Misbruik Eikenburg
Nogal wat oud leerlingen van jongenspensionaat Eikenburg hebben moeite met de verhalen over misbruik en mishandeling. hoe kon het dat ze al die tijd van niets wisten?
Pascale Thewissen in Eindhovens Dagblad zaterdag 16 okotber 2010
Net is volgens psychotherapeut André Lubbers typerend voor kindermisbruikérs: ze zijn constant bezig om het zo min mogelijk op te laten vallen.
EINDHOVEN - „Sommige oud-leerlingen zeggen: mijn beeld van de tijd die ik.op Eikenburg heb doorgebracht is blijkbaar verkeerd. Ik moet het dringend bijstellen. Anderen zeggen: mijn goede herinneringen zijn verpest en daaraan ben jij schuld. Ik vind het altijd fijn als mensen het goed hebben gehad op Eikenburg, want zo was het ook bedoeld. Daar betaalden onze ouders voor", zegt misbruik-slachtoffer Frans Jansen (5i). „Maar ik en vele anderen met mij-hebben het anders ondervonden." Eikenburg is in opspraak. Seksueel misbruik en zware mishandelingen lopen als een rode draad door de geschiedenis van het vroegere jongenspensionaat van de Broeders van Liefde in Eindhoven. On- derzoeksjoumalist Joep Dohmen (NRC Handelsblad) sprak voor zijn boek `Vrome Zondaars', dat vorige week verscheer, met 35 oud-leerlingen die onafhankelijk van elkaar tot in detail vertelden hoe zij en anderen tussen 1949 en 1984 waren misbruikt en mishandeld. `Tussen alle internaten, ge-
stichten, kostscholen en pensionaten viel Eikenburg op. Van geen ander instituut waren er zóveel meldingen van' vaak ernstig fysiek geweld.'
Maar niet iedereen herkent zich in het beeld dat geschetst wordt in de publicaties over Eikenburg. Tegen- over de slachtoffers staan mensen die nooit iets gemerkt hebben en soms zelfs hardop betwijfelen of het wel écht gebeurd is.
De Eindhovense traumatherapeut André Lubbers, die zelf tijdens zijn jeugd in Huize Don Rua van de paters Salesianen in 's-Heerenberg slachtoffer was van seksueel misbruik, gelooft best dat heel veel kinderen in die tijd is ontgaan wat er gebeurde. „Het is typerend voor seksueel misbruik van kinderen: de daders zijn altijd bezig met nier te laten opvallen wat ze doen. Er werd door de kinderen onderling wel over gesproken: over welke broeder grensoverschrijdend bezig' was. Maar wat er, precies gebeurde, dat werd stilgehouden. Uit angst voor de reactie van de omgeving en represailles. Anderen hebben' het", zegt hij, ,,verdrongen."
,,Het heeft te maken met de tijdsgeest. Met het taboe dat rustte en nog steeds rust op seksueel misbruik", zegt de Eindhovense trau-- mapsycholoog Cor Anneese. Hoe diep dat taboe geworteld zit, blijkt uit het feit dat mensen - wier leven is verwoest door het mis-` bruik - pas nu durven te vertellen wat er is gebeurd en hoe diep de gebeurtenissen in hun jeugd hebben ingehakt op hun verdere leven.
zijn verhaal in het Eindhovens Dagblad. Omdat hij vond dat het beeld dat in het jubileumboek werd geschetst dringend genuanceerd moest worden.
Die publicatie leidde vooral tot verontwaardiging, onder andere bij de Stichting Vrienden van Eikenburg. Het zou tot 2010 duren eer ook andere slachtoffers zich meldden, gesterkt door de stroom publicaties over seksueel misbruik in de Verenigde Staten, Duitsland en in Nederland. „En nog zijn er veel slachtoffers die niet naar buiten willen treden. Omdat ze een belangrijke functie hebben en bang zijn voor de reacties. Terwijl zij niets verkeerd hebben gedaan en niks hebben om zich voor te schamen", zegt Jansen. Misschien, oppert Lubbers, juist omdat de kerk zo graag benadrukt dat er ook heel veel mensen wel een fijne tijd hadden in de katholieke jeugdinstelling en helemaal geen slechte herinneringen hebben.
De nu 53-jarige Gerard Daris uit Bergeijk zat van 1967 tot 1973 op Eikenburg.Hij stoort zich aan het volgens hem eenzijdige beeld in de media. „Eén van de mensen die zegt mishandeld en misbruikt te zijn, zat bij mij in de klas. Maar ik heb nooit iets gemerkt. En ik had echt mijn ogen niet in mijn broekzak zitten. Natuurlijk was het niet altijd leuk: je was van huis weg, miste je familie en er golden strikte regels. Maar dat moest ook wel, met klassen van veertig, vijftig, soms wel zestig leerlingen. Ik heb recent nog contact gehad met enkele oud-klasgenoten. Ook zij herkennen zichzelf helemaal niet in de verhalen over seksueel misbruik."
Hij zegt niet dat er niets is voorgevallen. „Maar ik wil niet dat alle broeders over één kam worden geschoren. Er waren er ook die wél integer waren, die wél het beste met je voorhadden."
„Nee, ik zeg ook niet dat ze geen van allen deugden. Er waren zeker ook broeders bij die het beste met je voorhadden", reageert Jansen. „Maar in sommigen kon je je flink vergissen." Hoe verdekt het misbruik plaatsvond, bleek tijdens een lotgenotenbijeenkomst, vertelt Jansen. ,,Een slachtoffer zei: voor die broeder steek ik mijn hand in het vuur, dat was een goeie. Waarop de man die naast hem zat, z'n hoofd liet zakken en verzuchtte dat dát nou net zijn pleger was.








