We hebben 254 gasten online

Welke internationale en nationale ontwikkelingen verklaren de bouw van de Berlijnse muur

Gepost in Duitsland

1 1961, de bouw van de Muur

De DDR kampte met een grote vluchtelingenstroom naar de BRD. In juli 1961 nam deze nog meer toe. Na overleg met Chroesjtsjov en het Warschaupact werden in de nacht van 12 op 13 augustus de grenzen van Oost-Berlijn naar West-Berlijn gesloten. De westerse Geallieerden bleven passief. Door veel mensen in de BRD en in het Westen werd de Muur als een symbool van onvrijheid en onderdrukking gezien. De bouw van de Muur en de lauwe reactie van de geallieerden daarop betekenden dat de 'Politik der Stärke' niet meer werkte.

2 Welke internationale ontwikkelingen tussen 1955 en 1961 bevorderden de bouw van de Muur?

  • Een nieuwe leider in de Sovjetunie

Na de dood van Stalin in 1953 kwam Chroesjtsjov aan de macht. Hij probeerde te breken met het verleden door een destalinisatie-campagne te beginnen. Hij kondigde een politiek van vreedzame coëxistentie met de kapitalistische landen aan. Dit bracht internationaal wel wat ontspanning, maar de ideologische strijd ging door.

  • Versterking West-Europese samenwerking

Frankrijk nam afstand van de VS en zocht toenadering tot de BRD. Adenauer verwelkomde enerzijds deze toenaderingspoging, die hem anderzijds in verlegenheid bracht omdat hij groot belang hechtte aan de band met de VS. De regeringen in Parijs en Bonn hoopten beide door de onderlinge samenwerking hun politieke positie in West-Europa te versterken.

In maart 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht door Frankrijk, BRD, Italië en de Benelux-landen. De aantrekkingskracht van de BRD voor de DDR-burgers werd hiermee vergroot. Het tot stand komen van de EEG in 1957 paste heel goed in Adenauers politiek van 'Westbindung' en 'Westintegration'. Deze versterkte West-Europese samenwerking werd door het Oostblok als bedreigend ervaren.

  • Crisis rond Berlijn

spotprent chroestjov

'Ons ideaal is een veelomvattende ideologie' 1962

Chroesjtsjov voelde zich eind jaren vijftig nog meer onder druk staan door twee andere problemen: de vijandige en kritische houding van de communistische bondgenoot China en de grote aantallen vluchtelingen die via Berlijn naar de BRD gingen.

Hij stelde eind 1958 een ultimatum aan de drie Westerse bezettingsmachten: zij moesten zich binnen zes maanden terugtrekken uit Berlijn. Engeland en de VS waren verontwaardigt en weigerden West-Berlijn op te geven, maar leken wel bereid een aanvullende eis van Chroesjtsjov - erkenning van de DDR - in te willigen.

Chroesjtsjov bleef bij zijn eis ten aanzien van Berlijn. Kennedy gaf in de zomer van 1961 aan dat het hem vooral om de bescherming van West-Berlijn ging.

Chroesjtsjov gaf in augustus 1961 toestemming voor de bouw van de Muur. Kennedy zweeg en deed niets. Hij legde zich daarmee neer bij de ontstane situatie en accepteerde de deling van Duitsland.

memo hfst 9 afb 11

3 Welke nationale ontwikkelingen tussen 1955 en 1961 bevorderden de bouw van de Muur?

  • De aantrekkingskracht van de BRD

De enorme economische groei ging door en de welvaart bleef stijgen, mede dankzij de EEG (Wirtschaftswunder).

Adenauer hield vast aan zijn verwachting dat de DDR ten onder zou gaan. Gezien de slechte economische situatie en de politieke onderdrukking in de DDR zou dit niet lang hoeven duren. Door de goede economische situatie in de BRD was daar volop werk voor de vluchtelingen uit de DDR.

Adenauer bleef, ondanks zijn hoge leeftijd, aan de macht. Bij de verkiezingen van 1957 verwierf hij een absolute meerderheid voor de christen-democraten.

  • De falende economie van de DDR

De DDR had een planeconomie en probeerde een eigen Wirtschaftswunder te creëren. Dit zou goed uitkomen in de ideologische strijd tegen de BRD. Maar de doelstellingen van verschillende centraal vastgelegde plannen werden niet bereikt, mede als gevolg van een gebrek aan kapitaal. Er was sprake van economische stagnatie in de DDR.

Vele DDR-burgers, onder wie een groot aantal jongeren, vluchtten naar de BRD. Naast economische motieven hadden de vluchtelingen ook politieke motieven voor hun vertrek.

4 De Berlijnse Muur, ijkpunt in de discussie over schending van menselijke waarden ?

Door de bouw van de Berlijnse Muur en incidenten die daarop volgden, leefde de naoorlogse ideologische discussie over waarden zoals deze zijn vastgelegd in de Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (1948), weer op. Beide Duitslanden betichtten elkaar van schending van menselijke waarden. Voor de DDR-autonteiten was de muur een verdedigingslinie tegen bewuste ondermijning van de volksdemocratie in de DDR. De vluchtelingenstroom was in hun ogen een onderdeel van een door de BRD georganiseerde mensenhandel. Voor BRD-burgers was de muur het bewijs dat de DDR een totalitaire staat was waarin mensen na 1961 waren opgesloten.

De discussie sloot aan bij de Koude Oorlogspropaganda van de jaren vijftig, waarin elk van beide Duitslanden de ander beschuldigde van gedragingen die herinnerden aan het nazisme.

memo hfst 9 afb 12

Daags na de val van de Berlijnse Muur heeft het Kremlin overwogen in de DDR gewapenderhand de orde te herstellen. Vier kremlin wilde ingrijpennaaste adviseurs van toenmalig partijleider Michail Gorbatsjov drongen bij de president van de Sovjet-Unie aan op een militaire interventie. Volgens hen moest het Soijet-leger ter plaatse ingrijpen om te voorkomen dat de grens tussen de DDR en de Duitse Bondsrepubliek definitief open zou gaan.

Dit onthult de Duitse historicus Rafaci Biermann in zijn proefschrift Zwischen Kreml und Kanzleramt, dat nu in een handelseditie is verschenen.

Op 10 november 1989, één dag nadat de burgers van Oost-Berlijn massaal over en door de muur waren geklommen zonder dat de Volkspolizei of de Nationale Volksarmee daartegen optrad, kwamen vier belangrijke adviscurs van Gorbatsjov tot de conclusie dat alleen een militaire actie nog soelaas kon bieden.

Deze vier waren: Falin (het hoofd van de internationale afdeling van het Centrale Comité van de communistische partij CPSU), Zagladin (Gorbatsjovs persoonlijke adviseur voor buitenlandse betrekingen), Kvizinski (de ambassadeur van de Sovjet-Unie in Bonn) en Snetkov (de commandant van de 360.000 man sterke 'Westgroep'in de DDR). In Moskou werden deze vier indertijd niet gezien als rabiate neostalinisten, maar als serieuze conservatief-communistische machtspolitici. Net als de secretaris-generaal van de CPSU waren ook zij verrast door de gebeurtenissen in Berlijn, omdat ze het in eigen huis te druk hadden met de voorbereidingen van de viering van de Oktoberrevolutie. Dat Falin in de maanden daarna opteerdevoor een harde lijn jegens het Westen, was tot nu toe alleen als gerucht bekend. Falin zelf heeft dat altijd ontkend.

Gorbatsjov maakt er in zijn memoires uit 1995 zelfs geen gewag van. Gorbatsjov negeerde de druk die op hem werd uitgeoefend. Een paar maanden eerder had bij ook al zijn veto uitgesproken over de suggestie van de Roemeense partijleider Ceaucescu en diens Tsjechoslowaakse ambtgenoot Jakes in Polen te interveniëren om te voorkomen dat generaal Jaruzelski de oppositionele Mazowiecki tot premier zou benoemen. Volgens Biermann was Gorbatsjov ervan overtuigd dat de door hem aangezwengelde 'perestrojka' zich binnen het socialistische systeem zou blijven ontwikkelen. Gorbatsjov gokte er op dat de SED in de DDR, net als de CPSU in Rusland, in staat zou zijn de hervormingsgeest in goede banen te leiden. In het najaar van 1989 was Gorbatsjov bvendien tot de conclusie gekomen dat de communistische partijen niet meer konden blijven laveren tussen hervormingen en behoudzucht. De et- nische conflicten én de economische crisis in de Sovjet-Unie noopten volgens Gorbatsjov tot een behoedzame koers gericht op com- promissen met het Westen.