Politici, misbruik de canon nietKouw niet alles voor. Laat kinderen nog iets ontdekkenMaria Grever in NRC 4 juli 2007drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |
Het invoeren van een canon zonder de kwaliteit en de praktijk van het leraarschap te verbeteren leidt tot vervlakking en verstening van het geschiedenisonderwijs, vindt Maria Grever. Gisteren heeft minister Plasterk van Onderwijs de aangepaste versie van de Nederlandse geschiedeniscanon tot verplichte lesstof verklaard. De timing was niet toevallig. Vrijdag maakte de minister bekend dat het Nationaal Historisch Museum in Arnhem gevestigd wordt. Daar krijgen de vijftig canonvensters driedimensionaal onderdak. Legt deze canon een basis voor de verbetering van het geschiedenisonderwijs? Misschien. De discussies over de canon waren leerzaam. Er waren leuke initiatieven voor alternatieve en thematische canons. Ook het wetenschappelijk onderzoek kreeg een impuls. De commissie onder leiding van Frits van Oostrom, die gisteren haar slotrapport over de canon presenteerde, pleit terecht voor verbetering van het leraarschap; ze benadrukt dat de inhoud meer aan bod moet komen. De praktijk wijst namelijk in een heel andere richting. De bevoegdheidsregeling van docenten voor vakbekwaamheid is bij wet afgeschaft. Op sommige lerarenopleidingen wordt amper 30 procent van de uren tabel besteed aan vakinhoud. De rest gaat naar stages, onderwijskunde en het vak verzorging. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn de kerndoelen zo globaal dat er weinig garantie is voor inhoud. Alleen een verwijzing naar de tien tijdvakken van de commissie-De Rooy is opgenomen. Directies bevorderen vakintegratie door het clusteren van vakken in leergebieden. Het 'nieuwe leren' is de onderwijskundige legitimatie van deze - kostenbesparende - maatregel. Storend is dat de commissie weer geen argumenten geeft voor de keuze van deze vensters. Waarom Napoleon en geen HitIer? Waarom Eise Eisinga ,en geen Abraham Kuyper? zelf mis ik de begijnhoven, een karakteristiek fenomeen van de Lage Landen. En bij die arme AlettaJacobs staat nog steeds een excursie naar een poppenhuismuseum.Jacobs zou zich in haar graf omdraaien, ware het niet dat ze destijds gecremeerd is. Men stelt nogal gemakkelijk dat het om een eclectische canon gaat. De vensters zijn geen curriculum. Dat betekent ook dat deze canon geen verhaallijn kan zijn voor een nationaal historisch museum. Eclectisch of niet, de commissie-Van Oostrom zegt wel het bijzonder te betreuren als op de christelijke scholen een afzonderlijke canon van Nederland wordt gedoceerd. Men wilde een compacte canon ontwerpen 'voor álle Nederlanders'. De commissie realiseert zich dat bepaalde perspectieven ontbreken, maar het staat elke richting vrij om -"deze basis uit te breiden in de richting van de eigen oriëntatie". Bovendien wil de commissie slechts "het weten beïnvloeden, niet het denken". De vensters zouden duiden op losse verschijnselen: er is geen lijn van de hunebedden naar de gasbel. DIt KllnKt naief. Hoe moet ik me kennisoverdracht zonder beïnvloeding van denken voorstellen? De keuze voor deze vensters stuurt wel degelijk de verhalen die docenten, leerlingen en methodeschrijvers maken. De canon van de commissie-Van Oostrom wil het stralende middelpunt zijn, een zon waar andere subcanons als planeten omheen cirkelen. Prachtig, maar een verantwoording van inhoudelijke keuzes - zeker bij een opgelegde canon - is dringend noodzakelijk. Pas dan kun je praten over uitgangspunten en kom je verder met kwaliteitsverbetering. Nu lijkt de vervaardiging van deze canon op kwartetten. Over vijf jaar een andere commissie en dan ook een andere canon. Voor de basisschool is Nederlandse geschiedenis het uitgangspunt. Voor oudere leerlingen hoopt de commissie dat er een Europese en een mondiale canon komt. Jonge kinderen zouden daar nog niet aan toe zijn. Deze redenering berust op een misvatting. Lokale geschiedenis laat zich niet beperken tot de eigen wijk of stad, omdat vrijwel elke straat verbonden is met een internationale context. En al begint de buitenwereld van het kind om de hoek, eindigt hij daar ook? Kinderen worden dagelijks geconfronteerd met beelden uit alle delen van de wereld via tv en internet. Het is nuttig om daar in de geschiedenisles aandacht aan te besteden. Elders heb ik daarom gepleit om behalve de wandkaart met canonvensters aan alle basisscholen ook een grote, van binnen verlichte wereldbol voor te schrijven. De commissie hoopt op een bindende werking van de canon "op kennis- en ideëel niveau". Men stelt diplomatiek dat het in de rede ligt om in de kerndoelen een formulering op te nemen die vereist dat leerlingen "de belangrijkste fenomenen uit de geschiedenis en cultuur van Nederland - zoals de canon die identificeert kennen en kunnen plaatsen". Nu, dat heeft de minister zonder blikken of blozen overgenomen. In 1880 waarschuwde de Franse historicus Gabriel Monod het geschiedenisonderwijs niet te politiseren en te veranderen in een "cours de républicanisme ou de morale" . Hij wilde het onderwijs zoveel mogelijk wetenschappelijk en onafhankelijk houden. Het is nog steeds een verstandige opmerking. Politieke instrumentalisering van het vak geschiedenis is gauw gebeurd. Ook in Nederland bestaat dit risico. In 2006 trad de bepaling in werking die scholen de opdracht geeft actief burgerschap en sociale integratie van leerlingen te bevorderen. De Onderwijsinspectie houdt toezicht. Burgerschapsvorming moet onderdeel zijn van alle vakken en wordt opgenomen in de kerndoelen. De canon wordt zodoende ingezet om deze morele en politiek gekleurde doelstelling te bereiken. De commissie-Van Oostrom is blij dat de canonvensters ook buiten het onderwijs worden toegepast zoals op tv en in erfgoed. Het Rijksmuseum werkt aan een tentoonstellingsopstelling volgens de canon; er komen borden met canoniek erfgoed langs de wegen; de canon dient voor het Nationaal Historisch Museum als belangrijke leidraad. Het wordt wel erg benauwd met vijftig canonvensters en tien tijdvakken. We krijgen zo historisch besef per vierkante centimeter. Mogen de kinderen ook nog iets ontdekken? Wat doen docenten met de canon? De ouderen trekken waarschijnlijk hun eigen plan. Jongere docenten zullen nauwelijks weten hoe ze over vensters en tijdvakken moeten lesgeven, omdat ze geen kennis hebben of te weinig tijd. Het probleem is niet of docenten geschiedenis thematisch of chronologisch doceren: het probleem is dat het vak lange tijd in het onderwijs in tijd en geld niet serieus genomen is. Het invoeren van een canon zonder verbetering van de infrastructuur leidt tot vervlakking en verstening van het geschiedenisonderwijs. Zonder deskundige docenten en tijd voor kennisoverdracht heb je niets aan een canon. Hoe mooi die ook is. Maria Grever is hoogleraar maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij verricht onderzoek naar processen van historische canonvorming en nationale identiteit en is co-auteur van het boek 'Controverses rond de canon' (2006). |
| 05-07-07 drs. J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |








