Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis MeMo Vwo Oude Tweede Fase MeMo Vwo mod 7 hfst 3 Politiek en Staatsinrichting in Nederland en Europa Om de verdeling van de macht

MeMo Vwo mod 7 hfst 3 Politiek en Staatsinrichting in Nederland en Europa Om de verdeling van de macht

E-mail Afdrukken PDF

drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

MeMo Vwo mod 7 Hfst 3 Politiek en Staatsinrichting in Nederland en Europa Om de verdeling van de macht

Hoofdstuk 3: De Overheid treedt terug ( 1980-heden)

Deelvraag:: Waardoor nam de rol van de overheid in de Nederlandse samenleving af ?

3.1 Het no-nonsense beleid van Lubbers
Lubbers werd premier in 1982 en zou dat 12 jaar blijven. Lubbers was de leider van het CHRISTEN-DEMOCRATISCH APPEL (CDA). 

memo hfst 5 afb 15

 

Spotprent in de Volkskrant 16 december 1974
In die partij hadden de confessionele partijen CDU, de ARP en de KVP zich verenigd.
Het eerste kabinet Lubbers was een samenwerking tussen CDA en VVD. Economische situatie was niet goed.
Joop den Uyl, minister president van 1973-1977 gaf leiding aan een links kabinet en wilde de samenleving verder democratiseren, de welvaartsverschillen terugdringen en de zwakkeren meer bescherming bieden.
Onder zijn bewind  werden het minimumloon en de uitkeringen verhoogd en meer geld uitgetrokken voor stadsvernieuwing, welzijnswerk en huursubsidie.
memo hfst 5 afb 16

 

De oliecrisis in 1973 en de daarmee samenhangende economische terugval bezorgde het kabinet Den Uyl echter grote problemen omdat de inkomsten terugliepen en de uitgaven bleven stijgen.
De kosten van de Verzorgingsstaat hadden in 1955 beslag gelegd op eenderde van het nationaal inkomen, in 1981 was dat al tweederde.
De afbraak van de verzorgingsstaat
Lubbers was vastbesloten dat te veranderen.

memo hfst 5 afb 17

 

Sociale  uitkeringen en lonen in de overheidssector werden verlaagd en culturele voorzieningen beknot. De verzorgingsstaat werd voor het eerst ingekrompen.
De Rijksoverheid trekt zich terug
De Regering ging PRIVATISEREN, d.w.z. dat  taken werden afgestoten naar het bedrijfsleven.
Ook ging de overheid DECENTRALISEREN d.w.z. dat de overheid taken over deed aan de lagere bestuursorganen.
Tenslotte besloot de overheid tot DERUGELERING d.w.z. men probeerde de regelgeving te verminderen ofwel eenvoudiger en overzichtelijker te maken.

 

3.2 Terug naar het Harmoniemodel
Lubbers bracht het Harmoniemodel weer terug om alle zaken in Nederland te regelen, zoals we dat na de Tweede Wereldoorlog al hadden gekend.
Begin jaren tachtig stond centraal het verzet tegen de plaatsing van kruisraketten in Europa en de RSV-Enquete + de paspoortaffaire speelden politiek een rol.
Het tweede kabinet Lubbers kwam eerder ten val omdat de VVD niet wilde instemmen met het voorgestelde reiskostenforfait. Er ontstond een KABINETSCRISIS ( DIE KAN ONTSTAAN BINNEN DE REGERING MAAR OOK ALS PARTIJEN DIE HET KABINET STEUNEN DIE STEUN INTREKKEN).
Een DEMISSIONAIR KABINET is een kabinet dat de zaken waarneemt totdat er een nieuw kabinet is gevormd.
Er werd een derde kabinet Lubbers gevormd maar nu nam de PvdA en het CDA eraan deel. Het zou de laatste regering zijn waar het CDA aan meewerkte tot nu toe. Bij de verkiezingen van 1994 verloor de KVP veel stemmen en kwam in de oppositie terecht.

 

Het paarse kabinet
Het eerste kabinet in de Nederlandse geschiedenis zonder confessionelen.
Kok werd minister president van een PvdA –VVD - D 66 kabinet.
memo hfst 5 afb 18
D’66 neemt een middenpositie tussen de liberalen en socialisten in; de socialisten waren het marktmechanisme meer gaan waarderen en stonden meer open naar liberalisering wat o.a. bleek uit de bereidheid om zelfs de sociale zekerheid te privatiseren.

 

Het poldermodel
Het poldermodel wordt ook wel de OVERLEGECONOMIE genoemd. Dit begon met het zogenaamde “Stichtingsakkoord” van 1982.
De vakbonden aanvaardden een daling van de reële lonen, doordat de prijscompensatie niet of onvolledig zou worden uitbetaald en in ruil daarvoor zegden werkgevers arbeidstijdverkorting toe.
Het poldermodel heeft ook negatieve kanten:
A)    Zij kan een gevaar betekenen voor de democratie;
B)     Door het voortdurend zoeken naar een redelijk compromis voor alle partijen wordt bovendien elk principieel debat ontlopen;
C)    Ontideolisering van de politiek,
In navolging van het poldermodel spreekt men nu ook over  een groen poldermodel onder invloed van GROENLINKS ( een partij ontstaan in 1989 toen de CPN, de PSP en de PPR samen verder gingen).

memo hfst 5 afb 19

 

3.3. De Europese Unie
Deze begon in 1951 met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, EGKS Daaraan deden 6 landen mee: De Benelux, Frankrijk, West Duitsland en Italië. Men wilde het ontstaan  van een krachtig militair land voorkomen(West-Duitsland). Opmerkelijk was dat het hoogste gezag werd gegeven aan de “Hoge Autoriteit”
De Europese Gemeenschap werd verder uitgebreid met de Europese Economische Gemeenschap, EEG in 1957 door dezelfde landen met als doel een gemeenschappelijke markt en een gezamenlijk economisch beleid. Ook in 1957 werd EUROTOM opgericht voor de vreedzame ontwikkeling van kernenergie. De samenvoeging van de drie gemeenschappen vond in 1967 plaats.  Sinds het verdrag van Maastricht uit 1991 spreken we van EUROPESE UNIE. Men besloot toen tot een verdere  politieke samenwerking.
Inmiddels zijn er meer staten lid: Het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Ierland, Griekenland, Portugal, Spanje, Oostenrijk, Zweden en Finland. Een groot aantal landen wil lid worden.

memo hfst 5 afb 20 
 memo hfst 5 afb 21

 

De instellingen van de Europese Unie
RAAD VAN MINISTERS: Bestaat uit de vakministers uit de verschillende lidstaten.
EUROPESE COMMISSIE: Het dagelijks bestuur van de Unie.
EUROPEES PARLEMENT: Controleert de EUROPEESE  COMMISSIE, maar heeft wat betreft de wetgevende functie nog maar een adviserende functie.
DE EUROPESE RAAD: Bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten en komt minimaal twee maal per jaar bijeen.
De Europese Unie streeft naar SUBSIARDITEIT d.w.z. Europa mag zich niet bemoeien met zaken die beter nationaal, provinciaal of lokaal geregeld kunnen worden.
Niet iedereen is blij met de Unie omdat het Europees Parlement nog geen democratische macht heeft

 

Vragen en antwoorden Hoofdstuk 3: De Overheid treedt terug ( 1980-heden)

Deelvraag: Waardoor nam de rol van de overheid in de Nederlandse samenleving af?

3.1. het no-nonsens beleid van Lubbers
1)  Waaruit was het CDA ontstaan?
2) Hoe was de economische situatie in Nederland bij het aantreden van het kabinet Lubbers I?
3) Waardoor kwam er een einde aan de Verzorgingsstaat?
4) Welk beleid voerde Lubbers?
5) Hoe gaf de terugtrekkende overheid daar gestalte aan?
6) Lubbers keerde terug naar het harmoniemodel. Leg dat eens uit.
7) Waren er dan geen protesten tegen het kabinet Lubbers I?
8) Waardoor stond de Tweede Kamer in de belangstelling tijdens deze periode?
9) Wat is een parlementaire enquete?
10) Wat is een kabinetscrisis?
11) Wat is een demissionair kabinet?
12) Wat voor aardverschuiving in de Nederlandse politiek vond in 1994 plaats?
13) Wat is het Poldermodel?
14) Noem de negatieve kanten van het Poldermodel.
15) Waaruit was Groen - Links ontstaan?
16) Beschrijf het ontstaan van de Europese Unie.
17) Noem de belangrijkste instellingen van de Europese Unie en omschrijf ze.
18) Wat is het beginsel van Subsidiariteit?

Antwoorden Hoofdstuk 3 De Overheid treedt terug ( 1980-heden)

1) Het Christen Democratisch Appel (CDA)  was ontstaan uit een samengaan van de partijen KVP, ARP en CHU. Sinds de nacht van Schmelzer (KVP had 50 zetels in het parlement) liep de keuze voor de confessionele partijen terug. Deze besloten vanaf 1980 als een partij verder te gaan.
2) Bij het aantreden van het kabinet Lubbers I was de economische situatie weinig rooskleurig. de werkeloosheid was gestegen tot over de 800.000, de inflatie had de 7% bereikt en de investeringen waren sterk teruggelopen. De uitgaven van de Sociale zekerheid waren enorm gestegen.
3) Er kwam een einde aan de Verzorgingsstaat omdat deze niet meer was te betalen. In 1955 werd door de Verzorgingsstaat beslag gelegd op een derde van het nationale inkomen. In 1981 bleek dat al twee derde te zijn.
4) Het kabinet Lubbers I voerde het no-nonsens beleid in en was vast besloten orde op zaken te stellen. Tijdens zijn bewind werd het oplopende begrotingstekort teruggebracht en werd op de sociale zekerheid bezuinigd.
5) De terugtrekkende overheid gaf daar inhoud aan door over te gaan tot privatiseren (het uit handen geven van overheidstaken) decentralisatie (het van een hogere naar een lagere overheid overgeven van bestuurstaken)en deregulering ( helderheid in de regelgeving aanbrengen door ofwel het aantal regels te verminderen ofwel complexe regels eenvoudiger en overzichtelijker te maken.
6) Sinds de jaren zestig van de 20e eeuw was er in Nederland niet meer sprake van een harmoniemodel maar van een conflictmodel. Premier Lubbers slaagde er echter in weer te komen tot compromissen en zodoende het harmoniemodel weer toe te passen.
7) Er waren wel degelijk protesten tegen het kabinet Lubbers I. De bezuinigingen op de Verzorgingsstaat leidden tot zeer felle protesten en ook tegen de plaatsing van kruisraketten protesteerde  de bevolking massaal.
8) De Tweede Kamer hield in die tijd  parlementaire enquêtes o.a.  naar het RSV debacle. Er werd een onderzoek ingesteld naar de jarenlange vergeefse overheidssteun aan het scheepsbouwconcern Rijn-Schelde-Verolme (RSV) en naar de mislukte pogingen om een fraudebestendig paspoort te vervaardigen.
9) Een parlementaire enquête is een onderzoek van het parlement buiten de regering om. Het Parlement kan dan onder ede mensen laten getuigen om zo achter de waarheid te komen. Ook ministers kunnen zich daar niet aan onttrekken.
10) Een kabinetscrisis ontstaat wanneer een kabinet niet langer aan kan blijven en aan de koningin ontslag aanbiedt. Zo'n crisis kan ontstaan door conflicten binnen de regering maar ook door een botsing tussen de regering en het parlement. Het parlement kan die bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen het kabinet naar huis sturen.
11) Een demissionair kabinet is een kabinet dat de lopende zaken waarneemt totdat er een nieuw kabinet gevormd is. In Nederland is het gebruikelijk dat er eerst verkiezingen worden gehouden waarna er een nieuw kabinet wordt geformeerd.
12) In 1994 vond er een aardverschuiving in de Nederlandse politiek plaats omdat voor het eerst een kabinet werd gevormd waar geen christen demoraten aan mee deden. Het CDA verloor de verkiezingen. Na de verkiezingen werd een paarse coalitie gevormd (Kok I) bestaande uit de PvdA, VVD en D66. Voor het eerst sinds 1917 waren de confessionelen niet vertegenwoordigd in een kabinet.
13) Het Poldermodel wordt ook wel overlegeconomie genoemd. Daarmee wordt bedoeld dan vakbonden, werkgeversorganisaties en de overheid gezamenlijk proberen een oplossing te vinden voor de sociaal-economische problemen. Door middel van overleg wordt geprobeerd om openlijke confrontaties te voorkomen en de arbeidsvrede te bewaren.
14) De Negatieve kanten van het Poldermodel: Het Poldermodel kan een gevaar vormen voor de democratie. De adviescommissies, ambtenaren  en het bedrijfsleven zijn niet door de bevolking gekozen maar kunnen door hun aandeel in het overleg veel invloed uitoefenen op de besluitvorming. Daarnaast wordt door het steeds zoeken nar een compromis elk principieel debat ontlopen; het poldermodel leidt tot een óntideologisering van de politiek.
15) Groen-Links werd in 1989 opgericht toen de CPN, de PSP en de PPR besloten samen verder te gaan in een nieuwe partij. Naast deze partijen deed ook de kleine links georiënteerde Evangelische Volkspartij mee.(EVP).Deze partij is links van de PvdA te plaatsen.
16) De Europese Unie is uiteindelijk ontstaan uit :
a) De Europese Gemeenschap van Kolen en Staal opgericht in 1951; b)In 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG)opgericht die streefde naar een gemeenschappelijke markt en een gezamenlijk economische beleid; c) Ook in 1957 werd de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie opgericht (Euratom) voor een gezamenlijk beheer van de kernenergie.
In 1967 besloot men tot een hechtere samenwerking tussen de drie gemeenschappen en spreken we van de Europese Gemeenschap. Oorspronkelijk waren er zes leden namelijk Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux landen. In 1973 werd de Europese Gemeenschap uitgebreid met: Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken. (Na de Duitse eenwording in 1990  sloot Oost-Duitsland zich ook aan )In 1981 kwam er Griekenland bij en in 1984 Spanje en Portugal.
Sinds 1991 spreken we sinds het Verdrag van Maastricht niet meer van de Europese Gemeenschap maar van de Europese Unie (EU).
Bij de Europese Gemeenschap sloten zich in 1994 aan: Zweden,  Finland, Oostenrijk. In 2004 sloten de volgende landen zich ook aan: Polen, Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Slovenië, Malta en Cyprus.
17) de belangrijkste Europese instellingen zijn:
a) Raad van Ministers: bestaat uit de vakministers van de verschillende landen. De raad meent de belangrijkste besluiten binnen de Unie. dat gebeurt op basis van wetsvoorstellen die de Europese Commissie indient.
b) Europese commissie: is het dagelijks bestuur van de Unie en functioneert als een onafhankelijk orgaan. Als enige heeft het het recht van initiatief: mag wetten voorstellen aan het Europese Parlement. Verder heeft ze de uitvoerende macht.
c) Europees Parlement: de Europese commissie wordt gecontroleerd door het Europees Parlement dat om de vijf jaar wordt gekozen. Het parlement heeft echter alleen een adviserende functie. Dat moet op den duur natuurlijk veranderen. Men controleert de Raad van Ministers en de Europese commissie.
d) De Europese Raad: bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten. Deze Raad komt minimaal twee keer per jaar bijeen onder roulerend voorzitterschap.
e) Hof van Justitie: de Unie heeft zijn eigen hof van Justitie dat er op moet toezien dat de wetten van de Unie worden nageleefd. de Europese wetgeving staat boven de Nationale wetgeving. Nationale wetten die strijdig zijn met Europese wetten moeten worden aangepast.
18) Het beginsel van subsidiariteit betekent dat Europa zich niet mag bemoeien met zaken die beter nationaal, provinciaal of lokaal geregeld kunnen worden.

Samenvatting gemaakt door drs. J.W.Swaen Historicus voor www.blikopdewereld.nl

 

Wie is online

We hebben 86 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.