| 23.0 Twee vrouwen23.1 Twee moorden door TBS gestelden23.2 Vragen en opdrachten
| ||
| 23.0 TWEE VROUWEN Hoofdstuk 5 Auteur Hendrik Jan Korterink | ||
| 23.1 TWEE MOORDEN DOOR TBS – GESTELDENSlachtoffers waren: José Burbank (Eibergen) en mevrouw Burgdorffer(Groningen) Eibergse spoorloos na lift naar Enschede EIBERGEN - Korpsen van de rijks- en gemeentepolitie in de Achterhoek en Twente zijn een omvangrijke zoekactie begonnen naar de sinds zaterdagmorgen vermiste José Burbank(20) uit Eibergen. De studente fysiotherapie in Enschede werd zaterdagmorgen rond kwart over negen voor het laatst gezien, toen ze een lift kreeg. De politie houdt ernstig rekening met een misdrijf. José Burbank was op weg naar Enschede, waar ze 's zaterdags een weekeindbaantje heeft in een winkelbedrijf. Een getuige heeft gezien dat José bij de bushalte aan de Haaksbergseweg, nabij garage Grooters, in een auto stapte waarvan de bestuurder haar kennelijk een lift aanbood. Sindsdien is van haar geen levensteken meer vernomen. Vanmorgen is met een helikopter naar haar gezocht tussen Eibergen en Enschede. Volgens woordvoerder Van Elteren van de rijkspolitie -centrale in Apeldoorn zijn er nog nauwelijks aanknopingspunten en is alle hoop gevestigd op tips van het publiek. Het signalement van José luidt: flink postuur, lengte ongeveer 1.75 meter, sportief uiterlijk, glad donker achterovergekamd haar, in een korte paardenstaart samengebonden. Zij droeg een jack van het merk Tenson, helgroen van kleur met ingezette blauwe stukken en aan de hals en mouwen oranje biezen. Daaronder had ze een donkerblauw één knoopsjasje met groene, diagonale strepen en een groen polo - shirt. Verder droeg zij een drie kwartlange donkerblauwe rok en platte blauwe veterschoenen. Het rechercheteam zou graag antwoord willen hebben op de volgende vragen: wie heeft José op zaterdag omstreeks 09.15 uur bij de bushalte aan de Haaksbergseweg gezien? Wie heeft gezien dat José in een personenauto stapte waarmee zij wegreed in de richting Enschede? Wie heeft José na zaterdag, na haar verdwijning rond 09. 15 uur, al dan niet in het gezelschap van anderen gezien?Een bericht uit het dagblad Tubantia van maandag 2 november 1987 | ||
| Het is meteen duidelijk dat er iets ernstigs aan de hand is. Op diezelfde maandagavond wordt er na het tv-journaal een politiebericht uitgezonden, bijna alle kranten melden de verdwijning. Er komen tussen de 80 en 100 tips binnen. Op donderdag meldt de politie dat men op het spoor is van de liftauto. Men heeft 'vrij nauwkeurig' kunnen achterhalen om welk type het gaat; alle daarbij passende kentekens worden nagetrokken. Ook zijn alle passagiers gehoord van de twee bussen die zaterdagmorgen bij dezelfde bushalte als José stonden. Dat waren er nog heel wat: er was die dag een vredesmanifestatie in Den Haag en ongeveer honderd demonstranten uit Eibergen en Haaksbergen gingen met de bus daarheen. Op zaterdag 7 november, precies een week na de verdwijning, houdt de politie een grote verkeerscontrole op de Twenteroute, waarbij meer dan 1300 automobilisten worden aangehouden en ondervraagd. Op maandag 9 november is het aantal tips gegroeid tot boven de 300. Gegevens over de gezochte auto worden nu ook bekendgemaakt. Het gaat om een donkerkleurige Citroën GS of GSA. Duizenden adressen van Citroén -bezitters worden nagetrokken; de eigenaars zullen 'op basis van vrijwilligheid' worden gehoord. Politiewoordvoerder Henk van Elteren zegt: 'We zijn aangewezen op sociale controle onder de bevolking in deze regio, de gouden tip moet komen van iemand die in combinatie met de bekende gegevens iets vreemds is opgevallen bij een kennis, buurman of collega.' Op vrijdag 13 november maakt de politie bekend dat een 30-jarige man uit Eibergen is aangehouden op verdenking van ontvoering van José. Hij is op donderdagavond in zijn woning aangehouden. Het recherchebijstandsteam was nog maar nauwelijks begonnen met het verhoren van de ongeveer 600 bezitters van een Citroén GS of GSA in Overijssel en Gelderland, toen men al beet had. De man uit Eibergen was de 16de persoon die in dit kader aan de tand werd gevoeld. José zelf is nog spoorloos. Op zaterdag 14 november ontkent de verdachte nog steeds. De kranten maken melding van het feit dat de gearresteerde man een strafblad heeft, veroordeeld is voor zedendelicten en behalve gevangenisstraf ook een ter beschikking stelling had gekregen. De politie wil nog niet zeggen op grond waarvan de betreffende man is aangehouden. Zijn auto en zijn woning, zelfs het huisvuil in de omgeving van zijn woning, zijn aan een minutieus onderzoek onderworpen. Op zondag-avond 15 november legt de verdachte, die slechts wordt aangeduid als 'de 30-jarige T.', een bekentenis af. T. heeft José op de bewuste zaterdagmorgen een lift gegeven en meegenomen naar Haaksbergen. Daar heeft hij haar in de auto verkracht en om het leven gebracht. Het lichaam begroef hij aan de Weerninksweg in Haaksbergen, in de omgeving van camping Stien'n Boer, waar het kort na de bekentenis op aanwijzingen van de man wordt gevonden. T. was met proefverlof van tbr, ter beschikking stelling van de regering | ||
| Later is de 'regering' uit de term verdwenen en werd het ths. T. blijkt zichzelf bij de politie te hebben gemeld, toen werd aangekondigd dat alle bezitters van een Citroen GS of GSA zouden worden gehoord. De politie kreeg argwaan omdat zijn alibi niet klopte. In de dagen voor de bekentenis waren bij zoekacties verschillende voorwerpen van José gevonden in de omgeving van Haaksbergen, zoals het horloge, een halskettinkje, een pasje, een schoen en een haarborstel. De zoekacties waren op de betreffende plaatsen gehouden omdat getuigen daar de Citroen hadden gesignaleerd. Officier van justitie mr. P.HAJ. Cremers maakt bekend dat T., die al 14 maanden met proefverlof was, al eerder als verdachte was getipt, maar pas kon worden aangehouden toen zijn alibi niet bleek te kloppen. Het vrij nauwkeurig signalement van de auto van T., met trekhaak, kinderzitje en de kleur, was een belangrijk element bij de opsporing en de bekentenis. T. was die zaterdag op weg van Eibergen naar zijn vroegere woonplaats Haaksbergen, een afstand van ongeveer acht kilometer. In Haaksbergen wilde hij boodschappen doen. José Burbank, studente aan de Academie voor Fysiotherapie in Enschede, woonde op kamers in Enschede, maar was in de weekeinden meestal thuis in het op ruim twintig kilometer van Enschede gelegen Eibergen. Zaterdags ging ze met bus of liftend naar het Enschede, waar ze een baantje had in de lunchroom van V &'D. Nietsvermoedend moet José bij T. zijn ingestapt. Na de verkrachting wurgde T. het meisje en begroef haar diezelfde ochtend in een bosperceeltje dichtbij de provinciale weg Enschede - Eibergen. Dat deed hij met behulp van een schop die hij toevallig in de auto had liggen. Het slachtoffer en de dader kenden elkaar niet. T. was in de voorliggende periode wel enkele keren in de slagerij van de familie Burbank geweest, 'op grond van zijn beroep', aldus de politie, zonder nader aan te geven welk beroep dat dan wel was, maar de kans dat hij José daar heeft gezien is vrij - wel uitgesloten. T. blijkt al drie keer eerder met justitie in aanraking te zijn geweest in verband met ernstige zedendelicten. Het Pieter Baan Centrum in Utrecht waarschuwde in januari 1981 dat gevreesd moest worden voor herhaling. De rechtbank in Almelo veroordeelde de toen 23-jarige T. tot negen maanden cel en onvoorwaardelijke tbr. T. had op een zandpad bij Weerselo een jonge vrouw van de fiets gerukt, haar de hals dichtgedrukt en geprobeerd haar in zijn auto te verkrachten. Doordat de vrouw zich krachtig verweerde en haar belager ervan wist te overtuigen dat ze zwanger was, had T. haar laten gaan. 'Deze man mag voorlopig niet in de maatschappij terugkeren, ook niet door middel van proefverlof,' zei de Officier van justitie tijdens de zitting in Almelo. In 1978 was T. door de rechtbank in Almelo, wegens verkrachting, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier voorwaardelijk. In januari 1986 stond hij opnieuw voor de rechtbank vanwege een zedendelict, maar toen werd hij vrijgesproken 'wegens gebrek aan bewijs.' T. was inmiddels naar Eibergen verhuisd, waar de buurt van de hoed en de rand wist en zich uit angst voor herhaling - vergeefs - verzette tegen de komst van de man met proef-verlof. Op vrijdag 15 april 1987 staat T. in Zutphen terecht. President van de rechtbank is mr. B. Mijer. T. toont weinig emotie. Ineengedoken zit hij op zijn stoel; als hij iets zegt is het nauwelijks te verstaan. Uit de reconstructie zoals die aan de hand van het proces-verbaal naar voren komt, wordt duidelijk hoe het gebeurd is, al is het goed te bedenken dat T. degene is die het zo heeft verteld, behalve hij en José was er niemand bij. De politie kan een aantal dingen checken aan de hand van sporen, maar het blijft altijd de vraag of een verdachte de waarheid vertelt. Op enkele punten wijken de gegevens af van wat er eerder is bekendgemaakt, bijvoorbeeld over de schop. De politie maakte bekend dat T. die toevallig in de auto had liggen, tijdens de zitting blijkt dat de schop in de buurt van de 'Plaats Delict' toevallig tegen een boom stond.Duidelijk wordt ook wat voor boodschappen T. in Haaksbergen wilde doen: hij is die zaterdagmorgen op weg naar een slagerij in Haaksbergen, om kruiden en darmen te kopen voor het maken van worsten. Hij ziet dat José - toevallig een slagersdochter - staat te liften en pikt haar op. 'Toen ze was ingestapt zag ik hoe ze de benen over elkaar sloeg en haarjas open knoopte, waardoor een deel van haar schouder bloot kwam. Dat wond me op,' zegt T. fluisterend tegen de rechter. 'Ik kreeg opeens zin om haar te versieren.' Als de rechter laat blijken dat hij dit een wat zwakke term vindt voor wat er gebeurd is, zegt T.: 'Ik wilde haar pakken.' In de buurt van Haaksbergen slaat hij een bospad in en vertelt hij José wat hij van plan is. Ze stribbelt tegen, maar door haar hoofd naar beneden te drukken, krijgt hij haar onder controle. In de buurt van een bosje, niet ver van de grote weg, vergrijpt hij zich aan haar, in de auto. Na de verkrachting rookt hij een shagje en maant hij José tot kalmte. Hij belooft haar weer bij de bushalte af te zetten, zodat ze alsnog naar haar werk kan. Maar eerst moet ze hem toezeggen aan niemand iets te vertellen. José morrelt echter plotseling aan het portier en probeert weg te komen. T. houdt haar tegen. Ze verzet zich zo hevig, dat hij een arm om haar hals slaat en haar met enorme kracht naar zich toetrekt. 'En ineens was het heel rustig. Ze bewoog niet meer.' Volgens T. probeerde hij door mond-op-mondbeademing en hartmassage het meisje weer tot leven te wekken, maar dat lukte niet. 'Ik raakte in de war. Ik ben zomaar wat rond gaan rijden, ik wilde me bij de politie aangeven. Maar ik ben teruggereden naar de plek waar het gebeurd was. Vlakbij een boom stond toevallig een schop. Daarmee heb ik een kuil gegraven.' T. rijdt dan naar de slager in Haaksbergen en keert terug naar huis. Tegen zijn vrouw ~ die zich kort na de bekentenis van hem heeft laten scheiden - vertelt hij dat het wat later is geworden omdat de auto stuk was. Vervolgens gaat hij samen met een paar vrienden alsnog aan het worstmaken. | ||
| Als de politie bekendmaakt dat de eigenaar van een donkerkleurige Citroën GS of GSA wordt gezocht, krijgt T., als eigenaar van een groene Citroen GS, het steeds benauwder. Ook zijn vrouw krijgt argwaan. Tegen kennissen vertelt ze dat ze hoopt dat T. niet de dader is. Gezien zijn verleden, de late thuiskomst die zaterdag en de beschrijving van de auto, vreest ze het ergste. Ook moeder T. vertrouwt het niet. Ze vraagt haar zoon op de man af of hij iets met 'dat meisje' te maken heeft gehad. Het antwoord is: 'Nee.' Voordat hij wordt gearresteerd, gaat T. nog een keer terug naar de plek waar het is gebeurd. Met een collega laadt hij op nog geen 20 meter afstand hout in een auto en heimelijk vergewist hij zich er van of alles nog is zoals hij het heeft achtergelaten. Het 'proefverlof wordt op de zitting uitvoerig besproken. Al in 1971 wordt T., 13 jaar oud, voorwaardelijk ter beschikking gesteld. Hij had een vrouw zo hard de keel dichtgedrukt dat ze bewusteloos raakte, waarna hij haar geld ontfutselde. In 1978 wordt hij voor het eerst gepakt voor een verkrachting; ook dan wurgt hij zijn slachtoffer bijna.'De man kent zijn eigen kracht niet,' staat in een rapport uit die tijd. Uit de psychiatrische onderzoeken komt het beeld naar voren van 'een machteloze figuur'. Steeds wordt er gewaarschuwd dat de kans op herhaling groot is, maar ook dat er voor T. geen enkele individuele behandelingsmethode te bedenken is. Therapieën met familie of gezin hebben geen effect. 'Deze man is niet te peilen,' staat er in het laatste rapport van het Pieter Baan Centrum. En: 'Wat er met hem mis is, hebben we niet kunnen doorgronden.' T. zelf koestert overigens een groot wantrouwen tegen zijn behandelaars.- 'Ze leggen altijd alles anders uit,' In 1981 wordt hij onvoorwaardelijk ter beschikking van de regering gesteld. Hij wordt behandeld in Oldenkotte in Rekken.In januari 1986 staat hij weer voor de rechtbank op verdenking van verkrachting, maar wegens gebrek aan bewijs wordt bij vrijgesproken. Nog geen maand later krijgt hij proefverlof en gaat hij weer thuis bij zijn vrouw wonen. Dat is trouwens ook zo'n steeds terugkerend element: een delinquent die een vaste relatie heeft en de mogelijkheid heeft gewoon thuis te gaan wonen met vrouw en eventuele kinderen krijgt al snel proefverlof. De voorwaarden die aan zo'n verlof worden gesteld zijn op papier duidelijk genoeg, in de praktijk komt er nooit iets van terecht. Bij T. is een van de voorwaarden dat hij niet in een auto mag rijden. Niettemin wordt hem geen strobreed in de weg gelegd als hij zelf een auto koopt. Ook tijdens de zitting worden niet alle vragen beantwoord. Zijn vrouw moet op z'n minst geweten hebben dat hij niet in een auto mocht rijden. Heeft ze daar ooit iets over gezegd? Is er iemand van de reclassering geweest die enige vorm van controle uitoefende? Oldenkotte wast de handen in onschuld en krijgt godbetert nog een pluimpje van T.'s advocaat.,' | ||
| De officier van justitie, mr. D. Kuipers, staat uitgebreid stil bij het voor en tegen van tbr en proefverloven. 'Willen we geen enkel risico lopen, dan zullen we delinquenten met een stoornis levenslang moeten opsluiten zegt hij. 'Afgezien van de vele praktische problemen die dat zou opleveren, verhoudt een en ander zich niet met de grondbeginselen van het humane Nederlandse strafrecht. Bovendien wordt er dan voorbijgegaan aan de goede resultaten die wél geboekt zijn.' Kuipers vindt niet dat er in het geval T. te lichtvaardig is geoordeeld over het verlenen van proefverlof 'Zulke beslissingen worden niet zomaar genomen, ook niet in Oldenkotte in Rekken. Er was aan alle begeleidende voorwaarden voldaan om de man terug te laten keren in de maatschappij. Maar 100 procent zekerheid dat er nooit meer iets fout kon gaan, was er niet en is er nooit te geven. Dat is iets wat wij als maatschappij met z'n allen moeten dragen.' Aldus de officier, die zich daarna fatsoenshalve nog wel afvraagt: 'Zal dit ooit aan de nabestaanden duidelijk gemaakt kunnen worden? Ik vrees van niet.' Mr. P.R. Wery, de advocaat van T., is ook al van mening dat er aan het proefverlof 'een langdurige, uitermate zorgvuldige voorbereiding' is voorafgegaan. 'Het risico leek aanvaardbaar.' Volgens hem hoeft Oldenkotte zich niets te verwijten. 'Het likt nu zijn wonden. Voor de inrichting was de affaire wel reden om zich te bezinnen, maar dat heeft niet geleid tot een ander beleid.' De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 15 jaar en onvoorwaardelijke ter beschikking stelling. 'De maatschappij heeft het nodige geduld gehad met deze verdachte, de maatschappij verdient een absolute beveiliging tegen een man als T.' In een amper verstaanbaar slotwoord stamelt T. dat het hem allemaal spijt, ook voor de familie, en dat het niet zijn bedoeling was José te doden, 'ik wilde alleen beletten dat ze zou vluchten.' Het vonnis, veertien dagen later.- 12 jaar gevangenisstraf en onvoorwaardelijke tbs. In de motivatie staat dat de rechtbank zich kan verenigen met de conclusie van het Pieter Baan Centrum dat T. ten tijde van de verkrachting en de moord leed aan een -zodanige gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens dat de feiten hem slechts in mindere mate kunnen worden toegerekend. Verminderd toerekeningsvatbaar dus, en niet zoals de advocaat bepleitte: sterk verminderd. In Hoger Beroep komt ook het Gerechtshof in Arnhem, in augustus 1988, tot dezelfde conclusie. 'T. is ernstig gestoord, gezien de ernstige seksuele en agressieproblemen. Deze ernstige stoornis is onverminderd aanwezig en de kans op herhaling is onverminderd groot.' | ||
| De commotie over de zaak Burbank is amper geluwd als in de nacht van donderdag 10 op vrijdag 11 maart 1988 de 22-jarige L.A. Burgdorffer in Groningen wordt verkracht en gewurgd door een tbr -patiént met proefver- lof, de 28-jarige W.J.(Willem) van der S.. De man zat sinds 1981 in de Van Mesdagkliniek in Groningen, vanwege aanrandingen en verkrachtingen. Sinds juni 1987 mocht hij negen uur per week met onbegeleid proefverlof. Zo ook die donderdagavond. Om twaalf uur 's nachts staat hij bij een fietspad in Groningen te wachten tot er een vrouw langskomt. Het willekeurige slachtoffer is de 22-jarige LA. Burgdorffer, die naar een cursus is geweest en op weg is naar huis. Van der S. achtervolgt haar op zijn fiets, tot op ongeveer 200 meter afstand van haar woning aan de Euveigunnerweg. Daar sleurt hij haar van de fiets en trekt haar het weiland in. Na de verkrachting wurgt hij zijn slachtoffer. Haar racefiets en rugzak gooit hij in een sloot, daarna zwalkt hij de hele nacht door de Groninger binnenstad. Op donderdagavond al belt een medewerker van de Van Mesdagkliniek met de politie om te melden dat Van der S. om twaalf niet is teruggekeerd van proefverlof. Vrijdagmorgen om elf uur meldt Van der S. zich bij de politie met de woorden: 'Ik ben gisteravond achter een vrouw aangereden en het is mis.' Kort daarna belt de vriend van het slachtoffer de politie om haar vermissing door te geven. Volgens directeur HJ.C. van Marle van de Van Mesdagkliniek heeft het personeel 'verrast, geschokt en verslagen' gereageerd op de moord. 'In 1981 kwam hij in de Van Mesdag. In de beginperiode was het een moeilijke patiënt, voor wie je op je hoede moest zijn. Hij is zes jaar lang niet buiten geweest. In de loop der jaren veranderde hij in zijn voordeel,' aldus Van Marle. Van der S. mocht daarom wekelijks negen uur zonder begeleiding buiten de kliniek aan sport doen en aan een gespreksgroep deelnemen. 'Er waren geen aanwijzingen dat hij opnieuw in de fout zou gaan. We tasten volledig in het duister waarom het nu is misgegaan.' In de week na het drama vertelt een vrouw die lid is van een religieuze gemeenschap in Groningen en die de dader goed kent, aan het Nieuwsblad van het Noorden dat het 'absoluut onverantwoord' was dat Van der S. onbegeleid verlof kreeg. De vrouw had Van der S. leren kennen tijdens kerkdiensten in de Van Mesdag; naderhand was er een levendige correspon - dentie ontstaan. Op de avond van de moord had Van der S. een gebedsdienst bezocht en na afloop uitvoerig gepraat met de vrouw. 'Ik verbaasde mij erover dat hij die avond voor het eerst zonder begeleider bij de gebedsdienst verscheen. Ik ken zijn verleden. Hij is als kind door zijn ouders vernederd en misbruikt. Hij heeft geen geweten kunnen ontwikkelen, als kind is hij fundamenteel beschadigd. Die man is ziek, die kun je niet onbegeleid de straat op sturen. Dat kun je de maatschappij en de man zelf niet aandoen.' Directeur Van Marle zegt: 'Voor Van der S. stonden alle seinen op groen. Als je achteraf de zaak op een rij zet, dan kom je tot de conclusie dat het gedrag van mensen die dit soort ernstige agressieve seksuele delicten plegen, voor ons onvoldoende voorspelbaar is. Voor dit soort mensen moet je dus meer testen inbouwen voor dat je besluit dat ze begeleid en later onbegeleid met verlof gaan. Het ministerie van justitie moet onderzoek doen naar deze groep patiënten. Ik hoop dat dit voor ons nieuwe gegevens oplevert, zodat wij in de toekomst hun gedrag beter kunnen voorspellen.' Van der S. was nog maar een paar jaar oud toen hij voor het eerst door zijn ouders werd misbruikt. Op jonge leeftijd kwam hij al in een tehuis terecht. Toen hij elf jaar was, probeerde hij de vrouw van een personeelslid te verkrachten en te doden. Later zat hij in de Van der Hoevenkliniek in Utrecht, waar hij zich aan twee personeelsleden probeerde te vergrijpen en trachtte om te brengen. In 1981 werd hij met tbr in de Van Mesdagkliniek geplaatst. In 1986 ontvluchtte hij aan zijn begeleider. De politie arresteerde hem later in zijn voormalige woonplaats Ridderkerk. Na zijn aanhouding verklaarde Van der S. dat hij in de afgelopen drie maanden tijdens het onbegeleid verlof regelmatig vrouwen te voet of op de fiets had achtervolgd, met name in de buurt vlak achter de kliniek. Hij zou al twee keer eerder op het punt hebben gestaan een vrouw aan te vallen. Tegen zijn begeleider had hij verteld dat het onbegeleid verlof 'geestelijke nood' bij hem teweegbracht. Van Marle, hiermee geconfronteerd, zegt: 'Ik hoor hier van op en ik schrik ervan. Ook een patiënt kan zichzelf na een ernstige daad rechtvaardigen en zwarte pieten uitdelen. Soms is het wel en soms is het niet waar wat men dan zegt. Over zijn motief tast ik in het duister. Misschien was het wel de eenzaamheid die hij niet aankon. Misschien wilde hij door deze daad voor zichzelf de zekerheid dat hij nooit meer buiten zou komen.' Voor Van Marle is het 'niet bespreekbaar' dat mensen als Van der S. worden opgeborgen zonder ze te behandelen. 'je biedt die mensen dan geen enkel perspectief. Dan wordt zelfs de doodstraf een alternatief. Maar ik voel me wel belazerd door die man, ik ben woedend op hem. Waarom heeft hij niet bij ons aangeklopt toen hij in problemen zat? Ik voel me verneukt.' | ||
| Een week na de moord wordt in Groningen een stille tocht gehouden om te protesteren tegen seksueel geweld. Op de muur van de Van Mesdagkliniek wordt met grote letters de kreet 'Stop seksueel geweld' gekalkt. Een dag later verschijnt er in het Nieuwsblad van het Noorden een ingezonden brief van drs. Michelle Smelik, psychologe te Groningen. ‘De moord op mijn schoonzusje/vriendin/huisgenote op 10 maart jl. is uitgebreid in het nieuws geweest. Verschillende deskundigen hebben hun mening inmiddels gegeven. Over mijn persoonlijk leed " ik het hier niet hebben, wél over het leed dat zowel de politie als de pers als de Van Mesdagkliniek bij ons nabestaanden veroorzaakt hebben. Het wordt tijd dat er in het belang van betere slachtofferhulp geluisterd wordt naar mensen die weten waar ze het over hebben. Nog vóór wij volledig op de hoogte waren gesteld door de politie en nog vóór een zus en een broer van het slachtoffer überhaupt van de dood van hun zusje op de hoogte konden worden gesteld, stond haar naam reeds voluit in diverse kranten. Blijkbaar vindt de politie het belangrijker aan de pers informatie te verschaffen dan aan de familie, bovendien wordt er aan de familie niet gevraagd wat er wel en wat er niet aan de pers vrijgegeven mag worden. Uiteraard vinden wij het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan dit gebeuren, maar wat is de nieuwswaarde van de naam van het slachtoffer? De dader daarentegen wordt slechts met initialen genoemd, uit bescherming neem ik aan, maar wie beschermt ons? Wij vernamen dus via de kranten wat er zich die bewuste avond had afgespeeld. Bij navraag bij de politie naar de reden van het achterhouden van informatie werd genoemd het ons willen besparen van emoties. Vanuit ongetwijfeld goede bedoelingen ontnam men ons het recht op zaken die zowel emotioneel als psychologisch belangrijk zijn, maar schroomt men niet de sensatie lust van Nederland te bevredigen met voor ons pijnlijke details. Ook uit de kranten vernamen wij dat de heer Van Marle, directeur van de Van Mesdagkliniek, 'geschokt was en verbijsterd' maar 'gelukkig geen fouten had gemaakt.' Mijn schoonzusje is dood. Vermoord. Door iemand die tbr heeft. Hij was met proefverlof en de verantwoordelijke heren psychiaters schrijven in de krant: 'Dat wij geen fouten hebben gemaakt is voor ons een grote opluchting.' je moet wel lef hebben en geen hart als je dát in de krant laat zetten! Als je nog niet eens de moeite neemt contact op te nemen met de familie, maar wél de moeite neemt je publiekelijk vrij te pleiten van enige schuld. Waar in elk geval sprake van is, is op z'n zachtst gezegd incorrect gedrag ten opzichte van de familie. Want: wij hebben de heer Van Marle opgebeld en hem ter verantwoording moeten roepen. Hij reageerde in eerste instantie met de woorden 'wat verwacht u dan van mij, wat had ik moeten doen.' Wij hebben hem moeten vertellen wat wij van een verantwoordelijk directeur verwachtten en hij zegde toe het op maandag, de eerste werkdag immers, in de staf te zullen bespreken. Toen hij, met nog drie medeverantwoordelijke heren, eenmaal bij ons in de huiskamer was, in aanwezigheid van de directe familie en enkele vrienden en vriendinnen, kon er bij de heren nog geen condoléance af. Later verklaarde hij op de televisie: 'Ik ben bij de familie geweest en stond met lege handen.' Hun verhaal ten opzichte van ons was schrijnend: zij hadden geen fouten gemaakt, het proefverlof aan deze man was 100 procent verantwoord geweest want(!) het ging nl. heel goed met deze dader. Hij was wel gevoelig voor afwijzing. Dit incident was een risico wat zij niet hadden voorzien, maar, zo vertelden zij ons, ze hadden ook goede resultaten geboekt de afgelopen jaren. In Veronica's Nieuwslijn verklaarde een medegevangene dat hij wist dat deze man dit zou kunnen doen. De dader bezocht voor zijn gruwelijke moordpartij een gespreksgroep van een kerk. Een vrouw van deze groep verklaarde dat ze verbaasd was geweest dat deze man die avond onbegeleid daar was, zij wist dat hij het moeilijk had, bij had al vaker vrouwen gevolgd. Als leken in staat zijn die inschatting te maken, wat stelt de deskundige psychiater dan nog voor! Geeft Van Marle zichzelf met al zijn uitspraken geen ongelooflijk brevet van onvermogen? Ik realiseer mij terdege dat het gevaar van tbr -mensen slechts een klein percentage vormt van het gevaar dat vrouwen sowieso lopen in deze maatschappij. De kans dat een vrouw verkracht wordt, vernederd, misbruikt, is groot. In huis, op het werk, op straat, in de kroeg. Maar de groep tbr -mensen heb je al onder je hoede en ik heb geen enkel bezwaar tegen een humaan leven achter slot en grendel, zolang de behandelingen nog kunnen falen en kunnen leiden tot dergelijke moorden. Ik acht dat beter dan duizenden vrouwen in hun angst te laten en hen te vertellen dat dit soort incidenten nou eenmaal gebeuren. Dat ze het niet allemaal zullen doen, is voor mij een schrale troost. Eén is genoeg, nog een is te veelt En die ene kan jij zijn, of je zusje, je vrouw, je vriendin, je buurvrouw. Accepteren wij vrouwen dit risico? Accepteren mannen het? Accepteren wij de angst die de heren ons laten? Voortaan nooit alleen op straat? Is de angst voor onze rekening? levenslang? Van Marle treft beschermende maatregelen voor eigen vrouw en kinderen, omdat hij zijn klanten kent. Laten wij dat ook doen en de rekening naar justitie sturen. Want zolang alle zorg en geld uitgaat naar de daders, zullen de slachtoffers zelf hun beleid moeten bepalen.' | ||
23.2 VRAGEN EN OPDRACHTEN1. Wie heeft de moord op José Burbank gepleegd?2. De verdachte T. heeft al een lang strafblad. Zet alle zaken eens op een rij!3. Welke visie heeft de Officier van Justitie op TBS en proefverloven?4. Wat vraagt de officier zich fatsoenshalve af?5. Wat is de eis van de officier?6. Tot welke conclusie komt het Gerechtshof in Arnhem? 2e zaak in Groningen: proefverlof TBS gestrafte 1. Waarvoor was Willem van der S. veroordeeld?2. Hoe lang was van der S. niet buiten de van Mesdagkliniek geweest?3. Wat voor jeugd heeft van der S. gehad?4. Waartoe heeft dat geleid?5. Wat is de conclusie van van Marle achteraf?6. Wat was de reactie van de schoonzus van het slachtoffer?7. Geef je eigen mening over deze zaak! | ||








