelijk een beschermingsleger voor Adolf Hitler) straalden kracht en zelfvertrouwen uit.
5) De Joden werden tot zondebok gemaakt. Zij kregen de schuld van alle economische ellende.
Hitler wordt Rijkskanselier
Omdat de conservatieven bereid waren met Hitler samen te werken werd Hitler tot Rijkskanselier benoemd op 30 januari 1933. Ze dachten dat ze hem wel in het gareel zouden kunnen houden. De communisten en socialisten werden buiten spel gezet en binnen een half jaar speelde Hitler het klaar om alle macht in handen te krijgen.
Het nationaal socialisme in de praktijk
De periode dat de nationaal - socialisten in Duitsland aan de macht waren wordt het derde Rijk genoemd. In plaats van 1000 jaar duurde de periode 12 jaar van 1933 tot 1945. Onder het eerste rijk verstonden zij het middeleeuwse Duitse keizerrijk, onder het tweede het keizerrijk van 1870 tot 1918.
Industrie en landbouw in dienst van de oorlogsvoorbereiding
Hitler wilde 'leefruimte' (gebieden in Oost-Europa) voor het Duitse volk veroveren. Daarom moest Duitsland zich op een oorlog voorbereiden. Het land mocht daarom niet afhankelijk zijn van import. Duitsland zou zelf zijn voedsel en wapens moeten produceren (autarkie).
Het hele volk wordt 'gelijkgeschakeld'
Het volk moest een hechte eenheid vormen onder leiding van de Fürher. Daarvoor moest het hele Duitse volk worden 'gelijkgeschakeld' om deel te worden van een 'volksgemeenschap'. Om de gelijkschakeling te bereiken werden mensen in allerlei nazi-organisaties bijeengebracht. Het lidmatschap daarvan was verplicht:
Werkgevers en werknemers werden in het Duitse Arbeidsfront gereorganiseerd.
Kraft durch Freude zorgde voor ontspanning.
De jongens werden lid van de Hitelerjugend(HJ) en de meisjes van de Bund deutscher Mädel(BdM)
Na de HJ en de BdM kwam de Rijksarbeidsdienst waar elke 18 jarige een jaar 'arbeidsdienst' moesten verrichten.
Een ander middel tot gelijkschakeling was de beheersing van het onderwijs en de media:
De scholen moesten de jeugd opvoeden in de geest van het nationaal-socialisme.

Er kwam een nieuw ministerie: het ministerie van Voorlichting en Propaganda onder leiding van Joseph Goebbels.>>>>>
Goebbels stelde een rijkscultuurkamer in. iedereen die werkzaam was bij de media of in de kunst, moest hiervan lid zijn.
SS wordt beruchtste terreurorganisatie
De SS, oorspronkelijk een persoonlijk opgericht om Adolf Hitler te beschermen, kreeg steeds meer taken en steeds meer macht. Een van de belangrijkste taken was het uitschakelen van tegenstanders van het nationaal-socialisme. De SS kreeg de leiding over de concentratiekampen. Leider van de SS werd Heinrich Himmler die in 1936 ook de leiding kreeg over de politie in Duitsland. Daarnaast bouwde de SS een eigen leger op de Waffen-SS. Ruim 20.000 Nederlanders werden er als vrijwilliger lid van.
Vooral de Joden werden vervolgd
Voor de Tweede Wereldoorlog was het doel van de nazi's om de Joden uit de samenleving te stoten en hen tot emigratie te dwingen. Vanaf 1933 werden er maatregelen genomen om het leven van de Joden in Duitsland onmogelijk te maken:
1) Joden mochten geen gebruik maken van openbare voorzieningen en werden uit allerlei beroepen ontslagen
2) In 1935 werden de Neurenburger Wetten aangenomen. Hierbij werd aan de Joden het Duitse staatsburgerschap ontnomen en huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden
3) In de landen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veroverd in het oosten van Europa werden met Einsatzgruppen meer dan 1,5 miljoen Joden massaal gedood.
4) Op de Wansee conferentie werd besloten om alle Joden in Europa te vernietigen. Daarvoor werden vernietigingskampen opgericht in Polen waar men met behulp van gaskamers massaal mensen ombracht. Dit staat bekend als de Holocaust. Ook uit Nederland werden meer dan 100.000 Joden weggevoerd die werden vermoord. Alleen al in Sobibor kwamen meer dan 33.000 Joden om. Naast Joden werden ook homoseksuelen en zigeuners naar de vernietigingskampen vervoerd.
1.4 Verzet in Duitsland Tegenstanders komen in concentratiekampen terecht
Al vanaf 1933 werden concentratiekampen opgericht. Kampen als Dachau, Buchenwald en Mauthausen zijn in ieders geheugen gegrift. Naast politieke tegenstanders werden hierin ook langgestraften, homoseksuelen, Joden zwervers, zigeuners en Jehova's getuigen gevangengezet. De discipline in de kampen was zeer streng en mensen moesten veel ontberingen doorstaan waaronder mishandeling, hoger en velen kwamen dan ook om. In ons land werden bijvoorbeeld Vught en Amersfoort bekend.
Activiteiten van verzetsgroepen
Verzet tegen Hitler en de nazi's was moeilijk vooral in Duitsland:
Een zeer groot deel van de bevolking stond achter Hitler.
Men zag verzet tegen Hitler als landverraad.
Desondanks ontstonden er in Duitsland toch verzetsgroepen. Bekend werd "Die Weisse Rose" en de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 door luitenant-kolonel graaf Von Stauffenberg.

Daarnaast boden talloze anderen ondergronds verzet dor mensen te laten onderduiken, anti-Hitler pamfletten te verspreiden en inlichtingen door te geven aan de tegenstanders van Duitsland.
1.5 Fascisme en later ook communisme maken plaats voor democratie
In mei 1945 kwam er een einde aan het derde Rijk van de nazi's. Het grootste deel van Oost-Europa kwam onder invloed van de Sovjet-Unie te staan. Duitsland werd in 4 bezettingszones verdeeld. Daarnaast verloor Duitsland veel grondgebied aan Polen. (Oder-Neisse werd grens tussen Polen en Duitsland en de Sovjet Unie behield de gebieden verkregen in 1939).


In Neurenburg werden de nazi leiders door de overwinnaars berecht. De Geallieerden konden het echter niet eens worden over de toekomst van Duitsland waardoor uiteindelijk 2 staten zouden ontstaan de democratische Bondsrepubliek Duitsland (BRD)en de communistisch Deutsche Democratische Republiek (DDR).
In West Duitsland wordt de democratie hersteld
Het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland bestond uit de voormalige Engelse, Amerikaanse en Franse bezettingszones. Er kwam een nieuwe grondwet met de volgende bepalingen:
De Bondsrepubliek is een parlementaire democratie.
De Bondsrepubliek is een federatie die bestaat uit een aantal deelstaten die een eigen parlement en regering hebben.
Het hoogste orgaan in de Bondsrepubliek is de Bondsdag(Parlement).
De bondsregering wordt geleid door de Bondskanselier (eerste minister die door de Bondsdag kan worden afgezet) en houdt zich bezig met buitenlandse zaken en defensie.
Staatshoofd is de bondspresident die echter beperkte bevoegdheden heeft.
De DDR wordt een communistische éénpartijstaat
De DDR kwam voort uit de Russische zone en ondanks de naam democratisch werd de DDR een éénpartijstaat onder leiding van de communistische partij(SED). Walter Ulbricht werd de eerste leider van de DDR. Erich Honecker volgde hem in 1971 op.
Wirtschaftswunder onder Adenauer en Erhard
Adenauer van de christendemocratische CDU werd de eerste bondskanselier op een leeftijd van 72 jaar. Hij werd daarom 'der Alte' genoemd. Hij werkte nauw samen met zijn minister van Economische zaken Erhard die hem zou opvolgen. Er ontstond het Wirtschaftswunder (economische wonder). In tien jaar tijd veranderde de BRD in een van de sterkste handelsnaties ter wereld.
Onder Brandt en Schmidt vind er een toenadering plaats tot Oost-Europa
De BRD erkende onder Adenauer en Erhard de deling van Duistland en de gedwongen gebiedsafstand aan Polen niet. Daar kwam in 1969 verandering in toen de socialistische SPD met de liberale FDP aan de macht kwam. Willy Brandt (SPD) werd de nieuwe bondskanselier. Onder hem kwam er een toenadering tussen West-Duitsland en Oost-Europa tot stand. Hij sloot verdragen met de Sovjet Unie en Oost-Duitsland. Er ontstonden ook betere betrekkingen tussen de beide Duitse staten. In 1982 kwam de CDU weer aan de macht met Helmut Kohl als bondskanselier.
DDR verdwijnt en Duitsland wordt weer één staat.
In 1985 was Gorbatsjov begonnen met hervormingen in de Sovjet-Unie, waardoor de macht van de staat en de communistische partij kleiner werd. De communisten in de DDR wilden hier niet in mee gaan. In oktober 1989 vierde de DDR plechtig haar 40-jarig bestaan waarbij Gorbatsjov door de bevolking werd toegejuicht. Deze wilde ook meer vrijheden en overal in Duitsland werd ervoor gedemonstreerd. Honecker liet het leger niet ingrijpen en trad af nadat Gorbatsjov duidelijk had gemaakt dat hij niet op Russiscshe steun kon rekenen.. Op 9 november viel de 'Berlijnse muur' en op 3 december trad de hele communistische partijleiding af. Op 18 maart 1990 werden er in de DDR voor het eerst vrije verkiezingen gehouden. Voornaamste taak van het nieuwe kabinet opheffing van de DDR en aansluiting bij de BRD. Helmut Kohl werd de 'architect' van de Duitse eenheid.
Kohl wist te bereiken dat Gorbatsjov akkoord ging met de volgende overeenkomst in juli 1990:
De nieuwe Duitse staat mocht lid blijven van de Navo.
De Russische troepen zouden zich uit de DDR terugtrekken. De BDR betaalde de kosten van 5 miljard mark.
Op 3 oktober 1990 werd de DDR officieel opgeheven. Daarmee was een einde gekomen aan de verdeling van Duitsland. Economisch was er echter een groot verschil in welvaart tussen de DDR en de BRD.

Een zeer groot deel van de bevolking stond achter Hitler.
Men zag verzet tegen Hitler als landverraad.



De Bondsrepubliek is een parlementaire democratie.
De Bondsrepubliek is een federatie die bestaat uit een aantal deelstaten die een eigen parlement en regering hebben.
Het hoogste orgaan in de Bondsrepubliek is de Bondsdag(Parlement).
De bondsregering wordt geleid door de Bondskanselier (eerste minister die door de Bondsdag kan worden afgezet) en houdt zich bezig met buitenlandse zaken en defensie.
Staatshoofd is de bondspresident die echter beperkte bevoegdheden heeft.
De nieuwe Duitse staat mocht lid blijven van de Navo.
De Russische troepen zouden zich uit de DDR terugtrekken. De BDR betaalde de kosten van 5 miljard mark.








