Bertram Polak Een dramatische geschiedenis
In 2001 herstelt de Tilburger Arnoud-Jan Bijsterveld zijn statige huis in de oorspronkelijke staat. Tijdens onderzoek naar de geschiedenis van zijn huis stuit hij op de dramatische geschiedenis van de Joodse familie die het huis heeft gebouwd. Een tiental jaren later legt hij, samen met nabestaanden, een steen voor zijn huis, ter nagedachtenis aan de vermoorde Bertram Polak. Bertram Polak, een 22-jarige Joodse jongen uit Tilburg, vecht in 1940 in het Nederlandse leger tegen de Duitsers. Op 14 mei geeft Nederland zich over en Bertram keert terug naar huis. Het huis is leeg, want zijn vader, stiefmoeder en drie zusjes blijken naar Engeland te zijn gevlucht. De familie overleeft de oorlog, veilig in het buitenland. In 1941 probeert Bertram te vluchten, wordt opgepakt en in 1942 vermoord in Auschwitz. In de film zien we hoe de gevluchte familieleden en nabestaanden vanuit heel de wereld samenkomen om een zogenoemde 'struikelsteen'* te leggen bij Bertrams ouderlijk huis. De zoektocht naar de geschiedenis van een huis is uitgemond in een ceremonie waarin een familie letterlijk en figuurlijk een plek geeft aan haar herinneringen. De film bevat interviews met verschillende generaties van de familie Polak, gefilmd in Nederland en in Israël. Verder zien we beelden van hun bezoek aan de Joodse begraafplaats in Tilburg en een dienst in de Tilburgse synagoge. Door het delen van hun herinneringen wordt langzaam duidelijk wat zich in het huis heeft afgespeeld. Deze herinneringen blijken ook voor de jongere generaties van groot belang voor hun leven en de vorming van hun identiteit.
Met deze documentaire willen we het belang onderstrepen van het vastleggen, delen en uitdragen van herinneringen aan de slachtoffers van de Holocaust. De documentaire krijgt een lengte van 25 minuten. Het streven is om de film begin mei 2012 in premiere te laten gaan. De film wordt gemaakt door Stichting Verhalis, een organisatie die gespecialiseerd is in het verfilmen van levensverhalen (zie website Verhalis).
Een film maken kost geld. Gelukkig is een groot deel van de financiering rond. Het project wordt financieel gesteund door de provincie Noord-Brabant, Brabants Heem, Stadsmuseum Tilburg, Prins Bernard cultuurfonds en Erfgoed Brabant. Men zoekt nog € 5.900. Wilt u een bijdrage geven ga dan naar http://wwww.indiegogo.com/Bertram-Polak en doe een donatie via een van de groene knoppen. Namens de makers van de documentaire alvast bedankt.
Open brief aan Ton Elias
Open brief aan Ton Elias, VVD-kamerlid, de 'Verlosser' van het Onderwijs
Meneer Elias,
Opnieuw weet u met een provocerende uitspraak 'Veel protesterende docenten leven in het stenen onderwijstijdperk'in de Volkskrant van 26 januari, de gemoederen te beroeren.http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3138262/2012/01/26/Veel-protesterende-docenten-leven-in-het-stenen-onderwijstijdperk.dhtml De vraag die daarbij opkomt is: 'Wat bezielt dit Tweede Kamerlid' om steeds een karikatuur te maken van onderwijsgevenden. Als er iemand verstand heeft van de werking van de media, is dat Ton Elias. En juist daarom mag van hem verwacht worden dat hij, voordat hij iets schrijft, of op andere wijze ventileert, zich bewust is van de impact ervan.
Daarom juist kan ik niet anders dan de conclusie trekken dat Elias doelbewust mensen schoffeert en kleineert door hen voor te stellen als levend in het 'stenen onderwijstijdperk', omdat ze protest aantekenen tegen de inkorting van de vakantietijd en de 1040-uren norm.
Het heeft er alle schijn van dat Ton Elias zelf een schijnwereld heeft opgebouwd, waardoor hij meent als de grote 'Verlosser' voor de toekomst van het onderwijs allerlei uitspraken te moeten doen, die echter doen vermoeden dat Elias niet op de hoogte is van de daadwerkelijk stand van het Onderwijs.
Citaat: 'Ik vind dat veel leraren een prachtberoep hebben en zich uit de naad werken. Dat zeg ik iedere keer, alleen dat horen ze niet. Ze horen alleen dat ik óók zeg dat veel protesterende leraren in het stenen onderwijstijdperk leven en onvoldoende oog willen hebben voor het falen van delen (!) van hun beroepsgroep'.
Wellicht zou Elias eerst eens een definitie kunnen geven van het begrip 'stenen onderwijstijdperk'. Mensen uit het onderwijs die protesteren tegen maatregelen die hun werk direct beïnvloeden worden zo onderuit gehaald, terwijl hun protesten wel degelijk voortkomen uit hun betrokkenheid met het onderwijs. Lees verder: Open brief aan´de Verlosser´ Ton Elias´
Buurman..Jij?! waargebeurde misdaadverhalen
Zelden komt het voor dat men zo kan 'genieten' van waargebeurde misdaadverhalen. Maar deze zijn dan ook van de hand van Fred Soeteman die voor zijn krant De Telegraaf dertig jaar lang rechtszaken bijwoonde en daar verslag van deed. Buurman... Jij?! houdt zich niet bezig met zogeheten megazaken die het nieuws soms weken of maanden achtereen hebben beheerst. Het is een kaleidoscopische verzameling van staaltjes van menselijk falen en wanbedrijf, die zich bij wijze van spreken bij iedereen om de hoek kunnen voordoen- inderdaad: bij de buurman, van wie niemand ´t ooit had verwacht. Natuurlijk ook met aandacht voor de manier waarop de mensen die ervoor hebben doorgeleerd, en die ons de vervolging en bestraffing uit handen nemen, hun wettelijke bevoegdheden tot heil van de samenleving in stelling brengen. Soeteman hoopt dat Buurman...Jij?! zijn lezers over de streep trekt en hen verlokt om zelf ook eens een strafzitting te gaan bijwonen, al was ´t alleen maar om er bij de borrel over mee te kunnen praten als weer eens wordt beweerd dat wereldvreemde rechtsplegers maar wat aanmodderen. Uit de bocht gevlogen magistraten, vaak immers ook iemands buurman/vrouw, komen eveneens aan bod, net als politiemensen die het in hun dienstijver af en toe niet al te nauw lijken te nemen met recht en plicht. Dat zulke functionarissen, en zelfs H.M. de Koningin, ook (beoogd) slachtoffer kunnen zijn blijft evenmin onbelicht. "Zo´n galbak, zo´n etterbak van een koter, Duivelsjong, Loeren in het bos, Tegen seks en onfatsoen en Ome Dirk de verwekker-" is nog maar een bescheiden greep uit Buurmans strafrechtelijke grabbelton. Voor ´t zelfde geld proeft men eerst het Snoepje van de week, maakt men kennis met de Dartele dominee, hoort men Voetstappen op de trap, of is men getuige van Graaien op het kerkhof. Soms is er een glimlach, maar vaak zal er woede zijn met opwellende tranen: De piepjonge vader en moeder die hun kindje al tijdens de bevalling vermoorden, of de oorlogsmisdadiger die wat justitie betreft mag "kronkelen op de vloer van zijn cel." Bij Buurman kun je terecht voor de gekste gebeurtenissen in het gewone leven: Zuster Helena´s stalen pijp, In flight heisa, Hemd in de keel, Het monster dat in mij zit, Oude Willems lucifers, of Zaterdag messen in de havermout. Veel van de verhalen zijn verlucht met tekeningen van Soetemans onafscheidelijke metgezel in de vaderlandse rechtszalen, de onnavolgbare tekenaar Chris Roodbeen. Egbert Myjer, rechter in het Europese hof voor de Mensenrechten in Straatsburg spreekt in zijn Voorwoord van "Een bijna misdadig dik boek, maar ´t is geen straf om het te lezen." Het boek telt 568 pagina s Uitgeverij Vèrse Hoeven ISBN 9789075703634 € 24,50
Marga Klompé 1912-1986 Een biografie
Marga Klompé heeft in Nederland terecht geschiedenis gemaakt door als eerste vrouw het ministerambt uit te oefenen. Staat ze dan te boek als feministe, nee eigenlijk niet. In de door Gerard Mostert geschreven biografie komt dat duidelijk tot uiting. Oorspronkelijk was de echtgenote van Gerard Mostert, Anneke Linders, begonnen aan de biografie - de eerste vier hoofdstukken waren af -, maar na haar overlijden zette hij het werk van zijn overleden echtgenoot voort. Niet minder dan zestig mensen werden ervoor geinterviewd. En begin 2008 werd het onderzoeksproject omgezet in een promotieonderzoek. Na haar middelbare school studeerde Marga Klompé scheikunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Tegelijkertijd gaf ze les aan katholieke meisjesscholen in Arnhem, Nijmegen en Ubbergen. Omdat haar vader niet meer in staat bleek voor zijn gezin te zorgen, moest Marga haar steentje bijdragen, om financieel in het gezin alles draaiende te kunnen houden. Die zelfstandigheid en levensstijl komt haar in haar verdere leven van pas. Zeker ook tijdens de 2e Wereldoorlog waar ze een rol vervulde in de hulpverlening. In 1943 werd zij vice-presidente van de overkoepelende Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers, een functie die ze tien jaar lang zou uitoefenen. Bij de evacuatie van haar woonplaats Arnhem speelde Klompé een belangrijke rol. Toen Arnhem eindelijk werd bevrijd, stortte zij zich met de Unie op het weer op gang brengen van het openbare leven. Zij meldde zich in mei 1945 onmiddellijk aan bij de Nederlandse Volksbeweging, en toen begin 1946 de Partij van de Arbeid (PVDA) als vrucht van de politieke doorbraak werd opgericht, overwoog ze er lid van te worden. Maar uiteindelijk vond Klompé deze nieuwe partij toch te veel een voortzetting van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, en dus werd het de Katholieke Volkspartij (KVP), waar ze zich van meet af aan ophield ter linkerzijde. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1948 stond Marga Klompé op een onverkiesbare plaats, maar kwam zij al op 12 augustus van dat jaar in de kamer, als vervangster van dhr. Sassen, toen deze minister van Overzeese Gebiedsdelen werd. In de KVP-fractie werd ze verantwoordelijk voor het het buitenlands beleid. Zij werd nu vaker afgevaardigde naar de Assemblée van de Verenigde Naties. Van 1949 tot 1956 kwam daar het lidmaatschap van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa bij en van 1952 tot 1956 dat van het Parlement van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. In de fractie durfde Klompé het als een van de weinigen op te nemen tegen voorzitter C.P.M. Romme. Hem zei ze precies waar het op stond. De KVP-leider had daar zoveel respect voor dat er spoedig een intense, vriendschappelijke relatie tussen beiden ontstond. Op 13 oktober 1956 werd zij minister van Maatschappelijk Werk. Daarmee was ze de eerste vrouwelijke minister in Nederland. Maatschappelijk Werk, gecreëerd in 1952, maar nog weinig wortel geschoten, achtte zij onmisbaar, niet alleen voor de sociaal zwakkeren. Klompé heeft ervoor geknokt dat het departement serieus werd genomen. De weerstanden in de Tweede Kamer en ook in het kabinet waren echter groot; vooral de ministers van Sociale Zaken voelden zich bedreigd. Onder het kabinet-De Quay (1959-1963) leverde Klompé naar eigen zeggen de belangrijkste wetgevende prestatie uit haar hele ministeriële loopbaan: de in 1963 aangenomen Algemene Bijstandswet. In 1963 ambieerde Klompé voortzetting van het ministerschap niet meer, en op 24 juli droeg zij haar portefeuille over. Zij keerde terug in de Tweede Kamer. Daar beleefde zij het moeilijkste moment uit haar politieke carrière. In de 'Nacht van Schmelzer', van 13 op 14 oktober 1966, stemde zij vóór de motie die een einde maakte aan het kabinet van haar vriend J.M.L.Th. Cals. De loyaliteit jegens de partij won het van haar menselijke gevoelens, die meer naar Cals dan naar KVP-fractieleider W.K.N. Schmelzer gingen. Cals' opvolger, J. Zijlstra, deed een dringend beroep op Klompé het inmiddels tot ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) omgevormde departement nog een keer op zich te nemen. Na de verkiezingen van 1967 bleef ze als minister aan tot juli 1971. Daarna werd ze de eerste vrouw in Nederland die het tot minster van Staat bracht. Na haar politieke loopbaan was ze de pleitbezorger van de vernieuwingsgezinde katholieken. Marga Klompé was een vrouw met een aantal paradoxen in haar leven. Het is de verdienste van Gerard Mostert dit voor een ieder te hebben verduidelijkt. Gerard Mostert Marga Klompé 1912-1986 Een biografie Uitgeverij Boom ISBN 9789461051974 € 34,90
|
|