Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Rechtspraak Opmerkelijke rechtszaken De Balpenmoord Deel 2

De Balpenmoord Deel 2

E-mail Afdrukken PDF

De Balpenmoord Deel 2

Drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

 22.0 De Balpenmoord deel 222.1 Roekeloos gedrag van de Haagse Rechtbank door prof. Wagenaar22.2 Schadevergoeding voor balpenzaak22.3 Slepend proces tussen Familie en Justitie over bewijsmateriaal22.4 Straffen Leidse politie om balpenzaak

 

 
                                22.0 DE BALPENMOORD DEEL 2 
 

Wagenaar is benoemd tot Dean van het University College Utrecht.

Prof Wagenaar

 

Wagenaar (1941) was eerder rector magnificus in Leiden. Hij studeerde psychologische functieleer in Utrecht en promoveerde in Leiden in de Sociale Wetenschappen. Hij werkte daarna onder meer als hoofd van de afdeling psychologie bij het Instituut voor Technische Menskunde TNO. Hij is verder onder meer lid van de KNAW en blijft tot 1 februari Permanent Fellow aan het NIAS. Wagenaar is publiekelijk bekend onder meer door zijn optreden als deskundige in vele strafrechtelijke en civiele processen.

 
           22.1 ROEKELOOS GEDRAG VAN DE HAAGSE RECHTBANK 5 April 1996  Auteur  PROF. Dr. W.A. Wagenaar;  Jim T. is uiteindelijk vrijgesproken van datgene waarvan hij werd beschuldigd: de moord op zijn moeder. Maar, betoogd W.A. Wagenaar, hij moest wel zelf het bewijs van zijn onschuld leveren en hij is psychisch kapotgemaakt.  De feiten zijn bekend: Jim T. werd ervan verdacht zijn moeder te hebben gedood door een balpen op haar af te vuren met een kruisboog. De rechtbank was overtuigd en veroordeelde hem tot twaalf jaar gevangenisstraf. Enkele maanden later was het gerechtshof ineens helemaal niet overtuigd en sprak hem vrij. Had de rechtbank haar werk zo slecht gedaan? Ja.  Bij de rechtbank werden voornamelijk twee argumenten naar voren gebracht: de verklaring van Jims therapeute dat hij de moord tijdens een therapeutische sessie had bekend; en de verklaring van enkele deskundigen dat het onwaarschijnlijk of zelfs onmogelijk was dat Jims moeder op de beweerde wijze was overleden. leder weldenkend mens zou in zo'n geval menen dat er reden is tot twijfel, vooral omdat Jim de moord ten stelligste ontkende. In geval van twijfel kan een rechtbank twee dingen doen: meer onderzoek uitvoeren of de verdachte vrijspraken. Maar de rechtbank deed geen van tweeën: zij moffelde de verklaringen van de deskundigen weg en veroordeelde Jim uitsluitend op grond van de beweringen van de therapeute, met het argument dat de therapeute niet alleen Jims bekentenis had aangehoord, maar ook, uit de manier waarop hij zijn verhaal deed, had vastgesteld dat hij de waarheid sprak.  Dit laatste is een vreemd argument voor een rechtbank. De verklaring van de therapeute over wat Jim had gezegd is een verklaring van-horen-zeggen, en daarom dubieus. Voor zover ik weet bestaat alleen in Nederland de mogelijkheid om iemand te veroordelen voor moord, uitsluitend op grond van een bekentenis van-horen-zeggen. Maar in dit geval ging de rechter nog verder. Het is evident dat cliënten en patiënten tijdens therapeutische sessies nogal eens fantaseren, onbedoeld of met opzet. Therapeutische technieken moedigen dit juist vaak aan; de psychoanalyse is er zelfs geheel op gebaseerd. Therapeuten zullen niet iedere bewering voor waar aannemen, en moeten dus onderscheid maken tussen waarheid en onwaarheid, althans als zij de beweringen doorbrieven aan de politie. Maar in een strafzaak is het onderscheiden van waarheid en onwaarheid een taak die alleen de rechter toekomt. Daarom is een verklaring van-horen-zeggen ook zo ongelukkig: de rechter kan dan niet beoordelen hoe die verklaring eigenlijk is afgelegd. De rechtbank in Den Haag heeft daar nu wat op gevonden: de bevoegdheid om waarheid van onwaarheid te onderscheiden is aan Jims therapeute overgedragen. De bekentenis van Jim is voor waar aangenomen omdat de therapeute zei dat Jim de waarheid sprak.  
 Het zou kunnen zijn dat de therapeute door de rechtbank als deskundige op het gebied van waarheid en onwaarheid is beschouwd; dat aan therapeuten het speciale vermogen is toegedicht om vast te stellen wanneer patiënten de waarheid spreken. Maar dan komt een andere, helaas wijdverbreide tekortkoming in het strafproces aan het licht. dat deskundigen niet wordt gevraagd uit te leggen waarop hun deskundigheid berust. De therapeute was bij zo'n verzoek ongetwijfeld door de mand gevallen: er is geen enkel stukje literatuur dat ook maar in de verste verte suggereert dat therapeuten over een dergelijk vermogen beschikken.  Er zijn enkele methoden die het specifieke doel hebben om het waarheids-gehalte van een verklaring vast te stellen, zoals het gebruik van de leugen-detector en de wat nieuwere statement validity analyse. Geen van deze methoden is door de betreffende therapeute toegepast. Het zou ook niet hebben geholpen, want zulke methoden hebben een geringe betrouwbaarheid. te klein om vaststelling van de waarheid door een therapeut te promoveren tot voldoende bewijs van een moord.  Als alternatief zou de therapeute aangevoerd kunnen hebben dat ze beschikt over een goed ontwikkeld klinisch oordeel ten aanzien van waarheid en onwaarheid. Zo'n bewering is echter om verschillende redenen moeilijk te aanvaarden. Ten eerste omdat mevrouw nog in opleiding was; veel ervaring kan ze niet gehad hebben. Ten tweede omdat zo'n bewering ontoetsbaar is; iedereen kan zoiets beweren. Ten derde - de belangrijkste reden - omdat er een uitgebreide literatuur bestaat die aantoont dat het klinische oordeel van therapeuten niet vertrouwd kan worden. Het standaardwerk op dit terrein is het driedelige handboek van Ziskin over deskundige - verklaringen van psychologen en psychiaters. Ik geeft hieruit twee citaten, die een literatuur van meer dan 200 publicaties samenvatten (mijn vertaling): "Küfflsch oordeel leidt vaak tot lage, zo niet afgrijselijk lage niveaus van correctheid. In een aantal studies was het aantal juiste beoordelingen niet groter dan het kansniveau. Andere onderzoeken over psychologen en psychiaters lieten nul procent correcte oordelen zien." (blz. 263) " Tot nu toe suggereert het onderzoek dat clinici in feite slechts een zeer beperkt inzicht hebben in hun eigen oordeelsvorming en in de factoren die leiden tot hun conclusies en voorspellingen. Subjectieve indrukken en objectieve metingen tonen vaak een scherp contrast. Kennelijk is er weinig verband tussen de zekerheid waarmee een oordeel wordt geveld en de juistheid ervan; of zelfs een omgekeerd verband." (blz. 264)  
 Natuurlijk, de rechtbank kende die citaten niet, en was dus niet gewaarschuwd. Maar is dat een excuus om te geloven in de onbewezen gaven van een therapeute, en om op grond van alleen die overweging Jim maar even tot twaalf jaar te veroordelen? Natuurlijk, de therapeute kende die citaten ook niet, want ze is geen deskundige. Maar had ze zich niet eerst op de hoogte moeten stellen alvorens een cliënt zozeer te belasten? Natuurlijk, de officier van justitie had geen behoefte aan voorlichting over deze kwestie, want dat zou haar zaak maar verzwakken. Maar zou het toch niet verstandig zijn geweest om op een vroeg moment tot het inzicht te komen dat het voornaamste bewijsmiddel op drijfzand berustte? Wat moeten we met een procesorde waarin niet de rechter maar een aspirant-therapeute op arbitraire gronden de waarheid vaststelt?  Ik moet toegeven dat er tussen de eerste behandeling en het hoger beroep nieuwe informatie beschikbaar is gekomen. Proeven met balpennen die zijn afgeschoten op gelei, op varkenshoofden, op mensenhoofden   ... dat kon de rechtbank toch allemaal niet weten? Jazeker wel! Had de rechtbank niet voldoende reden om in een tussenvonnis zelf zulk onderzoek te gelasten? Waardoor was zij zozeer overtuigd van het gelijk van de therapeute dat zij het nodige onderzoek maar achterwege liet? Was er dan verder nog een spoor van bewijs?  Het dossier bevatte nog een paar bijkomende puntjes, maar die zijn in het vonnis niet als bewijsmiddel gebruikt en hebben dus, naar ik hoop, de overtuiging van de rechtbank niet bepaald. Jim had volgens een getuige vroeger al eens gefantaseerd over de perfecte moord; mogelijk zelfs uitgevoerd met behulp van een kruisboog en een balpen. Bovendien was hij lid van een schietvereniging. Het openbaar ministerie maakte nogal wat werk van deze argumenten, maar wat ze bewijzen is niet duidelijk. Veel jongens zullen wel eens hebben gefantaseerd over de perfecte moord, zelfs in gezelschap van anderen. De herinnering dat er toen ook al sprake was van een kruisboog en een balpen is zeer wel mogelijk een reconstructie achteraf. Het lidmaatschap van de schietvereniging pleit juist tegen Jims schuld, omdat hij daar ondanks de bestaande mogelijkheid nooit met een kruisboog schoot. Zou hij niet eens op het idee zijn gekomen om eerst wat te oefenen? Het is tenslotte niet zo eenvoudig om iemand onverhoeds precies in de pupil te raken!  Als de fantasie over een perfecte moord heeft bestaan, maakt dit vooral begrijpelijk hoe het probleem in de wereld kon komen. Jim was kennelijk in psychische nood, getuige zijn behoefte aan therapie. Die nood kan zijn ontstaan door de plotselinge en schokkende dood van zijn moeder en de frustrerende behandeling daarna door politie en justitie. In Jims labiele situatie kunnen de wijze waarop zijn moeder is overleden en de reeds bestaande fantasie elkaar hebben versterkt, waardoor er een soort schuldgevoel ontstond dat hem tenslotte bracht tot de gewraakte bekentenis. Heeft de therapeute deze mogelijkheid overwogen en ontzenuwd? Officieel kennen we het antwoord niet, want zij had een dubbel doel: haar cliënt achter slot en tralies krijgen, maar zonder dat potentiële cliënten zouden weten dat ze bij haar wellicht van de wal in de sloot worden geholpen. Zij bedong daarom dat ze haar verklaring anoniem mocht afleggen en achter gesloten deuren. De rechtbank en het gerechtshof stemden daarin toe. Een aantrekkelijk precedent voor psychologen en psychiaters, die nu kennelijk hun cliënten en patiënten voor moord kunnen laten veroordelen zonder hun eigen identiteit prijs te geven. Een soort sluipschutters, met de rechter als wapen.  
  De beweringen van de therapeute, in combinatie met de verhalen over de perfecte moord en de schietvereniging, waren kennelijk meer overtuigend dan Jims ontkenning en het deskundige bewijs dat vanaf het begin aantoonde dat de balpen niet met een kruishoog was afgeschoten en dat het vrijwel onmogelijk was om op deze wijze iemand te doden. De conclusie van de advocaat-generaal Van der Horst laat prachtig zien hoe zo'n afweging in zijn werk gaat: "Wettig bewijs is er voldoende, maar het openbaar ministerie acht zich onvoldoende overtuigd om het hof uit volle overtuiging een veroordeling te vragen." Hoe kan dit? Als er voldoende bewijs is, moet daaruit toch een overtuiging volgen? Nee, zo werkt het niet in strafzaken. Wat Van der Horst bedoelt is dat er voldoende feiten zijn aangevoerd die onder de definitie van wettige bewijsmiddelen vallen: de lijkschouwing, de verklaring van de therapeute, het getuigenbewijs over de perfecte moord, het lidmaatschapsbewijs van de schietvereniging. Allemaal middelen die door de wet zijn toegestaan. Geen van de vier bewijst iets ten aanzien van de tenlastelegging, maar dat hoeft kennelijk niet: het blijven 'wettige' bewijsmiddelen. Zou het de advocaat-generaal zijn ontgaan dat volgens een overmaat van deskundige verklaringen de beweerde moord technisch en medisch voor onmogelijk moet worden gehouden? Het juridisch denken moet immers wel heel ver zijn afgedwaald van de normale logica, als je na al die verklaringen nog durft te zeggen dat het ongefundeerde gepraat van een therapeute meegeteld kan worden bij de 'wettige bewijsmiddelen' in deze zaak.  In zekere zin zou je kunnen zeggen dat er niets is misgegaan. Jim is tenslotte vrijgesproken. Maar hij is wel eerst veroordeeld op grond van ontoereikend bewijs. Hij is wel gedwongen om zelf het bewijs van zijn onschuld te leveren, tegen de aanvaarde rechtsnorm in. Dat hem dit met steun van familie en raadslieden is gelukt mag geen gewicht hebben: anderen hebben wellicht niet zoveel geluk. In het proces is hij wel psychisch kapotgemaakt. En het gerechtshof heeft niet geprobeerd iets recht te zetten door hem van alle blaam te zuiveren. Je zou kunnen denken dat dit alles het normale risico is dat iedere staatsburger nu eenmaal loopt; maar dat is het niet. Het risico is onnodig vergroot door het roekeloze gedrag van de rechtbank in Den Haag.  Ik herinner mij hoe in een programma van Paul Witteman de  president van diezelfde rechtbank mij eens uitlegde dat mijn zorg  over dubieuze rechtspraktijken onnodig is, omdat Nederlandse rechters altijd uiterst zorgvuldig te werk gaan. Maar ja, toen  had hij nog niet van de zogenaamde balpenmoord gehoord . 
 22.2 SCHADEVERGOEDING VOOR ‘BALPENZAAK’ ROTTERDAM, 26 JULI.  De 26-jarige student Jim T. uit Leiden, die in april werd vrijgesproken van de 'balpenmoord', heeft van het openbaar ministerie een schadeloosstelling gekregen voor de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. "Het geschil met de justitie en politie is in der minne geschikt", aldus de vader van de student. Het OM noch de familie T. wil zeggen hoe hoog de schadeloosstelling is. Het Haagse gerechtshof sprak T. dit jaar vrij van moord. Het hof achtte niet bewezen dat T. zijn moeder met een kruisboog een balpen in het oog had geschoten, waardoor zij om het leven kwam. Tegen T. was door de procureur-generaal vijftien jaar gevangenisstraf geeist.  De 53-jarige moeder van T. werd in 1991 dood aangetroffen in haar woning. Na lijkschouwing bleek zij een Bic - ballpoint in haar hoofd te hebben, die via het oog was binnengedrongen. Ofschoon forensische onderzoekers van meet af aan de mogelijkheid van een ongeval niet uitsloten, ging de Leidse politie uit van moord.  Op verdenking van moord werd in juni 1991 een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen de voormalige echtgenoot van het slachtoffer, zijn twee dochters en zijn zoon. Dit onderzoek werd in 1992 door de politie zonder resultaat afgesloten. De familie diende een klacht in bij de Nationale Ombudsman omdat hen tijdens de politieverhoren niet was verteld dat zij als verdachten werden beschouwd. Eind december 1993 stelde de Nationale Ombudsman de familie in het gelijk.  In augustus 1994 werd door de politie het onderzoek heropend, nadat twee mensen naar de politie waren gegaan met voor Jim belastende verklaringen. In oktober 1995 werd Jim door de Haagse rechtbank tot twaalf jaar celstraf veroordeeld voor moord op zijn moeder. De rechtbank veroordeelde T. vooral op basis van de verklaring van de anonieme therapeute.  Voor de beroepsvereniging van psychologen loopt nog een klacht tegen een voormalige therapeute van Jim T. Zij legde als anonieme getuige belastende verklaringen tegen hem af. Volgens Jim T.'s vader kan de familie na de schadeloosstelling weer "langzaam de draad van een normaal bestaan oppakken".  
 22.3 SLEPEND GEVECHT TUSSEN FAMILIE EN JUSTITIE OVER BEWIJSMATERIAAL 
Politie onderuit in Balpenzaak Door onze redacteur MARCEL HAENEN  
 04 Juni 1997    Twee politiemensen en een officier van justitie zijn disciplinair aangepakt wegens het vernietigen van bewijs materiaal in de balpenmoordzaak. Het zijn de consequenties van de strijd tussen familie van de verdachte en justitie  DEN HAAG, 4 JUNI 1997 Bij de Leidse politie vinden ze hem een querulant, een zeikerd-eerste-klas. De Leidse hoogleraar theoretische natuurkunde, R.H. Terwiel - vader van de 26-jarige hoofdverdachte in de zogeheten Balpenmoord - heeft zich de afgelopen jaren in ieder geval ontpopt als een geduchte tegenstander van de opsporingsambtenaren. Er is hem alles aan gelegen aan te tonen dat de politie "gesjoemeld en geknoeid heeft" met het bewijsmateriaal dat leidde tot de vervolging van zijn zoon wegens moord op zijn moeder: de op 25 mei 1991 dood in haar woning aangetroffen ex-vrouw van Terwiel, die stierf omdat een Bic -ballpoint haar rechteroogkas was binnengedrongen.  Of Terwiel gelijk heeft, zal naar alle waarschijnlijkheid nooit meer duidelijk worden. Gisteren werd bekend dat de politie het betwiste bewijsmateriaal heeft vernietigd. Dit gebeurde omdat Terwiel op 17 april het hof aan zijn zijde vond dat oordeelde dat betwist bewijsmateriaal aan de rechtbank moest worden gegeven. Zo zou de rechtbank kunnen bepalen of de familie van de inmiddels vrijgesproken hoofdverdachte de stukken mocht lezen.  "De politie maakt zich er dus op een goedkope manier van af door mij een zeikerd te noemen. Niet ik maar de rechter is gedupeerd omdat de rechtsorde op een grove manier is geschonden", zegt Terwiel. De hoogleraar noemt de handelwijze van de politie een doofpot -operatie. "Het lijkt op de Watergate-affaire omdat de cruciale bewijzen opzettelijk zijn vernietigd".  Terwiel zegt dat de vernietigde stukken hadden kunnen aantonen dat de politie knoeide met verklaringen. Het gaat met name om het verhaal van een therapeute die de politie liet weten dat de hoofdverdachte tegenover haar zou hebben laten doorschemeren dat hij zijn moeder heeft vermoord. Bij de politie valt te vernemen dat men over is gegaan tot vernietiging omdat men informanten wilde beschermen. Terwiel staat bij de politie bekend als iemand die 't "met zijn hoge vriendjes" iedereen lastig maakt die het tegen hem heeft opgenomen. Men neemt het de hoogleraar kwalijk dat hij nu bijvoorbeeld tuchtprocedures heeft aangespannen tegen de therapeute. Een dergelijk lot zou men andere informanten hebben willen besparen.  De hoogleraar is gisteren ontvangen door de korpsbeheerder van de politie, de Leidse burgemeester C.H. Goekoop. "Na de gebruikelijke plichtplegingen" liet hij Terwiel weten de vernietiging van dossiers "zeer te betreuren". De burgemeester zegt dat de rijksrecherche in staat is de vernietigde stukken te reconstrueren maar Terwiel gelooft daar niet in. "Je kunt nooit meer nagaan wat ze precies hebben willen vernietigen."  De affaire is voor nog een betrokken hoofdrolspeler uiterst pijnlijk. Korpschef in Leiden is sinds 1 januari R. Straver. De hoofdcommissaris die in Haarlem moest vertrekken omdat hij daar zijn Criminele inlichtingendienst - met name het drugsimporterende duo Langendoen en Van Vondel - niet in de hand bleek te hebben. De woordvoerder van Straver zegt dat de hoofdcommissaris de nieuwe CID -kwestie "een zeer ernstig incident" acht. "Bijzijn aantreden heeft Straver de recherchechef nog nadrukkelijk gezegd dat alle CID -dilemma's aan de korpsleiding moeten worden voorgelegd. Dat is niet gebeurd."  Terwiel zegt evenwel niet te begrijpen dat de CID-agent die de vernietiging daadwerkelijk heeft uitgevoerd, alleen te horen heeft gekregen dat hij zich niet meer met deze zaak mag bezighouden. "Alleen de hoogst verantwoordelijken wordt de kwestie zwaar aangerekend. Daar heb ik mijn vraagtekens bij."  Het op non-actief stellen van de verantwoordelijke CID-officier van justitie C. van der Voort heeft grote consequenties voor het werk van het zogeheten Copa-team dat de drugshandel van Bouterse onderzoekt. Van der Voort is de enige officier die van alle ins-en-outs van dit onderzoek op de hoogte is. Hij heeft dit voorjaar van Docters van Leeuwen het groene licht gekregen de dagvaarding voor te bereiden van de Surinaarnse ex-legerleider.  De Haagse procureur-generaal kondigde eerder aan dat de strafzaak binnen een jaar wordt gehouden. Of hij het eens is met het volledig op non-actief stellen van Van der Voort wil de woordvoerder van Docters niet zeggen. "Daar gaat het nu niet om. Het treffen van disciplinaire maatregelen is een bevoegdheid van de nünister".  Sorgdrager neemt de kwestie in ieder geval hoog op. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze dat deze zaak "een grove inbreuk maakt op het vertrouwen in politie en openbaar ministerie". Ze heeft de rijksrecherche belast met het bestuderen van het handelen van de betrokken functionarissen. Bij de Haagse politie hoopt men dat Van der Voort hooguit wordt berispt wegens falend optreden als CID -officier van justitie maar wel toestemming krijgt om de strafzaak tegen Bouterse en andere drugsverdachten af te handelen. Het disciplinaire onderzoek gaat naar verwachting drie weken duren.
 
 
22.4 STRAFFEN LEIDSE POLITIE OM BALPENZAAK
 LEIDERDORP, 6 SEPT. 1997  Korpsbeheerder Goekoop van de politie Hollands Midden heeft P. Heskes, hoofd korpsrecherche van de politieregio, ontheven uit zijn functie. Hij krijgt een andere werkplek in het korps. De man vernietigde volgens de korpsbeheerder en burgemeester van Leiden ten onrechte dossiers over de zogenoemde balpenzaak.  Daarbij werd een 27-jarige student ervan verdacht in mei 1991 zijn 53-jarige moeder te hebben vermoord door haar met een kruisboog een balpen in het oog te schieten.  Ook de betrokken chef informatie -inwinning van Hollands Midden is disciplinair gestraft. Hij krijgt een andere functie binnen de korpsrecherche. Beiden accepteren volgens een woordvoerder van de politie de opgelegde strafmaatregelen.  Uit een onderzoek van de rijksrecherche bleek dat de twee, samen met officier van justitie C. van der Voort, dossiers over een informant in de balpenzaak te hebben vernietigd. Het drietal ging bewust in tegen de beslissing van het gerechtshof in Den Haag. Dat had bepaald dat korpsbeheerder Goekoop de rechtbank in Den Haag inzicht moest geven in de omstreden stukken.  Van der Voort werd eerder dit jaar door minister Sorgdrager (Justitie) op non-actief gesteld, mede wegens de zaak van de balpenmoord. Hij is pas benoemd tot officier van justitie in Breda.  In september 1995 werd de balpenzaak heropend. Uiteindelijk sprak het hof in Den Haag de student vrij wegens gebrek aan bewijs.  Eind 1994 zijn de kinderen van de overledene een civiele procedure gestart om inzage in de stukken van het onderzoek te krijgen. Goekoop weigerde dit aanvankelijk.  Wel respecteerde hij uiteindelijk de beslissing van het hof om de Haagse rechtbank inzage te geven. (ANP)
 
 

http://www.euronet.nl/users/temagm/blaauw/blaauw.html#ballpoint

Is dat nog steeds gewoonte, die geheime rapporten?Nu zijn we in de negentiger jaren. Nu heb je de geheime trajecten van de CID. Ik heb daar tegen geageerd, daar reageert trouwens ook niemand op. Ik geef u een concreet voorbeeld: de ballpointaffaire. Daar wordt een dossier vernietigd, terwijl de rechter heeft bepaald, dat dat stuk aan de rechtbank moet worden gegeven en die beoordeelt of dat stuk prijsgegeven kan worden. Wat doet de politie dan: die vernietigt dat stuk. Waarom? Vermoedelijk om de informant te beschermen. Wanneer de politie zegt, dat zij de identiteit van een informant willen beschermen, zeg ik, een naam van een informant kun je ook aanduiden met een nummer. En in een afzonderlijke kaartenbak kun je dan zien wie dat dan is. Nou weet ik wel, dat als je een compleet verhaal leest, je in een aantal gevallen, het is te herleiden, wie dat was. Maar het gaat er om of de feiten kloppen en als je in zo'n zaak gaat rotzooien, zoals in de ballpointzaak... Ik zou die zaak best willen onderzoeken. Het zou de moeite waard zijn om dat dossier te bestuderen. Maar dat belangrijke stuk is vernietigd. Commissaris J.A. Blaauw
 
 Stelling XVBij de vervolging van de verdachte van de “Leidse Balpenmoord” (feitelijk: Leidse Balpendood)heeft het Openbaar Ministerie de verdenking op zich geladen het eigen prestige belangrijker te vinden dan de aantoonbare onschuld van de verdachte.

Stellingen behorende bij het proefschrift Discrete - Time Process Algebra van Jan Joris Vereijken

 
 
 

Scherpslijperij bij balpenmoord

Herbert Blankesteijn, De Volkskrant 2-3-'96


Volgens Martijn van Calmthout kun je uit de schietproeven die in verband met de balpenmoord zijn uitgevoerd niet de conclusie trekken dat de verdachte onschuldig is. Hij beroept zich daarbij op 'kentheoretische' overwegingen. Van Calmthouts bijdrage (Volkskrant 24-2-'96) werkt onnodig vertroebelend op de discussie over deze zaak.

Van Calmthout meent dat er geen theoretische voorspelling van de uitkomsten was en vindt dat een bezwaar. Nu is er geen enkel kentheoretisch bezwaar tegen het lukraak doen van proeven, als de analyse van de resultaten maar deugt, en als de proeven herhaalbaar zijn. Maar er was wèl een voorspelling. Al was het niet in de strikt natuurkundige zin van een vooraf berekende uitkomst, de voorspelling was, op grond van oogheelkundige overwegingen, dat het niet mogelijk zou zijn een balpen in een hoofd te schieten. Het doel van de eerste proeven in Groningen was zelfs expliciet om deze veronderstelling te bevestigen, maar de initiatiefnemers hebben laten zien dat ze open stonden voor andere resultaten dan de verwachte. Toen bleek dat je onder sommige omstandigheden een pen wèl door een oogkasdak heen kunt krijgen kwam aan het licht dat de pen daarbij op een karakteristieke manier werd beschadigd. De hypothese werd vervolgens dat het niet mogelijk zou zijn een balpen met een kruisboog onbeschadigd in een hoofd te krijgen. Die hypothese is getest aan de universiteit van Groningen op een varkenskop en een mensenhoofd, aan de universiteit van Amsterdam op een mensenhoofd, aan de universiteit van Leiden op een model van piepschuim en in het Gerechtelijk Laboratorium op een model van gelatine. Geen weerleggingen, alleen bevestigingen. Aanvullend literatuuronderzoek leverde tientallen gevallen op van vergelijkbaar letsel, waarbij in geen enkel geval sprake was van poging tot moord (laat staan met een kruisboog) en in bijna alle gevallen van een val op een scherp voorwerp - de alternatieve verklaring voor de dood van het slachtoffer. Deze alternatieve verklaring werd verder ondersteund door proeven in Leiden waarbij een piepschuimen model op een pen werd gegooid. Daarbij bleek de pen in het model te verdwijnen zonder dat hij stuk ging, net als bij het slachtoffer. Ten overvloede was er een eenvoudige natuurkundige verklaring voor het verschil tussen pen-vliegt-in-hoofd en hoofd-valt-op-pen: in het eerste geval ondergaat de pen grote versnellingen en in het tweede niet. Tegen deze samenhangende achtergrond is Van Calmthouts stelling onbegrijpelijk dat 'de enige wetenschappelijke conclusie is, (...) dat het in negentien proefschoten niet is gelukt'. Dat is filosofische scherpslijperij. Niets is zeker, nee, dat weten we. Hoeveel keer moet je een kanonskogel van de Toren van Pisa gooien voor je zeker weet dat hij nooit omhoog valt? Misschien waren de schietproeven zelfs een collectieve hallucinatie. Misschien hebben alle onderzoekers en aanwezige getuigen wel gejokt, en is het literatuuronderzoek gefingeerd. Er is genoeg onderzoek gedaan, en zijn genoeg onderling onafhankelijke gegevens. Nu nog stellen: 'misschien hadden de onderzoekers wel pech en de moordenaar geluk' is strikt logisch juist, maar wetenschappelijk niet te verdedigen.  
 
 

http://rechten.kub.nl/campus/recht/topics/042_nlnet_balpenmoord.htm

Neurochirurg Van Duine beweert dat er in deze zaak waarschijnlijk sprake is geweest van moord. In het fragment wordt in het kort de geschiedenis van deze zaak verteld. In 1991 wordt in Leiden dode vrouw gevonden met balpen in haar hersenen. Volgens haar man is ze op de pen gevallen, andere beweren dat ze er met een balpen en een kruisboog door haar oogkas is geschoten. Vermoord dus. Maar overtuigend bewijs is nooit geleverd. Neurochirurg Van Duine komt nu met nieuwe argumenten.Personen
Worst (hoogleraar)Bron  NL Net (TV West)  Lengte: 2'54" Datum: voorjaar 2001
Code: CDA3

Na inloggen mededeling: U bent niet gemachtigd deze video te bekijken. (…)

 
   
 Geen nieuwe zaak Leidse balpenmoordDEN HAAG - Het openbaar ministerie in Den Haag gaat de geruchtmakende Leidse balpenzaak niet heropenen. Ondanks het feit dat uit een nieuwe wetenschappelijke studie blijkt dat de theorie dat de balpen met een kruisboog op het slachtoffer is afgeschoten, waarschijnlijker is dan de optie dat de vrouw in de pen viel, laat justitie de zaak rusten. Zo kan Leidenaar R.T., die vijf jaar geleden door het gerechtshof van de moord op zijn moeder werd vrijgesproken, volgens de wet niet opnieuw voor hetzelfde feit worden vervolgd. Justitie kan alleen een zaak heropenen als verdachten zijn veroordeeld. T. werd vrijgesproken, omdat het hof het niet wettig en overtuigend bewezen achtte dat hij zijn moeder in 1991 had vermoord. De vrouw overleed nadat een balpen via haar oog tussen haar hersenkwabben terechtkwam. De zoon werd van het vermeende misdrijf verdacht omdat hij tegen zijn therapeute had gezegd dat hij de pen met een kruisboog op zijn moeder had afgeschoten. di 19 juni 2001 De Telegraaf   
 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl  
 

Wie is online

We hebben 60 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.