Ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Studiehoek Bestemd voor leerjaar 2 Richtlijnen voor het maken van een verslag

Richtlijnen voor het maken van een verslag

E-mail Afdrukken PDF

Richtlijnen voor het maken van een verslag (klas 2)

Een verslag bestaat uit de volgende onderdelen:

1. Titelpagina

2. Voorwoord(indien nodig)

3. Inhoudsopgave (opsomming van onderdelen met bladzijde vermelding)

4. Inleiding- inleiden van het onderwerp- onderzoeksvragen- indeling van je onderzoek (verantwoording) (niet nodig leerjaar 2) - welke bronnen heb je gebruikt

5. Betoog (informatie verdeeld in hoofdstukken)

6. Conclusie (beantwoording van je onderzoeksvragen)

7. Notenapparaat (niet nodig leerjaar 2)

8. BibliografieAlles netjes verzorgd, gebruik van correct Nederlands en gebundeld in een mapje. 

 

Richtlijnen voor het maken van een verslag.(bestemd voor klas 2)

 

Je hebt waarschijnlijk als eens een werkstuk gemaakt voor een aantal vakken. Meestal kies je een onderwerp, je gaat daarover informatie verzamelen en noteert die informatie in een verslag. Wat je over je onderwerp vertelt, de inhoud, is vaak persoonlijk, maar de manier waarop je verslag doet van je onderzoek zou gebonden moeten zijn aan een aantal regels/richtlijnen. In dit verslag gaan we je dus uitleggen uit welke onderdelen een goed verslag bestaat en waaraan die onderdelen moeten voldoen.

Allereerst gaan we de verschillende onderdelen benoemen en vervolgens gaan we elk onderdeel onder de loep nemen. Als laatste volgt er een samenvattend lijstje dat je altijd kunt gebruiken als je een verslag gaat maken.

 

Hoofdstuk 1. De onderdelen van een verslag.

Een goed verslag bestaat altijd uit de volgende onderdelen:- titelpagina- voorwoord- inhoudsopgave - inléiding- betoog- conclusie- notenapparaat- bibliografie

Het spreekt voor zich dat deze onderdelen netjes gebundeld worden in een mapje en dat het geheel er verzorgd uitziet met het correcte gebruik van de Nederlandse taal.

Hoofdstuk 2.

De titelpagina.Elk verslag begint met een titelpagina. Op de titelpagina staat natuurlijk de titel van je verslag. Een titel verwijst naar de inhoud van je verslag. Bijvoorbeeld: je gaat iets vertellen over de Nederlandse vrouwen tijdens de middeleeuwen.

Een titel kan dan zijn: 'Nederlandse vrouwen in de middeleeuwen. Het is nu voor iedereen duidelijk waar je verslag over gaat. Denk ook maar eens aan krantenkoppen. Ook zij geven kort weer waarover het artikel handelt. Maar deze titel is wel een beetje saai te noemen. Lezers zouden door je titel nieuwsgierig gemaakt moeten worden naar de inhoud van je verslag. Dus de titel over de Nederlandse vrouwen tijdens de middeleeuwen zou ook kunnen zijn: Jonkvrouwen of Boerenmeiden.

Bij zo'n titel kan dan een ondertitel gegeven worden: 'Jonkvrouwen of Boerenmeiden. Een onderzoek naar de rol van de Nederlandse vrouw in de middeleeuwse samenleving'. Kort gezegd een titel moet dus interessant, pakkend en attractief zijn.Behalve een titel kan een titelpagina een afbeelding bevatten dat betrekking heeft op het onderwerp. bat maakt je titelpagina alleen maar mooier.

Als laatste moet er op vermeld worden wie het verslag gemaakt heeft en de datum. Als datum voldoet vaak de maand en het jaartal.Als Inatste moet er op vermeld worden wie het verslag gemaakt heeft en de datum. Als datum voldoet vaak de maand en het jaartal.

Hoofdstuk 3. Het voorwoord.

Hoofdstuk 3. Het voorwoord.In het voorwoord worden vaak mensen bedankt die de schrijver geholpen hebben. Dat kan bijvoorbeeld iemand zijn die een interview gegeven heeft of familieleden die je tijdens hetonderzoek gesteund hebben enz. enz. Een voorwoord kan ook bestaan uit een gedicht of een kort bericht van de schrijver. Een voorwoord mag, maar is niet verplicht!

In het voorwoord worden vaak mensen bedankt die de schrijver geholpen hebben. Dat kan bijvoorbeeld iemand zijn die een interview gegeven heeft of familieleden die je tijdens het onderzoek gesteund hebben enz. enz. Een voorwoord kan ook bestaan uit een gedicht of een kort bericht van de schrijver. Een voorwoord mag, maar is niet verplicht!

Hoofdstuk 4. De inhoudsopgave.

Elk goed verslag heeft ook een opgave van de inhoud. Een simpele opsomming van de inhoud is voldoende met daarbij de vermelding van de bladzijde(n).Een inhoudsopgave biedt de lezer de mogelijkheid om snel iets te zoeken in je verslag. Deze opsomming moet wel volledig zijn, dus hoofdstukvermelding mét titel.

De titelpagina en deinhoudsopgave worden niet genoemd.Elk goed verslag heeft ook een opgave van de inhoud. Een simpele opsomming van de inhoud isvoldoende met daarbij de vermelding van de bladzi jde(n).    

Een inhoudsopgave biedt de lezer de mogelijkheid om snel iets te zoeken in je verslag. Deze opsomming moet wel volledig zijn, dus hoofdstukvermelding mét titel. De titelpagina en deinhoudsopgave worden niet genoemd.   

.

Hoofdstuk 5. De inleiding.

De inleiding is het eerste echt belangrijke onderdeel van je verslag. De inleiding is opgedeeld in een aantal onderdelen.

Allereerst moet je je onderwerp inleiden zonder dat jeingaat op de inhoud van je onderwerp, want die komt in het volgende onderdeel aan bod.Als we als voorbeeld nog even de Nederlandse vrouwen tijdens de middeleeuwen nemen, dan zou je als volgt dit onderwerp kunnen inleiden:"De laatste jaren is er veel belangstelling voor de middeleeuwen als periode in de geschiedenis. Deze periode werd lang gezien als een onbelangrijke periode, waarin weinig gebeurde.

Recente studies laten juist zien dat er toch belangrijke ontwikkelingen te zien waren die zich in de Nieuwe Tijd voortgezet hebben. In de middeleeuwen waren het vooral de mannen die de samenleving domineerden. Zij waren de bestuurders, de ridders die invloedhadden op de maatschappij. be rol van de vrouwen is nog maar weinig belicht.'

Dit zou je onderwerp inleiden zonder dat je iets over je onderzoek bloot geeft.

De inleiding is het eerste echt belnngri jke onderdeel van je verslag. De inleiding is opgedeeld ineen aantal onderdelen. Allereerst moet je je onderwerp inleiden zonder dat je ingaat op de inhoud van je onderwerp, want die komt in het volgende onderdeel aan bod.

Als we als voorbeeld nog even de Nederlandse vrouwen tijdens de middeleeuwen nemen, dan zou je als volgt dit onderwerp kunnen inleiden:" De laatste jaren is er veel belangstelling voor de middeleeuwen als periode in de geschiedenis. Deze periode werd lang gezien als een onbelnngri jke periode, waarin weiniggebeurde. Recente studies laten juist zien dat er toch belangrijke ontwikkelingen te zienwaren die zich in de Nieuwe Tijd voortgezet hebben. In de middeleeuwen waren het vooralde mannen die de samenleving domineerden. Zij waren de bestuurders, de ridders die invloed hadden op de maatschappij.

De rol van de vrouwen is nog maair weinig belicht.'Dit zou je onderwerp inleiden zonder dat je iets over je onderzoek bloot geeft.Het tweede onderdeel van de inleiding betreft de onderzoeksvragen. Wat ga jij onderzoeken in je verslag.

Dit betekent dat je een aantal vragen moet opstellen die je in hetvolgende onderdeel, het betoog, gaat beantwoorden. Je onderzoek bevat meestal een aantalvragen: hoofd- en deelvragen. De hoofdvraag kan uiteenvallen in een aantal deelvragen die samen je hoofdvraag beantwoorden.

We nemen weer als voorbeeld onze middeleeuwse vrouwen. De hoofdvraag zou kunnen zijn: Wat was de rol van de vrouwen tijdens de middeleeuwen? bit is een erg algemene vraag, omdat het hier over alle vrouwen gaat. Het is dus handig om de groep vrouwen op te splitsen in bijvoorbeeld vrouwen uit de tweede stand en vrouwen uit de derde stand, want die verschilden erg van elkaar.

Het tweede onderdeel van de inleiding betreft de onderzoeksvragen. Wat ga jij onderzoeken in je verslag. Dit betekent dat je een aantal vragen moet opstellen die je in het volgende onderdeel, het betoog, gaat beantwoorden. Je onderzoek bevat meestal een aantalvragen: hoofd- en deelvragen.

De hoofdvraag kan uiteenvallen in een aantal deelvragen die samen je hoofdvraag beantwoorden. We nemen weer als voorbeeld onze middeleeuwse vrouwen. De hoofdvraag zou kunnen zijn: Wat was de rol van de vrouwen tijdens demiddeleeuwen? Dit is een erg algemene vraag, omdat het hier over alle vrouwen gaat. Het is dus handig om de groep vrouwen op te splitsen in bijvoorbeeld vrouwen uit de tweede stand en vrouwen uit de derde stand, want die verschilden erg van elkaar.

Deelvragen zouden dus kunnen zijn: Welke rol hadden de vrouwen uit de derde stand, welke rol hadden vrouwen uit de tweede stand en welke rol vervulden de vrouwen uit de eerste stand.

Deze drie deelvragen zullen uiteindelijk een totaalbeeld opleveren over de vrouwen uit de middeleeuwen.Als derde onderdeel ga je nu uiteenzetten hoe je je onderzoek hebt opgebouwd. (niet nodig voor leerjaar 2)

Als vierde en laatste onderdeel vertel je iets over je bronnenmateriaal. Waar heb je je informatie vandaan gehaald, uit boeken of van internetsites? En zijn je bronnen betrouwbaar of zit er informatie bij waar je rekening moet houden met speciale omstandigheden.

Bijvoorbeeld: bronnen uit de middeleeuwen zijn natuurlijk vooral door mannen op schrift gesteld. Dat zal zeker invloed hebben hoe zij de rol van de vrouwen zien.

Denk aan standplaatsgebondenheid!P.s. Het is handig je inleiding voor het laatst te bewaren: je hebt dan immers alles over je onderzoek op schrift gesteld!!!

Hoofdstuk 6. Het betoog.

In het betoog ga je de gevonden informatie over je onderwerp bespreken. Hier gaat het over de inhoud. Het betoog is altijd opgebouwd uit hoofdstukken en soms hoofdstukken uit paragrafen al naargelang de hoeveelheid informatie. Elk hoofdstuk heeft een titel die de inhoud weergeeft. Hierbij kun je minder pakkende titels gebruiken al mag het natuurlijk wel. De titel mag nooit een onderzoeksvraag zijn. Wel moet de inhoud van de hoofdstukken antwoorden geven op je hoofd- en deelvragen.

Hoofdstuk 7. De conclusie.

In de conclusie vat je kort je betoog samen en geef je daarmee antwoorden op je deelvragen en uiteindelijk op je hoofdvraag.Iemand die geen tijd heeft het betoog te lezen zou aan de inleiding en de conclusie genoeg moeten hebben om de grote lijnen van je onderzoek te begrijpen. Hierin staan immers je onderzoeksvragen en de antwoorden!Een conclusie mag dus ook géén nieuwe informatie bevatten.

Hoofdstuk 8. Het notenapparaat.(Niet nodig voor leerjaar 2)

Hoofdstuk 9.Bibliografie/literatuurlijst/bronvermelding.

Aan het eind van elk verslag komt een opsomming van de gebruikte bronnen: boeken, internetsite e.d. Op deze lijst komen alleen de boeken die echt gelezen en gebruikt zijn voor het werkstuk. Bronnen die alleen gebruikt zijn om iets na te zoeken zoals atlassen, handboeken, encyclopedieën, worden niet op de lijst geplaatst.Het noteren van bronnen dient op een speciale manier te gebeuren:Voor klas 2:- de literatuurlijst wordt alfabetisch geordend op naam van de schrijver, waarbij allereerst de achternaam geplaatst wordt, daarna de voorletter(s).

Bijv. Jansen, H.P.H- Als een bron geen schrijversnaam heeft dan wordt de bron gerangschikt op het eerste woord van de titel (lidwoorden, rangtelwoorden niet meegerekend). Bijv. Bronnen tot de geschiedenis der Leidsche Universiteit.- Vermeld altijd de plaats en het jaar van de uitgave van het boek Bijv. Jansen, H.P.H., Geschiedenis van de middeleeuwen, Utrecht/Antwerpen 1978-

Bronnen die van het internet gehaald zijn moeten voorzien zijn van de titel website, geraadpleegd op dag/maand/jaar, adres website. Bijv. Meijden, B van der (1998). Schiphol als thema voor een geschiedenis-, internet- en/of profielwerkstuk.

Geraadpleegd op 7 juli 2009, http://www.histopio.nl/schiphol.htm

Conclusie.

We hebben nu bekeken hoe je een verslag opbouwt. Van de titelpagina, via een eventueel voorwoord naar de inhoudsopgave en de inleiding. Het betoog met daarin al je informatie gerangschikt in hoofdstukken en tot slot de conclusie, waarin je antwoord geeft op de onderzoeksvragen.

 Andere onderdelen zijn het notenapparaat en de bibliografie. Het is logisch dat het geheel er verzorgd uitziet, gebundeld wordt in een mapje en dat het geschreven is in correct Nederlands.

D. Poot

 

Wie is online

We hebben 79 gasten online

Zoekfunctie

Thrillers & fantasy boeken (234x60)

De Dood als Machtsmiddel

cover boek

Dit boek gaat over de Dood als Machtsmiddel, Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, leidde ertoe dat ik een onderzoek startte naar het voorkomen van Moord en Doodslag door verpleegkundigen. Dit onderzoek betreft een vijftal strafzaken in Nederland en een aantal strafzaken in Duitsland, België, Oostenrijk/Zwitserland en Engeland. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798 prijs € 17,95. Men kan het ook bij mij bestellen.