Beste Frank, ga eens kijken op een schoolAleid Truijens in Volkskrant 22 september 2007drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |
Het leukste aan de column van Frank Kalshoven vorige week in de Volkskrant ('Rijst als oplossing voor het dubbele aardappeltekort') is de metafoor uit de titel. In het land Potato, dat gebrek heeft aan kruimige maar dure Opperdoezen, moeten mensen maar eens rijst leren eten. Leraren, betoogt Kalshoven al twee jaar, kunnen effectiever worden ingezet als instructeur bij e-leaming. Zet leraar én leerling achter de computer, en je lost in één klap het lerarentekort op en maakt onderwijs nog goedkoper ook. In Kalshoven schuilt een begenadigd sprookjesschrijver. Het minst leuke aan zijn column is dat zijn sprookje, als we niet uitkijken werkelijkheid wordt. Zo fonkelnieuw was zijn idee twee jaar geleden nu ook weer niet. Het was een extremere variant van het systeem dat al vrijwel in het hele mbo en een groot deel van het hbo was ingevoerd, stilzwijgend, en zonder parlementaire instemming. Laat onderwijskundigen opdrachten fabriceren, maak van de leraar een procesbegeleider, stuur de leerlingen naar huis of naar de mediatheek onder toezicht van een laagopgeleide assistent. Noem het deftig 'probleemgestuurd' onderwijs. Leraren verlost van hun lastige klassen en de overheid bespaart miljoenen - fantastisch! Jammer alleen dat drie partijen - de leerlingen, de ouders en de leraren - hardnekkig dwarslagen. Leerlingen gingen de straat op met spandoeken waarop zij eisten dat ze iets zouden leren, live van een leraar. Geen wonder dat onderwijskundigen, schoolbestuurders en beleidsmakers elkaar huilend van geluk in de armen vielen: eindelijk eens een columnist die hen niet afbrandde, en nog wel een echte econoom! Er werd een 'netwerkschool' opgericht, naar Kalshovens recept. Een school waar leraren met losse contracten 'flexibel' worden ingezet. De commissie Rinnooy-Kan kent het verschijnsel e-Ieaming. Zij kent vast ook de onderzoeken die tonen dat het 'rendement' ervan gering is. Ook de experimenten waarmee wél vooruitgang werd geboekt, bij achterstandsleerlingen en slimmeriken, zijn bekend: klassikaal, arbeidsintensief onderwijs met heldere uitleg en af en toe zelfstandige opdrachten, die uitvoerig worden besproken. Innovatieve onderwijskundigen houden niet van onderzoek. Hun bestaansrecht is telkens iets nieuws te bedenken, dat vervolgens door de universiteit en de praktijk wordt verworpen, zodat ze wéér met iets nieuws op de proppen moeten komen en hun kostje tot het einde der tijden is gekocht. Beste Frank, ga eens kijken op een school. Op die van je kinderen bijvoorbeeld. Kijk naar welke leraren ze het liefste gaan, en welk lokaal ze het wakkerst verlaten. Niet de mediatheek. Daar frutten meisjes landerig aan elkaars haar en proberen jongens, ondanks de beveiliging, toch iets van seks op hun scherm te toveren. Een surveillant speelt chagrijnig voor politie. Als de deadline nadert, wordt met de knip- en plakfuncties een opdracht in elkaar geflanst. Een school is geen biobatterij waar kuikentjes, vetgemest met rijst, op een koopje goed vlees produceren dat de botten van de anorectische kenniseconomie verstevigt. Goedkope methoden leveren waterig vlees dat smaakt naar niks. Hollandse aardappeleters zijn log, maar krijgen tenminste wat vitamine binnen. Het rijstdieet kweekt zielige rijstbuikjes. In een gelukkige klas wordt niet gestampt en gedrild - dát kan juist wel thuis of op de computer. Er worden verhalen verteld, grappen gemaakt en soms donderpreken afgestoken. Er vliegen ideeën over en weer, en argumenten. Zo leer je iets, van de leraar en van elkaar. Je ontdekt dat je misschien wel econoom kunt worden, of argumentenfabrikant, of sprookjesschrijver. Daarom zijn er nog mensen die leraar willen worden. Die gelukkige momenten van overdracht en inspiratie zijn What makes Sammy run. Je kunt nog je leven lang op kantoor zitten, achter je computer, terwijl de chefin zijn kamertje de lijnen uitzet. Creëer zo'n situatie op school en een massale uitval, van leerlingen én leraren, zal het resultaat zijn. leder kind wil worden opgemerkt, bevestigd in zijn bestaan. Ook de leerling die bij binnenkomst het oormerk 'lage potentie' krijgt. Die moet niet voortdurend met zijn neus op zijn falen worden gedrukt, maar worden aangemoedigd. In elke lusteloze puber huist, goed verborgen achter oordoppen en kauwende kaken, een prins met echte gevoelens en minstens één talent. Hij moet alleen nog wakker worden gekust. Zet een muur tussen de leraar en zijn klas en die kans is voorgoed verkeken.
|
| 22-09-07 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl |








