We hebben 102 gasten online

Geschiedenis

Ict & Geschiedenisonderwijs: Meerwaarde of minderw...
14 okt 2013 08:53

Geschiedenisportaal.nl organiseert op 23 januari 2014 een cursusbijeenkomst met als thema ICT & Geschiedenisonderwijs: Meerwaarde- of minderwaarde? Tijdens deze inspirerende middag en avond on [ ... ]

Studiehoek geschiedenisVerder lezen
Vragen en antwoorden bij deel 2 hoofdstuk 4 Gesc...
15 mei 2013 11:30

Vragen bij Hoofdstuk 4 Pruiken en revoluties   1) Waarom probeerde koning Lodewijk XVI van Frankrijk te vluchtten? - In Frankrijk was sinds 1789 een revolutie aan de gang. Burgers waren in opstand [ ... ]

Klas 1, 2 en 3Verder lezen
Is er voor 1948 al apartheid in Zuid-Afrika ?
01 feb 2013 07:48

# Zijn er duidelijke aanwijzingen te noemen waarom we al veel eerder dan in 1948 kunnen spreken van een apartheidsbeleid? 1908 De vier kolonies smolten samen tot de Unie van Zuid-Afrika, een eenheids [ ... ]

Azië en AfrikaVerder lezen
Oudere artikelen

Samenvatting CSE Ten Oorlog Memo Hoofdstuk 1: De Napoleontische oorlogen

Gepost in Europa

Ten Oorlog ! Europese oorlogen 1789-1919 Oorlog als maatschappelijk fenomeen

pieck oorlog

Inleiding

Niemand weet precies wanneer mensen ooit begonnen zijn met het uitvechten van gewapende conflicten.

Primitieve volken vochten zelden tot de dood. De oude Grieken wel en ze werden er beroemd door. De Romeinen bleven tegenstanders doden als ze hadden gewonnen en in de Middeleeuwen waren de ridders de helden van het slagveld.

Oorlog veranderde drastisch, toen het musket goed bruikbaar werd op het slagveld. Vanaf 1700 werden infanteriesoldaten in rijen opgesteld. Om en om schoten zij in keurige rijen salvo’s af en maakten zo een dodelijk gordijn voor iedereen die dicht in de buurt kwam.

Geen wonder dat kanonnen belangrijker werden op het slagveld. Bommen werden ingezet om de schutters uit elkaar te jagen. Daarna mocht de cavalerie proberen de infanterie uit elkaar te drijven.

De rijen schutters werden uiteindelijk overlopen door de fanatieke revolutionaire Franse volkslegers. De beroepsschutters zouden worden vermorzeld door een vernieuwde artillerie, bediend door ontwikkelde burgers. Deze burgers streden niet meer voor de koning maar voor hun eigen vrijheid. Dit dienstplichtleger van de Fransen was ongekend groot, zo ook hun overwinningen en hun sterftecijfer.

Na de Franse Revolutie ontkwamen de beroepslegers niet aan veranderingen. Snelle communicatie werd erg belangrijk. Tijdens de Krimoorlog kreeg men in het vaderland direct nieuws van het front en het front direct bevelen uit het vaderland.

De Frans-Duitse oorlog liet zien dat veel treinen voor een snelle massale aanval konden zorgen en dus voor snelle successen. Snel aanvallen, en snel vervoer, dat leek de succesformule te worden voor de ‘moderne oorlog’.

Die liet niet lang op zich wachten, dacht men, en zou in een paar maanden beslist worden. Maar die Eerste Wereldoorlog werd een van de grootste menselijke drama’s uit de wereldgeschiedenis. Het werd een trage, uitzichtloze slachtpartij die miljoenen een troosteloos graf bezorgde in de modder van Vlaanderen en Noord-Frankrijk.

‘Ten Oorlog’ dat het verhaal verteld van de verlengde negentiende eeuw, die begint met Napoleon en eindigt met de Eerste Wereldoorlog.

Hoofdstuk 1 De Napoleontische oorlogen

Historisch kader

lodewijkxv1 hfst 1 ten oorlog

In 1789 riep de regering van Lodewijk XVI de Staten-Generaal bijeen. Dat was een vergadering van drie standen: Geestelijkheid, adel en de derde stand (burgerij). Sinds 1614 was die niet meer bij elkaar geroepen.

Lodewijk XVI deed dat omdat hij in grote geldnood zat, wilde daarom een belastinghervorming maar dan moest de grondwet worden veranderd.

Maar sinds 1614 waren de burgers onder invloed geraakt van verlichtingsfilosofen als Voltaire en Rousseau en hadden kritiek gekregen op de absolute manier van regeren van de koning en op de standenmaatschappij.

In de loop van de 18e eeuw hadden de verlichtingsfilosofen een nieuwe manier van denken ontwikkeld. Er ontstond een strijd tegen de macht van de kerk en de religie. Ze waren voor:

  • Meer macht voor het volk;

  • Gelijkheid voor de wet;

  • Voor een vrijere economie.

De vertegenwoordigers van de derde stand ontwierpen tijdens de bijeenkomst van de Staten generaal op eigen houtje een nieuwe grondwet, met meer vrijheden voor de burgers en een eerlijker belastingheffing. De adel en de geestelijkheid hadden nog nooit belasting betaald.

De koning ging aarzelend akkoord, maar tegelijkertijd probeerde hij met zijn leger een eind te maken aan de opstandigheid van de burgerij.

Het Franse volk ging de straat op en bestormde de Bastille, het symbool van de macht van de koning. De bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 markeert het begin van de Franse revolutie.

In een aantal landen van Europa hadden sommige machthebbers enkele democratische ideeën van de filosofen overgenomen.

1.1 Aanleiding en oorzaken van de coalitieoorlogen tegen Frankrijk

Het eerste jaar van de revolutie verliep vrij rustig. Daarna werd het politieke klimaat steeds feller en de invloed van de publieke opinie belangrijker. De belangrijkste en radicaalste groepering die van zich liet spreken waren de Jacobijnen.

Door de aanhoudende economische crisis kregen deze radicalen steeds meer invloed. Vooral in Parijs had men veel last van de hoge prijzen en de werkloosheid. Industrieën en winkels voor luxegoederen bleven met hun producten zitten door het wegvallen van aristocratische consumenten.

De Franse koning Lodewijk XVI bleef zich afzetten tegen de nieuwe revolutionaire regeerders.

kaart europa 1789

Europa in 1789. 

Zij gingen Frankrijk besturen volgens de nieuwe beginselen die waren vastgelegd in de Déclaration des Droits de Lómme et du Citoyen ( Verklaring van de rechten van de mens en van de burger) in augustus 1789. de belangrijkste principes waren ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Onder vrijheid vielen de vrijheid van godsdienst, drukpers en vergadering. Onder druk van de bevolking verhuisde Lodewijk XVI naar Parijs, naar de Tuilerieën.

De koning vlucht

Veel edelen vertrokken naar het buitenland (émigrés) om daar betere tijden af te wachten. Ook Lodewijk XVI probeerde naar het buitenland te vluchten op 21 juli 1791. Dat mislukte en hij werd gevangen genomen. De roep om afschaffing van de monarchie begon luider te klinken.

Aan de grenzen van het revolutionaire Frankrijk nam intussen de agitatie toe. De andere vorsten in Europa vreesden voor hun troon en werden door de émigrés opgehitst om in te grijpen.

Maar ook de Franse regering dacht aan een oorlog. Met de leuze ‘Oorlog aan de vorsten, vrede aan alle volkeren’ wilden de revolutionairen de principes en de ideeën van de revolutie ook buiten Frankrijk verspreiden.

Op 20 april 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan de koning van Hongarije en Bohemen. Dit was de eerste van de zogenaamde Coalitieoorlogen (1792-1815) die door het revolutionaire en Napoleontische Frankrijk werd gevoerd.

De oorlog verliep desastreus voor de revolutionairen omdat het Franse leger slecht was georganiseerd en bovendien werden de Oostenrijkers gesteund door Pruisen.

De Jacobijnen gaven de schuld aan de koning en hadden de macht in Parijs gegrepen. Ze riepen de Republiek uit. De koning werd van hoogverraad beschuldigd en ter dood veroordeeld. Op 21 januari 1793 werd hij onder de guillotine terechtgesteld.

1.2 Verloop van de oorlogen

napoleon

In de chaos en ellende die was ontstaan was Napoleon de man van de daad. Hij maakte een bliksemcarrière in het leger en viel op door zijn militaire inzicht en daadkracht. Eerst werd hij gedreven door idealisme en nationalisme maar algauw overheersten de nuchterheid en scepsis van de militair. Na het succes van zijn veldtocht naar Italië en de vrede van Campo Fornio in oktober 1797 is hij in heel Frankrijk beroemd.

Een jaar later waagde Napoleon zich aan een avontuur buiten Europa. Hij wil Egypte veroveren, maar wordt op de kust van Egypte vernietigend verslagen door een oppermachtige Engelse vloot. Maar zijn faam lijdt er niet onder.

In 1799 maakt hij van zijn beroemdheid gebruik om een staatsgreep te plegen. Vijf jaar later laat hij zich zelfs tot keizer uitroepen. De nieuwe vorst zou vrede brengen, dacht men. Maar Napoleon had andere plannen.

Steeds opnieuw weet hij overwinning op overwinning te behalen of creëert hij satellietstaten waar hij zijn familieleden op de troon zet. Zo krijgt ons land Lodewijk-Napoleon als vorst. Rond 1812 strekt het Franse keizerrijk zich uit langs de kustlijn van de Oostzee tot Rome.

Overal werden hervormingen doorgevoerd op basis van de ‘Franse principes’. Het kerkelijk bezit en de adellijke privileges worden (gedeeltelijk) afgeschaft en feodale restanten, zoals het lijfeigenschap in Polen, worden opgeheven.

In 1810 vroeg Napoleon om de hand van de Oostenrijkse prinses Marie Louise. De hoop van vrede door dit huwelijk bleek vergeefs.

In het voorjaar van 1812 trekt Napoleon Rusland binnen en wilde snel aanvallen. Dat lukte pas in de buurt van Moskou. Hij wint maar door de snelle invallende Russische winter blijft er van het leger niet veel meer over.

Er vormde zich een nieuwe coalitie van Oostenrijkers, Pruisen, russen en Engelsen om het tegen Frankrijk op te nemen. Bij de Volkerenslag bij Leipzig in 1813 moet hij een zware nederlaag incasseren. De meeste Fransen hadden inmiddels ook meer dan genoeg van Napoleon en zijn oorlogen. In april 1814 wordt hij afgezet en verbannen naar Elba. Napoleon weet van Elba te ontsnappen en neemt het met een nieuw leger op tegen de Engelse Wellington in de laatste coalitieoorlog. In de slag bij Waterloo wordt hij echter definitief verslagen. Napoleon brengt als banneling zijn laatste dagen door op het Engelse eiland St. Helena.

1.3 Oorlogsvoering

In februari 1793 sluiten alle vorsten van Europa zich aaneen en datzelfde jaar trekken hun troepen diep het Franse land in. De Fransen reageerden dor 300.000 man te verplichten dienst te nemen in het leger. Door deze massale oproep (‘levee en masse’) werd er een volksleger uit de grond gestampt en kreeg Frankrijk het grootste leger van Europa. Infanterie en cavalerie waren echter erg verzwakt door gebrek aan goede officieren. Voor die tijd was het leger afhankelijk van vrijwilligers waardoor de militaire discipline minimaal was. Ze hadden nog niet eens behoorlijke schoenen.

Tegelijkertijd met de invoering van de dienstplicht werd eer een bewapeningsindustrie op poten gezet.

Napoleon maakte dankbaar gebruik van nieuwe wetenschappelijk inzichten op vooral het gebied van de artillerie. Met goed gerichte schoten uit lichtere en mobiele kanonnen kon je de vijand zo veel vrees aanjagen, dat daarmee de helft van de slag als was gewonnen.

Met deze tactiek had Napoleon veel succes. Door zijn briljante krijgskunde wist Napoleon altijd op het beslissende moment over meer manschappen te beschikken dan de vijand.

Pas in 1808 zorgden de Oostenrijkers voor een groter leger door de algemene dienstplicht in te voeren. De Pruisen volgden in 1814. Er werden reserves gevormd door de invoering van de verkorte dienstplicht voor de nieuwe lichting soldaten. In 1808 hadden de Pruisen een ministerie van Oorlog ingesteld.

1.4 Economie en oorlog

Begin negentiende eeuw was de oorlogsvoorbereiding minimaal. De bevoorrading was meestal in handen van een aantal handige lieden. Er heerste veel corruptie. Van het materieel voor het leger werd veel illegaal verkocht.

De kosten van de voortdurende oorlogsvoering waren enorm. De Franse economie was tijdens de revolutiejaren al behoorlijk uitgeput. De industriële revolutie, in Frankrijk nog maar net op gang gekomen, kwam tot stilstand. Tussen 1806 en 1812 werden in Frankrijk maar liefst 1,3 miljoen soldaten onder de wapenen geroepen. Tegelijkertijd heerste er werkeloosheid. In Lyon zaten 20.000 arbeiders van de 25.000 zonder werk.

In Frankrijk viel niet voldoende te halen dus werden de veroverde gebieden belast. In elk land werd een oorlogsbelasting geheven en beslag gelegd op kostbare bezittingen. Nergens waren de belastingen zo hoog als in Duitsland. Na de slag bij Wagram (6 juli 1809) nam dit nog toe. De verliezer moest 85 miljoen frank betalen.

In 1806 voerde Napoleon het Continentale Stelsel in. Alle handel tussen het Europese vasteland en Engeland werd verboden. Het gevolg van de invoering van het stelsel was het op gang komen van een goed geoliede smokkelarij langs de kusten van Götenburg in het hoge noorden tot Italië in het diepe zuiden.

De Engelse economie leed niet echt onder de blokkade. De Britten richtten zich meer op hun koloniën in deze periode. Door Franse kolonies te veroveren breidden ze hun koloniale rijk uit in Afrika en Azië.

1.5 Soldaten in de oorlog

Over het lot van de soldaten hoeft men zich niet veel illusies te maken. Elk jaar opnieuw waren er meer soldaten nodig, niet omdat er zoveel mensen sneuvelden maar door het gebrek aan voedsel en verzorging.

De slechte verzorging van het Franse leger was het gevolg van de strategie van napoleon: een beweeglijk leger dat overal en nergens tegelijk is, dat bliksemsnel overvalt en verdwijnt. Deze tactiek vereiste een minimum aan bagage. Resultaat was dat het leger van het volk en het land moest leven. In de Slag bij Austerlitz stierf 2% van de soldaten op het slagveld. Bij Waterloo maar 8,5%. Maar er overleden veel meer soldaten door ziekte of ze kwamen om door kou en uitputting. Van medische verzorging was bijna geen sprake.

europa 1812

Europa in 1812. 

Het totaal aantal slachtoffers van de oorlogen was gigantisch: 2 miljoen vreemdelingen en 1 tot 2 miljoen Fransen. De terugtocht in 1812 uit Rusland was het dieptepunt. Van de 1 miljoen soldaten bereikten er slechts 20.000 weer hun vaderland.

1.6 Burgers en oorlog

Voor de burgers in frankrijk, maar ook in de satellietlanden, was het onmogelijk de gevolgen van de Napoleontische oorlogen buiten te sluiten. Alleen al het voortdurend oproepen van alle jonge mannen voor de oorlog betekende een enorme ontwrichting van de Franse economie.

Burgers met een dikke portemonnee hadden door het zogenaamde remplaçantenstelsel de mogelijkheid te ontsnappen aan de dienstplicht. Met veel geld kon je in dit stelsel een plaatsvervanger kopen. het laagst vermelde bedrag was 1500 francs, het hoogst vermelde bedrag 15.000 francs.

Door de stilliggende handel en industrie werd er steeds minder verdiend, maar de belastingen bleven stijgen. De Franse bevolking draaide op voor de lasten van de voorbereiding van een veldtocht. Eenmaal vertrokken was het leger voor voedsel afhankelijk van plunderingen in de gebieden buiten 'la Patrie'. de burgers daar hadden zwaar te lijden onder de voorttrekkende soldaten.

In het geweldige Imperium voerde Napoleon net als in Frankrijk overal hervormingen door.

  • Openbare werken werden uitgevoerd;

  • De satellietlanden kregen de vernieuwde Franse wetgeving opgelegd waarin stond dat iedereen gelijk was voor de wet. Maar ook dat de vrouw volkomen ondergeschikt was aan de man en niet aan politiek mocht doen.

Ondanks de hervormingen vonden de meeste Europeanen de Franse bezetting een zware last door de ontelbare belastingen zoals b.v. de 'voordeur- en vensterheffing' en men had te lijden onder de gevolgen van het Continentale Stelsel. Geen wonder dat de anti-Franse gevoelens toenamen.

Holland leverde ruim 40.000 man. de verliezen waren altijd enorm. Uit protest deserteerden veel mannen.

Maar bijvoorbeeld op het gebied van de militaire strategie kon men van Frankrijk wel wat leren. In Pruisen voerde men grootschalige hervorming door. Dit leidde tot de vorming van een nationaal volksleger.

1.7 Pers en propaganda

Gaandeweg werd de censuur van de pers onder Napoleon steeds strenger. Dat leverde in de bladen veel geslijm op aan het adres van Napoleon. De kranten waren in staat om zelfs van de rampen bij de Russische terugtocht in 1812 nog een succesvol verhaal te maken. Ook de literatuur stond in die tijd geheel in dienst van de glorie van Napoleon.

In de bezette gebieden waren verschillende groepen in eerste instantie bijzonder gecharmeerd door de ideeën van de Franse Revolutie. Verlichte liberalen uit de burgerij waren enthousiast over vrijheid, gelijkheid en broederschap. Later nam dit af, vooral omdat de economische en financiële lasten te groot werden.

1.8 Gevolgen van de oorlog

Al in november 1814 kwamen de betrokken staatslieden al bijeen in het Wener Congres. Belangrijk daarbij was dat de macht van Frankrijk ingeperkt werd en er een nieuw Europees machtsevenwicht zou ontstaan.

Dit machtsevenwicht hield in dat de situatie van vóór de oorlogen zo veel mogelijk werd hersteld. Er ontstonden ook nieuwe staten, zoals het Koninkrijk der Nederlanden dat het huidige België en Nederland omvatte. Met Luxemburg werd dit nieuwe Nederland verenigd in een personele Unie. Dat betekende dat ze hetzelfde staatshoofd hadden (koning Willem I), maar verder helemaal zelfstandig waren.

In Frankrijk werd de troon weer aan de Bourbons aangeboden. De broer van de onthoofde Lodewijk XVI. De veranderingen bleven wel bestaan, tot vreugde van de burgers en boeren die geprofiteerd hadden van de bezitswijzigingen.

middeneuropa 1839

 

In Duitsland werd de Duitse Bond opgericht (1815-1866).(Klik op de kaart voor vergroting) De Napoleontische oorlogen waren een stimulans voor het Duitse nationalisme. De Bond was een opstapje naar de Duitse eenwording. ook de oprichting van de Duitse Zollverein, de tolunie, moest de eenwording economisch op weg helpen.

Bij de staatslieden op het Wener Congres overheerste een anti-Franse stemming. Men besloot een systeem van collectieve veiligheid te scheppen. Vrijwel alle Europese vorsten ondertekenden een door Alexander I, de tsaar van Rusland, opgesteld document, dat de naam droeg van heilige Alliantie. Maar het was een nogal vaag stuk.

europa 1815

Europa in 1815.

De Oostenrijkse regeringsleider Von Metternich was diegene die een en ander bewerkstelligde. In de jaren na 1815 heeft ook daadwerkelijk een aantal congressen plaatsgevonden. In de meeste staten ontstonden politiek conservatieve en economisch gematigde liberale regimes.

metternich

De machthebbers waren er zoveel mogelijk op uit om de stabiliteit te bewaren en nieuwe grote algemene oorlogen en revoluties te voorkomen. Toch kregen ze in de negentiende eeuw steeds meer te maken met liberale en nationalistische bewegingen.

Zie voor deel 2 , Ten oorlog! Samenvatting CSE Ten Oorlog! Memo Hoofdstuk 2 De Krimoorlog 1853-1856