drs J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl 
5) Grote economische groei in delen van Azië
Terwijl de economiën van de westerse wereld jaarlijks niet of nauwelijks groeien, varieert in het oosten van azië de jaarlijkse groei van het nationale product met uitzondering van japan tussen de 6 en 10%.
Japan gaat tot de economisch belangrijskte staten behoren.
Ondanks de vernielingen van de Tweede Wereldoorlog kon Japan zich snel herstellen. Deels was dit het gevolg van de al aanwezige infrastructuur, deels het gevolg van het hoge onderwijspeil. Tussen 1950 en 1970 ontwikkelde Japan zich op economisch gebied tot één van de belangrijkste landen ter wereld. Na de VS was Japan de grootste economische macht geworden. De motor van deze economische groei lag vooral bij de middelgrote bedrijven, die flexibel en innovatief opereerden. De Japanners slaagden er door een aantal maatregelen in de kwaliteit van hun producten te verbeteren en de productiekosten te verlagen. Voorrang werd gegeven aan het ontwikkelen van hoogwaardige technologie. Arbeidsintensieve en technologischminder gecompliceerde industrieën werden verplaatst naar landen met een lager loonpeil.

Ontwikkeling Nikkei index van 1970 tot 2009
Maar op 1 april 1991 stortte de Japanse beurs plotseling in en begon een economische recessie. Door speculatie waren de prijzen van grond, aandelen en onroerend goed ver boven de werkelijke waarde gestegen. Toen de bank van Japan beloofde de geldhoeveelheid te beperken leidde dat tot een dure Yen. Daardoor werden Japanse producten veel minder aantrekkelijk voor de buitenlandse consument. De Japanse economie herstelde zich langzaam in de tweede helft van de jaren '90.
China een nieuwe economische politiek onder Deng
Binnen tien jaar slaagde Mao er tweemaal in een radicale beweging te lanceren die China ontwrichtten: De Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele revolutie. De negatieve gevolgen van deze radicale bewegingen bleven op sommige gebieden nog lang doorwerken. In het onderwijs verbeterde de situatie pas in de jaren '70. Op economisch gebied was echter al snel een vooruitgang te zien, maar de bevolkingsgroei deed die echter weer teniet. Na Mao's dood werd een éénkindbeleid ingevoerd dat aan het begin van de 21e eeuw leidde tot ongeveer een halvering van het aantal geboorten.

Voorspelling beroepsbevolking India en China
Na de dood van Mao werd Deng Xiaoping de voornaamste leider. Op economisch gebied werden meer vrijheden toegestaan. Zo konden boeren eigen stukjes land krijgen en hun producten op de vrije markt verkopen. De Chinese machthebbers besloten de export te stimuleren en buitenlandse investeringen in China toe te laten. De oostelijke zeeprovincies kregen een speciale rol. Er ontstonden zogenaamde Speciale Economische Zones, die door de regering in Beiijng bedoeld waren als 'experimenteer-gebieden' met een westers kapitalistisch economisch systeem. Verder werden na 1984 een beurs- en geldmarktsysteem ingevoerd en de mogelijkheid voor staatsbedrijven hun eigen economisch beleid te voeren. De gevolgen waren groot. Tussen 1985 en 1990 werd de industriële productie van China bijna verdubbeld.
De economische vooruitgag begon in 1980 het eerst op het platteland. Daarna echter sterkrer in de stedelijke centra. Daardoor ontstonden economische verschillen die een bron vormen van maatschappelijke spanningen.
Sterke economische groei in India
Omdat de bevolking van India sneller groeit dan in China wordt verwacht dat India binnen enkele decennia van alle landen de meeste inwoners zal hebben. De bevolking is echter zeer arm. Zo'n 70 tot 90% geeft het hele inkomen nog uit aan voedsel. Men neemt allerlei maatregelen die de economische groei en welvaart kunnen verhogen.
In sommige gebieden grote vooruitgang in de productie van de landbouw
Nog steeds is het merendeel van de bevolking, ruim 60%, werkzaam in de landbouw. Een voorbeeld waar de 'groene revolutie' is geslaagd is de Punjab ( tegen de grens met Pakistan). Daar wordt per hectare tweemaal zoveel geproduceerd als elders in India. Een groot prrobleem vormt het grootgrondbezit. De regeringen van de deelstaten blijken beheerst te worden door de grootgrondbezitters. Zij houden het beleid van de centrale regering tegen.
Meer liberale koers leidt tot industriële groei

Voorspelling BNP India en China








