drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl
39.0 De rol van DNA in het strafproces
39.1 DNA geeft justitie bewijskracht
39.2 De dader is een vage vlek met rood haar; het wettelijk DNA onderzoek
39.3 Voorbeeld van vrijuit gaan ondanks positief DNA- Bewijs
39.4 Mes niet gebruikt bij Deventer moord blijkt uit DNA onderzoek
Advocaat vraagt Hoge Raad om heropening proces tegen L
Zie ook DNA en het strafproces deel 1 in onderdeel 31 Styrarecht in Historisch perspectief
31) DNA en het strafproces
Zware tijden voor de misdaad. Met het vergelijken van dna – profielen heeft justitie een steeds krachtiger opsporingswapen in handen. Binnenkort worden de wettelijke toepassingsmogelijkheden verruimd. De bewijskracht van ‘de vingerafdruk van de volgende eeuw’ opent ongekende perspectieven in de jacht op misdadigers.
39.1 DNA GEEFT JUSTITIE BEWIJSKRACHT
Eindhovens Dagblad zaterdag 29 mei 1999 Sjors van Beek
Een toverstokje van justitie is het niet. Maar er kan veel met dna. Heel veel. Dat ondervond ook de verkrachter die zijn slachtoffer had gekneveld met een sok. Experts van het gerechtelijk laboratorium vonden zweetresten in het kledingstuk. En konden daaruit een dna -profiel destilleren.
Het is een prachtig opsporingsmiddel. Het mooiste dat er bestaat", zegt officier van justitie Lidy Verdegaal, aanspreekpunt voor dna -kwesties in het ressort Den Bosch. Liever één bloedspatje dan twintig schoenafdrukken, oordeelt de technische recherche.
DNA (deoxyribo nucleic acid) is het genetisch basismateriaal van elk levend wezen. DNA-strengen ofwel chromosomen zitten in alle vormen van lichaamsweefsel: bloed, sperma, haren. De kans dat twee mensen hetzelfde dna hebben, is verwaarloosbaar klein. Het materiaal kan daarom dienen als een soort genetische vingerafdruk. In 1994 werd dna als bewijsmiddel in de wet geregeld en kon een verdachte worden verplicht tot een test. Sinds die tijd is het aantal veroordelingen gestegen, zegt officier Verdegaal.
Staven kan ze het niet, ze pleit dan ook voor wetenschappelijk onderzoek naar deze cijfers. Maar het illustreert het succes van het biologische spoor als hulpje van justitie.
DNA IS IN HET nieuws. In Kerkrade kwam 'vorige maand de moordzaak Tanja Tijssen tot een goed einde door vergelijking van het dna-materiaal van een tiental kennissen van het vermoorde meisje. In de zaak rond de 13-jarige Sybine Jansons die nabij Maarn werd vermoord, beschikt de politie over een dna -spoor, werd verleden week bekend. En waar een dna -spoor is. is hoop. Een verdachte tegen wie belastend dna - bewijs is verzameld, moet van zeer goeden huize komen om aan een vonnis te ontsnappen. "Dat is de toverkracht van dna. Het neemt de twijfel weg', stelt officier van justitie Verdegaal. Net als een vingerafdruk geldt dna-bewijs als hoofdbewijs. Meestal zijn er ook wel andere aanwijzingen tegen iemand. Maar in feite heb je geen ander bewijs meer nodig. Een verdachte kan nooit zeggen dat het bloed niet van hem is. De vraag is dan alleen nog: hoe is het daar gekomen? De verdachte zal moeten aantonen dat hij niet ter plekke is geweest, anders is hij alsnog nat.'
ATE KLOOSTERMAN IS biochemicus bij het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk. Op de afdeling serologie leidt hij de dna - onderzoeken. "Biologische sporen met elkaar vergelijken, dat is onze missie", zegt Kloosterman. Een geslaagde match, waarbij dna van de plaats van het misdrijf overeenkomt met dat van een verdachte, geeft geen absolute Zekerheid. Maar het is wel ijzersterk bewijs', stelt de wetenschapper.
En een Verdachte met honderd procent zekerheid als dader uitsluiten, is wèl mogelijk. Tachtig procent van de misdrijven levert een biologisch spoor op. Het gerechtelijk lab maakt per jaar ongeveer vijfhonderd dna vergelijkingen en verzameld de sporen van zo'n vijftienhonderd delicten.
Verkrachtingen, zedenzaken, moorden en roofovervallen vormen de hoofdmoot. Het werk in het laboratorium begint met het terugvinden van de sporen: het menselijk weefsel dat dna -materiaal kan bevatten. Minutieus worden kledingstukken, lichamen, wapens bekeken op de aanwezigheid van bloed, speeksel, haren, sperma of huidweefsel. Zeer kleine hoeveelheden zijn voldoende nu dna- materiaal kan worden vermeerderd in het lab. Was vroeger een bloedvlek zo groot als een stuiver vereist, sinds enkele jaren volstaat een minuscuul spettertje van minder dan een millimeter.
En de ontwikkelingen gaan door. Binnen een jaar of twee kunnen we dna-onderzoek doen op de vetresten van een vingerafdruk", voorspelt Kloosterman.
De volgende stap: is het daadwerkelijk sperma, bloed of speeksel? Om dat te bepalen knippen de laboranten een stukje van, bijvoorbeeld, de peuk en druppelen er een oplossing op. Kleurt het blauw, dan is het speeksel.
Dat dient vervolgens te worden vrijgemaakt, legt Kloosterman uit. De sigarettenpeuk wordt in water gelegd en gekookt. De cellen barsten open en het dna komt in het water terecht. Afgerold bevat èèn cel bijna een meter dna. Het materiaal wordt met de zogeheten pcr- methode (polymerase chain reaction) binnen enkele uren vermeerderd tot een handzame hoeveelheid. Dan begint de eigenlijke klus: het analyseren.
Erfelijke eigenschappen, kleur ogen, huidskleur of aanleg voor ziektes van de drager komen niet aan het licht. Volledig uniek is een dna -profiel niet, in tegenstelling tot een vingerafdruk. Maar de kans dat iemand anders hetzelfde profiel heeft, is ongeveer 1 op 'n miljoen. "Dan zeg ik: potentieel zijn er in Nederland vijftien andere mensen die een bepaald misdrijf kunnen hebben gepleegd. Maar die vijftien waren vast en zeker niet allemaal ter plekke", redeneert Verdegaal. Nu wordt het dna nog op zes plaatsen bekeken, binnenkort op tien. Dan wordt de kans op een identiek dna -profiel 1 op 'n miljard, zegt onderzoeker Kloosterman.
Is er een familieband tussen de verdachten,dan liggen de cijfers anders. Eeneiige tweelingen hebben een identiek profiel, bij een tweeeïïge tweeling of een 'gewone' broer is de kans op overeenkomst een op enkele duizenden. Om vergissingen uit te sluiten is dna- onderzoek omgeven met de strengst denkbare protocollen. Sporen van het slachtoffer en van de mogelijke dader worden in aparte auto's vervoerd en in aparte kamers bewaard en onderzocht. Zodat een advocaat nooit kan zeggen dat een haar van de verdachte op het politiebureau op de kleding van het slachtoffer is gekomen', stelt Ger Coolen. technisch rechercheur.
Ook politiemensen verliezen haren. Technisch rechercheurs werken zelf in een papieren overall. Schoenhoezen, plastic handschoenen. Steriel als een chirurg op zoek naar de stille getuigen van een moord. 'Slierten van bewijs', volgens een instructievideo van justitie.
.Eerst kijken we heel nauwkeurig, zonder hulpmiddelen. Hoe ligt het slachtoffer'? Is er geworsteld? Zijn de knoopjes bijvoorbeeld van de blouse gerukt? Heeft het slachtoffer steekwonden? Waar liggen bloeddruppels?.'
De politiemensen vormen zich een eerste hypothese over de toedracht en gaan daarna gericht op zoek naar 'microsporen'. Met de crime -scope bijvoorbeeld, een peperduur apparaat dat alle soorten licht van het spectrum kan uitzenden, van ultraviolet tot infrarood. Bloedvlekken worden zichtbaar in de ene lichtbundel, sperma in een andere. Haren worden verzameld met een speciale stof zuiger met fijngevoelig filter, met een pincet of met plakfolie. Bloed of sperma wordt 'veiliggesteld' met een wattenstaafje en opgeborgen in een opengeknipt kokertje. Er moet lucht bij kunnen zodat het kan drogen. Bloed, sperma, huidweefsel, haren. Justitie heeft het liefst de eerste twee. Haren bevatten het minste dna. Een uitgetrokken haar met haarzakje, zoals kan achterblijven na een vechtpartij, bevat voldoende dna, maar zo'n haar wordt slechts zelden gevonden.
Veel vaker stuiten politiemensen op een uitgevallen haar - elk mens verliest er dagelijks vele tientallen. Nederlandse laboratoria kunnen van zo'n haar nog geen dna -profiel maken, zegt gerechtelijk specialist Kloosterman. Een laboratorium in Engeland kan dat al wel. Het liefst hebben de speurders bloed: in 92 procent van de gevallen levert dat een bruikbaar dna profiel op. Sigarettenpeuken zijn in 65 procent van de gevallen bruikbaar, speeksel aan een kopje of een glas heeft een successcore van 37procent. In Duitsland liep onlangs een oud-medewerker van het Bundeskriminalamt tegen de lamp die geheime informatie naar de pers had gestuurd. Het speeksel op de postzegel deed hem de das om. De vingerafdruk van de volgende eeuw wordt dna -vergelijking wel genoemd.
Binnenkort worden de wettelijke mogelijkheden opgerekt. Een dna test kan dan verplicht worden afgenomen bij zware gewelds - en zeden misdrijven en delicten waar zes jaar staat, - nu is dat nog acht jaar.
In de toekomst wordt ook geen bloed meer geprikt, slechts een beetje wangslijm afgenomen met een wattenstaafje. En het belangrijkste: een persoon die de geruchtenstroom beu is en zijn onschuld wil aantonen mag straks vrijwillig een dna -test laten doen. Tot nu toe kan dat alleen door hem eerst officieel als verdachte aan te merken. Een massascreening wordt juridisch gezien dan ook veel eenvoudiger.
Op het gerechtelijk lab wordt sinds 1995 een databank aangelegd van dna - profielen. Een bloedspatje op de plaats van een moord, een druk op de knop en de dader rolt uit de computer. In Engeland blijkt de methode zeer succesvol. Van iedere Engelsman die met de politie in aanraking komt, wordt het dna -profiel opgeslagen. De databank telt inmiddels bijna vierhonderdduizend profielen. Wekelijks worden drie- tot vijfhonderd misdrijven opgelost met behulp van deze schat aan informatie.
Nederland loopt nog achter. Bijna vierhonderd profielen van veroordeelde misdadigers telt de Nederlandse computer, plus tweeduizend sporen van onopgehelderde misdaden. Dat moeten er veel meer worden.
Want het kan zo mooi zijn. Een huurmoordenaar heeft - zenuwachtig sigaretten rokend - op zijn slachtoffer zitten wachten in een cafè in Rotterdam. De politie bewaart de volle asbak. In Polen wordt later een man aangehouden. De dna -test wijst hem aan als dader. Soms levert dna de verdachte al terwijl het misdrijf niet eens duidelijk is. Niet zo lang geleden werd een lijk gevonden in zee. Het dna kwam overeen met sperma dat was gevonden op het lijk van een vermoorde homoseksueel. Het verhaal erachter is tot nu toe niet bekend geworden.
39.2 DE DADER IS EEN VAGE VLEK MET ROOD HAAR; HET WETTELIJK DNA ONDERZOEK
De Eerste Kamer ging onlangs akkoord met een ruimer gebruik van DNA – sporen in Strafzaken.
Die sporen mogen nu ook worden onderzocht op ‘uiterlijk waarneembare persoonskenmerken’
Een stoomcursus DNA – daderprofiel
In Wetenschap van De Volkskrant van zaterdag 17 mei 2003
Door Maarten Evenblij.
Met dank aan dr. Peter de Knijff, Universiteit van Leiden
Wat mag nu wel wat eerst niet mocht?
Sinds de jaren tachtig wordt DNA gebruikt om sporen als haren, sperma, bloed en huidcellen die bij een misdrijf zijn gevonden, te koppelen aan een mogelijke dader. Uit een lichaamscel is eenvoudig het geslacht te bepalen, dus dat helpt bij de opsporing. Daarnaast heeft elk mens een unieke genetische opmaak, een genetische,vingerafdruk. Die is geschikt om sporen en eventuele daders te vergelijken.
De nieuwe wet staat rechercheurs toe verder te kijken dan alleen een neutrale genetische vinger-afdruk. Ze mogen nu ook gebruikmaken van uiterlijke kenmerken zoals haar-, oog- en huidskleur, de vermoedelijke lengte, leeftijd of gezichtsvorm van de dader. Verborgen kenmerken blijven echter taboe, teneinde verdachten te behoeden voor een onvrijwillige confrontatie met belastende kennis over hun gezondheid.
Welke cellen zijn geschikt voor DNA - analyse?
Bijna alle lichaamcellen zijn geschikt. Haren zelf bevatten geen DNA, maar de cellen aan de haarwortel wel. Bloed en sperma liggen bij misdrijven voor de hand, maar ook uit speeksel waarmee enveloppen zijn dichtgelikt kan DNA worden gehaald.
Patholoog-anatoom en crime -schrijfster Patricia Cornweil gebruikte die techniek onlangs bij haar speurtocht naar de identiteit van Jack the Ripper. Analyses zijn inmiddels zo gevoelig dat slechts enkele cellen voldoende zijn voor een goed resultaat. Daarin schuilt overigens ook een gevaar: verontreiniging met spoortjes DNA van anderen,bijvoorbeeld de rechercheur.
Hoe lang zijn DNA--sporen te analyseren
DNA is een redelijk stabiel molecuul. Onder gunstige omstandigheden, zoals gemummificeerd of ingevroren, kan DNA vele duizenden jaren goed blijven. Het is dan meestal wel al zo sterk verbrokkeld dat een volledige analyse onmogelijk is, maar restanten blijven, zeker met de modernste methoden, bruikbaar.
Wat kun je aan DNA zien?
Het menselijke DNA bestaat uit drie miljard bouwsteentjes (de basen) aaneengeregen in 23 paar lange en kunstig opgevouwen strengen (de chromosomen). Aan de chromosomen valt te zien of iemand man of vrouw is of bepaalde erfelijke aandoeningen heeft, zoals het syndroom van Down. Een klein deel van de bouwsteentjes vormt het zogeheten 'coderend DNA' waarop de genen liggen. Die genen zijn verantwoordelijk voor de erfelijke eigenschappen zoals oogkleur, lichaams- bouw,-de aanmaak van enzymen of de ontwikkeling van de hersenen De volgorde van de bouwsteentjes in de genen verschilt weinig tussen mensen onder- ling. Veranderingen erin leiden vaak tot genen die niet meer goed werken, wat tot een negatieve selectie leidt.
Het overgrote deel van het DNA is 'junk-DNA', ooit zo genoemd omdat het geen functie leek te hebben. De volgorde van de bouwsteentjes in het junk -DNA varieert veel meer van mens tot mens dan die in de genen. Daarom wordt dit DNA gebruikt voor de neutrale DNA - vingerafdruk. In het laboratorium worden daartoe specifieke, zich herhalende stukjes van dat junk -DNA onderzocht. Het op lengte scheiden van die fragmenten geeft het bekende bandenpatroon. Elk mens, behalve eeneiige tweelingen, heeft een uniek DNA -bandenpatroon. Uit die 'barcode' vallen echter geen persoonskenmerken af te leiden.
Kunnen raskenmerken uit iemands DNA worden afgeleid?
Moderne antropologen hebben het begrip ras op de schroothoop gegooid. Want verschillen tussen mensen van eenzelfde 'ras', blijken vaak groter dan de overeenkomsten. Maar wie beter kijkt naar het junk -DNA kan toch iets afleiden over iemands etniciteit. Veranderingen in het DNA worden van generatie op generatie doorgegeven en er worden steeds nieuwe veranderingen toegevoegd. Daaruit valt een evolutionaire stamboom te lezen. Onderzoekers kunnen zo zien of iemands roots liggen in Afrika of Azië. Ze kunnen zelfs zeggen of het waarschijnlijker is dat diens ouders van Tenerife komen dan wel van het naburige La Palma. Zo ontstaat weliswaar geen etnische vingerafdruk, maar wel een geografische. De analyse staat of valt met een fijnmazige geografische referentiedatabank van DNA-fingerprints, waaraan wordt gewerkt. Kun je ook oog- en huidskleur of lichaamslengte bepalen uit iemands DNA? In principe wel, maar zo ver is het nog (lang) niet. Het coderende DNA bevat informatie voor genen die zijn betrokken bij persoons - en persoonlijkheidskenmerken. Maar er zijn belangrijke problemen. Een eigenschap wordt zelden door slechts één gen bepaald. Voor haarkleur zijn dat er waarschijnlijk vier, waarvan er nog maar één bekend is. Een Duitse groep analyseerde bij muizenkoppen dat tientallen genen de vorm, grootte en symmetrie van de onderkaak bepalen. De mogelijke combinaties leveren echter slechts twee basistypen voor de kaaklijn. Maar dat staat nog ver af van een DNA-test voor de menselijke kaakvorm. Bovendien is de invloed van het milieu aanzienlijk. Zo heeft de tint van de huid ook veel te maken met hoeveel iemand in de zon komt, en lengtegroei en gewicht staan onder belangrijke invloed van iemands dieet.
Zijn er al toepassingen?
Een Amerikaans bedrijf ontwikkelde een test die voorspelt of iemand donkere (zwart en bruin), lichte (blauw en grijs) of lichtbruine ogen heeft. Deskundigen betwijfelen de 'Waarde van zo'n DNA-test in forensisch onderzoek, want de perceptie van iemands oogkleur hangt af van zowel de waarnemer als de bezitter van de ogen. De teint van het gezicht beïnvloedt sterk de waargenomen oogkleur. Bij 80 procent van de roodharige kan hun haarkleur nu in de genen worden gezien. Dat betekent anderzijds wel dat dat dus bij 20 procent nog niet het geval is.
Ligt de DNA -compositietekening in het verschiet?
Het beste DNA -daderprofiel dat momenteel kan worden gemaakt, is niet veel meer dan een vage vlek, toepasbaar op vele duizenden mensen tegelijkertijd. Er zijn bijvoorbeeld heel veel rood - harige Kaukasische blauwogige dikke mannen van 1 meter 80. Voorlopig zullen we niet veel verder komen dan dat. Compositietekeningen op basis van getuigenverklaringen zijn aanzienlijk beter. Onzichtbare kenmerken, zoals genen voor borstkanker of schizofrenie, mogen in Nederland niet worden gebruikt. Ook trisomie-21(syndroom van Down) heeft de wetgever uitgesloten. De meeste ziektegenen garanderen absoluut niet dat de drager ervan ook daadwerkelijk ziek is. Ze geven hooguit een kans aan, die afhankelijk van omgevingsfactoren groter of kleiner wordt.
Zegt het DNA iets over iemands persoonlijkheid?
Ja, maar we weten nog onvoldoende wat. Genen die betrokken zijn bij gedrags- en persoonlijkheidskenmerken laten zich niet vertalen naar de werkelijkheid van een enkel individu. Ook homoseksualiteit of agressie zijn niet duidelijk terug te vinden in de genen. Er zijn hoogstens aanwijzingen voor de kans op een bepaald gedrag. Dat een DNA -chip in enkele dagen tijd een heel daderprofiel zou kunnen ophoesten, lijkt dan ook uitgesloten. Voorspellen dat de dader een bungyjumpende man is, die gek is op kleine jongetjes, zal waarschijnlijk nooit kunnen.
Moeten we ons zorgen maken over misbruik?
Misschien niet vandaag, mogelijk wel in de toekomst. Allereerst over het opslaan van DNA-monsters. Het aantal misdrijven waarbij DNA -monsters mogen worden genomen, breidt zich uit en er zijn zelfs mensen die serieus voorstellen DNA van alle pasgeborenen op te slaan. Dat creëert een beheersprobleem. Waarborgen dat monsters niet te pas en te onpas worden gebruikt of in handen komen van de industrie - bijvoorbeeld voor onderzoek of verzekeringsaanvragen - zijn nog niet waterdicht. Sommigen vrezen dat grootschalig DNA-onderzoek justitiële dwalingen juist in de hand werkt. Bijvoorbeeld doordat daders met DNA -sporen manipuleren, of door verontreiniging. De grote betrouwbaarheid van DNA -analyse zou de aandacht voor de klassieke opsporing doen verslappen. Er zijn inmiddels al gevallen bekend van verdachten die na DNA -analyse ten onrechte werden aangewezen als daders.
39.3 VOORBEELD VAN VRIJUIT GAAN ONDANKS POSITIEF DNA - BEWIJS
DNA – bewijs Tilburgse moord houdt geen stand Volkskrant 17 mei 2000 BREDA De rechtbank in Breda heeft dinsdag een 27-jarige man uit Groesbeek vrijgesproken van moord op de 48-jarige Tilburger Cees van der Wiel, hoewel haren en sperma mét zijn DNA zijn aangetroffen op het lichaam van het slachtoffer. De vrijspraak, na bijna negen maanden van voorarrest, komt nadat 'eind vorige week een 23-jarige student bedrijfskunde uit Rotterdam onverwacht bekende de dader te zijn.
Het is vermoedelijk voor het eerst dat iemand vrijuit gaat ondanks een positieve DNA-test.
Volgens justitie geeft de 'DNA - test' aan dat er in leder geval contact is geweest tussen de eerste verdachte en het slachtoffer, en wel vlak voor diens dood. Maar dat contact heeft niet tot de moord geleid. 'Het is goed dat we door deze zaak zien waar de grenzen van het DNA -bewijs liggen', aldus persofficier Corten.
De man uit Groesbeek ontkent ooit in Tilburg te zijn geweest. Het slachtoffer heeft hij nooit ontmoet. Volgens zijn advocaat Elings is het een raadsel waarom zijn DNA -profiel op het lichaam is aangetroffen. 'Dat is de X-file', zegt Elings. Hij suggereert dat DNA wellicht toch niet zo uniek is.
Cees van der Wiel werd in april vorig jaar in zijn Tilburgse flat gestoken. De politie trof hem naakt aan, met tientallen messteken in het lichaam. Tijdens het onderzoek bleek dat de Tilburger via het babbelbox -circuit seksueel contact zocht met mannen. Hij gaf zich daarbij uit voor een vrouw. De mannen die hij naar zij n flat lokte, lieten zich tijdens het liefdesspel meestal blinddoeken. Menige man was onaangenaam verrast en werd na de ontdekking agressief. Uiteindelijk is zo’n seks -ontmoeting de Tilburger noodlottig geworden.
In augustus werd de man uit Groesbeek aangehouden na een voltreffer in de DNA - databank. Zijn DNA was geregistreerd in het kader van een verkrachtingszaak. Het was de eerste 'hete DNA - hit' in een Nederlandse moordzaak. Tegen de man uit Groesbeek liep geen enkele verdenking in de Tilburgse moordzaak, maar hij liep louter vanwege de registratie van zijn DNA tegen de lamp.
De officier zag in de pertinente ontkenning van de verdachte ooit contact te hebben gehad met de Tilburgse man juist een extra bewijs van zijn schuld. 'Door de DNA-test staat het voor ons onomstotelijk vast dat er contact is geweest', aldus persofficier Corten. Volgens justitie maakte de man zich extra verdacht door zijn 'leugenachtige verklaring'. Alleen het DNA-bewijs is niet voldoende voor vervolging. Daarom zette de officier van justitie naast ook de leugenachtige verklaring in als 'bewijs' tegen de verdachte.
39.4 MES NIET GEBRUIKT BIJ DEVENTER MOORD blijkt uit DNA onderzoek
Advocaat vraagt Hoge Raad om heropening proces tegen L
Volkskrant 28-05-03 Van onze verslaggever Mac van Dinther
ARNHEM Het mes dat geldt als een van de belangrijkste bewijsstukken in de zogenaamde Deventer moordzaak kan niet het moordwapen zijn. Uit nieuw onderzoek is gebleken dat op het mes DNA is gevonden dat niet van het slachtoffer is. Alleen al daarom moet het proces tegen Ernest L. worden overgedaan, aldus advocaat Gert -Jan Knoops.Dinsdag mocht hij voor de Hoge Raad een mondelinge toelichting geven op zijn verzoek om de zaak tegen L. te heropenen. Ernest L. kreeg in december 2000 van het gerechtshof in Amhem twaalf jaar celstraf voor de moord op Jaqueline Wittenberg. Hij zit sinds november 1999 'vast. Ten onrechte, aldus Knoops. Jaqueline Wittenberg, een 60-jarige weduwe uit Deventer, werd op 25 september 1999 vermoord gevonden in haar woning. De verdenking viel op L. De politie peilde een telefoontje van L. waaruit bleek dat hij kort voor de moord in Deventer moest zijn geweest. Kort na de moord werd op anderhalve kilometer van de woning een mes gevonden dat volgens de politie het moordwapen kan zijn geweest. Een speurhond legde in een 'geursorteerproef een verbinding tussen L. en het mes. L. zou bovendien een motief hebben gehad. Hij is voorzitter van een stichting die de miljoenenerfenis van de weduwe beheert. L. heeft steeds zijn onschuld volgehouden en probeert de zaak heropend te krijgen. Hij wordt bijgestaan door Knoops die de twee van Putten vrij kreeg nadat ze jarenlang ten onrechte hadden vastgezeten voor moord. Knoops kwam met deskundigen op de proppen die verklaren dat het mes, een goedkoop keukenmes, het moordwapen niet kan zijn.
Zo is het mes 18,5 centimeter lang, terwijl de steekwonden tien centimeter diep zijn. Het mes is in februari van dit jaar onderzocht door het Nationaal Forensisch Instituut (NFI) met technieken die tijdens het eerdere onderzoek nog niet beschikbaar waren. Op het mes zijn twee DNA-profielen gevonden die geen van beide overeenkomen met het DNA van de vermoorde. Diverse deskundigen hebben verklaard dat het vrijwel uitgeslotenten is dat er geen spoor lichaam materiaal van de weduwe op het mes is achtergebleven als ze daarmee vermoord is, zelfs als het grondig is gereinigd na de daad. Ook is het dan een raadsel waar het andere DNA vandaan komt, aldus Knoops' Hij heeft de Hoge Raad gevraagd het DNA op het mes te vergelijken met dat van L.
Knoops vindt gezien het nieuwe DNA - bewijs de weigering van de .advocaat-generaal in maart om het proces te heropenen, onbegrijpelijk''Er heerst in Nederland een trauma tegen het heropenen van een zaak. Justitie denk steeds in termen van fouten. Daar gaat het helemaal niet om.' De Hoge Raad doet op 8 juli uitspraak.








