Ontwikkeling

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Geschiedenis Methode Sprekend Verleden SV deel 3 Havo/VWO Hoofdstuk 5

SV deel 3 Havo/VWO Hoofdstuk 5

E-mail Print PDF

Samenvatting H5 SV deel 3 Havo/Vwo

Kolonisatie en Dekolonisatie

Drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

5.1 Wat verandert er op economisch gebied?

  • Betere verbindingen

Het Europese bedrijfsleven moest in de koloniën goed zaken kunnen doen. Dus waren goede verbindingen noodzakelijk.

De verbindingen in de koloniën werden verbeterd door:

  • Het aanleggen van havens voor de in- en uitvoer;
  • De aanleg van spoorwegen en wegen van de kust naar gebieden in het binnenland geschikt voor landbouw en mijnbouw;;
  • Het aanleggen van vliegvelden en verbeteren van wegen ten behoeve van autoverkeer.

Dit bevorderde natuurlijk ook de inlandse economie.

Uitwisseling van producten

In Amerika bijvoorbeeld werden uit Europa paarden, koeien, schapen, geiten en varkens ingevoerd. Belangrijke landbouwgewassen die de Europeanen  in Amerika invoerden, waren koffie, suikerriet en tarwe. Uit Amerika brachten de Europeanen gewassen naar hun koloniën in Afrika en Azië: cassave, maïs, bananen, tabak, cacao, rubberbomen. Cassave werd in Afrika een van de bekendste voedingsgewassen.

Ook de handel veranderde. In alle koloniën waren producten van de Europese industrie te koop.

In Amerika en Afrika werd vóór de komst van de Europeanen al goud en zilver gewonen. Dit werd door de Europeanen verder uitgebreid, want behalve sieraden werd er ook geld van gemaakt..

De Europeanen vonden er ook waardevolle delfstoffen: steenkool, koper, olie, en uranium. Zo ontstond er in de koloniën een uitgebreide delfstoffenindustrie.

Verplicht werken voor de koloniale overheerser of voor Europese bedrijven

  • Mannen werden verplicht een aantal dagen per jaar voor de overheid te werken;
  • Boeren moesten op hun land méér verbouwen dan ze zelf wilden en moesten dat afstaan.
  • Het invoeren van belastingen die moesten worden afgedragen.

Wat veranderde er op sociaal gebied?

Steden groeien in aantal en omvang

Op het platteland ontstond gebrek aan grond. Dit kwam niet alleen door de snelle bevolkingstoename maar ook  door het plantagesysteem (grote landbouwbedrijven) waar vooral voor de export werd geproduceerd. Veel mensen trokken daarom naar de stad op zoek naar werk. Er was meer vrijheid maar in de praktijk viel het leven in de stad meestal tegen. de lonen waren laag en de woningen slecht. ook kon lang niet iedereen werk vinden.

In sommige streken veranderde de samenstelling van de bevolking

Dat was vooral het geval in Amerika:

  • Van de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, overleefden het maar weinigen. Dat kwam vooral door uit Europa overgebrachte besmettelijke ziekten zoals pokken,tyfus, mazelen en de griep.

  • Ook oorlogen en slechte behandelingen van de Indianen droegen er aan bij. Zie kaart links boven.  Vergroot door er op te klikken.
  • Miljoenen Afrikaanse slavenarbeiders werden op de plantages te werk gesteld. Vergroot door er op te klikken.

  • Miljoenen Europeanen trokken naar Amerika.
  • Ook contractarbeiders werden er te werk gesteld  op Plantages.
  • Er vond ook een vermenging plaats tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de loop van de tijd.

In Afrika vestigden zich over het algemeen weinig blanken. Een uitzondering daarop vormde Zuid-Afrika waar zich vanaf de zeventiende eeuw enkele miljoenen blanken vestigden. Klik op de kaart voor vergroting

 

 In het Midden-Oosten vestigden zich Joden in Palestina waardoor Palestijnen als vluchteling verspreid werden over het Midden-Oosten In Azië veranderde de samenstelling van de bevolking omdat Rusland een politiek voerde waarbij men bevorderde dat Russen zich in de deelrepublieken vestigden.

In Australië en Nieuw-Zeeland werd de oorspronkelijke bevolking net als in Amerika verjaagd, uitgemoord of onderworpen aan Europese kolonisten.

Verplaatsing van miljoenen mensen

Er ontstond na de afschaffing van de slavernij al snel een tekort aan werkkrachten. De Europeanen haalden toen honderdduizenden Aziaten naar Afrika en Amerika. Deze werkten daar niet alleen op de plantages maar ook in de mijnbouw en bij de aanleg van wegen en spoorlijnen.

Wat veranderde er op godsdienstig en ander gebied?

Verbreiding van het christelijk geloof

Duizenden priesters gingen in de 16e eeuw naar Spaans- Amerika om de Indianen tot het christendom te bekeren. De meeste Indianen werden tot Spaanse onderdanen verklaard als zij christen werden. De meeste deden dat.

Het grootste deel van Afrika werd pas in de 19e eeuw gekoloniseerd. Vanaf die tijd trokken grote aantal missionarissen en zendelingen naar Afrika om er het christendom te brengen. Ze stichtten ook veel scholen en ziekenhuizen.

Het christendom had echter bij de Afrikanen minder succes dan de Islam(Daar zijn twee oorzaken voor te noemen:

  • De christelijke kerken keurden veel Afrikaanse gebruiken af zoals bijvoorbeeld polygamie en het afschrikken van boze geesten;
  • De moslims probeerden altijd eerst de rijke en belangrijkste mensen in een samenleving te bekeren. De christenen probeerden altijd eerst de armen te bekeren.

Toch zijn miljoenen Afrikanen christen geworden en vormen ze in veel landen de meerderheid.

In Azië hadden de missionarissen en zendelingen heel weinig succes. oorzaken daarvan waren:

  • Net als de Europeanen vonden de Aziaten hun eigen cultuur beter dan die van anderen;
  • Evenals het christendom hadden de Aziatische godsdiensten miljoenen aanhangers, heilige geschriften en een goede organisatie.

Ook andere uitingen van de westerse cultuur worden overgenomen

Vooral de inwoners van de steden namen veel van de westerse cultuur over, maar niet altijd alles. Ook waren er velen die hun eigen cultuur en de westerse cultuur combineerden. Ook inheemse leiders deden dat wel.

Wat veranderde er op politiek gebied?

Indianen worden verjaagd uitgemoord of onderworpen

De Europeanen traden het hardst op tegen de Indianen. Zij die het overleefden verloren hun politieke onafhankelijkheid. Behalve in Zuid -Amerika. Als ze daar christen werden kregen ze politieke rechten. Maar in de praktijk kwam daar weinig van terecht. De indianen werden tweederangsburgers, die van tijd tot tijd dwangarbeid moesten doen.

Factorijen vaak tot wederzijds voordeel, soms afgedwongen

Amerika werd meteen veroverd maar in Afrika en Azië ging men anders te werk. In de eerste twee eeuwen van het kolonialisme (16e en 17e eeuw) vestigden ze alleen maar factorijen aan de kust. Pas aan het eind van de 19e eeuw werd bijna heel Afrika en Azië voor een groot deel tot een kolonie van Europese landen gemaakt.

Een factorij was een handelspost die bestond uit een haven, enkele pakhuizen en woningen voor Europese kooplieden. Soms hoorde er voor de verdediging ook een fort bij. De Afrikaanse en Aziatische  heersers stemden toe in de vestiging van factorijen omdat ze er  zelf ook van profiteerden.

China was eeuwen afgesloten van andere landen totdat Engeland en andere landen handelsposten wilden vestigen in de 19e eeuw. Door de Opiumoorlog(1840-1842) werd China gedwongen havens open te stellen. Het moest Hongkong afstaan aan de Engelsen en spoedig ook aan andere landen zogenaamde verdragshavens afstaan. In deze verdragshavens hadden de westerlingen hun eigen bestuur en hun eigen rechtspraak.

Volken werden direct of indirect door Europeanen bestuurd.

De belangrijkste koloniale rijken in Azië waren:

  • Brits-Indié (India, Pakistan en Banladesh)
  • Nederlands Oost-Indië(Indonesië)
  • Frans Indo China(Vietnam, Laos en Cambodja)

De belangrijkste koloniale machthebbers in Afrika waren de Portugezen, Engelsen, Fransen en de Belgen.

In sommige koloniën regelden de Europese machthebbers het bestuur helemaal zelf. Dit wordt direct bestuur genoemd. De Fransen, Portugezen en Belgen pasten dit toe.

De Britten en Nederlanders kozen voor het systeem van indirect bestuur. Een klein aantal Europese ambtenaren hield onopvallend toezicht op de inheemse heersers. Dit systeem had voor de koloniale heersers twee opvallende voordelen:

  • Het was goedkoop;
  • De bevolking kwam minder snel in opstand.

Verzet werd met harde hand onderdrukt.

Overal was er verzet tegen de Europese indringers. Ook nadat gebieden tot kolonie waren gemaakt, braken vaak opstanden uit. Bijvoorbeeld de Sepoy-opstand in Brits-Indië of de Java oorlog in Nederlands-Indië. De meerderheid van de inlandse bevolking deed vaak niet mee met de opstandige landgenoten.

5.2: Waardoor wordt de dekolonisatie bevorderd?

Ontstaan van nationalisme

In elke kolonie leefden meestal verschillende volken, elk met hun eigen cultuur. Vaak stonden aanhangers van verschillende godsdiensten fel tegenover elkaar. Ook werden er verschillende talen gesproken en elk volk had een eigen geschiedenis. Pas door het kolonialisme kregen de mensen in een kolonie een gemeenschappelijk verleden.

Er ontstonden in veel koloniën kleine nationalistische bewegingen. Deze wilden op korte termijn dekolonisatie(het onafhankelijk worden van een kolonie). In de 20e eeuw groeide hun aanhang.

De volgende omstandigheden droegen daaraan bij:

  • Omstandigheden van binnenuit

Onderwijs in West-Europese geschiedenis en staatsinrichting

Door dit onderwijs leerden zij begrippen kennen als democratie, vrijheid, gelijkheid, nationalisme. Indonesiërs leerden bijvoorbeeld over de vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden.

Onderwijs in de eigen cultuur

Dit droeg bij tot de ontwikkeling van nationale gevoelens.

Onderdrukking door de koloniale overheerser

Ze werden door de blanken als ondergeschikt behandeld. Dat droeg bij aan het verlangen naar de vrijheid om zichzelf te besturen.

  • Omstandigheden van buitenaf

De Tweede Wereldoorlog

De nationalisten merkten dat de Europeanen niet zo sterk waren als zij dachten. Ook bleken de Europeanen hulp van de koloniën nodig te hebben (grondstoffen en manschappen).

Verschuiving van de machtscentra in de wereld

Voor de Tweede Wereldoorlog werd de politiek in de wereld voornamelijk bepaald door West-Europa, vooral door Groot- Brittannië en Frankrijk. Na de Tweede Wereldoorlog werd dit overgenomen door de Verenigde Staten en de Sovjet Unie. Deze landen waren beide tegen het West-Europese kolonialisme(imperialisme). Ook in de na de Tweede Wereldoorlog opgerichte Verenigde Naties waren de meeste landen vóór dekolonisatie.

Stimulerende voorbeelden van dekolonisatie in Azië en Afrika

indiaIn Brits-Indië behaalde Ghandi, met zijn 'kruistocht' van geweldloos verzet veel succes. India werd in 1947 onafhankelijk (klik op kaartje rechts).

 

In Indonesië riepen Soekarno en Hatta in 1945 de onafhankelijkheid uit. Nederland probeerde dit met geweld te verhinderen, maar moest zich in 1949 terugtrekken.

In Indo-China trokken de Fransen zich na een nederlaag in 1954 in Dien Bien Phoe(vlakte der Kruiken) terug uit Zuid-Oost Azië.

In Ghana (goudkust) leidde Kwame Nkroemah het land in 1957 naar de onafhankelijkheid.

Groeiend inzicht dat het koloniale tijdperk ten einde liep

Door de hiervoor genoemde ontwikkelingen kwamen Groot Brittannië, Frankrijk en België tot het inzicht dat het koloniale tijdperk ten einde liep. Portugal probeerde zijn Afrikaanse koloniën nog te behouden door oorlog te voeren. Frankrijk deed dat ook nog tevergeefs in Algerije.

5.3: Latijns Amerika wordt onafhankelijk

In Latijns-Amerika gingen de Europeanen bijna overal de meerderheid van de bevolking vormen. Door de komst van de Europeanen daalde de Indiaanse bevolking in aantal. daarom voerden de Europeanen als vervangende werkkrachten slaven uit Afrika in. Zij gingen een groot deel van de bevolking vormen.

Verzet van Indianen en slaven

Indianen en slaven kwamen vooral vanaf de tweede helft van de 18e eeuw in verschillende gebieden in opstand. Tupax Amuru leidde in 1780 en opstand van Indianen in Peru. Hij zei dat hij een afstammeling was van de laatste Incakoning. Zij werden echter door de Spanjaarden verslagen.

haitiGeïnspireerd door de Franse Revolutie kwamen op Hispaniola mulatten(nakomelingen van Europese vaders en Afrikaanse moeders) in opstand. Zij zochten steun bij de slaven(1791). Onder leiding van Pierre Dominique Toissant Louverture verklaarden zij zich in 1801 onafhankelijk. Hij werd echter gevangen genomen en naar Frankrijk overgebracht en gedood. Maar de opstandelingen versloegen het Franse leger en in 1804 stichtten zij de eerste onafhankelijke staat in Latijns-Amerika: Haïti (Zie kaartje; klik er op voor vergroting))

Achterstand van Creolen leidt tot vrijheidsstrijd

Bevolkingsgroepen waren streng van elkaar gescheiden. De afkomst bepaalde tot welke bevolkingsgroep men behoorde:

  • In Europa geboren blanken vormden de bovenlaag.
  • Creolen(in Amerika geboren blanken) vormden de middenlaag.
  • De indianen vormden met een kleine groep blanken de derde laag.
  • De Afrikaanse slaven vormden de benedenlaag.

kaart zuidelijk amerika

De positie van de  Mestiezen (nakomelingen van  blanke vaders en Indiaanse moeders) en mulatten hing af van het feit of ze door hun blanke vader al of niet erkend waren. Bij erkenning behoorden ze  enige generaties lang tot de tweede laag.

De creolen voelden zich de gelijken van de Europeanen. Zij maakten daarom bezwaar tegen hun achterstelling. Zij zagen in de ideeën van de Verlichting en de Amerikaanse en Franse Revolutie een voorbeeld.

Langzamerhand kregen de creoolse leiders Simon Bolivar en José de San Martin steeds meer aanhangers. Onder hun leiding bevrijdde  het grootste deel van Spaans-Amerika zich van de overheersing door de Spanjaarden.

Spaans-Amerika valt uiteen

Het voormalige Spaans-Amerika viel uiteen in 17 zelfstandige republieken. de belangrijkste oorzaak hierin lag in het koloniale verleden. Spaans -Amerika was toen verdeeld in onderkoninkrijken en kapitein-generaalschappen.

Ontstaan van Brazilië

Brazilië maakte zich bijna zonder strijd los van Portugal. Creolen eisten in 1822 de onafhankelijkheid van Brazilië. De regent, zoon van de Portugese koning, was het met hen eens en hij riep de onafhankelijkheid uit. De Portugese troepen verlieten het land. de regent werd keizer van Brazilië. In 1889 namen de militairen de macht over en maakten van Brazilië een republiek.

De meeste koloniën werden na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk zelfstandig.

5.4: In het Midden-Oosten ontstaan Nationale Staten

Ontstaan van het moderne Turkije

Vanaf de 17e eeuw (zie kaartje; klik er op voor vergroting) werd het grootste gedeelte van het Midden-Oosten, Noord Afrika en Zuidoost-Europa overheerst door de Turken. Aan het hoofd stond een sultan(koning).

Vanaf de 18e eeuw namen de Turkse sultans een aantal dingen van West-Europa over. Zij hoopten zo het Turkse Rijk bijeen te houden. Het leger werd naar West-Europees voorbeeld georganiseerd, getraind en bewapend.

De sultans wilden echter geen parlementaire democratie invoeren. En de Turken in het rijk moesten hun bevoorrechte positie behouden, terwijl de Arabieren de meerderheid van de bevolking vormden .

Vanaf het einde van de 19e eeuw kregen Groot-Brittannië en frankrijk grote invloed in het Turkse rijk. Zij veroverden delen van het rijk en kregen in de andere gebieden voorrechten. Door het overnemen van enkele westerse cultuuruitingen ontstonden er Arabische en Turkse nationalistische bewegingen. In 1908 grepen westers geschoolde Turkse officieren de macht. Zij konden het rijk maar kort bij elkaar houden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos Turkije de kant van Duitsland. De Arabieren in het rijk kozen de zijde van Frankrijk en Engeland.

De Duitsers en Turken verloren de oorlog. In het vredesverdrag van Sèvres (1920) besloten de Geallieerden het Turkse ataturkRijk te verdelen in verschillende staten. De Turken wezen dit verdrag af. Onder leiding van  Moestafa Kemal, later Atatürk (vader van alle Turken) genoemd, begonnen zij een oorlog(1920-1923) tegen de Geallieerde bezetters. En ook tegen de Grieken, Koerden en Armeniërs die wel uitvoering van het verdrag van Sèvres wilden. de Turken wonnen. Anderhalf miljoen Grieken werden gedwongen Turkije te verlaten. Van de twee miljoen Armeniërs kwam ongeveer de helft om.

In het nieuwe Turkije werden onder leiding van president Moestafa Kemal Atatürk ( 1888-1931) veel veranderingen doorgevoerd om van het land een moderne staat naar westers model te maken. heel bijzonder voor een islamitische staat was, dat hij een scheiding tussen godsdienst en staat aanbracht. Ook werden vrouwen in de grondwet gelijkgesteld aan mannen. En het dragen van de sluier werd verboden.

Ontstaan van Arabische nationale staten

Veel Arabieren hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog gelooft dat er na de oorlog één Arabische staat zou worden gesticht. Van dit ideaal kwam niets terecht. de mogelijke oorzaken daarvan waren:

  • Het Midden Oosten werd door de Geallieerden (Frankrijk en Engeland) na de Eerste Wereldoorlog in mandaatgebieden verdeeld. Libanon en Syrië werden onder Frans bestuur geplaatst, Irak en Palestina en Trans-Jordanië onder Brits bestuurHet Arabisch nationalisme was nog maar net op gang gekomen en had nog maar weinig aanhangers onder de Arabische bevolking.
  • De nieuwe grenzen van de mandaatgebieden maakten het de nationalisten moeilijk om contacten met elkaar te onderhouden.

Later ontstonden er uit deze mandaatgebieden nationale staten.

 

De Fransen vertrokken pas na 1945, onder druk van de VS en de SU. In 1956 vertrokken de Fransen ook uit Marokko en Tunesië. Omdat er in Algerije veel Fransen woonden, wilde Frankrijk dat land geen onafhankelijkheid verlenen. Dat gebeurde pas in 1962, na een bloedige strijd.

 

5.5: Zwart-Afrika wordt onafhankelijk

Veel staten worden op vreedzame wijze onafhankelijk

De eerste Afrikaanse kolonie die onafhankelijk werd, was een Britse. Dat was geen toeval:

  • In de Britse koloniën waren politieke partijen, massademonstraties en vrije meningsuiting in kranten toegestaan.
  • In de Britse koloniën waren meer goed opgeleide nationalisten dan in de andere koloniën.

De Britse kolonie Goudkust werd het eerst gedekoloniseerd. Het land was het meest ontwikkeld en welvarend van de koloniën en het had een populaire leider Nkroemah. Goudkust werd onder de naam Ghana in 1957 onafhankelijk.

In 1960 werd Nigeria onafhankelijk. het was net zo ontwikkeld als Ghana maar de bevolking was er meer verdeeld. In het land leefden verschillende volken. ook was er verschil in godsdienst. Nigeria werd een federatie, net als de VS. De Fransen hielden na de Tweede Wereldoorlog nog lang vast aan de eenheid tussen moederland en koloniën. Zij kregen steun van veel Afrikanen die een Franse opleiding en een goede functie in het koloniale bestuur hadden gekregen. Hun doel was zelfbestuur voor de Franse koloniën binnen een Franse Unie.

Terwijl er met de Algerijnen onderhandeld werd, gaf de Franse president de Gaulle veertien Franse koloniën de onafhankelijkheid(1960).

In sommige staten verloopt de dekolonisatie gewelddadig

In de Belgische kolonie Congo (nu Zaïre) verliep de dekolonisatie gewelddadig. De bevolking was er niet op voorbereid. De hogere bestuursambtenaren waren allen Belgen. In het koloniale leger waren geen inheemse officieren. Zo ontbrak iedere bestuurservaring.

Door de gebeurtenissen in andere Afrikaanse koloniën ontstonden ook in Congo politieke partijen. Ze wilden onafhankelijkheid, maar ze waren verdeeld doordat er in Congo verschillende volken leefden. In 1959 vielen er tientallen doden en gewonden tijdens gewelddadigheden. De Belgische regering besloot toen Congo binnen een jaar de onafhankelijkheid te verlenen. Na de onafhankelijkheid brak er echter een burgeroorlog uit die vijf jaar zou duren. Moboetoe nam de macht in handen veranderde de naam in Zaïre en regeerde 32 jaar het land met harde hand. Op zijn beurt werd hij in 1997 verdreven door Kabila, die het land weer Congo noemde.

In enkele koloniën hadden zich veel blanke boeren gevestigd. ze bezaten meestal de beste landbouwgrond. Deze waren tegen dekolonisatie. In 1963 werd Kenia vreedzaam onafhankelijk. Met Britse financiële hulp werd een deel van het land opgekocht en verdeeld onder de Afrikaanse boeren.

In een andere Britse kolonie, Rhodesië( nu Zimbabwe), wisten de boeren lang de macht in handen te houden. Na een guerrillaoorlog namen de Afrikanen de macht over(1980). Op dit moment voert de huidige leider Mugabe een schrikbewind en is het land en volk in een duidelijk economische crisis terecht gekomen.(inflatie 5000% en men moet voedsel invoeren terwijl men eerst voedsel kon exporteren).

 

Portugal weigerde lang zijn Afrikaanse koloniën (Angola, Mozambique, Kaapverdië, Guinnee-Bissau) onafhankelijkheid te verlenen. In de Portugese koloniën hadden zich - vooral in de steden -  veel blanken gevestigd. Bovendien dacht de Portugese regering de inkomsten uit de koloniën niet kon missen. De Portugese regering wilde niet toegeven. Dat veranderde nadat de dictatoriale Portugese regering was afgezet. In 1974-1975 werden  de Portugese koloniën onafhankelijk.

Problemen in de nieuwe staten

Naast oude problemen zoals perioden van grote droogte in sommige gebieden, kwamen er ook nieuwe:

  • De koloniën waren wel staten geworden . Maar geen nationale staten omdat binnen die staten zeer verschillende volken woonden. Daar ontstonden burgeroorlogen.
  • In de meeste staten was weinig democratische ervaring. En de leiders hielden weinig rekening met de verschillende volken in hun staat.
  • Er ontstonden veel economische problemen. Niet alleen door de burgeroorlogen en natuurrampen. Er was nauwelijks eigen industrie opgebouwd. En op de wereldmarkt  kregen ze voor hun landbouwproducten en grondstoffen lage prijzen. Er was ook veel corruptie.
  • Een groot probleem vormt ook de ziekte Aids.

5.6 India, China en Japan

Brits-Indië wordt onafhankelijk

Ook Indiërs konden ambtenaar worden. Vlak voor de onafhankelijkheid was de helft van de hogere ambtenaren Indiër. De Britse regering liet tweevijfde van Brits-Indië, ongeveer 560 kleine en grotere staten, onder het bestuur van Indische vorsten. Deze vorsten stonden wel onder Brits gezag.

De Britten bekleedden altijd de hogere functies. Vooral onder de ontwikkelde Indiërs groeide het nationalisme. Zij vonden dat ook Indiërs recht hadden op hoge functies en dat de eeuwenoude Indische cultuur te weinig werd gewaardeerd.

In 1885 stichtte een kleine groep westers geschoolde Indiërs het Indian National Congress (later Congress Party genoemd). In het begin was het doel hervormingen in Brits-Indië tot stand te brengen. In het begin van de 20e eeuw vonden veel leden van de Congres partij dat de hervormingen te langzaam gingen. Binnen de partij ontstond over de koers een verschil van mening. Daarnaast was er ook sprake van een godsdienstig conflict. De moslims in de partij voelden zich te kort gedaan door de Hindoes.

india pakistanBij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog boden de Britten de onafhankelijkheid aan in ruil voor steun van de Indische bevolking. Daar kwam echter na de oorlog weinig van terecht. Integendeel: Een britse officier liet in Amritsar het vuur openen op Indiërs die protesteerden tegen de Britse politiek in India. Ongeveer 400 mensen vonden de dood. In deze moeilijke situatie kwam Mahatma Ghandi op als nieuwe leider en riep op tot geweldloos verzet van de hele bevolking.: geen belasting betalen, geen Brits textiel kopen en hongerstakingen houden. Van 1920 tot 1948 was Ghandi de leider van de Indische nationalisten. De Britten arresteerden hem vaak maar hij werd alleen maar populairder. Pas na de Tweede Wereldoorlog was de Britse regering bereid India de onafhankelijkheid te verlenen. Echter: er werden twee onafhankelijke staten gesticht,

  • India, waar de bevolking in meerderheid hindoe was,
  • Pakistan, waar de bevolking in meerderheid moslim was bestond uit twee delen. Het Oostelijk deel scheidde zich in 1971 af en werd Bangladesh

 

Enkele staten in Azië zijn nooit kolonie geworden. De twee belangrijkste zijn China en Japan.

Japan was nooit een kolonie

Japan heeft vanaf 1600 tot de tweede helft van de 19e eeuw alleen Nederlanders en Chinezen toegestaan handel met Japan te drijven. De Nederlanders moesten op het eilandje deshima blijven. Nadat Japan zich ook voor ander landen had opengesteld ontwikkelde Japan zich in hoog tempo. In 1905 versloeg Japan Rusland wat een geweldige invloed had in het verre oosten. Japan werd nu zelf een imperialistische mogendheid toe het grote delen van Azië in de Tweede Wereldoorlog veroverde.

Na de Japanse nederlaag werd Japan van 1945 tot 1952 bezet door de VS. Het parlement kreeg weer de macht en er kwam algemeen kiesrecht. Er is een parlementaire democratie en Japan geldt als een trouwe bondgenoot van het Westen. Het is ook een van de belangrijkste industrielanden ter wereld.

China van keizerrijk tot communistische republiek

In 1911 werd de laatste Chinese keizer verdreven. China werd door de Japanners voor een groot gedeelte bezet. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er en burgeroorlog van 1945 tot 1949 tussen de nationalisten en de communisten. De communisten onder leiding van Mao Zedong kwamen aan de macht. geprobeerd werd een Chinese vorm van communisme op te bouwen. De eerste poging werd de Grote Sprong Voorwaarts(1958). De hele bevolking werd georganiseerd in 'volkscommunes' van 10.000 tot 40.000 personen. ieder commune moest zoveel mogelijk zelf voor alles zorgen. Het werd echter een grote mislukking. De tweede poging was de Culturele revolutie(1966). Deze was gericht tegen Chinezen die onderdelen van de westerse wetenschap en techniek wilden overnemen, maar ook tegen aanhangers van Confucius en zijn leer.. Alleen de ideeën van Mao Zedong moesten de toekomst bepalen. De jongeren verenigd in de Rode Garde vernielden en mishandelen alles en iedereen dat daaraan niet voldeed. Het werd zo'n chaos dat zelfs het leger er een einde aan moest maken(1969).

In 1076 ontstonden er tegenstellingen tussen radicalen en gematigden. In 1976 stierf Mao Zedong en zijn gedachten werden overgenomen door de Bende van vier(o.a. Mao's weduwe). De Bende van Vier verloor de strijd. Men zocht nu weer contact met het westen om de achterstand op technologisch en economisch gebied in te halen.

Om de bevolkingsgroei tegen te gaan (meer dan 1 miljard inwoners) mocht elk echtpaar maar één kind krijgen.

Het streven naar meer vrijheid werd in juni 1989 hardhandig de bodem in geslagen doordat het leger demonstrerende studenten op het Plein van de Hemelse vrede met tanks platwalste waardoor er duizenden doden vielen.

 

Wat was er anders in Azie?

In Azië bleven veel oude rijken geheel of grotendeels bestaan. China en Japan behoren tot de oudste staten ter wereld. Maar ook Korea, India, Pakistan en Vietnam komen voort uit oude rijken.

  • De meeste vroege keizers, maharadja's en sultans werden alleen vervangen door nieuwe presidenten;
  • Het christendom kreeg in Azië weinig invloed. De Islam breidde zich wel zeer sterk uit. Daarnaast zijn er wereldgodsdiensten als hindoeïsme, boeddhisme en in Japan het shintoïsme en in China het confucianisme.

Maar de ontwikkeling van de economisch zogenaamde 'tijgerlanden' als Japan, Korea, Singapore Taiwan en Hongkong ging zeer snel. Inmiddels is China hard op weg economisch wereldmacht één te worden. Binnen een generatie wellicht al.