drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl
MeMO Vwo mod 1 hfst 3 Het klassieke van de Oudheid Antieke werkelijkheid en moderne mythe
HOOFDSTUK 3 ROME EEN REPUBLIEK EN EEN RIJK
Deelvraag: Hoe kon Rome als republiek én als keizerrijk in later eeuwen zo’n grote indruk hebben gemaakt?
3.1 Van res publica tot republiek
Het zwaartepunt van de macht lag aanvankelijk bij de vorst, de rex. Aan het bewind van de laatste koning Tarquinius Superbus(= de hoogmoedige) kwam omstreeks 500 voor Chr. een einde.
Na het afschaffen van het koningschap kwam de macht te liggen bij de leden van de sociaal-economische elite, de aristocraten, die zich de vaderen, PATRICII, noemden. Uit hun groep kwamen twee hoogste leiders voort, de CONSULS. De hoogste functies, zoals het consulaat, werden steeds door twee ambtsdragers voor één jaar uitgeoefend; zij waren elkaars COLLEGA – een woord dat is afgeleid van com-: samen, en leges: wetten. In dit collegiale bestuur hield de ene MAGISTRAAT de andere in toom. Alleen in noodsituaties werd voor hoogstens zes maanden één DICTATOR aangewezen. De magistraten overlegden steeds met de senatus.
De burgers CIVAS, hadden in enkele zaken het laatste woord; zo kozen zij de magistraten in openlijke stemming. De Romeinse volksvergadering deed dat niet volgens het democratische principe van één man één stem, maar naar vermogensgroep.
Tegen de overgrote macht van de aristocratische families kwamen de niet-patriciërs, de PLEBEII, in verzet. Zij wisten af te dwingen dat de leiders die zij als plebejers aanstelden, de TRIBUNI PLEBIS, mochten optreden als hun beschermers. Deze VOLKTRIBUNEN hadden uiteindelijk het recht om maatregelen van de officiële magistraten te dwarsbomen door ‘ik verbied’, VETO, te zeggen. De romeinen waren trots dat de verschillende standen de publieke zaak, RES PUBLICA, dienden. In het algemeen is het woord REPUBLIEK ‘ een staat zonder monarch’ gaan betekenen.
Voorbeeld voor later
- Het eerst gingen de Italiaanse stadstaten van de late Middeleeuwen zich republiek noemen. Daarvan bleef uiteindelijk alleen Venetië over dat tot 1797 onafhankelijk was.
- Toen de Nederlandse gewesten, na afzwering van Phillips II geen nieuwe landsheer konden vinden en dus een Republiek werden, waren ze de enige in Europa.. Hoewel de stadhouders officieel in dienst van de gewesten waren leken ze zo nu en dan wel op koningen. De Verengde Nederlanden waren lange tijd ‘De Republiek’.
De sombere levensstijl van haar burgers stond in schril contrast tot de praalzucht van de absolute koningen.
- De dertien Engelse koloniën die zich in 1776 de onafhankelijkheid verwierven van Engeland lieten zich zowel door de Republiek als door de Romeinen inspireren.
- Voor de Franse Revolutionairen waren vooral de V.S., de Republiek der Verenigde Nederlanden en Rome voor beelden voor La république(1792)
Zo ontstond pas in 1815 het Koninkrijk der Nederlanden, een van de laatste MONARCHIEÉN ter wereld in een land dat ooit een van de eerste republieken was.

3.2 Éen stad en één rijk
De titel KEIZER is van oorsprong een familienaam en wel van Julius Caesar. De Romeinen van die tijd spraken Caesar uit als ‘kaisar’. 
Nadat hij in 46 v. Chr. met een grootse triomftocht in Rome zijn overwinning had gevierd, werd hij benoemd tot dictator voor tien jaar. Een jaar later zelfs tot ‘dictator voor altijd’, maar aan zijn leven werd op 15 maart 44 v.Chr. een einde gemaakt door Marcus Junius Brutus.
Zijn aangenomen zoon won de na zijn dood ontstane burgeroorlog, Octavianus en werd alleenheerser.
Keizer en Rome
Octavianus regeerde tot het jaar 14 en had zo lange tijd de gelegenheid de Romeinen aan een eenhoofdige leiding te laten wennen. AUGUSTUS gebruiken we ook wel als zijn naam.
Augustus zorgde er voor dat de generaals nooit meer hun troepen voor staatsgrepen konden gebruiken. Hij werd de gouverneur van al de provincies waarin legioenen lagen. Zo ontstond de PAX ROMANA, de Romeinse vrede.
Voor de massa in de stad Rome deed Augustus leuke dingen.
Hij zorgde voor graanuitdelingen en publiek vermaak. Deze politiek van BROOD EN SPELEN (panem et circenses) omvatte ook de aanleg van waterleidingen, pleinen, tempels, theaters en andere openbare voorzieningen. Rome had een mate van verstedelijking die Europa pas in de zestiende eeuw zou bereiken.
Men besloot wel tot een bestuurlijke tweedeling van het Romeinse Rijk. Zowel in Constantinopel als in Rome kwam een keizer. Toen Keizer Constantijn in 31 na Chr het Christendom begon te begunstigen, zagen de christelijke theologen de hand van god in het Romeinse Rijk. In 410 werd Rome echter door de Goten geplunderd en in 476 na Chr. zette een Germaanse leider,Odoacer, de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk af.










