drs. J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl 
Inleiding CSE Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam

Dekolonisatie is het na 1945 op gang gekomen proces van beëindiging van de koloniale overheersing van grote delen van Afrika en Azië.
De grote Europese rijken zoals het Engelse en het Franse hadden in de 19e eeuw hun koloniën verder uitgebreid.
Bij de overeenkomst van Fashoda in 1896 verdeelden de Engelsen en de Fransen Afrika onder elkaar.
Africa in the Early Twentieth Century

Duitsland dat pas in 1871 als eenheidsstaat was ontstaan wilde ook wel koloniën maar viste, op en klein aantal uitzonderingen na, achter het net.
Engeland was onbetwist de grootste koloniale macht in 1914

Na Engeland kwam Frankrijk in 1914

Een van de dieperliggende oorzaken van het ontstaan van de 1e Wereldoorlog was het Moderne imperialisme (Streven van Europese staten naar koloniën om grondstoffen en afzetgebieden buiten Europa te verkrijgen voor hun moderne industriën)
Uiteindelijk zou door de 1e Wereldoorlog het in 1815 door het Congres van Wenen: (Onder leiding van de Oostenrijkse Staatsman Von Metternich (1773-1859) werd een machtsevenwicht tot stand gebracht tussen de vijf grote mogendheden: Engeland, Pruisen, Rusland, Oostenrijk en Frankrijk waardoor Europa bijna een eeuw van betrekkelijke rust kende) bereikte machtsevenwicht worden doorbroken en het einde betekenen van het Oostenrijks - Hongaarse Rijk, het Turkse Rijk en het Tsaristisch Rusland (dat grote gebieden verloor door het bij de Vrede van Versailles(1919) gecreëerde Cordon Sanitair ( dit had als doel Europa af te schermen van het tot stand gekomen communistische Rusland door een gordel van staten rondom Rusland te laten ontstaan: Polen, de Baltische Staten Estland, Letland en Litouwen, tsechoslowakijke, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Joegoslavië en Albanië.)
Engeland en Frankrijk slaagden er na de 1e Wereldoorlog in om via de Volkenbond hun al eerder in het geheim gesloten Sykes - Pikot verdrag te verwezenlijken doordat zij namens de Volkenbond de door hun beoogde gebieden als mandaatgebied ( gebied bestuurd in naam van de Volkenbond) konden verwerven. Frankrijk kreeg het toezicht over Syrië en Libanon en Engeland Palestina en Trans Jordanië. Kortom ze bleven als imperialistische machten bestaan.
Toch was er door de 1e Wereldoorlog een nieuwe machtige staat op het wereldtoneel gekomen: De Verenigde Staten. Dat land zou zich echter terugtrekken in het Interbellum( tijdperk tussen de beide wereldoorlogen) in het zogenaamde isolationisme(men hield zich alleen met de eigen achtertuin bezig - Midden - en Zuid Amerika). Maar men was economisch zeker niet isolationistisch.
De 2e Wereldoorlog zou het begin inluidden van het einde van de koloniale macht van Frankrijk en Engeland omdat in veel landen het al latent aanwezige nationalisme(het streven van een natie naar een eigen staat en/of de overtuiging dat de eigen natie de beste is van allemaal) door de gebeurtenissen nu actief werden beïnvloed. De Japanners maakten er in Azië dankbaar gebruik van om de anti - koloniale gevoelens te bevorderen.

Nu de rol van Engeland en Frankrijk als grootmacht blijkbaar voorbij was werd het de wereld snel duidelijk dat de uitkomst van de 2e wereldoorlog er toe had geleid dat en twee antagonistische stelsels tegenover elkaar stonden namelijk het kapitalisme vertegenwoordigd door de Verenigde Staten en het communisme vertegenwoordigd door de Sovjet Unie.
Biede machten verdeelden hun invloedsfeer (Buitenlands gebied waar een staat grote invloed heeft) in Europa, de Verenigde Staten in West Europa en de Sovjet Unie in Oost Europa (het omgekeerde cordon sanitair van Stalin). Europa werd nu verdeeld door het IJzeren Gordijn ( zoals Churchill het in 1946 in zijn beroemd geworden Fulton rede uitdrukte(From Stettin to the Baltic...) . Een situatie die uiteindelijk voortkwam door de achtereenvolgende conferenties van Teheran, Jalta en Potsdam waarbij de geallieerden afspraken hadden gemaakt over de toekomstige status quo in Europa.
Nadat de voormalige geallieerden hadden afgerekend met het Nazi - Duitsland kwamen de oude tegenstellingen tussen kapitalisme en communisme weer naar boven. Dat werd o.a. door de door Stalin geëntameerde blokkade van Berlijn nog bevorderd en de Koude Oorlog ( De politieke , ideologische en economische rivaliteit tussen het kapitalistische Westen en het communistische Oostblok) was ontstaan.


In Europa zou men de status quo handhaven, die ontstaan was na de 2e Wereldoorlog en zou de Koude Oorlog blijven bestaan tot 1991. Maar buiten Europa zouden de twee tegengestelde maatschappijsystemen wel in een regelrechte militaire confrontatie tegenover elkaar komen te staan.
De eerste directe confrontatie (we laten de Chinese burgeroorlog tussen de communisten onder leiding van Mao en gesteund door de Sovjet Unie en de nationalisten onder leiding van Tsjang Kai Tsjek gesteund door de Verenigde Staten hier even buiten beschouwing) was de Korea oorlog ( Oorlog tussen Noord en Zuid Korea, uitgebroken in juni 1950 toen Noord Koreaanse troepen Zuid - Korea binnenvielen. deze aanval was in overleg met Moskou voorbereid. De Veiligheidsraad ( hierin zijn vertegenwoordigd de 5 permanente leden en 10 wisselende leden. Alleen de 5 permanente leden hebben veto recht. dat zijn Engeland, Frankrijk, Verenigde Staten, Rusland en Nationalistisch China tot 1971 daarna Communistisch China) van de Verenigde Naties, die op dat moment werd geboycot door de Sovjetunie, besloot een interventieleger te sturen om Zuid - Korea te steunen. de VN troepen, vooral bestaande uit Amerikanen (maar ook veel andere landen leverden contigenten soldaten waaronder ook Nederland) onder opperbevelhebber Mac - Arthur dreven de Noordkoreanen terug.

De Koreaanse Oorlog
1950 - 1953
Toen het VN - leger de Chinese grens naderde wierp China een leger in de strijd. In de Verenigde Staten gingen toen stemmen op om de atoombom in te zetten en Mac Arthur voelde daar ook wel voor. Truman gaf vervolgens Mac Arthur ontslag en benoemde een nieuwe opperbevelhebber die tot een wapenstilstand besloot. Bij de wapenstilstand in Panmoenjon (juni 1953) werd de 38e breedtegraad erkend als grens tussen de beide Korea's. De Verenigde staten en de Sovjet Unie stelden zich garant voor de naleving van het bestand; een formeel vredesakkoord werd niet getekend.
De tweede confrontatie was Viëtnam.
De oude imperiale machten Frankrijk en Engeland (ook Nederland verloor Ned - Indië) verloren door het nationalistische streven van veel koloniën hun Imperiale macht. Er was in veel landen een machtsvacuüm ontstaan waarin de twee grootmachten op het toneel verschenen.
De Verenigde Staten zagen het als hun opdracht de waarden die men sinds het ontstaan van de Verenigde Staten in de eigen grondwet had opgenomen, vrijheid en democratie, over de wereld te verspreiden. Daar waar Engeland en Frankrijk niet meer in staat bleken hun belangen te verdedigen namen de Verenigde Staten die rol over.
Zo ontstond de zogenaamde Trumandoctrine (President Truman stelde dat de VS elk land zou helpen dat bedreigd werd door het communisme) Engeland kon de situatie in Griekenland, bugeroorlog met een grote rol van de communisten, niet meer aan en Frankrijk betrok de Verenigde Staten in het overleg over de toekomst van Viëtnam in de de zogenaamde Geneefse Akkoorden , nadat het verslagen was in de zogenaamde Vlakte der Kruiken ook wel de nederlaag bij Dien Bien Phu genoemd ( Plaats in het Noorden van Viëtnam, waar het Franse koloniale leger op 7 mei 1954 in de strijd tegen de Vietnamezen een beslissende nederlaag leed.) Deze veldslag betekende het einde van het Franse bewind in Indo - China.
De Verenigde Staten zagen voor zichzelf een rol weggelegd omdat men uitging van de Dominotheorie (de angst dat na een communistische overwinning in een bepaald gebied ook andere gebieden in die regio in communistische handen zouden vallen)
De dominotheorie was voor de Verenigde Staten een van de belangrijkste redenen om zich in Viëtnam tegen de opmars van het communisme te verzetten en in Zuid Viëtnam een anticommunistisch bewind op de been te houden. Men verwees daarbij naar de Oost - Europese landen die tussen 1945 en 1948 onder de Sovjet invloedssfeer kwamen en toen in 1949 op het vasteland van China Mao er in slaagde de strijd definitief in zijn voordeel te beslissen en de Volksrepubliek China ontstond onder de Chinese Communistische Partij zag men de voorspellingen uitkomen.
De ontwikkeling van het communisme in de wereld

De VS reageerde op de communistische wereldopmars door een gordel van militaire bondgenootschappen rondom de Sovjet Unie en rondom Communistisch China op te richten voorbeelden daarvan de NATO en de ZOAVO.
De onder Truman ontwikkelde politiek van Containment (Indamming van het communisme. Deze politiek werd bedacht door George Kennan. Hij wilde daarmee de verspreiding van het communisme voorkomen in de hoop dat het op den duur aan zijn interne problemen ten onder zou gaan) veranderde onder President Eisenhouwer en zijn minister van Buitenlandse zaken John Foster Dulles in de zogenaamde "roll back policy"( de politiek van terugdringing van communistische invloed in de wereld. In theorie ging de "rollback" verder dan de containment politiek).
De Koude Oorlog tussen 1960 en 1991


Uiteindelijk zou de terugdringing van het communisme in Viëtnam, onder de presidenten Kennedy en Johnson, escaleren in een regelrechte militaire confrontatie tussen de grootmacht de Verenigde Staten als hoeder van de 'vrijheid' en het communisme onder leiding van Ho Tsji Min uit het Noorden van Viëtnam boven de 17e breedtegraad.
Een onafhankelijkheidsoorlog tussen de nationalisten in Viëtnam tegen de koloniale macht Frankrijk mondde uiteindelijk uit in een militaire confrontatie tussen het communisme en kapitalisme waarbij de kapitalistische grootmacht de VS uiteindelijk in 1975 zou worden verslagen. Ondanks de pogingen van President Nixon de oorlog te Viëtnamiseren
Ga nu verder met het doornemen van het door mij samengestelde overzicht.
Verder is een meer dan uitstekende site over de oorlog in
Viëtnam de site van het Nationaal Archief

Foto genomen tijdens mijn bezoek aan Washington op 8 juli 2008. Hier zijn in natuursteen alle namen van Amerikaanse slachtoffers van de Vietnam oorlog vermeld.
Geïdentificeerde en ongeïdentificeerde slachtoffers, want nog steeds zijn niet alle slachtoffers opgespoord.
Familieleden van slachtoffers zie je met behulp van potlood de naam van hun familielid op papier doordrukken.
drs. J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl 
CSE dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam CSE 2005-2006 en 2010
Inhoudsopgave:
1) Historisch kader
2) Dekolonisatie in Zuid – Oost Azië
3) Kolonisatie en dekolonisatie van Vietnam
3a) Nationalisme, communisme en dekolonisatie in Vietnam
3b) De Akkoorden van Genève
4) Noord- en Zuid Vietnam na 1954
4.1 Noord-Vietnam: Het regime van Ho Chi Minh
4.2 Zuid-Vietnam: het regime van Ngo Dinh Diem
4.3 Noord en Zuid-Vietnam in het krachtenveld van de Koude Oorlog
5) Waardoor bleef een overwinning in Vietnam voor de Verenigde Staten uit ?
5.1) Uitgangspunten van de Amerikaanse strategie
5.2) Falende strategie
5.3) Steun van bondgenoten
5.4 Het einde van de Amerikaanse interventie in Vietnam
6) Literatuurlijst 1) Historisch kader
Vietnam ligt in Zuid-Oost-Azië en telt ongeveer 77 miljoen inwoners. Het land heeft een tropisch klimaat en bezit geen bodemschatten van betekenis, maar is erg vruchtbaar, vooral in het zuiden. Het laagland van Vietnam wordt gekenmerkt door twee grote rivierdelta’s, de Rode Delta in het noorden en de Mekongdelta in het zuiden. Dankzij irrigatie en bedijking is rijstverbouw hier een belangrijk bestaansmiddel. Meer landinwaarts is het noorden en midden van Vietnam erg bergachtig; de omstandigheden voor landbouw zijn hier moeilijker. In het noorden grenst Vietnam aan China. Dit feit heeft het verloop van de Vietnamese geschiedenis sterk bepaald. Vaak was er sprake van Chinese overheersing in Vietnam en hoewel de Vietnamese en de Chinese cultuur daardoor veel overeenkomsten vertonen, is de verhouding tussen beide volkeren altijd gevoelig gebleven. Ook in de 20e eeuw balanceerde met name het Noorden van Vietnam tussen samenwerking met de Volksrepubliek China en het voorkomen van een te veel aan Chinese invloed in eigen land. In de Vietnamoorlog is de ligging nabij en de relatie met deze grote communistische mogendheid waarschijnlijk van doorslaggevende betekenis geweest.
De 20e eeuw zag de opkomst van drie grote mogendheden, waarvan twee, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie, vanaf de Tweede Wereldoorlog de wereldpolitiek gingen bepalen. Zij vertegenwoordigden twee ideologisch geïnspireerde systemen, die elkaar wederzijds uitsloten: een samenleving waarin het individu centraal staat en die is gebaseerd op westerse waarden als vrijheid en democratie en een samenleving waarin het collectief centraal staat en waarden als gelijkheid en solidariteit. Beide systemen hadden globalistische aspiraties - bij het communisme gold lange tijd de ‘wereldrevolutie’ als een van de belangrijkste uitgangspunten - die zij met deze idealen rechtvaardigden. Onduidelijk was echter steeds waar idealisme ophield en eigenbelang begon. De 20e eeuw zag ook de afbraak van de grote koloniale rijken die West-Europese mogendheden in de voorafgaande eeuwen hadden opgebouwd in Azië en Afrika. De dekolonisatie die na de Tweede Wereldoorlog z’n beslag kreeg, was in Azië in de jaren twintig en dertig al zichtbaar in de vorm van een toenemend zelfbewustzijn van gekoloniseerde volkeren en nationalistische bewegingen. Het communistische gedachtegoed, waarin het einde van zowel het kapitalisme als het kolonialisme werd voorzien, sloot goed aan bij het streven naar onafhankelijkheid en veel nationalistische bewegingen waren – mede – communistisch geïnspireerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Koude Oorlog met name werd uitgevochten in wat later de ‘Derde Wereld’ zou gaan heten. In de onafhankelijkheidsstrijd van veel koloniën werden nationalistische en Koude Oorlogsmotieven vermengd. Toen het Franse koloniale bewind in Indochina zich niet langer zelfstandig kon handhaven, schoten de VS te hulp. De Koude Oorlog vereiste volgens de toenmalige opvattingen van beleidsmakers in de VS vervolgens een blijvende Amerikaanse aanwezigheid in de regio. Uiteindelijk werden de drie grote mogendheden, die alle beschikten over kernwapens, bij het conflict betrokken. De oorlog had voor Vietnam zelf rampzalige gevolgen, maar escaleerde ondanks het diepe wantrouwen dat in deze Koude Oorlogsjaren de verhoudingen tussen de wereldmachten kenmerkte, niet tot een wereldwijd of nucleair conflict. Tot circa 1960 hadden veel Amerikanen nog nooit van Vietnam gehoord. Vanaf dat jaar ging de strijd in dat land het nieuws in de VS steeds meer beheersen. De Amerikaanse betrokkenheid in de strijd tussen Noord- en Zuid-Vietnam werd ‘de Vietnamoorlog’, waar bijna iedereen in de westerse wereld op den duur een mening over had. Het werd het langstdurende conflict waar Amerikanen ooit bij betrokken waren en resulteerde in circa 58.000 doden aan Amerikaanse zijde en twee tot drie miljoen aan Vietnamese. De oorlog kostte de VS circa 150 miljard dollar en werd uiteindelijk niet door hen gewonnen. Op Vietnam werden meer bommen gegooid dan het totale aantal gebruikt in de Tweede Wereldoorlog. De oorlog verwoestte grote delen van de Vietnamese ecologische en sociaal-economische structuur. Nogal wat Amerikaanse soldaten konden na hun terugkeer wegens psychosociale en fysieke problemen hun draai in de samenleving niet meer vinden. Veel Amerikanen vroegen zich daarom naderhand af waarom de VS ooit aan dit ‘avontuur’ waren begonnen.

2)Dekolonisatie in Zuid-Oost-Azië
Grote delen van met name Zuid-Oost-Azië waren voor de Tweede Wereldoorlog koloniale bezittingen van Groot Brittannië, Nederland en Frankrijk. In veel koloniën groeide in de jaren twintig en dertig het verzet tegen de Europese koloniale overheersing. Tijdens de oorlog werden de koloniën in Azië door Japan bezet. Dit gezichts- en machtsverlies van de westerse koloniale overheden stimuleerde het reeds sluimerende nationalisme onder de inheemse bevolking. Na de Japanse capitulatie ontstond in veel koloniën een machtsvacuüm, waardoor de kracht van de nationalistische bewegingen toenam. In veel koloniën brak een strijd voor onafhankelijkheid uit. De West-Europese landen, verzwakt door de Tweede Wereldoorlog en oorlogsmoe, bleken geen van alle in staat hun koloniale rijken op de korte of langere termijn te behouden. Zodoende werden in betrekkelijk korte tijd veel staten in Azië onafhankelijk. De dekolonisatie van Zuid-Oost-Azië, waarin zowel nationalistische als communistische groeperingen een rol speelden, kreeg pas de volledige aandacht van de Amerikaanse regering na de communistische machtsovername in China in 1949 onder leiding van Mao Zedong. De Amerikaanse regering vreesde door deze machtsovername een enorm verlies van westerse invloed in Azië. De Amerikaanse regering kon haar belangen in Zuid-Oost-Azië met economische, politieke en militaire middelen behartigen:
1. het geven van economische hulp, waardoor de Amerikaanse invloed in de regio zou toenemen
2. het steunen of eventueel in het leven roepen van ‘marionettenregeringen’
3. militaire steun en eventueel militaire interventie.
De VS maakten in de jaren vijftig en zestig in Azië van al deze mogelijkheden gebruik. Het aantal Amerikaanse militaire bases werd uitgebreid en de sterkte van het Amerikaanse leger werd verdubbeld. In Zuid-Oost-Azië werd de steun aan de Franse strijd in Indochina uitgebreid door het sturen van oorlogsmaterieel en militaire adviseurs. Op aandrang van de VS bouwde Frankrijk in het zuiden van Vietnam een Vietnamese strijdkracht op, gericht tegen de communisten in het Noorden.
De angst voor olievlekwerking van het communisme in een bepaalde regio, door de Amerikanen de domino-theorie genoemd, bepaalde jarenlang de Zuid-Oost-Azië-politiek van de VS.

1. het geven van economische hulp, waardoor de Amerikaanse invloed in de regio zou toenemen
2. het steunen of eventueel in het leven roepen van ‘marionettenregeringen’
3. militaire steun en eventueel militaire interventie.
3) Kolonisatie en dekolonisatie van Vietnam
Het Franse koloniale bestuur
Vietnam werd, samen met Laos en Cambodja, in de 19e eeuw Frans Indochina.
3a) Nationalisme, communisme en dekolonisatie in Vietnam
In de jaren twintig en dertig keerden nationalistische groeperingen zich herhaaldelijk tegen het koloniale bewind van de Fransen. Zij vonden aanhangers onder zowel de boeren, de plantage- en fabrieksarbeiders als de stedelijke elite. Hun leider werd Ho Chi Minh.
Tijdens zijn verblijf in Europa kwam hij in aanraking met de socialistische en anti-imperialistische denkbeelden van het communisme, die goed aansloten bij zijn strijd voor een onafhankelijk Vietnam. Eind jaren twintig richtte hij de Indochinese Communistische partij op.
Om tijdens de Tweede Wereldoorlog het verzet tegen de Japanse bezetting te bundelen, richtte Ho Chi Minh de Vietminh op, een militante organisatie waarin alle nationalistische krachten werden verenigd onder leiding van de Vietnamese communisten.
In 1945 maakte Ho Chi Minh gebruik van het machtsvacuüm dat na de Japanse capitulatie ontstond en riep de onafhankelijke Democratische Republiek Vietnam uit. Zijn machtsbasis beperkte zich echter tot het noordelijke deel van het land en de republiek werd internationaal nauwelijks erkend. Bij zijn machtsovername verwachtte Ho Chi Minh dat de VS, gezien hun traditioneel antikolonialistische houding, hem in zijn strijd tegen de Fransen zouden steunen.
De V.S ondersteunden en financierden na de Tweede Wereldoorlog echter de koloniale strijd van de Fransen, die zij als bondgenoot in de Koude Oorlog nodig dachten te hebben. Omdat erkenning van de VS en andere westerse landen uitbleef, wendde Ho Chi Minh zich voor steun tot de SU en na 1949 ook tot China.
In het Zuiden werd het Franse koloniale bewind hersteld. Binnen een jaar raakten Franse troepen in conflict met de Vietminh. In 1954 versloeg de Vietminh de Franse troepen bij Dien Bien Phoe.
3b) De Akkoorden van Genève
Na de Franse nederlaag bij Dien Bien Phoe werd op de Conferentie van Genève in 1954 de toekomst van Vietnam besproken. Frankrijk en de Vietminh sloten een onmiddellijke wapenstilstand. Het regime van Ho Chi Minh in Noord-Vietnam werd hiermee de facto erkend. De discussie spitste zich toe op de toekomst van het Zuiden. De Noord-Vietnamezen wilden het land zo snel mogelijk verenigen. De VS wilden voorkomen dat Zuid-Vietnam ook communistisch zou worden. Uiteindelijk werd besloten tot de volgende regeling:
1) het land werd tijdelijk verdeeld langs de 17e breedtegraad
2) geen van beide delen mochten zich aansluiten bij militaire bondgenootschappen of militaire bases van andere landen op zijn grondgebied toelaten
3) in 1956 zouden nationale verkiezingen worden gehouden, waarna het land zou worden verenigd.
Om toe te zien op naleving van het akkoord werd een Internationale Commissie van Toezicht bestaande uit diplomaten uit Polen, Canada en India ingesteld. In Genève werd niet tot een verenigd en onafhankelijk Vietnam besloten, uit vrees dat dan de hele staat communistisch zou worden. In het Zuiden kwam daarom met Amerikaanse steun een westers georiënteerd, kapitalistisch regime tot stand. Na de Franse terugtrekking uit Zuid-Vietnam in 1956 besloten de VS voorts Zuid-Vietnam bij te staan bij de opbouw van het Zuid-Vietnamese leger. De eerste bepaling van de Geneefse Akkoorden betekende dat Franse en Zuid-Vietnamese troepen in het Zuiden werden geconcentreerd en de Vietminh aanzienlijke terreinwinst in het Zuiden moest opgeven. De derde bepaling, de belofte van nationale verkiezingen, die de Noord-Vietnamezen verwachtten te zullen winnen, deed de Vietminh evenwel toch akkoord gaan. De slotverklaring, waarin de datum voor de verkiezingen was gespecificeerd, werd door de VS en door de regering van Zuid-Vietnam, die officieel geen partij waren op de conferentie, niet ondertekend. De derde bepaling, waarin sprake was van nationale verkiezingen en vereniging van Vietnam, werd niet uitgevoerd. De algemene verwachting was dat Ho Chi Minh de verkiezingen zou winnen. Een verenigd Vietnam zou dus een communistisch Vietnam worden. Voor de VS was een communistische overwinning in het licht van de dominotheorie onacceptabel en betekende bovendien gezichtsverlies, gezien de Amerikaanse betrokkenheid bij Zuid-Vietnam. Ook de communistische staten drongen niet aan op naleving van de akkoorden. China had geen haast met een verenigd Vietnam: men vreesde verdere expansie van Noord-Vietnam, richting Laos en Cambodja. De SU was niet bereid voor Vietnam de relatie met de VS op scherp te stellen. China en de SU wilden, na het Koreaanse ‘avontuur’, bovendien niet het risico lopen dat er ook in Zuid-Vietnam Amerikaanse troepen gelegerd zouden worden.
In 1954 werd ook de ZOAVO opgericht, een losse, defensieve alliantie, om verdere communistische expansie te voorkomen en Amerikaanse invloed in Azië veilig te stellen. De intenties van de ZOAVO stonden op gespannen voet met de neutraliteitsclausule, een belangrijke onderdeel van de tweede bepaling van de Geneefse akkoorden. Hoewel de VS de neutraliteitsclausule van de Geneefse Akkoorden naar de letter respecteerden, poogden zij Zuid-Vietnam bij dit bondgenootschap te betrekken.
4) Noord en Zuid-Vietnam na 1954
4.1 Noord-Vietnam: Het regime van Ho Chi Minh
In de Democratische Republiek Vietnam was de politieke macht in handen van Ho Chi Minh en de Vietnamese Communistische Partij.
De eerste jaren van het communistische bewind stonden in het teken van de ‘interne revolutie’.
Om kapitaalvlucht tegen te gaan werd geleidelijk een communistische economie ingevoerd, waarbij privé-bezit van grond aanvankelijk gerespecteerd werd.
Wel kwam er een politiek van landverdeling en werden voormalige Franse bedrijven en plantages genationaliseerd. Als gevolg daarvan ging de rijstproductie zodanig omhoog dat deze in de behoeften van het land kon voorzien.
Halverwege de jaren vijftig radicaliseerde het Noord-Vietnamese bewind onder Chinese invloed.
Noord-Vietnam kreeg een planeconomie en ging over tot een ingrijpende politiek van landhervormingen met als doel de landbouwproductie verder te verhogen en de macht van de overige grootgrondbezitters te breken. Hierbij vielen veel slachtoffers en veel kapitaalkrachtige Vietnamezen weken uit naar het Zuiden om de repressie te ontvluchten. Een vijfjarenplan, dat voorzag in de ontwikkeling van zware industrie, werd niet gerealiseerd als gevolg van Amerikaanse bombardementen. De Noord – Viëtnamezen hielden ook na 1954 vast aan het ideaal van een Viëtnam onder communistische leiding. Dit vereiste de val van het regime Diem en een beëindiging van de Amerikaanse aanwezigheid in het Zuiden. Deze externe revolutie kreeg vorm vanaf 1959, toen de Noord – Viëtnamezen in toenemende mate in het Zuiden Infiltreerden. De groeiende impopulariteit legde de voedingsbodem voor het georganiseerde verzet in het Zuiden
4.2) Zuid-Vietnam: het regime van Ngo Dinh Diem
Als tegenhanger van het communistische regime van Ho Chi Minh in het Noorden, werd met Amerikaanse steun in Zuid-Vietnam een anticommunistische staat opgebouwd. De Vietnamese politicus Ngo Dinh Diem, afkomstig uit de Vietnamese bestuurlijke elite en lid van de rooms-katholieke minderheid, had zowel sterk anticommunistische als antikolonialistische opvattingen en was daarmee in de ogen van de VS geschikt om van Zuid-Vietnam een democratische staat naar westers kapitalistisch model te maken. Naast politieke leverden de VS Zuid-Vietnam ook economische en militaire steun. Het regime van Diem riep veel verzet op. Boeren verzetten zich tegen gedwongen verhuizing naar versterkte dorpen (‘strategic hamlets’), waar zij tegen communistische infiltratie beschermd zouden zijn, maar ook beter gecontroleerd konden worden. De plattelandsbevolking sympathiseerde over het algemeen meer met de communisten, die een veel ruimhartiger landverdelingspolitiek voorstonden, dan met Diem, die hen liet betalen voor grond en de aanleg van de dorpen, waarbij het geld vaak ten goede kwam aan Diems corrupte familie- en vriendenkring. De gedwongen verhuizingen waren bovendien onverenigbaar met de Vietnamese cultuur van voorouderverering, die de plattelandsbevolking aan hun grond bond. In de steden verenigden radicale Boeddhisten, intellectuelen en communisten zich in hun verzet tegen Diem en tegen de Amerikaanse invloed, die zij beschouwden als een nieuwe poging Vietnam te koloniseren. Door Diems regering werden de zaken echter positiever voorgestelde dan ze waren, waardoor de impopulariteit van zijn regime lange tijd niet doordrong tot de Amerikaanse regering.
De oppositie tegen Diem verenigde zich in het Nationaal Bevrijdings Front (NLF). De gewapende arm hiervan, het Volksbevrijdingsleger, werd door de Zuid-Vietnamezen ook wel Vietcong genoemd. Het Bevrijdingsfront bestond uit Zuid-Vietnamezen, maar werd gesteund en gestuurd vanuit Noord-Vietnam. Diem wist weinig anders tegenover de groeiende oppositie te stellen dan uitbreiding van de repressie, waardoor Zuid-Vietnam eerder op een politiestaat dan op een democratie ging lijken. Hierdoor nam ook de kritiek vanuit de VS toe. De Amerikanen slaagden er echter niet in van Diem een volgzame marionet te maken. In 1963 staken enkele Boeddhistische monniken zich uit protest tegen het regime van Diem in brand.
Foto’s daarvan verschenen in de internationale pers en leidden tot verontwaardigde reacties. Spoedig daarna gaf president John F. Kennedy toestemming voor een machtsovername. Maar ook Diems opvolgers slaagden er niet in de oppositie in het eigen land de baas te worden en voerden een autoritair bewind.
4.3) Noord en Zuid-Vietnam in het krachtenveld van de Koude Oorlog

De Amerikaanse steun aan Zuid-Vietnam bestond naast oorlogsmaterieel uit militaire adviseurs, die het Zuid-Vietnamese leger adviseerden en trainden. Het Zuid-Vietnamese leger functioneerde slecht; de legerleiding was als gevolg van politieke benoemingen, onderlinge rivaliteit en corruptie betrouwbaar noch capabel. Toen in 1960 veel Noord-Vietnamese legereenheden naar het zuiden trokken om het Bevrijdingsfront te versterken, besloten de VS hun militaire steun drastisch uit te breiden. In 1961 stuurde president Kennedy helikopters en liep het aantal militaire ‘adviseurs’ op tot circa 10.000. Hoewel de Amerikaanse regering van mening was dat de strijd tegen de Vietcong door het Zuid-Vietnamese leger zelf gevoerd diende te worden, raakten de militaire adviseurs geleidelijk aan bij de gevechtshandelingen betrokken De Noord-Vietnamezen werden financieel en materieel gesteund door de SU en na 1949 ook door de Volksrepubliek China. De SU bleef eerst terughoudend in haar steun om de vreedzame coëxistentie met de VS niet op het spel te zetten. Na de breuk met China in 1960 haalden de sovjetleiders de banden met Noord-Vietnam weer aan uit angst anders te veel terrein aan de Chinezen te verliezen.




Samenvatting CSE Dekolonisatie en Koude oorlog in Vietnam MeMo


Kennedy’s opvolger Johnson richtte zich vooral op de grote binnenlandse problemen van de VS: de armoede in de grote steden en de rassenproblematiek. Johnsons programma, de ‘Great Society’, behelsde overheidsmaatregelen die de ongelijkheid in de Amerikaanse samenleving moesten tegengaan. De overheidsuitgaven zouden hierdoor toenemen. De oorlog in Vietnam diende derhalve zo spoedig mogelijk gewonnen te worden. 

daadwerkelijke strijd slechts een zeer beperkte, aanvullende rol. De Vietcong en de Noord-Vietnamese legereenheden werden geleid door de inventieve Noord-Vietnamese generaal Vo Nguyen Giap. Hij liet zich niet verleiden tot grootschalige veldslagen, maar voerde een guerrilla-oorlog. Dankzij het oerwoud en een uitgestrekt netwerk van tunnels waren de guerrilla’s voor hun tegenstanders een moeilijk te lokaliseren vijand. Amerikaanse en Zuid-Vietnamese troepen bestreden deze guerrilla-acties met tanks en helikopters om zo veel mogelijk eigen slachtoffers te voorkomen. 

