We hebben 218 gasten online

Van Kaapkolonie tot een democratisch Zuid-Afrika Deel 6

Gepost in Azië en Afrika

 schaken om afrika

Het buitenland versus Zuid-Afrika

Omwille van haar beleid wordt Zuid-Afrika steeds meer geïsoleerd. Toch is de verhouding tussen deze staat, haar buurstaten (vnl. de frontlijnstalen) en de rest van de wereld zeer ingewikkeld en voortdurend in beweging. Slechts een minderheid van de staten en van de publieke opinie steunt Zuid-Afrika openlijk. Het land onderhoudt goede betrekkingen met de Republiek van China (Taiwan) en met Israël. Pro - Zuidafrika bewegingen probeerden een tegengewicht te vormen voor de kritische uitlatingen van Zuid-Afrika - tegenstanders. Over het algemeen keuren pers en publieke opinie het beleid van Zuid-Afrika af. Terwijl president Paul Kruger nog met geestdrift in Europa ontvangen werd, konden zijn opvolgers op heel wat minder sympathie rekenen.

opstanden z afrikalegenda

De voornaamste vorm van protest van het Westen was de boycot . Deze en andere sancties moesten Zuid-Afrika ertoe bewegen zijn apartheidsbeleid af te schaffen. Deze acties hielden onder andere in dat het publiek ertoe aangespoord wordt geen Kaapse producten te kopen, dat ondernemingen hun leveranties stopzetten of dat regeringen een uitvoerverbod opleggen. Doordat vakverenigingen in liet Westen druk uitoefenden op de multinationals in hun staat, konden ze deze bedrijven ertoe aanzetten de Zuidafrikaanse overheid via hun dochteronderneming in Zuid-Afrika onder druk te zetten. Banken die geld lenen aan Zuid-Afrika kunnen hiervoor 'gestraft' worden, wanneer spaanders hun spaargeld ophaalden. Een bekend voorbeeld van een boycot tegen Zuid-Afrika is het weigeren van Zuidafrikaanse atleten op internationale bijeenkomsten. Door zijn atleten te verbieden aan de Commonwealth-spelen van 1986 deel te nemen, wilden een aantal Gemenebestlanden zelfs Groot-Brittanië treffen, dat niet tot het nemen van sancties tegen Zuid- Afrika wilde beslissen. Een aantal Gemenebest - landen had eerder via de Eminent Persons Group geprobeerd Zuid-Afrika tot onderhandelingen aan te zetten, maar dit initiatief was mislukt.

In het algemeen waren vier vormen van sancties mogelijk: men kan de uitvoer naar Zuid-Afrika verbieden of beperken. Een aantal landen legde vrijwillig een olieuitvoerstop op. UNO-resolutie 418 uit 1977 legde een verplicht embargo op de verkoop van wapens op.

Ook de invoer kan belemmerd worden, bijvoorbeeld van Krugerrands. Ook'divest ment'- het stilleggen van investeringen - was een boycot - middel. Tenslotte kon overwogen worden geen leningen meer toe te kennen (Zuid-Afrika had een hoge schuldenlast).

Niet iedereen gelooft in het nut of de zin van deze sanctiepolitiek. Vooreerst speelt de concurrentie soms zwaarder door dan de verontwaardiging over de apartheid: de moeilijkheden om in EG-verband sancties af te spreken, werden veroorzaakt door de vrees dat de VS het Europese marktaandeel zouden veroveren. Sommigen vreesden dat een boycot de SU in de kaart zal spelen en zij wilden niet het risico lopen een Westers steunpunt te verliezen. President Reagan was de verdediger van een constructieve engagement-politiek: hij geloofde in een politiek van geleidelijkheid en samenwerking.

lets not do

Andere meenden dat de zwarten de eerste slachtoffers van een boycot zouden worden: zowel de ongeschoolde zwarten in Zuid-Afrika zelf als de immigranten -arbeiders uit de buurstaten zouden onder de maatregelen lijden.

Voorstanders van sancties daarentegen wezen erop dat het uitblijven van een reactie uit het buitenland het gevaar van Sovjetinvloeden juist zou vergroten en de westerse vijandigheid zou aanwakkeren. Uit of invoerverboden zijn weliswaar niet waterdicht, maar dwongen de Zuidafrikaanse overheid toch tot het zoeken van (dure) alternatieven. Het belang van de grondstoffen werd niet ontkend, maar gerelativeerd. Men kon andere leveranciers aanspreken (maar vaak is dat de Sovjet-Unie), of vervangende oplossingen zoeken (recyclage, Ersatz). Daarenboven zou de zwarte bevolking zelf op een boycot aandringen, zelfs als haar dat nadeel berokkent op korte termijn. Een enquête van de zwarte universiteit van Johannesburg wees evenwel uit dat maar 40% van de zwarten voor sancties is.

Eind oktober 1986 moest president Reagan toch toegeven aan de druk van het Amerikaans Congres dat het presidentièle veto tegen sancties ongedaan gemaakt had. De strafmaatregelen hielden investeringsbeperkingen, een beperkt in- en uitvoerverbod en een verbod op de verkoop van Krugerrands in. De Zuidafrikaanse luchtvaartmaatschappij kreeg geen landingsrechten meer in de VS. Sindsdien is de uittocht van Amerikaanse multinationals nog groter geworden. Vele firma', die weggingen leden echter verlies of stelden Zuidafrikaanse rentmeesters aan die dank zij ijzersterke contracten verder beroep mogen doen op de know-how of de wisselstukken van het vroegere moederbedrijf. Ook de ministers van buitenlandse zaken van de EG beslisten in dezelfde periode over gelijkaardige sancties.

Ook op het politieke terrein heeft de blanke regering haar beleid wat aangepast. In 1984 werd de grondwet gewijzigd. De politieke instellingen werden geherstructureerd. Al in 1981 was de blanke Senaat afgeschaft. Nu werd een drie kamersysteem ingesteld: een Volksraad (voor de blanken), een Raad van Vertegenwoordigers (voor kleurlingen) en een Raad van Afgevaardigden (voor Indiërs). Het aantal niet-blanken dat aan de stemming deelnam, lag laag. Velen boycotten dit initiatief omdat de meerderheid van de bevolking - de zwarten - nog geen nationale politieke inspraak gekregen hadden en omdat de inspraak in de realiteit bescheiden was.

Elke Kamer mocht haar 'eigen zaken' behandelen, maar de president bepaalde deze materies. Over de 'algemene' kwesties stemmen de drie kamers. Is er geen unanimiteit, dan beslist de Presidentiële raad, waarin de blanken domineren. Het ambt van premier werd afgeschaft en Zuid-Afrika heeft nu een president die zowel staats - als regeringshoofd is zoals in de V.S. Deze president werd door de drie kamers verkozen, maar ook bier hebben de blanke leden de absolute meerderheid. Toen de Indiër - en Kleurlingenvertegenwoordigers de gevraagde volmachten naar aanleiding van de noodtoestand in 1986 niet goedkeurden - in tegenstelling tot de blanke kamer - hakte de Presidentsiële raad de knoop door en werden de speciale bevoegdheden toch aangenomen. Volgens de tegenstanders zouden deze 'toegevingen' aan de kleurlingen en de Indische bevolking enkel bedoeld zijn om hen uit het oppositiefront met de zwarten los te weken. Anderen beweren dat de nieuwe Kamerleden nu toch een kanaal hebben om hun standpunten te vertolken en dat de overheid hiermee rekening zal moeten houden. Dit initiatief zou een eerste stap zijn naar verdere toegevingen.

anc

In mei 1986 besliste de regering een Nationale Raad op te richten die moest onderzoeken of de zwarten buiten de thuislanden niet ook op nationaal niveau vertegenwoordigd zouden kunnen worden. Het ANC en de blanke ultra - nationalisten wezen dit plan meteen af. De zwarte bevolking bleef volledig rechteloos op politiek gebied. Wie buiten zijn thuisland woonde, kan of wil zijn politieke rechten in zijn homeland niet waarnemen. Enkel op plaatselijk vlak hebben de zwarten theoretisch enige inspraak gekregen. Sedert 1982 worden de zwarte woonsteden bestuurd door zwarte gemeenteraden. Hun bevoegdheid is evenwel beperkt. Ze moeten in de eerste plaats de blanke bevelen uitvoeren en beschikken over weinig financiële middelen. Ze innen de huishuren en hebben een monopolie op de drankverkoop. Ze kunnen echter geen inkomsten - belastingen heffen of een eigen politiek voeren. Veel zwarten beschouwen deze zwarte gemeenteraadsleden als 'collaborateurs' en weigeren te gaan stemmen. Uit vrees voor wraakacties stellen deze raadsleden zich niet opnieuw verkiesbaar of nemen ze ontslag.

good news

Er blijven dus nog twee apartheidsaspecten ongewijzigd. De verschillende volkeren moeten nog steeds in afzonderlijke wijken en gebieden wonen. Dit verplicht vooral de zwarten nog steeds tot urenlang pendelen. De regering had wel het verbod op gemengde huwelijken ingetrokken, maar een blank - zwart echtpaar mocht niet in een blanke wijk wonen. Wel ontstaan steeds meer centrale zakendistricten in de steden, waar zakenlui van om het even welke groep zich mogen vestigen.

De gevolgen van 100 jaar interne kolonisatie zijn nog steeds overal duidelijk aanwezig. De 15 % blanken verdienen ongeveer 60 % van alle inkomsten, 'de kleurlingen en Aziaten verdienen in verhouding tot hun aantal. De 75% zwarten daarentegen verdienen slechts 30 % van het nationaal inkomen. Ook op demografisch vlak is de discriminatie zichtbaar: een blanke wordt gemiddeld 69 jaar, een zwarte maar 55 jaar. Voor 330 blanken is er één arts; één dokter in de zwarte gemeenschap werkt gemiddeld evenwel voor 12000 mensen.

Sedert de grondwetsherziening van 1984 was het zwarte verzet weer sterker geworden. De ontgoocheling over het uitblijven van stemrecht voor de zwarten was groot. Vooral de zwarte jongeren die de koloniale toestanden niet meegemaakt hebben, zijn de discriminatie beu. De toestand is voor de zwarte bevolking op een aantal vlakken verbeterd, maar de ontevredenheid is niet afgenomen. De zwarten zijn van oordeel dat de veranderingen te traag gaan. Ze voelen zich ook sterker dan ooit. Er is een massa - beweging gegroeid van studenten, vrouwen, jongeren, vakverenigingen en anderen.

Het verzet was ook steeds gewelddadiger geworden. Sedert enkele jaren waren de aanslagen niet meer alleen op overheidsinstallaties gericht, maar worden ook onschuldige het slachtoffer. Vooral de jongeren schuwen het geweld niet en gebruiken lugubere methodes om collaborerende zwarten een lesje te leren. Het verschil tussen verzet en banditisme is vrij onduidelijk geworden. Een aantal zwarten, die zeer discreet door de overheid gesteund worden, vormen milities om de jongeren uit te schakelen (wildoeke of vigilanies). Sommige wijken in de steden van de zwarten zijn dan ook slagvelden geworden. De overheid beperkte zoveel mogelijk de uitzaaiing van het geweld. De leden van de militante zwarte verzetsbewegingen probeerden zoveel mogelijk de zwarte wijken onder controle te krijgen en collaborateurs uit de weg te ruimen: zwarte gemeenteraadsleden, politieagenten of zwarte zaakvoerders. Ook zwarte scholen zijn een doelwit: hier worden de zwarten gevormd tot gehoorzame burgers. Vele radicalen willen geen 'opvoeding tot vrijheid', maar 'eerst vrijheid, daarna opvoeding'.

Op 5 november 1987 werd de eerste van de historische prominente anti - apartheidsstrijders die in 1964 veroordeeld waren, vrijgelaten. Dat was Govan Mbeki, de vader van de huidige president.


De opening die op die manier gecreëerd werd, kreeg echter nog tegenwind: begin 1988 werden bijvoorbeeld nog vergaande beperkingen opgelegd aan 17 anti - apartheidsorganisaties. En er kwam ook tegenwind van de "verkrampten": De Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB), een fascisitisch geöriënteerde beweging van blanke boeren, vroeg de oprichting van een exclusief blanke staat die zou bestaan uit Transvaal, Oranje - Vrijstaat en het Noorden van Natal.

Het einde van de apartheid

Ondanks die laatste stuiptrekkingen werd duidelijk dat het einde van de Apartheid in zicht was. In 1988 werd Nelson Mandela overgebracht van de Pollsmoor - gevangenis in Kaapstad, waar hij intussen verbleef, naar de Victor Verster gevangenis in Paarl waar hij van een half open regime kon genieten. In juli 1989 werd hij zelfs door president Botha ontvangen voor een gesprek. Tussendoor - in oktober 1988 - waren er voor het eerst gemeenteraadsverkiezingen geweest voor alle rassen, maar de opkomst van de zwarte bevoliking was tot 25% beperkt gebleven.

In augustus 1989 trad P.W. Botha af als president en werd opgevolgd door de ex-minister van onderwijs, Frederik Willem De Klerk. Plots ging alles in stroomversnelling.

Op 15 oktober 1989 werden Walter Sisulu en 7 andere prominente ANC-leiders vrijgelaten. Tegelijkertijd liet de regering op verschillende manieren blijken bereid te zijn tot onderhandelingen met o.a. het ANC. Die nieuwe openheid manifesteerde zich op verschillende manieren: ondanks het feit dat het ANC nog altijd een verboden partij was, kon in een stadion nabij Soweto een viering van de vrijlating van de gevangenen doorgaan die 70.000 zwarten op de been bracht en in Johannesburg konden meer dan 4.500 vertegenwoordigers van 2.128 verschillende organisaties ongestoord een Conferentie voor een Democratische Toekomst houden.

Toen volgde de klap op de vuurpijl: de onvoorwaardelijke vrijlating, op 11 februari 1990, van het boegbeeld van de Anti-Apartheidsstrijd, Nelson Mandela. Hij had niet minder dan 27 jaar in gevangenschap doorgebracht. In minder dan geen tijd werden alle wetten die de rechten van zwarten beperkten ingetrokken, en de thuislanden werden uiteraard afgeschaft.

de klerk en mandela

Het hoogtepunt kwam er in 1994, met de eerste democratische verkiezingen in de geschiedenis van Zuid-Afrika, de eerste waaraan iedereen, ongeacht zijn huidskleur, kon deelnemen. Het ANC behaalde de overwinning en Nelson Mandela werd de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

i am not destroing

President Mandela stond voor een onmenselijke taak. Velen verwachtten dat het land meteen zou verzinken in chaos en burgeroorlog, maar dat is niet gebeurd, en dat is voor een groot deel zijn verdienste.

Mandela slaagde erin om niet alleen de vrede te bewaren tussen de verschillende bevolkingsgroepen, maar om ook sociale programma's op te starten die de achterstelling van de zwarte bevolking moesten aanpakken. Misschien hebben die programma's tot nu toe niet helemaal beantwoord aan de verwachtingen van de bevolking, maar de kloven die moeten gedicht worden zijn dan ook bijzonder groot.

In 1999 tenslotte, na één ambtstermijn, trad Mandela af en werd Thabo Mbeki de nieuwe president van Zuid-Afrika.

De opbouw van een nieuwe samenleving

De opbouw van een democratie in een land dat zo lang verscheurd geweest is door ongelijkheid, interne tegenstellingen en bloedige burgeroorlogen loopt niet van een leien dakje. Het geweld dat gegroeid is uit dit verleden van apartheid maakt nog altijd deel uit van het dagelijks leven op veel plaatsen in Zuid-Afrika. Maar, zoals gezegd: wat velen hadden gevreesd, namelijk dat het land meteen zou verzinken in een chaos, dat is niet gebeurd. En dat op zich is een succes.

administratieve kaart

Alleen moeten in het nieuwe Zuid-Afrika volkeren leren samenleven die mekaar enkel als tegenstanders of verdrukkers hebben gekend. Het verleden kan niet ongedaan worden gemaakt. De Afrikaners zijn nog lang niet vergeten hoe hun voorouders hebben geleden in de concentratiekampen van de Britten, de zwarten en kleurlingen zijn niet vergeten hoe zij van hun grond werden verdreven en hoe hen beetje bij beetje al hun rechten én hun menselijke waardigheid werden ontnomen. En iedereen, zowel blank als zwart als kleurling, moet leren omgaan met dat gruwelijk stuk verleden dat Apartheid heette.

Het is in dit kader dat de Waarheids- en Verzoeningscommissie moet worden gesitueerd. Deze commissie werd opgericht op initiatief van Aartsbisschop Desmond Tutu. Het is een absoluut uniek initiatief dat tot doel had om te achterhalen wat precies gebeurd is in die jaren van Apartheid. Duizenden slachtoffers en daders konden komen getuigen, met de garantie dat amnestie zou worden verleend, als start van een grote verzoeningsbeweging. Geen doofpotoperatie dus in Zuid-Afrika: wat mis gelopen is moet worden erkend en uitgesproken om dan verder samen te kunnen leven en een nieuwe maatschappij te kunnen opbouwen.

Verder moet de Zuid-Afrikaanse maatschappij opboksen tegen een aantal levensgrote problemen. Om te beginnen zijn er de armoede en de werkloosheid die grote groepen van de bevolking treft. Voor velen is dat synoniem van een uitzichtloze situatie: geen scholing, dus geen werk, dus geen behoorlijke woning, dus geen goede gezondheidszorg of sociale zekerheid, dus geen mogelijkheden om de kinderen een behoorlijke opvoeding te geven... en zo is de cirkel rond.

10 years freedom

 

De regeringscommissie die na 10 jaar beleid de balans op maakte

Zie verder deel 7  Van Kaapkolonie tot een democratisch Zuid-Afrika Deel 7