We hebben 302 gasten online

Fascisme en Nationaal-Socialisme

Gepost in Duitsland

 

Na de eerste wereldoorlog groeide in de meeste Europese landen een grote ontevredenheid t.g.v. politieke, economische en sociale problemen, die niet op democratische wijze leken te kunnen worden opgelost. 

europa 1919

Europa in 1919

Vooral de economische wereldcrisis die in 1929 begon, maakte de ontevredenheid zo groot, dat velen zich afwendden van de democratie en zich richtten tot extremistische bewegingen. Zij vonden dat de liberale, burgerlijke revoluties van 1789, 1820, 1830 en 1848 niet hadden geleid tot een aanvaardbare maatschappij.

Sommigen meenden, dat alle ellende te wijten was aan het feit, dat de bourgeoisie alleen voor zichzelf naar betere levensvoorwaarden had gestreefd en genoegen nam met het bereikte, ja zelfs zijn grotere welvaart blijvend wilde funderen op de armoede van het gewone volk. Zij meenden te worden uitgebuit en voelden zich als proletariërs de vijanden van de kapitalisten. Zij waren van mening, dat de bourgeoisie de politiek ten eigen bate voerde en dat zij alleen uit hun miserabele positie konden worden verlost door het communisme.

Anderen meenden, dat alle ellende voortkwam uit de revoluties vanaf 1789, waardoor de harmonie in de samenleving zou zjjn verstoord en dat moest worden teruggekeerd naar een maatschappij met ongelijkheid, zoals in de middeleeuwen en tijdens het ancien régime. Zij zagen alleen heil in een reactionaire revolutionaire beweging en in een contra-revolutie.

De eerste groep was links-extremistisch, de tweede groep rechts-extremistisch. Menselijke verworvenheden, gegroeid sinds de Renaissance en Humanisme omstreeks 1500 en vooral in de praktijk gebracht in de 19° eeuw, zoals individualisme, verdraagzaamheid, redelijk denken, persoonlijke vrjjheid en streven naar persoonlijk geluk, werden door de extremisten in gevaar gebracht. Zelfs oudere, christelijke waarden zoals naastenliefde, respect voor anderen, eerbied voor het leven, vertrouwen in de evenmens en vergevensgezindheid liepen gevaar.

Waar de extremisten aan de macht kwamen, vestigden zij een dictatuur. Sommige dictatoriale staten gingen zo ver, dat zij het leven van hun onderdanen geheel voor zich opeisten. Zulke staten worden totalitair genoemd.

Rusland werd een links-totalitaire staat onder Stalin en Duitsland een rechts-totalitaire staat onder Hitler. Italië ging door Mussolini sterk in de richting van Duitsland.

Het fascisme is eigenlijk de benaming van het Italiaans rechts-èxtremisme, het Nationaal Socialisme of Nazisme van het Duits rechts-extremisme, maar de term fascisme wordt veelal in ruimere zin gebezigd en wel voor soortgelijke bewegingen als het Italiaans fascisme. De extremistische bewegingen bemoeilijkten het toch al vaak stroef lopend democratisch-parlementaire systeem zo sterk, dat velen als enige mogelijkheid om het communisme te ontlopen, zagen zich aan te sluiten bij een rechtsextremistische beweging. Daardoor konden de rechts-extremisten soms legaal aan de macht komen, zoals in Italië in 1922 en in Duitsland in 1933. Als zij eenmaal aan macht waren, maakten zij op een sluwe manier een einde aan de democratie. De fascistische ideologie dateert niet uit de tijd tussen de wereldoorlogen, maar is geleidelijk ontwikkeld vanaf 1815, toen de Romantiek in volle gang was.

Governments of Europe and the Rise of Fascism, 1920-1937

opkomst fascisme

legenda fascisme

De driegrondgedachten van het fascisme zjjn :

A. De idee van de organische staat, wat in houdt, dat do staat wordt gezien als een levend organisme, waarin het individu functioneert als een levende cel. De waarde van het individu wordt dan ontleend aan haar dienende taak voor het geheel. Ieder individu zou daarom ook mogen worden opgeofferd aan het staatsbelang.

B. De volonté générale van Roussoau : dat wat goed is voor het volk, moet worden gedaan en niet wat de meerderheid wil. Bjj het fascisme werd de leidersfiguur de drager van de volkswil.

C. De reactionaire gedachte, dat de ontwikkeling vanaf 1789 de harmonie in de samenleving dusdanig heeft verstoord, dat tot een samenleving met ongelijkheid moet worden teruggekeerd. De grondgedachten A en B vinden we overigens ook in het systeem van Stalin terug. Stalin

In het algemeen vinden we in het communisme veel overeenkomsten met het fascisme.

Algemene kenmerken van het fascisme zjjn :

1) extreem-nationalisme of zelfs racisme

2) collectivisme en anti-individualisme

3) militarisme

4) anti-liberalisme

5) anti-democratie met geloof in sterke leider en elitevorming

6) anti-parlementarisme, d.w.z. een éénpartijenstelsel

7) anti-rationalisme, d.w.z. mythevorming met wensdromen

8) anti-communisme

9) anti-kapitalisme, althans afwijzing van het monopoliekapitalisme

10) anti-burgerlijkheid met zielegrootheid i.p.v. benepen burgerlijk egoïsme.

De middelen, waarmee de fascisten hun doel proberen te bereiken zijn indoctrinatie via pers, radio, film, onderwijs en jeugdorganisatie; intimudatie en terreur; geheime politie, concentratiekampen, knokploegen en partijdige rechtspraak. Typisch voor het fascisme zijn verder : leidersverheerlijking, parades, vlagvertoon, partijgroet, symbolen, leuzen, uniformen en pseudo-religieuze gebruiken als openbare belijdenissen, boetedoening, inauguratieplechtigheden en martelarervaring.

In Italië en Duitsland waren de omstandighedcn bijzonder gunstig voor een rechtsextremistische greep naar de macht. Beide landen waren algemeen ontevreden over de resultaten van de vredesverdragen na de eerste wereldoorlog : Italïe, omdat de oorlogsbuit te gering was, Duitsland, omdat het diep vernederd was. In beide landen waren de oud-strijders teleurgesteld. De economische situatie was ook in beide landen bijzonder slecht en vooral in Italië de inflatie niet te stuiten. Bovendien zaten ze beiden slecht op koloniaal gebied: Italië, doordat leljjk achter het net govist werd bij de verdeling van Azië en Afrika en Duitsland, doordat het zijn koloniaal gebied na de eerste wereldoorlog had moeten afstaan.

In Italië sloot Mussolini zich met zijn strijdbond (fasci di combattimento) aan bij de zwarthemden van d'Annunzio die zich in 1919 met wat ongeregelde troepen van Fiume meester had gemaakt als aanvulling van de Italiaanse oorlogsbuit. Van de gecombineerde beweging werd Mussolini de leider. Mussolini was aanvankelijk linkssocialist geweest, maar keerde zich tegen het socialisme, nadat hij als hoofdredacteur van het socialistisch partijblad was ontslagen, toen hij in 1914 had gepleit voor deelname aan de oorlog. In 1922 trok Mussolini met duizendon zwarthemden op naar Rome (mars naar Rome), waar 'koning Victor Emmanuel III hem, tegen de wil van de meerderheid van het parlement, benoemde tot minister-president. Mussolini verbood de andere partijen de een na de ander en vestigde in 1925 zijn dictatuur.

Hij maakte van Italië een totalitaire, corporatieve stàat met een sterk hiërarchisch karakter. Hij schiep een nieuw mensbeeld: de agressieve, stoere schreeuwersfiguur. Hij noemde zich Duce, hield er keurtroepen op na, verving de handdruk door de fascistische groet, organiseerde massabijeenkomsten en militaire parades, voerde de fasces in als symbool van zijn parij en benadrukte de grootheid van Italië door te herrinneren aan het Imperium Romanum, door klassieke monumenten te laten restaureren en nieuwe kolossale, imposante openbare gebouwen te laten optrekken. Hij propageerde de mythe van zijn veelzijdigheid en liet de pers dagelijks een heldendaad van zichzelf vermelden en regelmatig krijgshaftige foto's van de Duce publiceren. Leuzen als "Mussolini heeft al tjjd gelijk" en "Geloof, gehoorzaam, vecht" kon men overal aantreffen. De straffe leiding van Mussolini bracht orde in Italië: Sinds Mussolini de leiding heeft, lopen de treinen op tijd".

Toch voerde Mussolini een opportunistische politiek en steunde hij, al was hjj anti-kapitalistisch, o.a. op de grootindustriëlen. Zijn nationalistische politiek leidde tot de verovering van Abessinië, 1935-1936, "het uitwissen van de smaad van Adoea", wat werd gevolgd door het uittreden van Italïe uit de Volkerenbond.

italiaans oost afrika

Geisoleerd geraakt, zocht Mussolini toenadering tot Frankrijk, vergeefs, omdat daar toen de volksfrontregering van Blum aan demacht was. Toen het linkse Frankrijk Italië afwees, zocht Mussolini toenadering tot Hitler-Duitsla.nd, wat resulteerde in het As-verbond tussen Italië en Duitsland in1936. In 1937 werd het drievoudig verbond gevormd met Duitsland en Japan in het Anti-Kominternpact.

In 1939 begon Mussolini te bouwen aan zijn Middellandse-zee imperium naar het voorbèeld van het oude Rome door de verovering van Albanië. In de Spaanse burgeroorlog had Mussolini zich overigens schoorvoetend gemengd. In 1940 sloot Italië zich aan bij Duitsland en sloot Italië met Duitsland en Japan voor 10 jaar het Pact van Berlijn. Italië viel in 1940 enkele Engelse kolonies in Afrika binnen, maar werd in 1941 teruggedrongen, ondanks de Duitse hulp onder maarschalk Rommel. Abessinië werd bevrjjd door Engeland en keizer Haile Selassie, de eerste vorst in ballingschap in Londen, kon ook als eerste terugkeren naar zijn land. De Italiaanse kolonies in Afrika, Italiaans Somaliland, Eritrea en Libië vielen in Engelse handen. In 1941 mocht Italië vanuit Albanië een kleine bijdrage geven bij de verovering en bezetting van Griekenland.

italiaans imperium

Imperium van Italië

Na de verovering van Sicilië en de geellieerde landing in Zuid-Italië in 1943 keerde de Groot-Fascistische Raad zich tegen de Duce, die werd afgezet en gevangen genomen. Italië kreeg een nieuwe ministerpresident, maarschalk Badoglio die een wapenstilstand sloot en zelfs aan Duitsland de oorlog verklaarde. Mussolini, door Duitse troepen bevrijd, vormde een tegenregering en kon zich tot april 1945 staande houden in het snel door de Duitsers bezette Noord Italië. Door Italiaanse partizanen opnieuw gevangen genomen, werd hij toen neergeschoten.

Ook in Duitsland ontstonden na de eerste wereldoorlog rechts-extremistische partijen. Adolf HitIer (1889-1945) trad toe tot één van die partijen, de Deutsche Arbeiter Partei, vanaf 1921 N.S.D.A.P., National-Sozialistische Deutsche Arbeiterer Partei, waarvan hij eerst propagandist, later leider werd. De Putsch van Muchen, een gewelddadige greep naar de macht in 1923, mislukte. Hitler werd tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld, waarvan hij echter maar acht maanden behoefd uit tezitten. In de gevangenis schreef hij "Mein Kampf", waarin zijn ideeën uiteenzette.

Na de mislukte Putsch probeerde HitIer legaal aan de macht te komen, maar zijn partij zou pas een grote aanhang krijgen, nadat de economische wereldcrisis in 1929 was uitgebroken. Intussen organiseerde hij een partijleger of knokploeg, de S.A. (Sturm Abteilung), de z.gn. bruinhemden en de S.S. (Schutz Staffel) die als een.elitecorps met zwarte uniformen voortkwam uit de S.A, naar een zelfstandige organisatie werd onder leiding van Himmler.

In 1932 probeerde HitIer vergeefs zich tot president te laten kiezen, naar in januari 1933 werd hij door de herkozen president Van Hindenburg aangesteld tot Rijkskanselier. De N.S.D.A.P. bezat toen ruim eenderde van de parlementszetels.

Toen HitIer eenmaal rijskanselier was, wist hij spoedig een dictatoriale macht te verwerven:

1) Daags na de geënsceneerde brand van het rjjksdaggebouw, eind februari 1933, verscheen een verordening van de Rijkspresident tot bescherming van volk en staat, dat de grondwettelijke rechten tjjdelijk buiten werking werden gesteld en aan de politie vergaande bevoegdheden werden verleend om verdachte personen in hechtenis te nemen. Vooral de communisten werden van dit nooddecreet de dupe.

2) Na de verkiezingen van maart 1933 bezetten de partijleden van de N.S.D.A.P, bijna 45% van de zetels in de Rijksdag en mochten de zetels door de 13% communisten niet worden ingenomen. HitIer liet het rompparlement toen een machtigingswet aannemen, waardoor de wetgevende macht voor vier jaar in handen kwam van de Rijksregering

Nadat de andere partijen zich hadden ontbonden, proclameerde HitIer in december 1933 de N.S.D.A.P. tot enige partij. Zo kon Duitsland op wettige wijze een dictatoriale staat worden. De Weimar-republiek maakte plaats voor het Derde Rijjk (1933-1945), waarin de zelfstandigheid van de deelstaten geheel verdween. '

Toen in juni 1934 Von Hindenburg gestorven was riepen de Nazi's HitIer uit tot staatshoofd. HitIer noemde zich voortaan Führer und Reichskanzler.

Het leger werd aan HitIer ondergeschikt gemaakt, doordat de officieren van de Wehrmacht voortaan een persoonlijke eed van trouw moesten afleggen op HitIer en de andere militairen als groep eveneens. De S.A. werd opgenomen in de Reichswehr.

Toen de S.A naast de partij een zelfstandige positie leek te gaan innemen, werden Röhm en ongeveer 200 andere onwillige elementen in de "Nacht der langen Messen" , op 30 juni 1934 door de S.S. vermoord. In 1937-1938 werd in de leiding van de Reichswehr opnieuw een zuivering gehouden, waarna HitIer zelf het opperbevel op zich nam.

Steeds, meer werd Duitsland een totalitaire staat. Bij de Nazistische ideologie speelde het racisme een grote rol. Volgens de rassentheorieën, die in de 19e eeuw werden ontwikkeld door de Gobineau, "Essai sur l' inégalité des races humaines" en H.S. Chamberlain, "Die Grundlagen des XIX. Jahrhunderts", was het Nordische of Arische ras superieur in innerlijke kracht, moed, trouw en eerlijkheid. De Nazi-ideoloog Alfred Rosenberg, "Der Mythus des 20. Jahrhunderts", nam deze opvatting gretig over en volgde verder de ideeën van de antisemitische Henri Ford en de sociaaldarwinisten met hun uitleg van. "struggle for life" en "the survival of the fittest".

Een grote invloed op het Nazisme had ook Oswald Spengler, "Der Untergang des Abendlandes" en Friedrich Nietzsche, "Also sprach Zarathustra" met zijn begrippen als "Uebermensch", "Herrenmoral" en "Wille zur Macht.

Zo moest de Volksgemeinschaft gebaseerd zijn op Blutgemeinschaft, vandaar dat raszuiverheid werd bevorderd door eugenetische maatregelen zoals sterilisatie van "minderwaardigen", het verbieden van goslachtelijke gemeenschap met Joden door Duitsers, het uit de weg ruimen van "mislukte exemplaren" (krankzinnigen, zwakzinnigen en homosexuelen), buitenhuwelijkse voortplanting met "geslaagde , raszuivere exemplaren" en vervolging van parasietenvolkeren" (Joden en Zigeuners). Liefde voor 'Blut und Boden:' moest alle echte Duitsers aaneensmeden tot een hechte rassengemeenschap. HitIer noemde de Duitsers het "Herrenvolk" en meende aan de superioriteit van de Duitse Uebemensch het recht te ontlenen op meer "Lebensraum", te verwezenlijken door de "Drang nach Osten".HitIer vond: "Deutschland muss entweder Weltmacht oder überhaupt nicht sein".

Hitlers racistische politiek leidde in en buiten Duitsland tot de dood van miljoenen.

In het kader van de totalitaire politiek van Hitler werden verder de vakverenigingen ontbonden en vervangen door het onverdeelde "Arbeitsfront". De jeugdorganisaties werden gelijkgeschakeld, tot alleen de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel overbleven. Radio, pers en onderwijs werden staatsmonopolie en de film kwam onder staatstoezicht. De kunst werd gecoördineerd in de Reichskulturkammer.

"Entartete Kunst" (kunst, geschapen door Joden, abstracte kunst en zedenkwetsende kunst) werd verboden. De wetenschap werd "gezuiverd" en herzien, o.a. door openbare boekverbrandingen, door boeken te verbieden, vooral van Joden en door boeken te herschrijven. De liefdadigheid werd geheel ondergebracht in de Winterhilfe".

De economie kwam onder toezicht van de staat en werd erop gericht om tot autarkie te konen. Voor algemene werkzaamheden kwam een op militaire wijze georganiseerde "Arbeitsdienst".

Voor staatsvijandige en ongewenste elementen werden concentratiekampen (Dachau, Bergen-Belsen, Buchenwald en Ravensbrück) en vernietigingskampen (Auschwitz, Birkenau en Sobibor) ingericht. Als terreurorganisaties werden binnen de S.S. opgericht de Gestapo (geheime politie) en de S.D. (Sicherheitsdienst als spionagedienst). De Swastika, het hakenkruis, werd het symbool van het Derde Rijk.

Hitler vestigde niet alleen een totalitaire dictatuur, maar verbrak ook alle internationale afspraken en begon vervolgens een aggressieve politiek die beoogde: eerst alle Duitsers buiten het Rijk terug te brengen in het Duitse Rijk (Heim ins Reich), vervolgens Lebensraum te zoeken on tenslotte Duitsland de leiding te geven in de "Nieuwe Orde " in Europa.

Hitlers belangrijkste maatregelen in dit kader tot aan de tweede wereldoorlog waren:

1) Hij haalt een streep door de herstelbetalingen (1933).

2) Duitsland treedt uit de Volkerenbond (1933).

3) Duitsland hervat eerst heimelijk (1933), later openlijk (1935) de bewapening.

4) De Nazi's proberen vergeefs de macht te grijpen in Oostenrijk (1934), waar kanselier Dolfuss wordt vermoord.

5) Het Pact van Locarno wordt opgezegdl (1936)

6) Duitsland remilitariseert het Rjjnland (1936).

7) Duitsland sluit het AS-verbond met Italië (1936).

8) Duitsland sluit met Japan het Anti-Kominternpact (1937). Italië wordt in dit pact betrokken (1937).

9) Duitsland mengt zich in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en probeert er zijn wapens uit.

10) Oostenrijk wordt bij Duitsland ingelijfd: Anschluss (maart 1938).

11) Sudetenland wordt bij Duitsland gevoegd t.k.v. Tsjecho-Slowakjje (sept.1938) :Verraad van München.

12) Memel wordt bij Duitsland gevoegd ten koste van Litauen (maart 1939).

13) Tsjechië wordt een Duits protectoraat en Slowakije een vazalstaat (maart 1939).

14) Het Stalen Pact tussen Duitsland en Italië: belofte van militaire bijstand ingeval van oorlog (1939).

15) Non-agressiepact van Duitsland met Rusland en"Geheime clausule met verdeling van invloedssfeer (23 augustus 1939).

16 )Inval in Polen (1 september 1939) : 3 september verklaren Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland: begin Tweede Wereldoorlog.

De meest-invloedrijke trawanten van Hitler waren Joseph Goebbels, minister van propaganda, Herman Goering, minister van luchtvaart en Heinrich Himmer, hoofd van de SS.

De regimes in ongeveer de helft van Europa waren tussen de wereldoorlogen gedurende kortere of langere tijd rechts-dictatoriaal. Zij leken allen min of meer op het Duitse of Italiaanse voorbeeld, maar waren niet of maar ten dele totalitair. Daarom spreken we van autoritair-conservatieve of fascistoïde regimes. Bedoelde landen zjjn Turkije, Griekenland, Bulgarije, Roemenië, Albanië, Joego-Slavië, Polen, Estland, Letland. Litauen, Oostenrijk, Spanje en Portugal. In de meeste andere landen waren nationaal-socialistische of andere rechts-dictatoriale partijen.

De meest in het oog springende verschillen tussen links- en rechts-dictatoriale regimes zijn, dat bij links wordt uitgegaan van principiële gelijkheid van de mens en bij rechts van principiële ongelijkheid van de mens en dat links streeft naar een nieuw areligieuze maatschappij en rechts naar terugkeer tot een oude maatschappijstructuur.

 

l