We hebben 274 gasten online

De overrompelende Duitse hereniging

Gepost in Duitsland

BRD-DDR

 

De overrompelende Duitse hereniging

De invloed van het verrassingselement op het eenwordingsproces

'As so few experts predicted the revolutions of 1989/91, all the more experts ca/led ex eventu these revolutions predictable , aldus de Amerikaanse historicus Fritz Stem.

Eenzelfde opmerking is van toepassing op de Duitse eenwording. Achteraf gezien lijkt de Duitse vereniging een logisch gevolg van de revolutie in Oost-Europa in 1989, maar precies een jaar eerder zou een voorspelling in deze richting niet serieus zijn genomen. In dit artikel wordt betoogd dat het van doorslaggevend belang was voor het verloop van het eenwordingsproces dat de vereniging door niemand was voorzien.

Egon Krenz, die vlak voor de val van de Muur de leiding kreeg in de DDR, ging recentelijk nog uitvoerig in op het verrassingseffect van de gebeurtenissen begin november. De SED-leiding was gewaarschuwd dat op 4 november 1989 een menigte demonstranten in Berlijn zou proberen de grensovergang bij de Brandenburger Tor te bestormen. In reactie werd het bevel uitgevaardigd dat opening van de Muur niet zou worden toegestaan, maar dat bij het nemen van tegenmaatregelen geen vuurwapens mochten worden gebruikt.

Hoewel die bestorming nooit heeft plaatsgevonden bleef het bevel gelden. De massale demonstraties en het vertrek van honderdduizenden DDR-burgers via de gaten in het IJzeren Gordijn zetten de SED-leiding met de rug tegen de muur.

Op 7 november werd tijdens een vergadering van het politbureau besloten de meeste reisbeperkingen uit de DDR-wet te schrappen en dus de Oost-Duitse grens te openen. Op 9 november maakte persvoorlichter Gunter Schabowski dit voornemen openbaar. Maar hij had zich slecht voorbereid. Hij rommelde wat in zijn papieren en zei abusievelijk dat de grens 'ab sofort' geopend was; een dag te vroeg want de grenswachters waren nog niet ingelicht.

Onmiddellijk trokken duizenden mensen naar de grenzen van de DDR. De grenswachten werden volkomen verrast. Stasi-hoofd Erich Mielke belde op naar Krenz en vroeg hem wat hij moest doen. 'Wie wurdest Du es machen?', antwoordde de SED-leider. 'Der Generalsekretar bist Du', repliceerde Mielke.

Zelfs voor de leiders van de DDR kwam de val van de Muur onverwacht.

Internationaal was de verbazing nog veel groter. Bondskanselier Helmut Kohl was net begonnen met een staatsbezoek aan Polen en het merendeel van de Duitsland-correspondenten was met hem mee gereisd. Daardoor kon haast niemand verslag doen van de gebeurtenissen in Berlijn. Pas op 10 november in de namiddag keerde de kanselier terug in Duitsland.

Al snel werd duidelijk dat niet alleen hij was overvallen door de gebeurtenissen. In de internationale politiek bleek niemand zich te hebben voorbereid op deze plotselinge opening van de grenzen. Er was sprake van een totale 'wirwar van meningen', zoals de historicus Gordon Graig het omschreef. Geen enkele regering kon terugvallen op een draaiboek 'hoe te handelen in een Muur-loos Duitsland'.

Achteraf gezien is de val van de Muur eerder logisch dan verrassend. Al een half jaar was het onrustig in de DDR en sinds september werd er massaal gedemonstreerd. Het land liep leeg via nota bene de Oostblokgrenzen en het rigide beleid van de DDR-regering werd niet langer gesteund door de enige legitimiteitswaarborg, de Sovjet-Unie.

'Anyone who thought that it was normal to live with a wall through Berlin was not quite normal. It was more normal to take a bus from the Alexanderplatz to Bahnhof Zoo. Altogether, it was more normal for a nation that had once been united in a single state again to live in one', zegt ook de Britse historicus Timothy Garton Ash. Maar dat is wijsheid achteraf.

Zur Uberwindung der deutschen Teilung

Niet alleen de val van de Muur kwam onverwacht, ook de Duitse eenwording verscheen voor velen als een verrassing op de agenda. Ondanks de revolutionaire ontwikkelingen in de DDR en de opening van de grenzen, leek het alsof niemand serieus rekening hield met een spoedige vereniging.

Dit bleek bijvoorbeeld op 27 november 1989, een cruciale dag in het eenwordingsproces. Op die dag maakte Helmut Kohl zijn roemruchte tien-punten-plan 'zur Uberwindung der deutschen Teilung' bekend in de Bondsdag.

De bondskanselier eiste dat de Oost-Duitse regering enkele hervormingen zou doorvoeren voordat de Bondsrepubliek bereid was om vergaande steun te verlenen. De Duitse Kwestie

moest met de Europese ontwikkelingen en de Oost-West-betrekkingen worden verbonden. Kohl noemde hierbij met name de Europese Gemeenschap en de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE).

De doelstelling van het hele programma werd in punt tien samengevat:

'Mit dieser umfassenden Politik wirken wir auf einen Zus tand des Friedens in Europa hin, in dem das deutsche Volk in freier Selbstbestimmung seine Einheit wiedererlangen kann'.

In het plan gaf Kohl ook aan hoe hij verwachtte dat het proces zou verlopen: eerst zou er een verdragsgemeenschap ontstaan tussen de twee Duitse staten, dan zouden er 'confederatieve structuren' moeten komen en ten slotte een federatie. Hij gaf geen tijdslimiet voor de Duitse eenwording, maar zei er zeker van te zijn 'dag die Einheit kommen wird, wenn die Menschen in Deutschland sie wollen'.

In een vertrouwelijk gesprek met zijn adviseur voor buitenlandse zaken, Horst Teltschik, openbaarde Kohl die dag dat hij ervan uitging dat dit proces ongeveer vijf of misschien wel tien jaar zou gaan duren.

Het tien-punten-plan sloeg in de internationale politiek in als een bom. In Frankrijk, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie werd woedend gereageerd. Kohl had hen, zo meenden vooral Margareth Thatcher en Francois Mitterrand, vooraf moeten inlichten over de inhoud van zijn voorstel. Hij zou met zijn plannen de ontwikkelingen in de DDR in een gevaarlijke stroomversnelling hebben gebracht en Moskou kon dit opvatten als een provocatie.

Alleen de Amerikanen reageerden positief. Ook zij waren verrast, maar inhoudelijk konden ze zich wel vinden in de voorstellen van de bondskanselier. De grote winst die Kohl met het tienpunten-plan boekte was dat hij het initiatief inzake de Duitse kwestie naar zich toe had getrokken. Hij zou het niet meer uit handen geven.

Die heftige kritiek op Kohl kwam vooral voort uit emotionele overwegingen. Thatcher maakte er geen geheim van dat ze bang was voor een herhaling van de geschiedenis. Inhoudelijk gaf het tien-punten-plan helemaal geen aanleiding voor zo veel verontwaardiging.

Vooral het onaangekondigde voornemen van Kohl om naar een vereniging te streven schoot bij de grote regeringsleiders in het verkeerde keelgat. Klaarblijkelijk had geen van hen er rekening mee gehouden dat de leider van de West-Duitse regering de eenwording ter sprake zou brengen. En dat terwijl alweer bijna drie weken eerder de Muur was gevallen, er dagelijks duizenden Oost-Duitsers de Bondsrepubliek binnentrokken om een nieuw leven op te bouwen, de situatie in de DDR uiterst explosief bleef, in de straten van Leipzig en Berlijn eenwordingsleuzen de boventoon voerden, in de pers talrijke artikelen over de kansen op een vereniging verschenen en in de Duitse grondwet was vastgelegd dat elke Bondsregering de plicht had de vereniging van de Duitse natie na te streven.

Het was niet alleen verbazingwekkend dat men verrast werd door het initiatief van Kohl. Wat ook opvalt is dat geen enkel ministerie van Buitenlandse Zaken, op dat in Washington na, er sinds de val van de Muur in was geslaagd om een weloverwogen standpunt te formuleren over de Duitse kwestie.

Zelfs de West-Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Hans-Dietrich Genscher, werd volkomen overvallen door het tien-punten-plan. Kennelijk leek een Duitse eenwording zó onwaarschijnlijk dat zelfs na 9 november niemand er serieus rekening mee wilde houden. Het gebrek aan voorspelbaarheid had de meeste toeschouwers volledig verlamd.

De Duitse revolutie kwam in de ogen van velen uit de lucht vallen. Ondanks dat werd Duitsland minder dan een jaar na de val van de Muur in vrede verenigd, daarbij gesteund door al zijn buren en door een overgrote meerderheid van de eigen bevolking. Dat werpt automatisch de vraag op in hoeverre het proces anders zou zijn verlopen als men zich eerder had gerealiseerd dat de Duitse eenwording voor de deur stond.

Een dergelijke if-vraagstelling wordt door veel historici als een doodzonde gezien, maar zij lijkt in dit geval wel degelijk gerechtvaardigd. Voor het verloop van het eenwordingsproces was namelijk juist het overrompelingselement van doorslaggevend belang.

'Wir sind ein Volk'

Het was de Oost-Duitse bevolking die het in 1989 onvermijdelijk maakte om over vereniging te spreken. De massale demonstraties zorgden voor een constante druk op de SED-leiding. De exodus richting de Bondsrepubliek verhoogde deze niet alleen, maar dwong ook de West-Duitse regering tot handelen.

Vanaf mei 1989 begon de Oost-Duitse oppositie bijeenkomsten te organiseren, die vooral vanaf september steeds meer deelnemers trokken. Tijdens deze protestbijeenkomsten werd een breed scala aan voorstellen op tafel gelegd, maar het streven naar Duitse eenwording hoorde hier niet bij. De eisen spitsten zich toe op meer democratie, vrijheid om te reizen, een beter milieu, afschaffing van de Stasi-dictatuur en uitbreiding van de consumptiemogelijkheden.

Kenmerkend voor de ideeën van de oppositie was een slogan van de nieuwe politieke partij Demokratischer Aufbruch uit oktober 1989: 'Het politieke doel is een democratische, sociale en ecologische maatschappij met voortzetting van de socialistische traditie'.

Veel oppositieleden waren helemaal geen voorstander van de opheffing van de DDR. De afkeer van het kapitalisme was eerder norm dan uitzondering.

Pas na de val van de Muur veranderde het karakter van de protesten: een steeds groter deel van de bevolking geloofde niet meer in de zelfredzaamheid van de DDR en begon te schreeuwen om vereniging. De kleine kern die bang was om een 'Kohlplantage' te worden en die een nieuwe socialistische staat binnen de bestaande DDR-grenzen wilde maken, verdween in de marge van de politiek.

De vraag in hoeverre de oppositie zich in deze eerste maanden van protest anders zou hebben opgesteld als zij zich van begin af aan had gerealiseerd dat deze acties zouden leiden tot de eenwording, is niet te beantwoorden. Feit is dat de behoefte aan een diepgaande verandering van het systeem in de DDR enorm was. De vereniging speelde bij het hervormingsstreven aanvankelijk geen rol, maar het uitblijven van vergaande maatregelen door de nieuwe SED -leiding deed de roep om hereniging vanzelf aanzwellen.

De transformatie van de slogan 'Wir sind das Volk' in 'Wir sind ein Volk' was de Duitse versie van 'Geen woorden, maar daden'. De rol van de oppositieleiders was in de periode tot november 1989 van cruciaal belang. Daarna nam de straat het over.

'Die DDR sei reformierbar'

Veel interessanter is de vraag wat er gebeurd zou zijn als de demonstranten vanaf het begin om eenwording hadden geroepen.

Zowel de SED onder leiding van Krenz als bijvoorbeeld Sovjetleider Gorbatsjov was ervan overtuigd dat 'socialisme met een menselijk gezicht' in de DDR een reële optie was.

'Der Herbst von 1989 war NICHT der Beginn der Wende in die Richtung einer deutschen Einheit. Es war eine Wende in die Richtung eines reformierten Sozialismus, wie in den UdSSR, wie bei Gorbatschow. Es war nie meine Absicht die DDR in die BRD eintreten zu lassen. Ich bin in der Uberzeugung angetreten, die DDR sei reformierbar', aldus Egon Krenz tien jaar later.

Zou er niet veel harder zijn ingegrepen of juist veel verdergaand zijn hervormd als de leden van het politbureau eerder hadden beseft dat hun beleid uiteindelijk een belangrijke aanzet zou blijken voor de opheffing van de DDR?

Waarschijnlijk wel. En dus kan men voorzichtig concluderen dat de kansen op de vereniging vanaf november 1989 aanzienlijk waren, juist omdat de eenwording tot op dat moment letterlijk ondenkbaar was.

Nog fascinerender is het om te bedenken wat de eindeloze stoet Oost-Duitsers die hun land verlieten, zou hebben gedaan als zij had beseft dat de eenwording op komst was.

De leegloop was zonder meer een van de belangrijkste katalysatoren in het eenwordingsproces. Deze ontwrichtte de toch al wrakke economie van de DDR nog verder, zaaide onrust binnen de SED en dwong de Oost-Duitse regering tot het invoeren van vrijheid van reizen. Bovendien móest de West-Duitse regering zich nu wel mengen in de situatie van het buurland. De 'Ubersiedler' werden op deze schaal (in november trokken 133.400 DDR-burgers naar de Bondsrepubliek) zowel logistiek als economisch een te zware belasting voor de Bondsrepubliek. Daarmee vormde de exodus een krachtig — en veel gebruikt — argument voor Kohl om snel en actief over te gaan tot het nemen van drastische maatregelen. Kortom: zonder exodus zou het een-wordingsproces geheel anders zijn verlopen.

De belangrijkste reden voor de Obersiedler om hun land te verlaten was dat zij de (economische) situatie in de DDR uitzichtloos achtten en van het gat in de grens gebruik wilden maken om hun land te verlaten voor het te laat was.

Niet zozeer het uitzicht op hervormingen, als wel de vergroting van de kans op vereniging bleek de leegloop te remmen. Pas na de verkiezingen in maart 1990, waarbij de Oost-Duitsers voor de vereniging stemden, kwam de exodus definitief tot stilstand. Klaarblijkelijk was het uitzicht op vereniging met het rijke West-Duitsland genoeg reden om thuis te blijven én kennelijk was men daarvan niet overtuigd tot in december 1989. Pas toen begonnen de vluchtelingencijfers af te nemen.

Het feit dat men in 1989 geen rekening hield met een spoedige eenwording was dus een belangrijke reden voor de reusachtige omvang van de vluchtelingenstroom en het was precies die massaliteit die de druk in de Duitse snelkookpan zo hoog opvoerde. Ofwel, het eenwordingsproces werd versneld juist omdat niemand de vereniging zag aankomen.

De spagaat van Gorbatsjov

Naast de maatschappelijke, interne ontwikkelingen was de situatie in de internationale politiek van grote invloed op het eenwordingsproces. Het gedeelde Duitsland was een product van de eindeloos geachte Koude Oorlog. De val van de Muur vereiste daarom een groot aanpassingsvermogen van de hoofdrolspelers op het internationale toneel. Hoe moesten zij reageren op dit abrupte en niet geregisseerde einde aan de status quo? Alleen zij die in de gaten hadden dat de val van de Muur onmiddellijk een tot voor kort ondenkbaar scala aan mogelijkheden creëerde, bleken in staat om van de verrassing te profiteren.

Van alle deelnemers in het internationale proces nam Michail Gorbatsjov misschien wel de meest gecompliceerde positie in. Achteraf gezien is het ironische dat in het hele eenwordingsproces voortdurend rekening werd gehouden met Gorbatsjov, terwijl hij — zoals toen door sommigen al werd vermoed en later ook is gebleken — nauwelijks in staat was om invloed uit te oefenen op de gang van zaken. Gorbatsjov was politiek niet meer in staat om initiatieven te nemen en te sturen. Hij kon alleen nog maar reageren en werd door de omstandigheden gedwongen om ad hoc-besluiten te nemen.

Maar desondanks konden de Westerse bondgenoten, gewaarschuwd door het verleden, niet anders dan zeer behoedzaam en omzichtig met Moskou omgaan. Hoeveel signalen Gorbatsjov ook gaf dat hij niet zou ingrijpen in de DDR, Kohl en Bush bleven op eieren lopen. En terecht, want nog in het voorjaar van 1990 probeerden conservatieve elementen, onder andere uit de legertop, Gorbatsjov tot een militair ingrijpen over te halen.

Gorbatsjov had zichzelf al veel eerder in een hoek gemanoeuvreerd, waardoor hem de middelen waren ontnomen om het tij te keren. De nieuwe koers in de buitenlandse politiek — onder meer de ontwapeningsonderhandelingen met het Westen — stond in dienst van de binnenlandse hervormingen: Gorbatsjov probeerde door middel van glasnost en perestrojka zijn land er weer bovenop te krijgen. Daarmee maakte hij echter onbedoelde en onbeheersbare krachten los. Zij werden de Sovjet-Unie uiteindelijk fataal.

In de Oostbloklandenlanden sloegen hervormers en oppositie hun eigen weg in en ook binnen het Sovjetrijk kregen onafhankelijkheidsbewegingen een kans: de onrust in de Baltische staten had uiteindelijk de afbrokkeling en de ineenstorting van de Sovjet-Unie tot gevolg. Zo had Gorbatsjov het nooit bedoeld.

Daarbij kwamen nog eens de partijpolitieke problemen. Iedereen, inclusief Gorbatsjov en zijn minister van Buitenlandse Zaken Sjevardnadze, verkeerde in voortdurende onzekerheid over hoe lang zij nog konden aanblijven. Een staatsgreep, zo bleek nog geen twee jaar later, was niet ondenkbaar. Maar ook een bureaucratische machtsgreep was mogelijk: dat Gorbatsjov en Sjevardnadze de Russische partijdag in juli 1990 overleefden stond van tevoren helemaal niet vast. Als zij hier geen mandaat van de Doema hadden gekregen, zou het eenwordingsproces in gevaar zijn gekomen.

Wat had de Sovjet-Unie kunnen doen om de Duitse eenwording tegen te houden?

Het antwoord leidt hoe dan ook naar 1985, toen Gorbatsjov tot partijleider werd benoemd. Gorbatsjov kon in 1985 niet anders dan hervormingen doorvoeren en hij kon daarna ook niet anders dan de gevolgen hiervan accepteren. Hij zette ontwikkelingen in gang die vervolgens niet meer waren terug te draaien.

De enige manier om dit proces resoluut te stuiten was een militair ingrijpen. Dat zou het einde hebben betekend voor glasnost en perestrojka, voor Gorbatsjov en Sjevardnadze en voor de Sovjet-economie. Het is nooit een serieuze optie geweest voor de Sovjetleider, ondanks de massieve druk van de legerleiding.

Omdat Gorbatsjov nooit overwoog militair in te grijpen, was de diplomatie des te belangrijker. Maar ook hier belandde de Sovjet-leider vanwege zijn eigen beleid in een moeizame spagaat. Met zijn ene been stond hij in het Westen: alleen met behulp van Westerse leningen kon hij in Moskou zijn hachje redden. Bovendien moest Gorbatsjov zorgen dat de Sovjet-Unie een stem behield in Europa en opgenomen zou worden in de nieuwe politieke en veiligheidsstructuren. Hiervoor moest hij compromissen sluiten en de verhouding met de belangrijkste westerse landen goed houden.

Gorbatsjov had dan ook weinig zin in conflicten met het Westen over de Duitse vereniging. Bovendien achtte hij de eenwording onvermijdelijk en had hij begrip voor de Duitse verenigingswens.

Met zijn andere been stond hij in Moskou. Hier werd hij fel aangevallen vanwege het verdwijnen van het Oostblok uit de Russische invloedssfeer. Hij moest het hoofd bieden aan de Litouwse opstand en hij moest vechten voor zijn geloofwaardigheid bij de Sovjet-burgers die genoeg hadden van de economische crisis en de lege winkels.

Zijn politieke vijanden hielden hem scherp in de gaten. Zij verwachtten een onverbiddelijke houding ten aanzien van de DDR. Vanaf april vergezelde de legertop Gorbatsjov tijdens internationale ontmoetingen om er op toe te zien dat hij zijn troeven niet verspeelde.

Deze spagaat maakte dat Gorbatsjov geen helder beleid kon voeren. Duidelijkheid en directheid zouden hem in ieder geval op één van beide fronten problemen opleveren. Het gevolg hiervan was dat Gorbatsjov een wispelturige, onzekere indruk maakte. Bush en Kohl sprongen daar handig op in: voor het oog van de wereld werden de Russen in hun waarde gelaten, maar in besloten kring werden zij telkens geïsoleerd.

Gorbatsjov werd uiteindelijk door Kohl afgescheept met vijftien miljard mark, een schijntje in vergelijking met de totale kosten van de eenwording.

Als de leiders in het Kremlin hadden kunnen voorzien dat Gorbatsjovs hervormingen uiteindelijk het einde van de Russische invloed in Europa en een decimering van het Sovjet -rijk tot gevolg zouden hebben, zou Gorbatsjov nooit aan de macht zijn gekomen. Beredeneerd vanuit de Duitse vereniging is het maar goed dat de eenwording zo onverwacht en zo snel kwam. Als de eenwording was voorspeld zou Gorbatsjovs buitenlandse politiek waarschijnlijk in de kiem zijn gesmoord door zijn politieke tegenstanders.

De gevreesde Russische ingreep in Oost-Europa, vergelijkbaar met die in '53, '56, '68 en '80, zou dan wel degelijk hebben plaatsgevonden.

Tot in januari 1990 bleven conservatieve krachten in de Sovjet-Unie op een militair optreden aandringen. De overrompelende snelheid van de eenwording stelde hen echter voor een fait accompli. Het hoge tempo van het onverwachte eenwordingsproces was dus niet alleen Duitslands redding, maar ook die van Gorbatsjov.

De uitkomst van het eenwordingsproces was voor de Sovjetleider echter een nederlaag en voor Kohl een overwinning. Door de beperkte bewegingsruimte die Gorbatsjov dankzij zijn eigen beleid had, lukte het niet om de Russische troeven tijdens de onderhandelingen over Duitsland optimaal uit te spelen.

Partnership in leadership

De Verenigde Staten bleken veel beter in staat om het verrassingselement uit te buiten. Amerika was de eerste natie die de Duitsers zonder voorbehoud feliciteerde met de val van de Muur. En ook het tien-punten-plan werd niet gekraakt. President Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken James Baker hadden maar één eis: Duitsland, dus ook een verenigd Duitsland, moest volwaardig lid van de NAVO blijven.

Vanaf de presentatie van het tien-punten-plan tot het verlossende ja-woord van Gorbatsjov in de Kaukasus in juli 1990 was het de ondersteuning van de Amerikaanse regering die alle zetten van Kohl in de internationale politiek legitimeerde en kracht bijzette.

Doordat Bush onvoorwaardelijk achter Kohl stond, konden Thatcher en Mitterrand niet anders dan volgen. Niemand wilde tenslotte als dwarsligger bestempeld worden en hierdoor aan de zijlijn van het diplomatieke spel komen te staan. Zo kon het westerse blok gesloten blijven en werd Gorbatsjov, op een weliswaar zeer behoedzame manier, geïsoleerd.

Achteraf lijkt de houding van Amerika te getuigen van visie, van vertrouwen en van standvastigheid. Al in mei 1989 riep Bush Gorbatsjov op om van Europa 'een gemeenschappelijk huis' te maken en de Europese deling op te heffen. De Bondsrepubliek werd verklaard tot 'Partner in Leadership'. En nog voor de val van Muur gaf hij publiekelijk aan voor een eventuele Duitse vereniging te zijn.

Na de Duitse eenwording leken deze steunbetuigingen onderdeel van een vooropgezet plan. Dit beeld werd nog eens versterkt door Genscher en Kohl die nooit zijn opgehouden hun loftrompet uit te steken voor Bush en Baker, zonder wie zij het toch allemaal nooit gered zouden hebben.

Maar hoewel de invloed van de Amerikanen op het eenwordingsproces onbetwist is, kan enige nuancering worden aangebracht in hun intenties. Uit de geschriften van direct betrokkenen in de Amerikaanse regering is gebleken, dat het beleid tot november op zijn minst zwalkend is te noemen. Of nog stelliger: er was helemaal geen beleid.

'Because our focus was on Eastern Europe in 1989, the emerging prospects of unification that autumn had caught us almost completely by surprise. Our reaction was ad hoc rather than strategic. (...) unification remained a distant dream. As a result we had not done comprehensive planning in advance and we had to scramble our act together',

staat in het boek A World Transformed van George Bush en zijn veiligheidsadviseur Brent Scowcroft.

Cover Val Muur De Tijd

De vreedzame revoluties eisten de volledige aandacht op en alle ogen waren gericht op de reactie van Gorbatsjov. In de zomer van 1989 was er nauwelijks contact op presidentieel niveau met Kohl en de ambassadeur in Bonn werd verzocht niet op de zaken vooruit te lopen toen hij over de Duitse kwestie sprak. Bovendien hadden de Verenigde Staten zich nooit met de DDR bemoeid. De West-Duitse regering leek de relatie met dit satellietstaatje van Moskou prima te kunnen beheren. En als er echt iets wezenlijks gebeurde was Moskou het aanspreekpunt, niet Honecker.

De voornoemde uitspraak van Bush om te streven naar 'een vrij en ongedeeld Europa' moet dan ook niet gezien worden als een oproep tot directe veranderingen. Officieel was de opheffing van de Europese en Duitse deling altijd al het streven van Amerika en zijn westerse bondgenoten geweest. Sinds de bouw van de Muur in 1961 was dit standpunt versteend tot een formaliteit. De Amerikanen waren er niet van overtuigd dat Moskou niet zou ingrijpen in Oost-Europa. Tot november 1989 gingen Bush en Baker dan ook niet verder dan een retorische ondersteuning van de oppositie en een voorzichtige oproep tot 'veranderingen'.

Vier principes

De val van de Muur betekende een onmiddellijk einde van deze oogkleppenpolitiek van de Amerikaanse gezagsdragers. In allerijl werd de koers uitgestippeld. Toen Kohl zijn tien -punten-plan presenteerde, kon Baker zich dan ook beroepen op 'vier principes' die de basis van het Amerikaanse beleid ten aanzien van de Duitse eenwording vormden: het Duitse volk moest zelf over zijn toekomst beslissen, een verenigd Duitsland moest lid blijven van de Europese Gemeenschap en de NAVO, de Poolse grenzen moesten worden gegarandeerd en het eenwordingsproces moest geleidelijk verlopen.

Achter deze vier principes zat uiteindelijk maar één gedachte: Duitsland moest verbonden blijven aan het Westen. Om dit af te dwingen zou Amerika de Duitsers op alle andere punten volledig vrijlaten. De vier principes stelden inhoudelijk weinig voor. Zij gaven geen enkele aanwijzing voor de invulling van het eenwordingsproces. Het was zelfs mogelijk om van eenwording af te zien. In dit opzicht sloten zij perfect aan bij de tien punten van Kohl. Niet wàt er gezegd werd, maar dàt er wat gezegd werd telde.

Kohl en Bush namen door hun stelligheid het heft in handen. Hiermee werden de andere spelers overtroefd, zij liepen telkens achter de ontwikkelingen aan. Zo konden Kohl en Bush de voorwaarden bepalen waaronder de onderhandelingen werden gevoerd.

De echte kunst van de Amerikaanse diplomatiek bestond er vanaf die dag uit om de onderhandelingspartners telkens één stapje voor te zijn en onmiddellijk te reageren op ontwikkelingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Visie was daarbij een veel te groot woord.

Zelfs in het voorjaar van 1990 toen de Oost-Duitse bevolking zich al voor vereniging had uitgesproken, waren er nog te veel onzekerheden om te kunnen voorzien dat de eenwording nog datzelfde jaar zou plaatsvinden. Gorbatsjov had nog steeds niet ingestemd met het NAVO-lidmaatschap van het verenigde Duitsland en zijn positie in het Kremlin was wankel. Pas in juni verklaarde hij in besloten kring dat Duitsland 'onder voorwaarden' tot de NAVO kon toetreden. En het was slechts te hopen dat hij niet afgezet zou worden, voordat hij die toezegging publiekelijk had gedaan.

Vooral de combinatie van flexibiliteit en standvastigheid is te bewonderen in de Amerikaanse houding. Flexibel omdat Bush en Baker telkens op het juiste moment met de juiste acties kwamen: de onmiddellijke steun van het tienpunten-plan, maar ook het voorstellen van een onderhandelingsstructuur voor de externe aspecten van de eenwording om slechts twee voorbeelden te noemen. Standvastig omdat Amerika gedurende het hele proces, dat steeds weer een voorzichtig aftasten van de situatie vereiste, volhardde in de openlijke steun aan Kohl. Deze steun bood Kohl de mogelijkheid om op zijn manier uit te voeren wat hem altijd voor ogen had gestaan: de vereniging van het Duitse volk.

Kohl de crisis-manager

Zonder enige twijfel kan gezegd worden dat Helmut Kohl het spelletje Stratego heeft gewonnen. De kracht van Kohl lag niet zozeer in zijn inzet voor de goede zaak, maar in zijn zesde zintuig, zijn politieke instinct waarmee hij feilloos aanvoelde dat zich een kans voordeed die misschien wel eenmalig was.

Achteraf is er veel kritiek gekomen op Kohl: hij zou de eenwording te snel hebben doorgedrukt, hij zou de kosten hebben onderschat en de DDR-bevolking zou te weinig inspraak hebben gehad. De vraag is echter wat het alternatief zou zijn geweest. Met welke andere oplossing zouden de DDR-burgers ervan hebben afgezien om naar het Westen te vertrekken? Natuurlijk waren er mensen die binnen de grenzen van de DDR een nieuw socialisme wilden realiseren, maar hier gold de macht van het getal. Te veel mensen schreeuwden om vereniging. Als op dat moment de vereniging op de lange baan zou zijn geschoven, zou de DDR zijn leeggelopen. En dat wilde niemand.

Ook Kohl wist van tevoren niet wanneer de vereniging zou moeten plaats vinden. In de jaren tachtig had hij zonder bedenkingen de 'Ostpolitik' van zijn voorgangers overgenomen.

Kenmerkend voor dit beleid was dat de deling van Duitsland als gegeven werd geaccepteerd. Daarmee leek de bondskanselier het signaal te geven dat ook onder een CDU-regering de vereniging voorlopig niet op de agenda zou staan. In november 1989 sprak hij nog steeds over jaren voordat de eenwording plaats zou kunnen vinden. De vorm van deze nieuwe staat was hem toen evenmin bekend. In het begin dacht hij aan een confederatie.

Dit betekent niet dat Kohl hier geen ideeën over had. Waar het om gaat is dat het niet zijn visie was, waardoor hij in het eenwordingsproces zo'n belangrijke rol kon spelen, maar zijn talent om telkens weer accuraat te reageren op de veranderende omstandigheden. Toen de wereld nog verbaasd was over de val van de Muur had Kohl al afscheid genomen van de 'Ostpolitik' en begon hij over een eenwording te praten. Toen in december iedereen nog dacht aan een jarenlang proces, voelde Kohl al aan dat haastige spoed in dit geval juist goed was.

Ook Kohl werd verrast door de ontwikkelingen in Oost-Europa. Maar als een ware crisis-manager werd hij er niet door overrompeld maar door geïnspireerd.

Duitsland 1914-1990

Ten slotte

Concluderend kan zonder meer gezegd worden dat verrassing, onvoorspelbaarheid en onzekerheid van invloed zijn geweest op het Duitse een-wordingsproces. Niet alleen zou men zich geheel anders hebben opgesteld als men zich eerder had gerealiseerd hoe levend het verlangen naar eenwording eigenlijk nog was. Ook is duidelijk geworden hoe belangrijk het was om snel in te spelen op de constant veranderende internationale en Duits-Duitse situatie.

Kohl en Bush waren in staat om snel en overtuigend te handelen. Zij profiteerden van de verrassing. Gorbatsjov, die ongetwijfeld ook een aantal mooie troeven in handen had, liet zijn beurt voorbij gaan. Alhoewel zelfs hieraan nog wel een positieve draai te geven is; als de Russen in de toekomst hadden kunnen kijken, zou Gorbatsjov nooit de beëindiging van de Koude Oorlog op zijn rekening hebben kunnen schrijven.

Barend Verheijen en Martine Kamsma in Kleio 40e jaargang nummer 8 december 1999 pagina 21 t/m 27