Waar er twee vechten, hebben twee schuldAleid Truijens in Volkskrant 10 november 2007drs.J.W.Swaen Histricus www.blikopdewereld.nl |
Wijze woorden van René Appel, afgelopen maandag op Forumpagina in de Volkskrant. Deze schrijver en emeritus hoogleraar Nederlands als tweede taal, vindt dat de voor- en tegenstanders van het Nieuwe Leren hun loopgraven moeten verlaten. De karikaturen die ze maken van elkaars onderwijsvisie zijn onvruchtbaar, vindt Appel; ze zouden juist van elkaar kunnen leren. We moeten vooral niet het traditionele onderwijs romantiseren: die bevlogen leerkracht die zo machtig mooi kon vertellen, type 'meester Staal' uit Theo Thijssens De gelukkige klas -Appel kwam hem nooit tegen. Stel duidelijke einddoelen, zegt Appel, en bewaak daarmee het niveau. Appel heeft drie keer gelijk. Natuurlijk zijn de meeste Nieuwe Leraren geen onverantwoordelijke malloten. En dat er aan het onderwijs dat Appels en mijn - generatie genoot veel schortte, is evident. Ik kan mij twee 'meesters Staal' herinneren, de leraren die mij aan het lezen en schrijven brachten. Vele uren per dag zat ik te dommelen bij monotoon lerarengeneuzel, of staarde ik uit het raam, hunkerend naar het echte leven dat zich daar, buiten mijn gevangenis, moest voltrekken. Jarenlang vertaalde ik ijverig Latijn en Grieks, zonder ook maar één keer te begrijpen om welke veldslagen of filosofische inzichten het ging, zonder te beseffen dat het schrijvers waren die het woord tot mij richtten. Ik leerde het verschil tussen een ablativus en een dativus, maar goed onderwijs kon je het niet noemen. Toch knaagt er iets bij de verstandige poging tot mediation van René Appel. Het is het gevoel dat een schoolkind heeft als de juf een conflict, waar het ook over gaat, beslecht met de uitspraak 'Waar er twee vechten, hebben twee schuld'. Dat is een pedagogisch handige dooddoener, die in de praktijk veel gebakkelei beëindigt, maar het is zelden waar. Altijd is er eentje die met een grote grijns op zijn bakkes de schoolpoort uit fietst. En dan is er altijd een ander die, tranen van miskenning verbijtend, naar zijn moeder sloft. Zijn banden zijn lek gesneden, zijn bril ligt aan diggelen, hij mocht niet meedoen met voetbal in de pauze. Goed, hij had zijn belagers een trap gegeven. Had hij niet moeten doen. Nu is hij nog een huilebalk ook. En een klikspaan. Ging het maar om twee botsende, naast elkaar bestaande didactische stromingen. Dat zou best aardig zijn. Dan viel er, na weging van argumenten, nog wat te kiezen en waren ouders en studenten verantwoordelijk voor hun keuze. Wie nu in Nederland een mboof hbo-opleiding wil volgen, heeft de keuze tussen competentieleren, nieuw leren of probleemgestuurd leren, wat in de praktijk op hetzelfde neerkomt. Aan de meeste mbo- en hbodocenten werd niets gevraagd; zij hadden de innovatie maar uit te voeren. Ze kregen de kans niet om, zoals Appel voorstelt, bij vernieuwing het goede uit het verleden te behouden. Enkelen werden weggetreiterd of kregen zwijgplicht opgelegd, omdat zij ageerden tegen het nieuwe regime. Toch zijn niet zij in dit onderwijsconflict de grootste slachtoffers, maar de studenten, de leerlingen en hun ouders. Er zijn er niet twee die vechten; één partij is al uitgeschakeld. De grote grijns straalt op de gezichten van de goedgesalarieerde bestuurders van de gefuseerde mega-instellingen die dit, samen met het cordon door hen met gemeenschapsgeld betaalde adviseurs, voor elkaar hebben gekregen. Kostenbesparende mammoetoperaties verkopen als onderwijskundige vernieuwing, gul diploma's uitreiken zonder garanties te bieden voor het bereikte kennisniveau - wat je noemt een winwinsituatie. In de HBO-monitor 2006 is te lezen dat de helft van de afgestudeerden aan de pedagogische, sociale en (para)medische hbo's vindt dat hun opleiding geen goede basis biedt voor de uitoefening van hun beroep. Dat is een alarmerend percentage. Studenten voelen zich onvoldoende uitgedaagd, de lessen missen diepgang. lakken voor een tentamen is er niet bij, want dat kost de instelling geld. Klachten in de beroepspraktijk over schrikbarend gebrek aan basiskennis nemen toe. Het is onverstandig om die klachten af te doen als kIagerigheid. Als er harde eindtermen zouden bestaan waaraan de opleidingen moeten voldoen, zou er geen enkel bezwaar zijn tegen scholen met competentieleren, zolang er daarnaast tenminste andere methoden mogen bloeien in het veld. Beroerde opleidingen vallen dan vanzelf af. Maar de overheid heeft nu nauwelijks greep op de kwaliteit. De parlementaire onderzoekers mogen het deksel lichten van deze onwelriekende soep.
|
| 10-11-07 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl |








