We hebben 219 gasten online

Ian Kershaw: Hitler Hoogmoed en Vergelding

Gepost in Duitsland

 

 

 

 

 

Hitler Kershaw deel 1Hitler Kershaw deel 2

 

 

'Speculatie is leuk voor aan de borreltafel '

 

Ian kershaw voltooide met "vergelding'definitieve Hitler-biografie

 

 

De meeste vragen die Ian Kershaw worden gesteld beginnen met: wat als? De meest gestelde is: wat als Hitler in 1938 was afgezet, verkiezingen die hij had kunnen uitschrijven had verloren, bij de intocht na de 'Anschluss' door een Oostenrijkse scherpschutter was .. omgelegd of bij een ongeluk op een van zijn eigen Auto bahnen om het leven was gekomen? Was hij dan de geschiedenis in gegaan als de grootste Duitse leider die ooit had geleefd?„Het is mogelijk", zegt de 57-jarige hoogleraar moderne geschiedenis aan de universiteit van Sheffield, die dit najaar (2000)met 'Nemesis' (Nederlandse vertaling: 'Vergelding'), na'Hubris' ('Hoogmoed') het tweede deel van wat algemeen wordt erkend als de definitieve biografie van Adolf Hitler, heeft voltooid.

„De meeste Duitsers hadden dat zonder twijfel gevonden. In vijf jaar tijd had Hitler in hun ogen de vernedering van het Verdrag van Versailles uitgewist, de werkloosheid opgelost en Duitsland zijn plaats in het centrum van de macht in Europa teruggegeven, om van het aanzien van de rest van de wereld nog maar te zwijgen, gesymboliseerd door de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Daarbij komt dat we dan waarschijnlijk Rijksmaarschalk Göring als staatshoofd hadden gekregen, die weliswaar een overtuigde nazi was, maar lang niet zo ideologisch geobsedeerd als Hitler, en vermoedelijk veel gevoeliger voor buitenlandse druk— politieke zowel als financieel-economische — had gereageerd. Maar 'wat als' telt niet, zeker niet voor een geschiedkundige."„Hoewel, ik heb één 'wat als' moment in mijn biografie gehandhaafd, hoewel dat historisch misschien niet geheel verantwoord is.

Tijdens de putsch van 1923 werd de man die arm in arm met Hitler op de eerste rij opmarcheerde door een Munchener politieman doodgeschoten. Een halve meter naar rechts gemikt en hij had misschien Hitler geraakt. Dan was de geschiedenis ongetwijfeld anders verlopen, hoewel niemand dat natuurlijk had geweten. Met andere woorden: speculatie is leuk voor aan de borreltafel – en ik maak me er geregeld schuldig aan – maar uit hoofde van zijn functie dient de historicus zich er verre van te houden.

Feiten zijn feiten."„Familiariteit kweekt minachting, zegt men toch? Ik heb dan ook-niet het gevoel dat ik me voor Hitlers postume charisma heb hoeven hoeden. Ik denk niet dat ik na een paar biertjes met hem in een kelder in Beieren een aha-erlebnis zou hebben. Zo van: nu begrijp ik waar de man het altijd over had! Begrip voor hem is overigens betrekkelijk gemakkelijk op te brengen, als je hem zo minutieus bestudeert als ik voor deze biografie heb gedaan, gemakkelijker in ieder geval dan door op basis van boeken, speelfilms en documentaires, al zijn ze nog zo goed, zoals 'Hitler' van Joachim Fest, 'Shoah' van Claude Lanzmann of 'Schindler's List' van Steven Spielberg, de Holocaust proberen te doorgronden. Want dat lukt niemand. Ook mij niet. Als puntje bij paaltje komt kan de historicus alleen maar duidelijk maken hoe de omstandigheden zijn geschapen die de verschrikkingen mogelijk hebben gemaakt.„Echte objectiviteit, laat staan neutraliteit, tegenover de man is waarschijnlijk God zelf niet eensgegeven, maar ik heb het altijd als een groot voordeel ervaren dat ik Hitler heb kunnen benaderen als een buitenstaander. Ik heb de oorlog niet bewust meegemaakt, er is niemand in mijn familie door zijn toedoen gestorven en, vooral: ik ben geen Duitser. Hitler is voor mij geen moreel trauma, wat hij voor elke weldenkende Duitser hoort te zijn, hoewel ik er tijdens mijn onderzoek genoeg ben tegengekomen die me voorhielden dat 'wij' — Duitsers en Geallieerden—tijd, geld en mankracht hebben verspild door elkaar te bekampen, in' plaats van samen ten strijde te trekken tegen de 'echte' vijand: het bolsjewisme.'

Het zou ze te denken moeten geven dat dat precies was waar de top van Nazi-Duitsland nog op hoopte toen de Russen al in Berlijn stonden."„Tijdens mijn research voor 'Hubris' ben ik gestuit op een Amerikaans romannetje waarin Hitler in 1930 bij een verkeersongeluk - dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, maar dat hij ongedeerd heeft overleefd — om het leven komt. Daarna ontvouwt zich een oersaai verhaal, dat voor een moderne historicus echter hoe langer hoe opwindender wordt. Geen herbewapening, geen Rijnland, geen Anschluss, geen Tweede Wereldoorlog, geen Israël, geen Koude Oorlog, geen Tweede, laat staan een Derde Wereld, enzovoorts, tot de wereld één grote lappendeken is, van elkaar respecterende culturen en cultuurtjes, die in vreedzame coëxistentie met elkaar leven. Dus eigenlijk de omkering van de oorzaak-en-gevolgtheorie, van de vlinder, die vandaag op de evenaar zijn vleugels uitslaat en daarmee over twintig jaar een Poolstorm teweegbrengt. Opnieuw: leuk, maar nutteloos.

"„Een goede vriend van me wilde op latere leeftijd geschiedenis gaan studeren. De minimumvoorwaarde om tot de universiteit te worden toegelaten was het 'aanvaardbaar' beantwoorden van de vraag: waardoor ontstond de Tweede Wereldoorlog? In vijftig woorden of minder! Daaruit kon de goede verstaander afleiden dat bijna elk antwoord goedgekeurd zou worden: Duitsland wilde revanche, Hitler had de werkloosheid opge lost door te herbewapenen en zat nu met al die wapens, Duitsland had gebiedsuitbreiding nodig om alle Duitssprekenden te 'stallen', IG Farben, Krupp en Siemens steunden het nationaal-socialisme, waardoor arbeid tegen een muur van geld te pletter liep, enfin, bedenk zelf maar wat. Maar mijn vriend sloeg spontaan op tilt. De vraag was hem al te groot, laat staan het antwoord.

De meeste mensen voelen zich hulpeloos, bij de gedachte aan de Tweede Wereldoorlog. Ik soms! Alles weten is niet alles begrijpen. Het kán overigens wel in vijftig woorden of minder. In tien! Duitsland wilde zijn status van vóór de Eerste Wereldoorlog terug. Zo simpel is het óók.Er zijn collega's die menen dat Hitler zich als het ware versprak, toen hij in januari 1939 in een toespraak tot de Rijksdag zei dat, mocht het internationale jodendom erin slagen de wereld in een oorlog te storten, het resultaat niet de vernietiging van de wereld, maar die van het jodendom zou zijn. Dit in het licht van zijn kennelijke verbazing in december van datzelfde jaar, toen Frankrijk en Engeland Duitsland daadwerkelijk de oorlog verklaarden, nadat het Polen was binnengevallen. De tekst van de bewuste toespraak is weliswaar verloren gegaan, maar uit memoires van secretaresses valt al op te maken hoe nauwgezet Hitler toespraken, en zeker belangrijke als deze, voorbereidde. Hij liet ze rustig uit bed halen om een bepaalde strofe, één keer zelfs een bepaald leesteken, te veranderen. Privé, of in kleine kring, kon hij uren raaskallen, in het openbaar wist hij precies wat hij zei. Ik verklaar zijn verbazing zelf uit het feit dat de latere Geallieerden een jaar daarvoor in de zogenaamde Tsjechische crisis nog de facto gecapituleerd hadden en hij zich niet voor kon stellen dat ze moeilijkheden zouden maken over de inname van een 'Duitse' stad als Danzig, terwijl ze dat niet hadden gedaan over Rijnland, Oostenrijk en'Sudetenland'.

Met de inval in Polen begon Hitler consequent zijn hand te overspelen, maar pas na de inval in de Sovjet-Unie zou hij de, steeds groter wordende, rekening gepresenteerd krijgen."„Natuurlijk was de regering Chamberlain te laat met zijn oorlogsverklaring, maar die vereiste toch enige moed, want. Groot-Brittannië was op geen enkele wijze voorbereid op een militair conflict van enige importantie. Het is voor het land maar goed dat, op het moment dat de hel echt losbrak, Winston Churchill premier was. Chamberlain mag dan Hitler de oorlog hebben verklaard, in zijn kabinet zaten nog mensen als Lord Halifax, die achter zijn rug om binnenskamers een 'deal with The Devil' aan het voorbereiden waren.

De capitulatie van Groot-Brittannië hielden ze daarbij in het achterhoofd als een realiteit die wellicht onvermijdelijk was. Churchill peinsde daar niet over. En hij kreeg het volk mee, door één toespraak, waarin hij 'niets dan bloed, zweet en tranen' kon beloven, in een strijd die best eens tot op Engels grondgebied,kon worden uitgevochten. Ja, ik weet dat veel mensen op het Europese continent nóg niet begrijpen waarom Churchill in de eerste de beste naoorlogse verkiezingen onmiddellijk uit Downing Street 10 werd weggestemd, maar ik zie dat juist als het bewijs van het democratische gehalte van het Britse volk. Haviken in vredestijd zijn zo mogelijk nog gevaarlijker dan duiven in oorlogstijd. Het Britse was niet het enige volk ter wereld dat die les goed had begrepen, maar het had de langste ervaring met het in de praktijk brengen ervan: sinds de Magna Carta van 1295.

"„Als historicus ben ik door toeval van de Middeleeuwen naar Hitler overgeschakeld. Ik dacht dat, ook historisch gezien, alles over de man was geschreven wat er te schrijven viel, met de standwaardwerken van Fest en Bullock, toen ik in 1972 de kans kreeg om een spoedcursus Duits te volgen, in een dorpje bij Munchen. Het was de tijd van Willy Brandt. Ostpolitik en zo, heel opwindend. Toch liep ik op een zondag met mijn ziel onder mijn arm zo'n typisch Beiers café binnen. Daar hoorde ik niet alleen voor het eerst openlijk verkondigen dat Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten samen Rusland hadden moeten vernietigen, maar ook dat joden luizen waren, die bij een dergelijke onderneming vertrapt hadden kunenn worden. Ik was zwaar geschokt.. Ik dacht: wat voor taal zal hier in 1938 wel niet zijn uitgeslagen!

Ter plaatse besloot ik dat nou eens goed uit te gaan zoeken. Nee, als ik geweten had dat ik tien jaar over 'Hitler' zou doen, slechts twee minder dan hij nodig heeft gehad om de halve wereld in het ongeluk te storten, was ik er waarschijnlijk niet aan begonnen. Al werkend heb ik het Opperwezen nog gesmeekt of Hitler zich niet wat eerder voor zijn kop kon schieten. Maar van boven kwam slechts terug: eigen schuld. En dáár wist ik tegen die tijd alles van.

"„Het meest frustrerende voor mijn lezers schijnt te zijn dat ik Hitler niet persoonlijk schuldig kan verklaren aan de Holocaust. Er is werkelijk niet één document te vinden waaruit blijkt dat hij er zelfs maar van op de hoogte was. Maar ik ben ervan overtuigd dat er niets in de werk-, straf- en vernietigingskampen is gebeurd dat niet zijn volledige instemming had. Zo ging het vaak in het. Derde Rijk: Hitler gaf tussen de regels, niet zelden van een tirade, door aan hoe hij over bepaalde dingen dacht, allerlei instanties overtuigden het volk er vervolgens van dat het 'de Fuhrer tegemoet' moest werken :`.. en de desastreuze resultaten dáárvan werden gezien als een logisch gevolg en dus een voldongen feit.

Uit Goebbels' dagboeken, die in Russische archieven lagen, die door Fest en Bullock nog niet konden worden geraadpleegd, heb ik bijvoorbeeld kunnen destilleren wat Hitlers persoonlijke bemoeienissen met de zogenaamde Kristallnacht zijn geweest. Die wordt vaak voorgesteld als een spontane uiting van volkswoede over de moord op Ernst vom Rath, een van de hoogste nazi-diplomaten, door een Poolse jood. Maar uit Goebbels' dagboekaantekeningen blijkt dat Hitler niet geporteerd was voor 'demonstraties', omdat hij rust in het land wilde tijdens het 1e staatsiebezoek van Mussolini. Pas 's avonds laat gaf hij vanuit Berchtesgaden het bevel de politie terug te trekken, opdat 'de joden een keer de woede van het volk voelen'.

Dat is typerend voor de besluitvorming in Hitlers Duitsland. Niet eerder dan in de notulen van de Wannsee Conferentie wordt er in een officieel document gewag gemaakt van de 'Endlosung', maar de treinen rijden dan al lang, zoals wij achteraf weten. De vertrek- en aankomsttijden moeten alleen nog, gecoordineerd worden."

„Als ik Hitler één vraag zou mogen stellen, dan deze: waarom heeft u nooit over de Holocaust ge sproken, zelfs niet met mensen uit uw naaste omgeving? Want daar heb ik, in tegenstelling tot alle andere vragen die ik mezelf tijdens het werk aan 'Hitler' heb gesteld, nooit een antwoord op gevonden.

Zelf aarzel ik tussen twee: hij was bang na de oorlog op grond van schriftelijk bewijs ter verantwoor-ding te worden geroepen, of hij was er oprecht van overtuigd dat 'het internationale jodendom' waar hij het in 1939 over had uiteindelijk` machtiger zou blijken dan zijn Duizendjarige Rijk. Wat zei ik je? Vijftig woorden of-minder!"

Oorspronkelijk verschenen in De telegraaf zaterdag 9 december 2000