| Aanleiding | De laatste meest directe oorzaak van iets. |
| Agrarische samenleving | Een samenleving waarin de meeste mensen werken in de landbouw; deze is het belangrijkste middel van bestaan. |
| Amersfoort(kamp) | Concentratiekamp tijdens de Duitse bezetting van Nederland. |
| Antisemitisme | Haat tegen de Joden. |
| Arische ras | Benaming van de Duitse nationaal-socialisten voor de etnische groep van de blanken, volgens hen de beste mensen. |
| Auschwitz | Een van de vernietigingskampen van de nazi's in Polen waar meer dan 1,5 miljoen mensen door middel van gaskamers werden omgebracht. |
| Berlijnse muur | Muur dwars door de stad Berlijn (1961-1989) om te voorkomen dat Oost-Duitsers via West-Berlijn naar West-Duitsland zouden vluchten. |
| Bewegingsoorlog | Oorlog waarin door de lucht, over land en over zee snel veel troepen worden verplaatst. |
| Bezettingszone | Gebieden waarin Duitsland na de Tweede Wereldoorlog door de Geallieerden werd verdeeld en die werden bezet door Engeland, de VS, Frankrijk en de Sovjet Unie. |
| Blitzkrieg | Oorlogvoering waarbij het doel was zeer snel en in enkele gerichte aanvallen de vijandelijke regering, de verbindingen en de vliegtuigen van de vijand uit te schakelen. |
| Bondgenootschap | Vriendschappelijke verhouding tussen twee of meer staten, waarbij elkaar steun is toegezegd, bijvoorbeeld bij conflicten met een of meer andere staten. |
| Bondsdag | Volksvertegenwoordiging van de BRD. |
| Bondskanselier | Minister-president van de BDR. |
| Bondspresident | Staatshoofd van de BRD. |
| Bondsregering | Regering van Duitsland, bestaande uit de Bondskanselier en de bondsministers. |
| Bondsrepubliek Duitsland (BRD) | Duitse staat, in 1949 gesticht op het grondgebied van de voormalige Engelse, Amerikaanse en Franse bezettingszones, waaraan in 1990 de DDR werd toegevoegd. |
| Bron | Alles waardoor je iets van het verleden te weten kunt komen. |
| Buchenwald | Een van de concentratiekampen van de nazi's. |
| Buitenbeentje | Iemand die in zijn tijd niet serieus wordt genomen, die vreemd of heel anders dan de anderen in zijn tijd werd gevonden. |
| Bund deutscher Mädel(BdM) | Meisjesafdeling van de Hitlerjugend. |
| Bijbel | De godsdienstige opvattingen van de christenen staan in de Bijbel. deze bestaat uit het Oude en het Nieuwe Testament. |
| Centrumpartij(in Duitsland) | Katholieke politieke partij tijdens de Republiek van Weimar. |
| Chauvinisme | Een overdreven vorm van nationalisme. |
| Chemische wapens | Wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld chloor-, fosgeen- en mosterdgas. |
| Chloorgas | Zie chemische wapens. |
| Communisme | Stroming die vind dat het socialisme door middel van een revolutie moet worden ingevoerd. |
| Communisten | Mensen die het communisme door middel van een revolutie willen invoeren. |
| Communistische partij | Politieke organisatie die in communisme in een land wil invoeren. |
| Concentratiekampen | Gevangenkampen meestal bestaande uit houten barakken waarin een groot aantallen gevangenen worden opgesloten. |
| Conclusie | Eindoordeel. In een conclusie wordt een eindoordeel op een hoofdvraag gegeven. |
| Conservatieven | Aanhangers van het conservatisme. |
| Conservatisme | Stroming die de samenleving wil houden zoals deze is (dus geen veranderingen wil invoeren). |
| Conventionele bewapening | 'Gewone' wapens zoals kanonnen, tanks, vliegtuigen, helikopters. |
| Cultuur | Het denken en doen van een bepaalde bevolkingsgroep; uitingen van een cultuur zijn: politiek, economie,wetenschap, kunst, techniek, godsdienst en gewoonten van een bepaalde samenleving. |
| Dachau | Een van de Duitse concentratiekampen. |
| DDR | Duitse Democratische Republiek , ook Oost-Duitsland genoemd opgericht in 1949. In 1990 samengevoegd met de BDR. |
| Dekolonisatie | Het onafhankelijk worden van de koloniën. |
| Deportatie | Het in Wereldoorlog II wegvoeren van Joden naar de vernietigingskampen. |
| Depressie | Een neergang in de economische bedrijvigheid (conjunctuur), ook wel baisse genoemd. |
| Derde Rijk | Benaming van de periode waarin in Duitsland een dictatuur was van nationaal-socialisten (1933-1945). |
| Dictator | Iemand (een burger of militair) die alle macht in een staat in handen heeft (alleenheerser). |
| Dictatuur | Een regeringsvorm waarbij één persoon (dictator) of een groep mensen (vaak militairen) alleen alle macht in handen hebben. |
| Duce | Titel van de fascistische leider Mussolini van Italië. |
| Duitse Arbeidsfront | Nationaal-Socialistische organisatie van de nazi's waarin werkgevers en werknemers tot samenwerking werden verplicht. |
| Duitse Democratische Republiek (DDR) | Met hulp van de Sovjet Unie na WO II gestichte communistische staat in Oost-Duitsland. |
| Dynastie | Serie heersers uit één familie. |
| Economie | Alles waarmee in een land geld verdiend wordt (landbouw, industrie, handel). |
| Economische crisis | Grote economische teruggang die begon in 1929 in de VS en zich daarna over grote delen van de wereld uitbreidde. |
| Edelweisspiraten | Groepen jongeren die in Duitsland in verzet kwamen tegen het drillen van de Hiltlerjugend. |
| Eerste Wereldoorlog | Wereldwijde oorlog in de periode 1914-1918. |
| Einsatzgroepen | Speciale eenheden van de SS die in de veroverde Russische gebieden tot taak hadden de Joden dood te schieten. |
| Fascisme | Politieke stroming die tegen de parlementaire democratie is. |
| Fascisten | Aanhangers van het fascisme. |
| Federatie | Een staat die bestaat uit een aantal deelstaten. |
| Feit | Geeft iets aan dat - naar wordt aangenomen - werkelijk is gebeurd of bestaat. |
| Führer | De benaming van de fascistische leider (Hitler) in Duitsland. |
| Geallieerden | Alle landen die tijdens de wereldoorlogen gezamenlijk tegen Duitsland en zijn bondgenoten vochten. |
| Gelaagde samenleving | Een samenleving waarbij de bevolking in verschillende lagen is verdeeld. De bevolkingslagen verschillen van elkaar in aanzien en macht. |
| Gelijkschakeling | Het opbouwen van een 'volksgemeenschap' in Duitsland onder leiding van de Führer door de mensen bijeen te brengen in nationaal-socialistische organisaties en door het beheersen van het onderwijs en de media. |
| Gestapo | Geheime (staats)politie in Nazi-Duitsland. |
| Getto | Stadswijk waarin Joden verplicht moesten wonen; in onze tijd ook een stadswijk waarin mensen in vaak zeer armoedige omstandigheden wonen. |
| Grondwet | Wet waarin de belangrijkste rechten en plichten van alle inwoners in een land zijn vastgelegd. |
| Hakenkruis | Symbool van de nazi's |
| Hitlergroet | Het met uitgestrekte rechterarm roepen van 'Heil Hitler' als eerbetoon aan de nationaal-socialistische leider van Duitsland. |
| Hitlerjugend (HI, Hitlerjeugd) | Nationaal-Socialistische jeugdorganisatie in Duitsland, waarvan alle jongeren verplicht lid worden. |
| Holocaust | Volkenmoord, meestal wordt er de moord op de Joden en zigeuners tijdens de Tweede Wereldoorlog mee bedoeld. |
| Humanitair oorlogsrecht | Internationaal overeengekomen rechtsregels over gedrag tijdens oorlogen. |
| Interpretatie | Het beeld dat iemand over een deel van het verleden heeft en/of laat zien. |
| Joden | Oorspronkelijk: inwoners van het bijbelse rijk Juda in het tegenwoordige Israël. vanaf de 6e eeuw voor Christus verspreidden de Joden zich over de hele wereld. vanwege het eigen geloof werden de Joden eeuwenlang door moslims en vooral christenen vervolgd (antisemitisme). |
| Jodendom | De godsdienstige opvatting van de Joden. |
| Jodenvervolging | In het algemeen vervolging van Joden in de loop der eeuwen in veel landen. In het bijzonder de vervolging van de Joden door de nazi's die uitliep op de moord op ongeveer zes miljoen Joden. |
| Kapitalisme | Economie waarbij de grond en bedrijven in handen zijn van ondernemers. De ondernemers willen een zo groot mogelijke winst maken. |
| Kapitalisten | Rijke mensen, aanhangers van het kapitalisme. |
| Katholicisme | Christelijk geloof waarbij de gelovigen geleid worden door geestelijken onder leiding van de paus in Rome. Naast de Bijbel zijn kerkelijke uitspraken belangrijk en wordt het geloof getoond door het doen van goede werken. |
| Katholiek | Behorend tot het katholicisme. |
| Kenmerk | Karakteristieke, typerende eigenschap. |
| Kerk | Christelijke geloofsgemeenschap. |
| Kittelbachpiraten | Zie Edelweisspiraten. |
| Kraft durch Freude | Nationaal-Socialistische organisatie waarvan kunstenaars in de Tweede Wereldoorlog lid moesten worden. |
| Landbouw | Akkerbouw en veeteelt samen. |
| Leefruimte(Lebensraum) | Recht dat de Duitse Nationaal-Socialisten meenden te hebben op het veroveren van nieuw grondgebied in Oost-Europa. |
| Leidersbeginsel | Opvatting van het fascisme dat op elk bestuursniveau, van plaatselijk tot landelijk, leiders nodig zijn. De leiders nemen de besluiten. de mensen die onder hen staan, gehoorzamen aan de leider. Aan het hoofd staat één leider. |
| Liberalen | Aanhangers van het liberalisme. |
| Liberalisme | Stroming die zoveel mogelijk vrijheid op alle gebieden van de samenleving wil. |
| Loopgravenoorlog | Oorlog die vooral in loopgraven wordt gevochten. Loopgraven zijn in de grond gegraven gangen waarin soldaten gedekt tegen vijandelijk vuur kunnen lopen. Vooral WO I wordt zo aangeduid. |
| Machtigingswet | Wet die Hitler toestond (machtigde) om te regeren zonder controle van het parlement (aangenomen op 23 maart 1933). |
| Mandaatgebied | Gebieden in de wereld die na de Eerste Wereldoorlog onder toezicht kwamen te staan van door de Volkenbond aangewezen landen. |
| Markteconomie | Economie waarin de bedrijven producten maken die klanten willen hebben. |
| Massaproductie | Het vervaardigen van grote aantallen precies dezelfde producten. |
| Massavernietigingswapens | Wapens als atoomwapens en raketten met gif die grote aantallen slachtoffers veroorzaken. |
| Mauthausen | Een concentratiekamp van de Duitsers in het huidige Oostenrijk. |
| Meerjarenplannen | Plannen voor de productie over een aantal jaren, opgesteld door de regering in een communistisch economisch systeem. |
| Mening | Een opvatting over mensen of zaken die meestal niet of moeilijk te bewijzen is. |
| Militarisme | Het overwaarderen van alles wat met militaire macht te maken heeft. |
| Ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda (Duitsland) | Ministerie dat onder leiding van Goebbels een coördinerende rol speelde bij de gelijkschakeling in Duitsland in de periode 1933-1945. |
| Nationaal-Socialisme | De fascistische stroming in Duitsland. |
| Nationaal-Socialisten | Aanhangers van het nationaal-socialisme. |
| Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) | Nederlandse fascistische partij onder leiding van Mussert. |
| Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) | Fascistische partij in Duitsland onder leiding van Hitler. |
| Nationalisme | Het gevoel van saamhorigheid van mensen die een staat vormen of willen vormen. Ook: het belang van het eigen volk boven dat van andere volken. |
| Nationalisten | Aanhangers van het nationalisme. |
| Nazificeren / nazificatie | Het tot nazi maken van een bevolking |
| Nazi's | De aanhangers van het Duitse Nationaal-Socialisme. |
| Nederlands Arbeidsfront | Organisatie waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Nederlandse vakverenigingen verplicht werden opgingen. |
| Neurenberg (proces van) | Oorlogstribunaal waar na afloop van de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste nazi-leiders berecht werden. Neurenberg was de stad van de partijdagen van de NSDAP. |
| Neurenburger Wetten | Wetten in het Derde Rijk uit 1935, waarin de Joden het staatsburgerschap ontnomen werd en huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden werden. |
| Neutraal | Niet aangesloten bij enig bondgenootschap. |
| Neutraliteit (neutraliteitspolitiek) | Het niet aangesloten zijn bij enig bondgenootschap. |
| Normen | Uit waarden afgeleide regels |
| Oorzaken | Verklaringen waarom er iets gebeurde. de meest directe oorzaak wordt ook 'aanleiding' genoemd. |
| Oostenrijk-Hongarije | Europees Keizerrijk (1967-1919) bestaande uit het keizerrijk Oostenrijk en het koninkrijk Hongarije. Ook wel aangeduid als 'de dubbel- of Donaumonarchie'. |
| Oostfront | Tijdens WO I en WO II werd in Rusland veel gevochten. Dit gebied werd het Oostfront genoemd. |
| Opstand | Bij een opstand (of staatsgreep) neemt een bepaalde bevolkingsgroep de macht over, maar verandert er weinig voor de mensen. |
| Orthodoxe Kerk | Christelijke kerk in Oost-Europa ook wel Grieks- en Russisch-Orthodox of Grieks-katholiek genoemd. |
| Pacifist | Aanhanger van het pacifisme. de stroming die streeft naar wereldvrede door middel van ontwapening en de afschaffing van legers. |
| Palestina | Tot 1948 de benaming van het grondgebied van de toen gestichte staat Israël. de Arabische inwoners heten Palestijnen. |
| Politiek | De manier waarop mensen de macht onder elkaar verdelen. |
| Politieke partij | Organisatie die door een programma en verkiezingen invloed wil uitoefenen op het bestuur van het land. |
| Propaganda | Het proberen de meningen en handelingen van een bepaald publiek te beïnvloeden. |
| Rassenleer | Opvattingen over ongelijkheid van etnische groepen in de wereld. |
| Representativiteit (van een bron) | De mate waarin de inhoud van een bron voor veel mensen geldt. |
| Republiek van Weimar | Aanduiding van de Duitse staat in de periode 1919-1933, waarin Duitsland een parlementaire democratie was. |
| Revolutie | Een grote verandering in de samenleving, die in korte tijd plaatsvindt, meestal met geweld. |
| Rijksarbeidsdienst | Regeling in het Derde Rijk waarin stond dat alle 18-jarigen in Duitsland een jaar árbeidsdienst' moesten vervullen. |
| Rijkscultuurkamer | Organisatie in het Derde Rijk waarvan ieder die werkzaam was bij de media of de kunst lid moest zijn. |
| Rijksdag (Duitsland) | (Gebouw van) het parlement tijdens het keizerrijk en de Republiek van Weimar. |
| Rijkskanselier | Tot aan de BRD de aanduiding voor de minster-president in Duitsland. |
| SA | Partijleger van de NSDAP in Duitsland. |
| Slaven, Slavische volken | Aan elkaar verwante volken in Oost-Europa, waartoe bijvoorbeeld de Russen, Polen en Servië behoren |
| Sobibor | Vernietigingskamp van de nazi's in Polen waar meer dan 33.000 Nederlanders zijn omgebracht. |
| Sociaaldemocraten | Socialisten voor wie zowel het socialisme als de democratie even belangrijk zijn. |
| Socialisme | Een stroming die op sociaal gebied gelijkheid belangrijk vindt. Op economisch gebied moeten grond en bedrijven eigendom zijn van de gemeenschap. |
| Socialisten | Aanhangers van het socialisme die hun ideaal door middel van een meerderheid in het parlement willen uitvoeren. |
| Somme (slag bij de) | Beruchte veldslag in de Eerste Wereldoorlog waarin een zeer groot aantal slachtoffers viel. |
| SS | Een partijleger van de NSDAP dan onder andere de leiding had over de concentratie- en vernietigingskampen. |
| Staat | Een land met duidelijke grenzen en een eigen regering. |
| Staatshoofd | Persoon die in een staat de hoogste macht uitoefent of vertegenwoordigt (koning, keizer, president). |
| Standrecht | Snelle berechting van zowel militairen als burgers door militaire rechters of politie in oorlogstijd of noodzituaties. |
| Strategie | Wat leiders met de oorlog willen bereiken en hoe die in grote lijnen moet worden gevoerd. |
| Stroming | Grote groep mensen met dezelfde ideeën, bijvoorbeeld op politiek gebied. |
| SU (Sovjet Unie) | Naam die de Russische communisten in 1922 aan Rusland gaven. |
| Swingjeugd (Derde Rijk) | Jongeren die zich niet aan wilden passen aan de nazi's en Amerikaanse jazz (muziek en dans) bleven bewonderen. |
| Tactiek | De manier waarop de grote lijnen die uitgezet zijn door de politieke leiders aan het front worden uitgevoerd. |
| Thuisfront | De burgerbevolking die een bijdrage levert aan de oorlogvoering. |
| Totale oorlog | Oorlog waarbij niet alleen de militairen maar ook de burgers doelwit zijn en waarbij de burgers in alle opzichten bij de oorlog zijn betrokken. |
| Totalitair | Het leven van ieder mens willen regelen en controleren. |
| 'Triump des Willens' | Film van Leni Riefenstahl over de Rijkspartijdagen van de NSDAP in 1934 in Neurenberg. |
| Verdrag | Overeenkomst tussen landen. |
| Verdrag van Versailles | In 1919 gesloten vredesverdrag na afloop van de Eerste Wereldoorlog. |
| Verdun (slag bij) | Beruchte slag tijdens de Eerste Wereldoorlog die het leven kostte aan ruim 350.000 Fransen en ongeveer evenveel Duitsers. |
| Vernietigingskampen | Door de Duitsers in WO II opgerichte concentratiekampen met als doel zoveel mogelijk Joden en zigeuners te vermoorden, bijvoorbeeld Auschwitz en Sobibor. |
| Vooroordeel | Opvatting die niet klopt met de werkelijkheid of waarvan de juistheid nooit kan worden bewezen. |
| V-teken | In de vorm van een V (victory = overwinning) tijdens de Tweede Wereldoorlog op huizen geschilderd als symbool van de overwinning van de Geallieerden. |
| Vught (kamp) | Concentratiekamp tijdens de Duitse bezetting van Nederland. |
| Waarden | Wat mensen goed of slecht, belangrijk of onbelangrijk, mooi of lelijk vinden. |
| Waffen SS | Eigen leger van de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog dat vooral werd ingezet op belangrijke plaatsen aan het front. |
| Weisse Rose ( Die) | Verzetsgroep van studenten in Nazi_Duitsland onder leiding van Hans en Sophie Scholl. |
| Westblok | Het kapitalistische Westen onder leiding van de VS. |
| Westfront (WO I) | Delen van België en Frankrijk waar tijdens de Eerste Wereldoorlog veel gevochten werd. |
| Wirstschaftswunder | Periode van grote economische bloei in West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog.. |
| Zelfbeschikkingsrecht | Het recht van een volk om een eigen staat te kunnen vormen. |