Kleinere klassenEvelien Tonkens in Volkskrant 7 januari 2009drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl |
Tien kinderen zitten er gemiddeld in de klassen van de Engelse privéscholen. In die klassen wordt de Engelse elite gekweekt. Daar komen de studenten van Cambridge en Oxford vandaan. Dat wensen ouders voor hun kinderen als ze het kunnen betalen. En dat wensen kinderen zelf, zo bleek afgelopen najaar bij de presentatie van het Waterland-manifest Milde meritocratie in De Balie in Amsterdam. Wie heeft goede of slechte herinneringen aan zijn eigen onderwijs, was de vraag aan de zaal. De mensen met slechte herinneringen hadden daarvoor allemaal één reden: te grote klassen. Tegenwoordig vinden we massale verveling en vernedering niet meer acceptabel. Iedereen heeft nu recht op individuele aandacht, een eigen leerweg en een eigen leerplan. Thuis krijgen kinderen al steeds meer aandacht, in kleinere gezinnen. De kloof tussen het kleine gezin en de grote klas is te groot. Ook daarom moeten de klassen kleiner. Vijftien kinderen per klas, stel ik voor. Daarmee is de discussie verstomd. In deze tijden van evidence-based werken nemen we geen maatregelen waarvan het nut niet reeds bewezen is. Terwijl er onderzoekstechnische redenen zijn die zulk bewijs verhinderen. Het effect van iets wat niet bestaat, kan immers niet bewezen worden. Speculeren Men kan er hoogstens op al dan niet wetenschappelijke wijze over speculeren. Door klassen van 31 kinderen te vergelijken met klassen van 28 bijvoorbeeld. Als daar geen significant verschil uit blijkt, concludeert de onderzoeker dat kleinere klassen geen aantoonbaar effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs. Maar over klassen van 15 kinderen is dan niets gezegd. Dus het blijft goed mogelijk dat kinderen in een klas van vijftien meer mogelijkheden krijgen hun talenten te ontwikkelen. De Engelse privéscholen kiezen er vast niet voor niets voor. Veel te duur en onhaalbaar vanwege het lerarentekort, luiden twee andere voor de hand liggende bezwaren. Duur is het inderdaad. Maar we kunnen hiermee andere kosten besparen. Kosten voor toetsen bijvoorbeeld. Aan het eind van groep 8 hebben kinderen zo’n honderd Cito-achtige toetsen achter de kiezen, telde Ewald Engelen in het genoemde Waterland-manifest. Als we 90 procent van de testen, rapportages en rugzakjes nu eens afschaffen. Dat scheelt bergen bureaucratie, ergernis en geld. Toegegeven, die testen en rapportages kunnen ook waardevol zijn. Maar we moeten kiezen, want het geld blijft beperkt en kleinere klassen zijn duur. De keuze is tussen kleine klassen met minder controle en toetsen en grote klassen met veel controles, toetsen, rapportages plus uitvallers naar boven en onder. Kleinere, bureaucratie-arme klassen maken lesgeven ook aantrekkelijker. Het trekt nieuwe docenten aan en haalt misschien zelfs uitvallers terug. Klassengrote |
| 14-01-2009 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl |








