Vrijspraak lonkt voor Lucia de B.
Menno van Dongen Volkskrant 9 decembert 2009ARNHEM - De kans dat de Haagse verpleegkundige Lucia de B. zal worden vrijgesproken van meervoudige moord is flink gestegen. Recent onderzoek naar vier ‘verdachte’ incidenten tijdens haar diensten pleit in haar voordeel. Dat bleek woensdag tijdens een procedurele zitting in Arnhem.De Hoge Raad heropende de zaak in 2008 omdat er twijfels zijn over het bewijs op grond waarvan De B. is veroordeeld. Zij kreeg levenslang voor moord op zeven patiënten en drie pogingen daartoe, tussen 1997 en 2001. Na zes jaar in de cel mocht ze vorig jaar thuis haar proces afwachten.
In februari dit jaar, tijdens de eerste procedurele zitting, pleitte het Openbaar Ministerie voor aanvullend onderzoek naar alle tien incidenten. Het hof Arnhem koos ervoor enkele zaken te laten doorlichten, waaronder de twee dossiers met het ‘sterkste’ bewijs.
Woensdag bleek dat het overlijden van de baby A. volgens experts medisch goed verklaarbaar is. Zij kan een natuurlijke dood zijn gestorven. Het is onwaarschijnlijk dat de baby is vergiftigd, zoals eerder bewezen werd geacht.
Een veronderstelde poging tot moord op een jongen is volgens deskundigen waarschijnlijk een medicatiefout van een arts. Aanwijzingen voor de betrokkenheid van De B. zijn er niet.
Op grond van deze twee dossiers kwam het Haagse hof in 2004 tot een veroordeling. Als ze dit had gedaan, zouden allerlei ‘onverwachte’ sterfgevallen tijdens haar diensten ook wel moorden zijn, was grofweg de redenering.
Dit ‘kaartenhuis’ van bewijsmateriaal stort in elkaar, menen De B.'s advocaten. Ze constateerden dat nog een fundament van de veroordeling onderuit is gehaald. Deskundigen stellen dat het onjuist en onverantwoord is zonder inwendig onderzoek van een overledene vast te stellen dat sprake is van een onnatuurlijke dood. Dat is destijds wel gebeurd.
De aanklager noemde de nieuwe bevindingen ‘belangrijk voor de beoordeling van de zaak’. Hij wilde niet vooruitlopen op de eventuele onschuld van De B. ‘Het requisitoir is het passende moment.’
Stijn Franken, één van de advocaten van De B., is tevreden. ‘De conclusies zijn zo duidelijk dat is vastgesteld dat geen nader onderzoek nodig is en dat één zittingsdag, 17 maart 2010, volstaat. Het gaat dus de goede kant op.’
Raadsman Ton Visser is ronduit optimistisch. ‘Het is bijna een gelopen race; de finish is in zicht.’
Metta de Noo van het comité Lucia liep al vooruit op de uitspraak. ‘Nu ben ik ervan overtuigd dat vrijspraak zal volgen. Maar we zijn pas tevreden als deskundigen en medici hun excuses aanbieden en als Lucia wordt gerehabiliteerd.’
De Hoge Raad heropende de zaak in 2008 omdat er twijfels zijn over het bewijs op grond waarvan De B. is veroordeeld. Zij kreeg levenslang voor moord op zeven patiënten en drie pogingen daartoe, tussen 1997 en 2001. Na zes jaar in de cel mocht ze vorig jaar thuis haar proces afwachten.
In februari dit jaar, tijdens de eerste procedurele zitting, pleitte het Openbaar Ministerie voor aanvullend onderzoek naar alle tien incidenten. Het hof Arnhem koos ervoor enkele zaken te laten doorlichten, waaronder de twee dossiers met het ‘sterkste’ bewijs.
Woensdag bleek dat het overlijden van de baby A. volgens experts medisch goed verklaarbaar is. Zij kan een natuurlijke dood zijn gestorven. Het is onwaarschijnlijk dat de baby is vergiftigd, zoals eerder bewezen werd geacht.
Een veronderstelde poging tot moord op een jongen is volgens deskundigen waarschijnlijk een medicatiefout van een arts. Aanwijzingen voor de betrokkenheid van De B. zijn er niet.
Op grond van deze twee dossiers kwam het Haagse hof in 2004 tot een veroordeling. Als ze dit had gedaan, zouden allerlei ‘onverwachte’ sterfgevallen tijdens haar diensten ook wel moorden zijn, was grofweg de redenering.
Dit ‘kaartenhuis’ van bewijsmateriaal stort in elkaar, menen De B.'s advocaten. Ze constateerden dat nog een fundament van de veroordeling onderuit is gehaald. Deskundigen stellen dat het onjuist en onverantwoord is zonder inwendig onderzoek van een overledene vast te stellen dat sprake is van een onnatuurlijke dood. Dat is destijds wel gebeurd.
De aanklager noemde de nieuwe bevindingen ‘belangrijk voor de beoordeling van de zaak’. Hij wilde niet vooruitlopen op de eventuele onschuld van De B. ‘Het requisitoir is het passende moment.’
Stijn Franken, één van de advocaten van De B., is tevreden. ‘De conclusies zijn zo duidelijk dat is vastgesteld dat geen nader onderzoek nodig is en dat één zittingsdag, 17 maart 2010, volstaat. Het gaat dus de goede kant op.’
Raadsman Ton Visser is ronduit optimistisch. ‘Het is bijna een gelopen race; de finish is in zicht.’
Metta de Noo van het comité Lucia liep al vooruit op de uitspraak. ‘Nu ben ik ervan overtuigd dat vrijspraak zal volgen. Maar we zijn pas tevreden als deskundigen en medici hun excuses aanbieden en als Lucia wordt gerehabiliteerd.’
Zaak-Lucia de B. in maart
Bron telegraaf 9 december 2009
ARNHEM - De nieuwe rechtszaak tegen de Haagse verpleegkundige Lucia de B. komt hoogstwaarschijnlijk op 17 maart voor het gerechtshof in Arnhem. Zoals het er nu naar uitziet, kan de zaak in een dag worden behandeld. Het hof, het Openbaar Ministerie (OM) en de advocaten van de tot levenslang veroordeelde De B. zijn het daar woensdag tijdens een regiezitting in Arnhem over eens geworden.
Volgens haar advocaat Stijn Franken ziet het er zeer rooskleurig uit voor Lucia de B., die als seriemoordenares de ultieme gevangenisstraf kreeg opgelegd. Ze zou in diverse Haagse ziekenhuizen kleine, ernstig zieke kinderen en bejaarden hebben gedood door ze overdoses medicijnen te geven. Inmiddels hebben allerlei onderzoeken uitgewezen dat de 'slachtoffers' waarschijnlijk op natuurlijke wijze zijn overleden of dat in elk geval niet te zeggen is dat Lucia de B. iets met hun dood te maken heeft gehad.
Franken drong aan op een zeer snelle behandeling van de zaak, op korte termijn. „Het kan in een half uur gebeurd zijn”, was zijn uitgangspunt. Het hof noch de aanklager in hoger beroep ging in op zijn verzoek om nu al een standpunt over de zaak in te nemen.
De Hoge Raad bepaalde dat de zaak tegen de Haagse herzien moest worden, nadat uit nader onderzoek was gebleken dat er van (poging tot) moord mogelijk helemaal geen sprake is. De raad verwees de zaak naar het hof in Arnhem. Sinds de veroordeling van De B. door het hof in Den Haag is nog veel onderzoek gedaan. De daarvoor geraadpleegde deskundigen gaven vrijwel allemaal aan dat uit de beschikbare informatie niet de conclusie kan worden getrokken dat iemand de hand in het (bijna) overlijden heeft gehad.
Zaak-Lucia de B. in maart
Bron Volkskrant 9 december 2009
ARNHEM - De nieuwe rechtszaak tegen de Haagse verpleegkundige Lucia de B. komt hoogstwaarschijnlijk op 17 maart voor het gerechtshof in Arnhem. Zoals het er nu naar uitziet, kan de zaak in een dag worden behandeld. Het hof, het Openbaar Ministerie (OM) en de advocaten van de tot levenslang veroordeelde De B. zijn het daar woensdag tijdens een regiezitting in Arnhem over eens geworden.
Volgens haar advocaat Stijn Franken ziet het er zeer rooskleurig uit voor Lucia de B., die als seriemoordenares de ultieme gevangenisstraf kreeg opgelegd. Ze zou in diverse Haagse ziekenhuizen kleine, ernstig zieke kinderen en bejaarden hebben gedood door ze overdoses medicijnen te geven. Inmiddels hebben allerlei onderzoeken uitgewezen dat de ‘slachtoffers’ waarschijnlijk op natuurlijke wijze zijn overleden of dat in elk geval niet te zeggen is dat Lucia de B. iets met hun dood te maken heeft gehad.
Franken drong aan op een zeer snelle behandeling van de zaak, op korte termijn. ‘Het kan in een half uur gebeurd zijn’, was zijn uitgangspunt. Het hof noch de aanklager in hoger beroep ging in op zijn verzoek om nu al een standpunt over de zaak in te nemen.
De Hoge Raad bepaalde dat de zaak tegen de Haagse herzien moest worden, nadat uit nader onderzoek was gebleken dat er van (poging tot) moord mogelijk helemaal geen sprake is. De raad verwees de zaak naar het hof in Arnhem. Sinds de veroordeling van De B. door het hof in Den Haag is nog veel onderzoek gedaan. De daarvoor geraadpleegde deskundigen gaven vrijwel allemaal aan dat uit de beschikbare informatie niet de conclusie kan worden getrokken dat iemand de hand in het (bijna) overlijden heeft gehad.








