drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl
VWO MODULE 5 Nederland en de V.S. vanaf 1870
Hoofdstuk 1 Opkomst van de industriële samenleving
Hoofdvraag:
Hoe veranderde de industrialisatie de economische en sociale structuur van de Verenigde Staten en Nederland en welke rol speelde de overheid daarin?
In dit hoofdstuk wordt de uitwerking van het industrialisatieproces in de V.S. en Nederland tussen 1870 en 1914 vergeleken.
Deelvraag: Wanneer brak de industrialisatie in Nederland en de V.S. door en wat veranderde er daardoor in de samenleving?
1.1 Economische ontwikkelingen in Nederland
Nederland was een onbetekenend en achterlijk land
- 3 miljoen inwoners
- werkzaam in de landbouw en de dienstensector
- steden niet groter dan 50.000 inwoners
- suiker- en aardappelmeel- en textielfabrieken
- van de bedrijven had 80% maar 10 werknemers in dienst
- hoge kindersterfte 218 van de 1000 stierven voor het eerste levensjaar

- doorbraak industrialisatie vond in Nederland pas rond 1890 plaats
- Nederland had Ned. - Indie als kolonie en afzetgebied

Textiel- en chemische industrie ontwikkelde zich in het oosten en zuiden omdat het daar veel goedkoper was. Nederland profiteerde van de opleving van Duitsland na 1890.
De welvaart begon na 1895 pas echt te stijgen
Men ging nu ook in Nederland investeren--- ontstaan GROOT - INDUSTRIEËN.
Verhuizing van de landbouw naar de industrie: 1849 -- 44% in de landbouw 1920 – 23,5%
1.2 Arm en Rijk
In 1900 konden mensen 25% meer kopen dan in 1860. De welvaart kwam vooral bij de rijken terecht.
- meer vraag naar luxe goederen suiker en tabak
- Gemiddelde leeftijd 1850—rond de 35; 1900—ruim 50
- de helft van de bevolking behoorde nog tot de ongeschoolden
- De meeste rijken hadden hun kapitaal geërfd; zij beschikten over ¾ van het Nationale Inkomen
1.3 Reacties op industrialisatie en schaalvergroting
In 1887 Parlementaire enquête over toestand in fabrieken en werkplaatsen.
1894 oprichting SDAP. = Sociaal Democratische Arbeiders Partij; in de landelijke politiek speelde de SDAP nog geen rol. In de steden wel. Arbeiders hadden nog geen kiesrecht
Oprichting vakbonden en socialistische partijen. ANWV. = Algemeen Nederlands Werklieden verbond en ook Confessionele Vakbonden.
1903 Spoorwegstaking /Grootste staking
Er waren grote tegenstellingen tussen “burgerlijke” en arbeidsvrouwen.
VAKBONDEN streefden naar COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN(CAO’S)
1.4 Rol van de overheid
Door industrialisatie opkomst nieuwe middenklasse. Hun politieke idealen waren die van het LIBERALISME
Liberalisme---- Overheid zo weinig mogelijk ingrijpen; economische vrijheid “ laisser faire”.
Rond de eeuwwisseling veranderde dat in beide landen.
Liberalen zorgden voor de eerste sociale wet: het kinderwetje van van Houten (1874)
Confessionelen zorgden voor de eigen verantwoordelijkheid van de mensen zelf.
In 1901 ongevallenwet ingevoerd.
Tot 1917 lagen de confessionelen, liberalen en socialisten nog met elkaar in de clinch over het onderwijs, het algemeen kiesrecht en de “sociale kwestie”.
1.5 Economische ontwikkelingen in Amerika

1860- 1865 Burgeroorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten
1865: 35 miljoen inwoners; 1917: 101 miljoen inwoners
1869: eerste spoorlijn van Oost- naar de Westkust
Amerika was in 1860 nog een agrarische natie in het noord- oosten grote industrieën o.a. bekend door John Rockefeller grondlegger van “Exxon”. Zijn devies was: “ to pay nobody a profit” wat betekende zo veel mogelijk in eigen hand houden om zo veel mogelijk winst te maken.
Voorwaarden die aanwezig waren tot ontwikkeling van Big Business:
1. voldoende arbeidskrachten
2. voldoende grondstoffen
3. afzetmarkt was groot genoeg
4. beste uitvinders van de wereld o.a. Edison
Tussen 1860 en 1910 verdubbelde het landbouwarsenaal en de opbrengsten per acre stegen fors.
Oprichting TRUSTS door Rockefeller en Carnegie. BIG BUSINESS
1.6 Verschillen tussen rijk en arm namen toe
10% van de bevolking verkreeg 75% van het Nationale Inkomen en de verschillen tussen rijk en arm namen wel toe.
1.7 Reacties op industrialisatie en schaalvergroting
Idealisering door de Amerikanen van de “goede oude tijd”. De immigranten zagen de armoede en de uitbuiting als een tijdelijk iets. 20% van de kinderen tussen de 10 en 15 jaar werkte.
Oprichting American Federation of Labour; Jane Adams richtte tehuizen op voor behoeftigen

1.8 de rol van de overheid
De centrale overheid in de V.S. tot het begin van de 20e eeuw zeer zwak. Groot- industrieën werden bevoordeeld.
Progressive Movement: hervormingsbeweging die zich inzette voor meer democratie, betere overheid, uitbannen corruptie.

Theodore Roosevelt en
Woodrow Wilson

Eerste presidenten die grote bedrijven durfden aan te pakken.
Extra termen en begrippen Hoofdstuk 1
1. Multinationals: Dat zijn ondernemingen die in meerdere landen werkzaam zijn. ( b.v. Unilever, Shell)
2. SDAP: Sociaal Democratische Arbeiders Partij; de voorganger van de Partij van de Arbeid.
3. Burgeroorlog V.S.: 1861-1865 tussen de Noordelijke Staten ook wel de Unie genoemd en de Zuidelijke Staten ook wel de Geconfedereerden genoemd.
4. Edison: Uitvinder van zowel de gloeilamp, de microfoon en de fonograaf
5. Landbouwarsenaal: Het totaal aantal acres landbouwgrond in de Verenigde Staten.
6. Pragmatisch ingesteld: Handelen naar de kennis en omstandigheden op dat moment. Dus niet ideologisch.
7. Jane Addams: Stichtte het Hull House in Chicago ten behoeve van de armen. In veel plaatsen werd dit voorbeeld gevolgd.
8. Van Houten: Radicaal liberaal. Werd vooral bekend door zijn in 1874 ingediende wet tegen kinderarbeid.
9. Progressive Movement: Een hervormingsbeweging die zich onder andere inzette voor meer democratie, een betere overheid en het uitbannen van corruptie.









