Hij is popmuzikant en speelde in muziekbands die nooit echt doorbraken. Hij stond in het voorprogramma van Fairport Convention, The Flying Burrito Brothers, Fischer Z., Candy Dulfer, Camel en Alquin. Zijn doorbraak beleefde Maastrichtenaar Bert Smeets (58) dit jaar op een heel ander vlak: als woordvoerder van slachtoffers van seksueel misbruik in de katholieke kerk.
Hij richtte de belangengroep Mea Culpa United op, die volgens Smeets inmiddels enkele honderden leden/slachtoffers telt. Samen met vijftig andere oud-leerlingen van het jongensinternaat St. Maria ter Engelen in Bleijerheide (bij Kerkrade) diende hij een schadeclaim in bij de congregatie van de broeders franciscanen. Het is de eerste grote schadeclaim van een groep Nederlanders tegen de kerk wegens seksueel misbruik en geweld vijftig jaar geleden.
Wat is er allemaal gebeurd in het internaat?
Smeets: 'Al vrij snel nadat ik in 1961 op het jongensinternaat was gekomen, werd ik door pater L. op zijn kamertje geroepen. Hij zwaaide naar me en gebaarde dat ik dichter bij moest komen. 'Je hebt liefde nodig', zei hij met een vorsende blik. Ik schrok, want dat miste ik inderdaad. Ik was ver weg van huis en voelde me verlaten op een grote zaal met allemaal vreemde jongens.
'De pater vroeg of ik op zijn schoot wilde zitten. Daar begon hij met strelen. Hij ging steeds verder en ging zelfs met zijn hand in mijn korte broek. Hij klemde me vast, toen ik probeerde weg te komen. Uiteindelijk lukte het me om me los te rukken. Ik rende weg en meldde het voorval aan broeder S. Zijn antwoord was een harde oorvijg en straf: twee weken excommunicatie. 'Niemand mag met je praten. Jij mag tegen niemand praten. Nergens aan deelnemen, met je bord in de gang eten, buiten de refter, niet sporten.'
Die straf heb ik meerdere keren ondervonden in de drie jaren dat ik in Bleijerheide was. Isolatie! 'Bertje, je bent te onrustig met soep opscheppen', riep broeder S. boos. Hij nam de hete soep en goot die over mijn hoofd. Of het servet dat keurig naast naast mijn bord lag, viel op de grond. Ik bukte me om het op te rapen en een enorme klap op mijn hoofd volgde. Op de gang. Isolatie, twee weken!
Broeder S. gaf ook stokslagen op je blote billetjes. Tien stokslagen of meer. Ook aan straf en fysiek geweld kleefde een seksueel randje. Overal lag het gevaar op de loer. Ik ging soms bij broeder L., bijgenaamd de Spion, langs in de bakkerij. Hij kneedde het deeg met zijn handen en kon prachtig zingen, met zo'n warme gregoriaanse stem. Maar je moest nooit te lang bij broeder L. blijven. 's Nachts stond hij bij je bed te masturberen.
'Ik heb enkele dagen met hoge koorts in de ziekenboeg gelegen, haast bewusteloos. Broeder M., bijgenaamd Bulletje, sloop daar op de vreemdste tijden naar binnen en buiten. Het verhaal ging dat hij jongetjes verdoofde. Ik heb nog steeds een unheimisch gevoel over deze zware ziekteperiode.
'Uit angst voor broeder S. ben ik ooit bijna vanaf de tweede verdieping naar beneden gesprongen. Ik werd betrapt in de leeszaal, terwijl ik daar niet mocht zijn. Het was warm weer, het raam stond open. Toen broeder S. binnenkwam, spurtte ik naar het raam om eruit te springen. De broeder was me voor en wist me te kalmeren. Maar hij drukte me ook tegen zijn zweterige lijf. Zijn bruine pij schuurde tegen mijn lichaam.
'Er werden broeders overgeplaatst, maar de reden daarvan kreeg je niet te horen. Ook dat komen en gaan van broeders gaf een onveilig gevoel. Broeder J. deed de dagelijkse controle na het wassen. Hij was een zeer manipulatieve man. Voor het slapen gaan friemelde hij aan alle jongetjes door ze één voor één op een kistje te tillen voor controle. Hij controleerde dan je oren, je nek, je handen. Soms moest je terug, om je oren nog eens te wassen. Dan tilde hij je weer op, keek uitermate lang en zorgvuldig in je oor, terwijl zijn handen naar beneden langs je lichaam dwarrelden. Hij zocht steeds verder zijn grenzen op, en werd steeds handtastelijker. Andere broeders kwamen aan je bed zitten. Dan hield je als jongetje je adem in.
'Broeder L., de broodbakker, heeft mij in de jaren tachtig bevestigd dat hij een overmatige dwang tot masturberen had. Naar aanleiding van het bezoek van paus Johannes Paulus II nam ik de lp Pop against Pope in een kelder op. Toen zocht ik ook de confrontatie met enkele broeders. Broeder L. was de enige die met me wilde spreken. Hij wist mijn slaaphouding nog exact te beschrijven. 'In foetushouding lag je met je pyamabroekje naar beneden, je billetjes bloot. Toen heb ik me afgetrokken', zei hij.
'Broeder L. masturbeerde minstens drie maal per dag, bekende hij tot mijn verbazing. Ik heb hem tijdens onze ontmoeting gevraagd of hij hulp had gevraagd voor zijn dwangmatig gedrag. Hij beaamde dat hij er met anderen over had gesproken. Hij had het ook in de biecht ter sprake gebracht. Maar veel hulp heeft hij niet gekregen, want hij zei dat hij ook op hoge leeftijd, 25 jaar later dus, nog steeds worstelde met dit masturbatieprobleem.
'Wat vooral als een schaduw over die hele periode valt, zijn de voortdurende machtsspelletjes en onderdrukking die je moest ondergaan. Het seksueel misbruik en alle fysieke geweld leken gerechtvaardigd te worden door de broeders. Ze maakten gretig gebruik van hun machtspositie, en ze maakten zich weinig zorgen over de schending van de celibaatsgelofte.'
Waarom is seksueel misbruik in de katholieke kerk pas vijftig jaar later een schandaal geworden?
'Ik heb het al veel eerder aangekaart, maar niemand had daar toen belangstelling voor. In 1964 schreef ik al liedjes over deze periode, zoals Answer me. Ik heb vroeger nooit zo'n probleem gemaakt van de handtastelijkheden, het voortdurende gespioneer en alle stokslagen op je billen. Bij die stokslagen kon ik me niet voorstellen dat het ook een seksuele betekenis had.
Nu zie ik dat anders. Ze dwongen je tot oneigenlijk en ontzield gedrag. Het was een soort voorspel. Achteraf begrijp ik dat het fysieke geweld eigenlijk veel erger was, omdat het een middel was tot onderwerping. Op mijn rapport stond ook: 'Moet leren zich direct te onderwerpen.'
'Ik weigerde me te onderwerpen, en dat heeft me veel straf opgeleverd. Ik was rebels, ook nadat ik het internaat had verlaten. Maar niemand begreep mijn rebels gedrag. Het was een uiterste poging om me los te maken van alle katholieke manipulatie. Broeder S. was er een meester in om jongetjes tegen elkaar op te zetten. Hij koos zijn lievelingetjes, die werden voorgetrokken. Ik zat daar nooit bij, behalve een keer dat ik snoepjes kreeg. 'Voor de armen', riep hij dan.
'Gehoorzaam en nederig zijn, dat kenmerkte het internaatsleven. Maar als jongen wilde je het liefst over de muren springen, de spannende wereld in. Toen ik eenmaal achter die muren vandaan kwam, waren er de Rolling Stones en The Beatles. Toen begon mijn eigen gevoel weer te groeien. Mijn rebelsheid barstte in alle kleuren en toonaarden los. Maar niemand wilde me geloven. Niemand wilde erover spreken. 'No one there's no one', zong ik.
'Dat was mijn statement: het interesseerde mij geen moer of ik nog gezien werd.
'De taal van het internaat was de taal van de wollige hypocrisie. Ik was blij dat het voorbij was en wilde niets meer weten over Bleijerheide. Studeren deed ik niet, kon ik niet. Daarna wilde geen enkele school me nog hebben.
'We organiseerden disco-avonden ('Non-Stop-Pop') in het oratorium van de Salesianen in Landgraaf. In die tijd liep daar een hulpje van de paters rond die pedo was. Deze man probeerde me om te kopen met een bounty en begon te friemelen aan mijn broek. Ik heb de bounty naar zijn kop gegooid en ben meteen naar zijn mentor pater D. gestapt. Ik vroeg hem of er overal van dit soort toestanden in katholieke instellingen gaande was. Het gevolg was dat het met de disco-avonden snel afgelopen was.
'De lp Pop against Pope uit 1985 werd door de media geboycot, behoudens een halve poging bij de VPRO en Veronica, waar ik een klein interviewtje had in het Popie Jopie-programma van Henk Spaan en Harry Vermeegen.
'In 2005 nam ik Soul Child op, met nummers die ik de afgelopen twintig jaar had geschreven en verzameld. Op deze cd staat onder meer Boys School: 'In boys school are many rules, one of them is to be abused.' Ook deze cd werd overal genegeerd. In 2007 maakte ik de filmdocumentaire Tussen Kathmandu en Bleijerheide. En op mijn blog schrijf ik al sinds 2007 openlijk over de misstanden op het internaat.
'Je kunt dus niet zeggen dat ik het niet al eerder heb aangekaart. Maar ik voelde me een roepende in de woestijn. Pas sinds de stroom van verhalen over misbruik in de katholieke kerk dit jaar is losgebarsten, is er eindelijk de aandacht gekomen die het verdient.'
Er zijn slachtoffers die alleen erkenning willen van het leed dat de kerk hun heeft aangedaan. Waarom vindt u het zo belangrijk ook een schadevergoeding te claimen?
'Het stomste dat je kunt doen, is geen geld te eisen. Want het enige dat die mannen echt raakt, is geld. Het gaat de kerk om macht en geld. Dat zie je al sinds de instelling van het celibaat tijdens de synode van Pisa in 1136: geen nakomelingen, dus geen erfgenamen en versnippering van bezit. Ze zitten aan het sterfbed van menige fortuinlijke weduwe. Ze gaan bij rijke families op bezoek.
'De kerk barst van het geld. Door de eeuwen heen hebben ze dat over de ruggen van mensen geïncasseerd. Denk aan de aflaten. Op talloze manieren zijn ze aan geld gekomen. Ze maken mensen bang met de zonde, maar zelf zondigen ze even hard achter de ruggen van iedereen om. Erfenissen, subsidies, onroerend goed, overal waar iets te halen valt proberen ze invloed te hebben.
'Ze leven in paleizen als vorsten. Er is niks wereldser dan het leven van een priester. Maar heb ik een priester aan de deur gezien de afgelopen veertig jaar? Is er iemand komen praten? Broeder L. had ik uitgenodigd in de jaren tachtig om een tegenbezoek te brengen in Maastricht. Hij kwam langs en begon over mijn blote benen. Het was zomer en ik droeg een afgeknipte spijkerbroek. Hij bleef tussen mijn benen loeren, en opmerkingen maken. Toen had ik er genoeg van, ik heb hem eruit gegooid en nooit meer gezien.
'Deze broeder dacht 25 jaar nadat hij zich zat af te trekken aan mijn bedje - en ik ben niet het enige jongetje geweest bij wie hij dat deed - schaamteloos door te kunnen gaan. Hij toonde geen spijt, niks. En om het verhaal rond te maken, de pater die zei dat ik 'liefde nodig had', daar zeg ik nu tegen: 'Weet u wat ik nu nodig heb na al die mooie excuses en prachtige woorden: geld pater, dat is wat ik wil.'
Sommige slachtoffers willen juist geen geld van de kerk
Heiner Holman (58), die bij het katholieke instituut Hulp&Recht melding heeft gemaakt van verscheidene verkrachtingen op het seminarie van de montfortanen in Voorschoten, wil absoluut geen geld. 'Ik wil alleen maar erkenning van het leed dat mij is aangedaan', zegt de inwoner van Hardegarijp (Groningen). 'Ik ben als jongetje van 12, 13 jaar meerdere keren oraal en anaal verkracht door een pater. Als ik me nu laat afkopen, zou ik me heel vies voelen. Als ik me laat betalen, dan voelt het alsof ik de hoer heb gespeeld. Ik wil gewoon dat ze na 45 jaar schuld bekennen en sorry zeggen. Want in het verleden geloofde niemand me, zelfs mijn ouders niet. Dat was eigenlijk nog het ergste. Dat voelde heel eenzaam.'
Holman ergert zich aan het gemak waarmee alles nu opeens 'ernstig seksueel misbruik' wordt genoemd: 'Veel meldingen stellen niks voor. Door gordijntjes gluren terwijl een jongen zich aftrekt, zoals bisschop Gijsen zou hebben gedaan, dat noem ik geen misbruik. Dat is heel wat anders dan mij is overkomen. Ik ben echt verkracht, met een hoofdletter V. Ik krijg nog steeds psychiatrische hulp. Maar geld, al is het een miljoen euro, kan die vreselijke ervaringen echt niet compenseren.'








