drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl
MeMo VWO mod 10 Hfst 3 Totalitaire dictatuur of democratie
Rusland( 1917 heden), Duitsland (1918-1945), en Nederland (1918-1940)
Hoofdstuk 3: Nederland, een klein democratisch land
In Nederland bleef de parlementaire democratie overeind en ons land was buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven. Hoewel Troelstra, leider SDAP, in 1918 dacht dat de tijd voor een revolutie was aangebroken, faalde hij.
3.1 Een verzuilde samenleving
De blunder van Troelstra heeft grote gevolgen gehad voor de ontwikkeling van Nederland in het Interbellum.
1) De SDAP zou tot 1939 buiten de regering blijven
2) De sociale hervormingen werden door de gebeurtenissen van 1918 versneld.
De minister van Arbeid, Aalberse, bracht in 1919 de wet op de acht urige werkdag in het parlement en er kwam een ouderdomswet en invaliditeitswet. Echter in veel gezinnen moest men toch met weinig inkomen zien rond te komen.
Verzuild
In het INTERBELLUM de tijd tussen de beide wereldoorlogen, was Nederland sterk VERZUILD. In de praktijk hield dat in dat men alleen contact had binnen zijn eigen zuil en alleen de top had contact met elkaar.
| ![]() | |
Het gevolg van de verzuiling was een gefragmenteerde samenleving. Alleen de ‘elites’ van de zuilen hadden veel contacten met elkaar.
We onderscheiden drie CONFESSIONELE (op het geloof gebaseerde) partijen die de dienst uitmaakten. De RKSP (Rooms Katholieke Staatspartij), de ARP (Anti Revolutionaire Partij) en de CHU (Christelijk Historische Unie). Daarnaast waren er de socialisten de SDAP(Sociaal Democratische Arbeiders Partij en de liberalen de VDB (Vrijzinnig Democratische Bond) en de Vrijheidsbond (later liberale Staatspartij).
Leiders waren: RKSP: Ruys de Beerenbrouck (3 maal MP), Romme en Nolens; ARP: Hendrik Colijn (5 maal MP); CHU: jonkheer de Geer(2 maal MP); bij de liberalen was Oud de leider.
NSB

In 1931 ontstond in Nederland de Nationaal Socialistische Beweging met als Leider Anton Mussert. De NSB wilde een krachtige regering en de MP moest door de koningin worden benoemd en ontslagen. Men was voor een sterk leger en een sterke vloot en wilde vasthouden aan het koloniaal bezit. In alle lagen van de bevolking vond men aanhang.
3.2 Crisisjaren en crisisbeleid
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bemoeide de regering zich meer dan anders met de economie. Na 1918 schakelde men snel weer terug op het economisch liberalisme.
De verslechterde economische situatie leidde o.a. in de jaren 1923-24 tot grote stakingen in de textielindustrie. Na het dieptepunt 1923 ging het weer iets beter. Na de beurskrach in 1929 kon Nederland zich ook niet aan de crisis onttrekken en de werkloosheid liep in 1934 op tot zo’n 25% van de beroepsbevolking. Vooral middenstanders en boeren hadden het zwaar.
Buikriemen strakker
Algemeen bestond de opvatting dat een economische crisis bij een land hoorde zoals verkoudheid. Dat ging vanzelf wel over. Niemand verwachtte ook dat het zolang zou duren.
De verschillende regeringen deden wel iets maar te weinig. Werd je werkloos dat was het vaak bittere armoede. Een werkloze kon geen rechten laten gelden. “Eigen schuld dikke bult”. Colijn vond het zelfs niet ‘natuurlijk’ dat de overheid voor de armen zorgde. Elke werkloze diende zich dagelijks te melden om te ‘stempelen’
. Langdurig zieken hoefden niet op steun te rekenen. Het regeringsbeleid was passief. Wel werden er projecten op touw gezet waar werklozen arbeid moesten verrichten zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos en kwamen er steunmaatregelen voor boeren, tuinders en vissers.
De SDAP kwam met een PLAN VOOR DE ARBEID, waarin men voorstelde dat de overheid de economie een geldinjectie zou geven van 200 miljoen, maar dit plan werd als onzinnig gezien.
Het kabinet verergerde de situatie door vast te houden aan de GAVE GULDEN. Andere landen DEVALUEERDEN, Nederland hield vast aan de GOUDEN STANDAARD. Pas in 1936 devalueerde Nederland de gulden met 20% en dit leidde onmiddellijk tot een opleving van de economie. Toen er in 1937 in de V.S. weer een terugslag kwam had men er in Nederland weer last van.
Met gebogen hoofd
Drie keer was er fel protest tegen loonsverlagingen of steunverlagingen
1) In Twente braken in 1931 en 1932 grote stakingen uit
2) In 1933 sloeg de bemanning van het marineschip ‘de zeven Provinciën’ aan het muiten
3) In 1934 kwam het in de Jordaan tot een opstand
De stakingen en de muiterij werden met geweld onderdrukt. Minister Romme van Sociale zaken stelde zelfs voor, in 1937, arbeid van samenwonende en gehuwde vrouwen te verbieden. Het voorstel haalde het niet al moesten vrouwelijke ambtenaren die gingen trouwen hun werk opgeven.
Crisis en politiek
Het leek erop dat de NSB garen zou spinnen bij de ellende.










