Uitspraak wrakingskamer
Op 14 juni 2011 heeft mr. J.Y Taekema, namens de verdachte M.Y., de raadsheren die de ’snelkookpan’-zaak behandelen gewraakt. De wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag het wrakingsverzoek afgewezen. Zij stelt dat wraking geen middel is om inhoudelijke beslissingen ter discussie te stellen.
Redenen wrakingsverzoek
De advocaat van M.Y. heeft in de kern genomen twee redenen voor de wraking aangevoerd. Het hof heeft onderzoekswensen, waaronder het verzoek om een forensisch medisch contra-onderzoek te laten uitvoeren, afgewezen. Tevens heeft het hof beslist dat niet nu, maar bij de einduitspraak op bepaalde getuigenverzoeken zal worden beslist.
De raadsman vindt dat uit die beslissingen blijkt dat de raadsheren vooringenomen zijn of dat de verdachte op zijn minst daar objectief gezien bevreesd voor kan zijn. Hij stelt dat daardoor aan de verdachte een eerlijk proces wordt onthouden.
Criterium beoordeling
Bij de beoordeling van het wrakingsverzoek geldt als criterium dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dit tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomendheid koestert, althans dat bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Raadsheren niet vooringenomen en geen objectief gerechtvaardigde vrees daartoe
Het hof is van oordeel dat het wrakingsverzoek is gericht tegen inhoudelijke –juridische-beslissingen. Die beslissingen zijn ter terechtzitting gemotiveerd toegelicht. Dat de verdachte het niet eens is met deze inhoudelijke beslissingen is niet een uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing vormt dat de raadsheren vooringenomen zijn. Het is ook geen reden voor een objectief gerechtvaardigde vrees bij de verdachte dat de raadsheren vooringenomen zijn. Zoals de advocaat-generaal stelde: wraking is geen hoger beroep.
Aangezien het wrakingsverzoek is afgewezen, gaan dezelfde raadsheren door met de behandeling van de zaak.
Wraking van de wrakingskamer eveneens afgewezen
Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek op 14 juni 2011 heeft de advocaat ook de wrakingskamer gewraakt. De reden daarvoor was dat hij vond dat het wrakingsprotocol van het hof niet was nageleefd
Dit wrakingsverzoek is door een andere wrakingskamer nog diezelfde dag behandeld en afgewezen. Deze wrakingskamer vond dat niet is gebleken dat in deze spoedeisende zaak het protocol was geschonden en zelfs als dat zo geweest zou zijn, dan zou dat niet een uitzonderlijke omstandigheid zijn die een zwaarwegende aanwijzing zou vormen dat de raadsheren van de wrakingskamer vooringenomen zouden zijn.
Nu het verzoek was afgewezen kon de oorspronkelijke wrakingskamer op 14 juni de behandeling voortzetten en uitspraak doen.
|
 |
| Datum uitspraak: | 16-06-2011 | | Datum publicatie: | 16-06-2011 | | Rechtsgebied: | Handelszaak | | Soort procedure: | Hoger beroep | | Inhoudsindicatie: | Wraking: het middel van wraking is niet bedoeld om inhoudelijke beslissingen ter discussie te stellen. Daartoe dienen de gewone rechtsmiddelen als hoger beroep en cassatie. |
|
 |
 |
|
|
GERECHTSHOF AMSTERDAM sector handel
beschikking van de wrakingskamer inzake het op 14 juni 2011 door:
[ VERZOEKER ], verzoeker, geboren te [ plaatsnaam ] (Land) op [ geboortedatum ], thans verblijvend in penitentiaire inrichting [ plaatsnaam ], advocaten: mr. J. Y. Taekema en mr. N. Harlequin, te Den Haag,
mondeling ter terechtzitting van de eerste meervoudige strafkamer gedane wrakingsverzoek.
Het geding
Verzoeker wordt hierna [ Verzoeker ] genoemd.
Het verzoek tot wraking met zaaknummer 200.088.856/01 is door mrs. J.Y. Taekema en N. Harlequin namens [ Verzoeker ] 14 juni 2011 mondeling gedaan tijdens de openbare terechtzitting in de zaak met parketnummer [ parketnummer ]. Het betreft de wraking van mrs. W.M.C. Tilleman, M.J.L. Mastboom en N. van der Wijngaart, voorzitter en leden van de eerste meervoudige kamer voor strafzaken.
De wrakingskamer heeft het verzoek in het openbaar behandeld op 14 juni 2011 te 15.00 uur. Daarbij is [ Verzoeker ] in persoon verschenen, vergezeld van zijn advocaten voornoemd en een tolk, de heer A. Dönmez, die, voorzover nodig, al hetgeen bij de behandeling is besproken of voorgelezen, heeft vertaald. Ook mrs. Tilleman, Mastboom en Van der Wijngaart zijn verschenen. Het verzoek is mondeling toegelicht door mr. Taekema.
Mrs. Tilleman, Mastboom en Van der Wijngaart hebben niet berust in de wraking. Mr. Tilleman heeft verklaard dat hetgeen in het stuk inhoudende de ter terechtzitting van 14 juni 2011 door de eerste strafkamer genomen beslissingen is vermeld, (ook) zal worden opgenomen in het nog op te maken proces-verbaal van de zitting van 14 juni 2011.
Tevens is verschenen mr. C.L. de Jong, advocaat-generaal bij het gerechtshof Amsterdam. Zij heeft ter zitting het woord gevoerd en geconcludeerd tot gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek en tot afwijzing daarvan voor het overige.
Beoordeling
1.1. Naar de kern genomen houdt het betoog van [ Verzoeker ] in dat de strafkamer minst genomen de gerechtvaardigde vrees heeft gewekt voor de schijn van partijdigheid bij de wijze waarop zij aan namens hem geformuleerde onderzoekswensen voorbij is gegaan, of een beslissing op die verzoeken heeft aangehouden. Het gaat daarbij onder meer om het verzoek om een forensisch medisch contra-onderzoek te gelasten. Dit verzoek was gebaseerd op een brief van 7 juni 2011 van mw. drs. S.J.M. Eikelenboom-Schieveld. Volgens [ Verzoeker ] is het een belangrijk nieuw feit dat mw. Eikelenboom ernstige kritiek heeft op het door het NFI uitgevoerde onderzoek en niet uitsluit dat dit tot een gerechtelijke dwaling kan leiden, zodat het door de voorzitter uitgesproken oordeel dat zij "niets nieuws heeft gehoord" blijk geeft van vooringenomenheid, althans de vrees daarvoor rechtvaardigt. Voorts heeft de voorzitter niet gezegd dat het onderzoek niet “noodzakelijk" is, terwijl dat wel in de schriftelijke weergave van de beslissing is vermeld. Tevens baseert de raadsman van [ Verzoeker ] zijn verzoek tot wraking op de beslissing van het hof om bij (al dan niet interlocutoir) arrest te beslissen op het verzoek van [ Verzoeker ] om getuigen op te roepen, onder wie met name [ Getuige ]. [ Getuige ] is volgens hem een belangrijke getuige, die mogelijk kan aangeven waar [ X ] zich bevindt. [ Getuige ] bevindt zich regelmatig in [ Land 1 ] en slechts af en toe in [ Land 2 ]. Er zijn aanwijzingen dat hij thans in [ Land 2 ] is, zodat spoed geboden is. Het aanhouden van de beslissing kan ertoe leiden dat hij niet meer kan worden gehoord. De strafkamer heeft aldus geweigerd "het ijzer te smeden wanneer het heet is". Door dit alles heeft de strafkamer [ Verzoeker ] de kans ontnomen belangrijk door de verdediging verzocht onderzoek te doen, zodat [ Verzoeker ] een eerlijk proces, met name het recht op equality of arms, wordt onthouden.
1.2. [ Verzoeker ] zelf heeft – kort samengevat - verklaard de beslissingen die ten aanzien van de onderzoekswensen door het hof genomen zijn, te beschouwen als stelselmatige weigeringen tot het doen van onderzoeken en het horen van getuigen en meent dat deze beslissingen voldoende aanwijzing geven voor het oordeel dat er sprake is van gebrek aan onpartijdigheid dan wel van de gerechtvaardigde vrees daarvoor.
1.3. De advocaat-generaal heeft - kort samengevat - naar voren gebracht dat de gronden voor de wraking zoals die ter terechtzitting van 14 juni 2011 van de strafkamer zijn aangevoerd en ter terechtzitting van de wrakingskamer nader zijn toegelicht, naar haar oordeel niet kunnen leiden tot gegrondverklaring van het wrakingsverzoek. Wraking is geen hoger beroep. Dat het hof nader onderzoek afwijst en een beslissing tot het horen van getuigen aanhoudt, betekent niet dat het hof vooruitloopt op de in het arrest te nemen beslissingen of anderszins de schijn van partijdigheid op zich laadt. De advocaat-generaal geeft aan dat zij tijdens de behandeling van de strafzaak letterlijk heeft opgeschreven wat de voorzitter heeft gezegd. Zij bevestigt dat - zoals in de op schrift gestelde beslissingen is vermeld - de woorden “niet noodzakelijk” zijn gezegd. Overigens is in een eerder stadium, dat kan zijn november 2010 of maart 2011, reeds besloten de beslissing tot het al dan niet horen van getuigen aan te houden, en derhalve had, indien de verdediging daar een wrakingsgrond in zag, op dat moment om wraking verzocht moeten worden, zodat het verzoek in zoverre thans tardief is en [ Verzoeker ] niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
1.4. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie, elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
1.5. Op grond van het eerste lid van artikel 513 Sv dient dit verzoek schriftelijk en gemotiveerd te worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn. Artikel 513 lid 2 Sv bepaalt dat het verzoek schriftelijk en gemotiveerd geschiedt en dat het tijdens de terechtzitting ook mondeling kan geschieden.
1.6. Het hof neemt tot uitgangspunt dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomenheid koestert, althans dat bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
1.7. Uit hetgeen [ Verzoeker ] ter motivering van zijn verzoek heeft aangevoerd, blijkt dat hij van mening is dat mrs. Tilleman, Mastboom en Van der Wijngaart de schijn van partijdigheid op zich hebben geladen wegens de beslissingen die zij hebben genomen op de door verzoeker geformuleerde onderzoekswensen. Deze wensen betreffen het verzoek tot het gelasten van een forensisch medisch contra-onderzoek en het horen van getuigen, onder wie [ Getuige ].
1.8. Het hof oordeelt hierover als volgt. Het wrakingsverzoek ziet uitsluitend op inhoudelijke beslissingen, namelijk op de beslissingen over de vraag of er wel of niet een forensisch medisch contra-onderzoek moet worden uitgebracht en of getuigen dienen te worden gehoord. Gebleken is dat de voorzitter van de eerste meervoudige strafkamer ten aanzien van de genomen beslissingen ter zitting heeft uiteengezet welke overwegingen daaraan ten grondslag hebben gelegen. De omstandigheid dat verzoeker het niet eens is met deze inhoudelijke beslissingen levert niet op een uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat mrs. Tilleman, Mastboom en Van der Wijngaart jegens [ Verzoeker ] vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij [ Verzoeker ] dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is, en kan derhalve niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
1.9. De slotsom op grond van het vorenstaande is dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van mrs. Tilleman, Mastboom en Van der Wijngaart schade zou kunnen lijden. Het verzoek tot wraking zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
Het hof:
wijst af het verzoek tot wraking.
Deze beschikking is gewezen door mrs. T.A.C. van Hartingsveldt, S. Clement en G.C.C. Lewin en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2011 in aanwezigheid van de griffier.
|
 |
 |