Man jaren ten onrechte in tbs door ‘repeterende dwaling’ (08-06-2011)
Een 26-jarige man heeft jarenlang ten onrechte verbleven in een tbs-kliniek. Rechters en officieren van justitie hebben al die tijd kennelijk over het hoofd gezien dat voor de delicten waarvoor onze cliënt werd veroordeeld geen tbs opgelegd kon worden. Raadsman mr. Wim Anker noemt het veroordelende vonnis uit 2005 en de diverse verlengingen van de tbs “repeterende dwalingen”.
Onze cliënt is in 2005 door de rechtbank in Almelo veroordeeld wegens eenvoudige mishandeling van een jongen en van een man tot een gevangenisstraf van vier maanden en tbs met dwangverpleging. De tbs is in 2008 en in 2010 door dezelfde rechtbank telkens met twee jaren verlengd. De wet regelt dat tbs slechts kan worden opgelegd indien op het feit vier jaren of meer is gesteld. Op eenvoudige mishandeling staat een maximum gevanenisstraf van drie jaren; ten tijde van de feiten was het strafmaximum twee jaren. Voor dergelijke feiten is tbs dus niet toegestaan. “Blijkbaar is de tbs van cliënt een hamerstuk geweest. Het gaat niet om een eenmalige fout, maar om een voortgezette misslag. Dat maakt het zeer uitzonderlijk. Het is opzienbarend. Een rechterlijke dwaling in het kwadraat”, aldus Wim Anker.
Recent nam Anker de verdediging van deze tbs-gestelde over. In het hoger beroep tegen de laatste verlengingsbeslissing van de rechtbank Almelo oordeelde het gerechtshof in Arnhem dat er geen wettelijke basis voor de tbs is. Om die reden heeft het hof de vordering van het OM om de tbs te verlengen afgewezen. Cliënt verblijft thans niet meer in een tbs-instelling
De verdediging bereidt een schadeclaim voor.
Bron www.AnkerenAnker.nl
| ||||||||||
| ||||||||||
| ||||||||||
TBS P11/0017 Beslissing d.d. 21 april 2011 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van Betrokkene geboren in Sierra Leone in 1984, verblijvende in FPC Veldzicht te Balkbrug. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Almelo van 30 december 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Overwegingen: Het oordeel van het hof Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen daar het tot een andere beslissing komt. Voor een goed begrip in deze zaak acht het hof het van belang dat de belangrijkste ontwikkelingen betreffende de terbeschikkingstelling van betrokkene worden weergegeven: - Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 25 oktober 2005 is betrokkene veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, ter zake van: mishandeling, meermalen gepleegd; - De terbeschikkingstelling is ingegaan op 27 november 2005; - De terbeschikkingstelling is -behoudens de beslissing waarvan beroep- verlengd bij beslissing van de rechtbank Almelo van 20 november 2008. De maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is bij vonnis van 25 oktober 2005 opgelegd terzake van de misdrijven, te weten: mishandeling, meermalen gepleegd. Dit vonnis is onherroepelijk en is dus niet aan het oordeel van het hof onderworpen. Echter ongeacht het gesloten stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen vloeit uit het systeem van de wet voort dat verlenging van een terbeschikkingstelling, die niet opgelegd had mogen worden, ontoelaatbaar is. Gelet op de formulering van artikel 37a lid 1 sub 1° van het Wetboek van Strafrecht, waarin sprake is van “een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld” kan ter zake van mishandeling niet de maatregel van terbeschikkingstelling worden opgelegd. Dat, zoals in het onderhavige geval, sprake is van “mishandeling, meermalen gepleegd” maakt dit niet anders, nu naar de hiervoor aangehaalde bewoordingen van artikel 37a lid 1 sub 1° van genoemd wetboek het wettelijk strafmaximum van de afzonderlijke delicten bepalend is en de samenloopregeling van artikel 57 van genoemd wetboek hier buiten toepassing dient te worden gelaten. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege afgewezen dient te worden. Het hof merkt ten overvloede op dat het er vanuit gaat dat de kliniek betrokkene overbruggende zorg zal bieden en hem niet “zomaar” op straat zal zetten en dat de overheid bij afweging of en wanneer betrokkene, zoals door de advocaat-generaal is aangegeven, in vreemdelingenbewaring zal worden genomen, zich rekenschap zal geven van de psychische gesteldheid van betrokkene. Beslissing Het hof: Vernietigt de beslissing van de rechtbank Almelo van 30 december 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde. Wijst af de vordering van de officier van justitie. Aldus gedaan door mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter, mr J.M.J. Denie en mr T.M.L. Wolters als raadsheren, en dr. W. van Kordelaar en prof. dr. B.C.M. Raes, als raden, in tegenwoordigheid van M.C.L. Roelofs als griffier, en op 21 april 2011 in het openbaar uitgesproken. | ||||||||||








