Onderwijs is geen bezigheidstherapiePieter Hilhorst in Volkskrant 9 oktober 2007drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |
Hij ging naar school, maar veel stak hij niet op. Hij was zwaar dyslectisch. Het alfabet was voor hem even ondoorgrondelijk als het Chinese karakterschrift. Zijn leraren gaven het al snel op. Hij werd achter in de klas gezet en geacht zijn mond te houden. Zo werd hij geruisloos doorgesluisd van klas naar klas. Onderwijs werd bezigheidstherapie. Tot hij na een paar jaar op de laagste middelbare school eindelijk werd bevrijd van zijn dagelijkse martelgang. Een diploma had hij natuurlijk niet verdiend, maar wel een certificaat. Andere klasgenoten kregen certificaten waarop prestaties stonden vermeld. Hij kreeg een certificaat voor 'aanwezigheid'. Een grotere vernedering is niet denkbaar. Over de wangen van zijn moeder op de eerste rij biggelden de tranen onder haar brillenglazen naar beneden. Deze bekentenis van een analfabeet uit de film Primary Colors met een fantastische John Travolta als naar Clinton gemodelleerde presidentskandidaat onderstreept op een sentimentele Hollywood-manier dat het bij onderwijs gaat om wat je opsteekt niet om hoeveel uur je aanwezig bent. Dit simpele inzicht is nog niet doorgedrongen tot de mensen die zich druk maken over scholen die minder dan het wettelijk minimum lesgeven. Sinds het schooljaar 2006-2007 moeten leerlingen in de onderbouw 1040 uur onderwijs krijgen. In de jaren daarvoor was de norm nog iets strenger: 1067 uur; Vrijwel geen enkele school hield zich aan de norm en de onderwijsinspectie gedoogde dat. De versoepeling van de norm zou gepaard gaan met een strenge handhaving van de wet. In april van dit jaar kondigde staatssecretaris Van Bijsterveldt nog strijdvaardig aan dat scholen die te weinig lesuren aanbieden een boete krijgen. Uit een onderzoek waarop het Journaal afgelopen week de hand heeft weten te leggen, blijkt dat maar één op de vijftien scholen voldoende lesuren aanbiedt. Als Van Bijsterveldt voet bij stuk houdt, moet ze dus veertien van de vijftien scholen beboeten. Maar hoe erg is deze massale ontduiking van de urennorm? Een internationale vergelijking leert dat de minimale lestijd voor kinderen tussen de 12 en de 14 jaar in Nederland ruim honderd uur boven het gemiddelde ligt van de OESO-landen (922 uur). Uit onderzoek blijkt ook dat het verband tussen het aantal lesuren en de onderwijsopbrengst verre van rechtlijnig is. Kwantiteit is geen garantie voor kwaliteit. De maatregelen die scholen nemen om aan de wettelijke norm te voldoen werken vaak demotiverend voor de leerlingen. Lessen die uitvallen worden omgezet in zelfwerkuren met een verdwaalde leraar als oppasser. Zelfs als je je huiswerk af hebt, mag je niet vertrekken. Presteren wordt zo ontmoedigd. Verplichte verveling wordt gepresenteerd als verbetering van het onderwijs. Andere scholen proberen administratief het aantal uren op te krikken. Een excursie wordt gerekend als 24 uur les en schoolfeesten en pauzes worden ook meegeteld. Op het Meandercollege in Zwolle hebben de leerlingen een lesmarathon georganiseerd om verloren uren in te halen. Ze kregen tot 2330 les in koken, filmkijken en ander vertier. Het was een statement of zoals een leerling zei: 'Na zoveel uren les ben je wel gaar, maar niks wijzer.' Het is alsof voor alle leerlingen van Nederland de prikklok wordt ingevoerd. Maar een prikklok is een armoedige manier om werknemers beter te laten presteren. Het controleert aanwezigheid, niet inzet. Het onverkort handhaven van de 1040 uur, is een schoolvoorbeeld van beleid dat zich zo blind staart op het middel dat het doel uit het oog wordt verloren. Ik heb liever een school die met minder lessen goede resultaten behaalt dan een school die met geestdodend knip en plakwerk de norm haalt. Wat zich hier wreekt is dat alle scholen aan hetzelfde regime worden onderworpen. Het model van de bestuurskundige Arthur Ringeling biedt meer soelaas. Volgens hem heb je op elk terrein voorlopers, meelopers en klaplopers. Het toezicht van de overheid moet recht doen aan dat verschil. Voorlopers kan je meer vrijheid geven dan klaplopers. Voor scholen zou moeten gelden: voer uit of leg uit. Als een school het wettelijk aantal uren niet haalt moeten ze aan ouders, leerlingen en de inspectie uitleggen waarom dat niet ten koste gaat van de kwaliteit. Boekt de school goede resultaten, dan moet je niet zeuren over de urennorm. Pas als een goed verhaal ontbreekt en hel tekort aan lessen een indicatie is voor een algemene wanprestatie, is een strenge controle van de norm op zijn plaats. Dan is het een middel om de kwaliteit te verbeteren, geen doel op zich. In het onderwijs moet het niet gaan om hoe vaak je present bent, maar om wat je presteert. Pieterhilhorst.volkskrantblog.nl
|
| 09-10-07 Drs. J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl |








