Menselijk falen of dood door schuld?
De strafzaak van de vergeten baby is Paul Emmen, forensisch officier van het parket Breda – zelf vader – niet in de koude kleren gaan zitten. De worsteling tussen schuld en straf eindigt uiteindelijk in een sepot. ‘Er zijn drie redenen om een verdachte voor de rechter te brengen: drie zogeheten strafdoelen. Geen van deze doelen gaat in deze zaak op.’
‘Ik had de ouders graag eerder mijn beslissing willen vertellen, dan hadden ze verder gekund met hun leven’
De weersomstandigheden op woensdag 30 mei 2007 zijn fris, met een venijnig scherpe zon. Zoals op al haar werkdagen zet de moeder Ilse D. de Maxi-Cosi met haar zoontje van elf maanden in de auto. Het is routine: ze rijdt hem naar de crèche, parkeert, geeft haar kindje af, rijdt daarna hooguit 50 meter verder en parkeert de auto op een parkeerterrein bij haar school waar ze werkt.
Maar vandaag gaat alles anders. Voordat ze van huis gaat heeft ze gewerkt aan een belangrijke brief voor school. Ze zet haar zoontje in de auto achter haar stoel en rijdt direct naar school. Eenmaal op het parkeerterrein van de school ziet ze twee collega’s. Ze praten met elkaar over de brief. Een derde collega spoort iedereen aan om binnen verder te overleggen. Dat doen ze. Even later is de brief klaar en staat de vrouw tot twee uur voor de klas.
Na haar werk loopt ze over het zonovergoten parkeerterrein naar haar auto. Bij het openen van de portier slaat de hitte haar tegemoet en stort haar wereld in.
In paniek rent ze naar school terug met haar zoontje in de armen. ‘Het is mijn schuld, het is mijn schuld’, roept ze helemaal overstuur. Toegesnelde collega’s proberen de baby te reanimeren. Een traumahelikopter is onderweg. Maar het mag niet meer baten. Ze is haar kindje vergeten af te zetten bij het kinderdagverblijf en nu is het dood.
Paul Emmen, forensische officier van het parket Breda, besluit om niet naar de plaatsdelict te gaan. ‘Dan zou ik alleen kunnen vaststellen hoe dood het kindje is.’
Onderzoek
‘Het is vrij snel duidelijk wat er is gebeurd’, zegt Paul Emmen. ‘De vrouw heeft haar kind in de auto gezet, de vader van het kind bevestigt dat. Ze is vergeten het kind af te zetten bij de peuterspeelzaal. De kleine is in de auto overleden. Ze was echt in de veronderstelling dat haar zoon in het kinderdagverblijf was. Varianten vallen snel af. We hebben de buurt nog bekeken, maar niemand heeft het kindje kunnen zien door het zonneschermpje op de autoruit.’
Om vast te stellen of er sprake is van een natuurlijke of onnatuurlijke dood en wat de doodsoorzaak is, wordt er sectie verricht. ‘Dat,’ zegt Emmen achteraf, ‘heeft veel te lang geduurd.’
Een bot-, CT- en MRI-scan, een neuro-pathologisch, micro-biologisch, toxicologisch, virus- en huidonderzoek. Het Groene Hart ziekenhuis, Bronovo, LUMC en AMC zijn erbij betrokken. Is er misschien sprake van een bacterie, van een virus? Maar alle teksten komt negatief terug.
Er is lang gewacht op de uitslag van de toxicologische uitslagen van het NFI, omdat Paul Emmen geen spoed voor elkaar kon krijgen. ‘Er zat niemand vast’, legt hij uit. ‘Gelukkig is er tegenwoordig afgesproken dat de forensische officieren 15 zaken per maand met voorrang kunnen laten behandelen door het NFI.’
Pas een klein jaar later zijn alle stukken binnen. Een natuurlijke doodsoorzaak is er niet gevonden. Uit een combinatie van de onderzoeken is vastgesteld dat de baby door uitdroging is overleden.
Dood door schuld
Paul Emmen gaat verzitten en leunt wat voorover om zijn woorden kracht bij te zetten. Stapsgewijs sorteert hij zijn eigen overweging: stelt vragen en geeft prompt zelf antwoord.
‘Het betreft hier een niet-natuurlijke dood met als doodsoorzaak uitdroging. Is er een strafbaar feit gepleegd? Zijn artikel 255: verlaten van een hulpbehoevende en artikel 307: dood door schuld van toepassing? Artikel 255 valt af,’ antwoord hij, ‘omdat er “opzet” in de delictsomschrijving staat. Daar is in deze zaak geen sprake van.’
Tijdens een overleg met het politieteam vertelt Paul Emmen dat hij de vrouw zal vervolgen voor dood door schuld. Tenslotte was een week eerder in Antwerpen een moeder ook haar baby vergeten met de dood tot gevolg. Dat was uitgebreid in het nieuws geweest. De vrouw was dus gewaarschuwd.
Hoe had ze haar kind kunnen vergeten, vraagt officier Emmen zich vol ongeloof - ook nu nog - af. ‘Ik heb zelf twee kinderen en ik weet dat je minstens een paar keer per dag aan ze denkt.’
Maar al tijdens het overleg met het politieteam komt hij terug op zijn besluit tot vervolging. Al discussierend met de agenten komt hij tot de afweging dat er geen sprake is van dood door schuld. Ze praten over de juridische invulling van schuld. Ze halen het verkeersrecht erbij waar hij leest dat “dood door schuld” alleen maar vervolgd kan worden als er twee fouten zijn gemaakt. In zijn zaak heeft de vrouw één cruciale fout gemaakt: vergeten. En “vergeten” - is zijn redenering - kan iedereen overkomen.
Afwegen
‘De vrouw zelf heb ik niet ontmoet, maar ik weet dat de familie pal achter haar staat. Ze rouwen om het grote verlies en hebben daar de politie niet bij nodig. Strafrecht past eigenlijk niet in deze situatie.’
Maar als de vrouw de publiciteit zoekt en zich als slachtoffer weg laat zetten, twijfelt Paul Emmen opnieuw. Ze trekt niet voldoende het boetekleed aan, vindt hij.
Terwijl hij zijn beslissing op papier zet voor zijn leidinggevende, komt hij toch tot de slotsom dat wél sprake is van dood door schuld: de zorgplicht van een ouder voor een elf maanden oude baby weegt zo zwaar dat het enkele niet nakomen daarvan al schuld in de zin van artikel 307 Sr oplevert, vindt hij.
Maar zijn beslissing staat niet vast. ‘Het is maar één fout die de vrouw heeft gemaakt. Een hele grote fout. Zo groot dat een kind is overleden. Dat kan haar juridisch verweten worden. Ga ik haar nu vervolgen of is dat niet opportuun’, vraagt hij zich af. ‘Waarom vervolgen we mensen? Om straf. En wat is het doel van straf?’ Gepassioneerd legt Paul Emmen zijn afwegingen uit, alsof hij weer opnieuw voor zijn beslissing staat. Met opgewonden gebaren beklemtoont hij zijn cruciale bevindingen. De vraag wat het doel van straffen is heeft hij bestudeerd.
‘Het doel van straffen is om de maatschappij veilig te houden, de overtreder te weerhouden om nogmaals eenzelfde strafbaar feit te begaan en vergelding.
Zijn deze doelen van straf ook van toepassing op deze zaak?’
Zijn bevindingen zijn doorslaggevend. ‘Straf om vergelding’, zegt Paul Emmen, ‘daar was ik snel uit. De moeder van de baby heeft zelf geroepen dat het haar schuld is. Ze heeft de verantwoordelijkheid op zich genomen. Iedereen in haar omgeving – een kleine gemeenschap – weet dat zij het heeft gedaan. De vrouw neemt ook maatschappelijke verantwoordelijkheid. Iedereen is via de media ingelicht en heeft kunnen reageren. De vrouw moet verder leven met schuld en verlies voor het feit dat ze de dood van haar kind heeft veroorzaakt. De gevolgen,’ redeneert Paul Emmen, ‘zijn al dusdanig dat vervolging toch echt niets toevoegt.’ Om direct eraan toe te voegen: ‘Ik blijf versteld staan van hoe stom ze is geweest, maar een gang naar de zitting heeft geen enkele toegevoegde waarde.’
De beslissing
De bevindingen om de moeder toch niet te vervolgen koppelt hij terug aan de politie. Dan doemt ook de vraag op hoe de beslissing aan de ouders wordt meegedeeld.
Paul Emmen besluit een persoonlijke brief te schrijven, waarin hij alle juridische overwegingen duidelijk uiteen zet. ‘Zo kan de familie de argumenten lezen, herlezen en aan iemand anders laten lezen.’ Hij schrijft ook dat hij altijd genegen is uitleg te geven als ze daar behoeften aan hebben.
‘Ik heb nooit meer wat gehoord.’
Misschien maar goed ook, overdenkt de officier. ‘Het zou waarschijnlijk toch in een verwijtende sfeer eindigen’. En vraagt hij zich weer hardop af: ‘Wat zou een persoonlijk gesprek toevoegen? Wil ik een hartig woordje met ze spreken? Nog een keer extra mijn beschuldigingen inwrijven? Laat ik de vrouw hier komen om te zeggen dat ze niet hoeft voor te komen?’
Het is goed zo.
Op 22 juli 2008 is de zaak geseponeerd: door feiten en gevolgen getroffen (sepotcode 52).
Maar daarmee is de kous voor de aanklager niet af. ‘Ik had de ouders graag eerder mijn beslissing willen vertellen, dan hadden ze verder gekund met hun leven. Nu hebben ze een goed jaar moeten wachten en hebben ze in onzekerheid geleefd.’ Maar het zou Paul Emmen niet zijn als hij zijn eigen woorden niet weer tegen ander daglicht zou houden: ‘Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog steeds niet kan begrijpen hoe iemand zijn eigen kind kan vergeten. Het wachten op mijn beslissing is verschrikkelijk voor hen, maar voel ik ook als een onbedoelde soort vergelding. En toch, als ik diep graaf, komt de zaak heel dichtbij. Ga jezelf maar na: je sluit het traphekje per ongeluk niet af of laat een open fles chloor op het aanrecht staan...’
Tekst: Thea van der Geest
Verschenen in Opportuun maart 2009








