Nergens wordt er zoveel les gegeven als in NederlandAleid Truijens in Volkskrant 8 december 2007drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |
Op internet woeden uitzichtloze discussies over de werkdruk van de leraar. Het debat zwalkt tussen twee polen. Daar is altijd weer de observatie van de gewone loonslaaf, die de lesgevende buurman of buurvrouw rond drie uur 's middags de straat weer in ziet fietsen. Als het lerarengezin 's zomers lekker met de caravan eropuit trekt, mag hij zes weken hun plantjes water geven. Nou, zo'n baan wil buurman ook wel: twaalf weken vakàntie! Leraren zuchten over zoveel onbegrip: zij werken zich het schompes. Elk uur dertig lawaaiige leerlingen; pakken nakijkwerk in hun uitpuilende tassen. In de vakanties moet het programma voorde nieuwe klassen worden voorbereid. Als het onderwijs zo'n walhalla zou zijn, waarom hollen de meeste zij-instromers na enkele maanden dan terug naar het bedrijfleven? Om over het salaris maar te zwijgen. Ze hebben gelijk, de afgunstigen en de klagers, allebei. Dat is het probleem. Leraren hebben handige werktijden, en een zee aan vakantie. Maar velen ervaren het als sisyfusarbeid. Bovendien: zes uur per dag lesgeven is slopender dan acht uur achter een computer zitten. Veeleisende kinderen wringen je uit. Minister Plasterk wil veel niet 'veranderen, maar één ding wel: als de leraar meer wil verdienen moet hij meer uren maken. Nu werken leraren gemiddeld 42 uur per week, maar daar staan lange vakanties tegenover. De werkweek van een fulltimer, nu 36 uur, zou naar 40 moeten, vindt Plasterk. Dat kan door het werk beter over het jaar te spreiden. Het is niet slim om zoiets te roepen als de werfkracht van het beroep al tot een nulpunt is gedaald: het zijn vooral de schoolvakanties en flexibele werktijden die mensen met kinderen naar de klas lokken. Toch is er best iets voor te zeggen: vijf weken vakantie en twee weken atv, en de overige weken acht uur per dag werken, vijf dagen per week, of het equivalent daarvan voor parttimers. Zoals bijna. iedereen. De praktijk is minder simpel. Het ministerie heeft laten uitzoeken hoe hoog de werkdruk is: leraren werken gedurende het schooljaar gemiddeld 42 uur per week. Vrij normaal. Maar gemiddelden zeggen weinig. De leraren die gebukt gaan onder een te grote werklast, zeggen veel meer te werken. Dat zijn de leraren die eigenlijk nooit klaar zijn. Elke avond bekijken ze minutieus de tientallen ingeleverde werkstukken. Ze bedenken telkens nieuwe, hopelijk sprankelende lessen. Hun leerlingen mogen hen altijd bellen, en dat doen ze ook. 's Avonds hangt er een moeder áan de lijn, die uren de tijd neemt om te vertellen dat niemand haar lieveling begrijpt. Een gemiddelde van 42 betekent dat sommige leraren minder werken. Dat zijn degenen die zich vastklampen aan het schoolboek en hun klassen nipt één les voor zijn, of de kinderen naar het computerlokaal sturen om even van hun kwelgeesten verlost te zijn, en de werkstukken ongezien laten. Of de oude rotten die jarenlang dezelfde riedel afdraaien en dezelfde proefwerken onder het kopieerapparaat leggen. Het is not done om openlijk over die verschillen te praten in de lerarenkamer. Een nog groter taboe is het verschil in werk dat de afzonderlijke schoolvakken vereisen. Niemand kan niet volhouden dat een leraar gymnastiek of tekenen evenveel tijd kwijt is aan nakijken van proefwerken en examens als de collega's wiskunde of scheikunde. Die hebben op hun beurt weer minder arbeidsintensief correctiewerk dan docenten in de vreemde talen, geschiedenis en aardrijkskunde, die lappen tekst voor hun neus krijgen. De leraar Nederlands spant de kroon: die ziet zijn stapels boekverslagen, tekstverklaringen, samenvattingen en schrijfopdrachten wekelijks tot ontmoedigende hoogte groeien. Toch krijgen al die leraren hetzelfde salaris. Dat wekt wrevel maar de bonden hoor je er nooit over; zij willen iedereen te vriend houden. Ook de schoolleiding brandt er meestal liever niet de vingers aan. Nederlandse leraren geven meer lessen dan hun buitenlandse collega's - wekelijks 26 uur - en hun klassen zijn groter. Franse leraren, bijvoorbeeld, geven 18 uur bij een volledige baan. Wie een zinnig besluit wil nemen over taakbelasting, moet eerst in kaart brengen hoeveel tijd docenten, op ieder niveau en in elk vak, werkelijk nodig hebben om hun vak goed en met plezier uit te oefenen. Ongelijke monniken die gelijke kappen krijgen opgedrukt - dat werkt ontmoedigend. |
| 08-12-07 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl |








