We hebben 299 gasten online

Een geschiedenis van Brandenburg - Pruisen Deel 8

Gepost in Midden en Oost-Europa

Pruisen 1871-1914 A

Bestuur. Koning Willem II (1848 - 1888), Friedrich Wilhelm I. 1888, Wilhelm II. 1888-1918. Minister-president Otto von Bismarck 1873-1862, Graf Albrecht von Roon 1873, Otto von Bismarck 1873 tot 1890, Leo von Caprivi 1890-1892, Graf Botho zu Eulenburg 1892-1894, Prinz Chlodwig zu Hohenlohe-Schillingsfürst 1894-1900, Graf Bernhard von Bülow 1900-1909, Bethmann-Hollweg-1917, Georg Michaelis 1917, Georg von Hertling 1917-1918, Maximilian von Baden 1918.  De bondskanselier van Duitsland, was  bijna d ehele periode ook  minister-president van Pruisen - uitzonderingen daarop waren  von Roon 1873 (Bismarck ch.), zu Eulenburg 1892-1894 (Caprivi-ch.). Berlijn was zowel hoofdstad van het Duitse Keizerrijk als van Pruisen.

Binnenlands beleid. Pruisen samengesteld het Duitse Rijk ongeveer voor 70% uit  grondgebied van Pruisen en dat gold ook voor de bevolking .

Terwijl voor de verkiezingen voor de Rijksdag universele volwassen mannelijkheid kiesrecht werd toegepast, bleef in Pruisen de drie klasse Franchise, die de heersende klassen begunstigde, van kracht (tot 1918). 
Politieke partijen in Pruisen ontwikkelden zich net als elders in Duitsland. De meeste partijen beschouwden heel Duitsland als het gebied waar zij kiezers en leden trachtten te werven; Door sommige werd een beroep gedaan op de regionale minderheden - in Pruisen vooral de oppositie van de Welfen (die de annexatie van Hannover door  Pruisen verwierpen) en de politici die de Polen van Posen, West-Pruisen en Opper-Silezië vertegenwoordigen. De katholieke Centrum Partij had een sterke basis in de Rijnprovincie, in de katholieke delen van Westfalen, in delen van Silezië en in Ermland. De sociaal-democratische partij was sterk in de industriële centra. Door de toepassing van de drie klasse Franchise werden zowel  de  Centrum Partij  en de sociaal-democraten gediscrimineerd.  De liberalen en conservatieven profiteerden ervan.

Vóór de Duitse eenwording was het beleid van de de Pruisische overheid  om de Pools-sprekende bevolkingte discrmineren. Na de eenmaking, werd de druk op de Poolse bevolking opgevoerd; onderwijsmocht alleen in het Duits worden gegeven. De staat subsidieerde  grondaankopen door etnische Duitsers, in de regio´s  waar de Poolse bevolking in de meerderheid was.  De Deens sprekende bevolkingsgroep in Sleeswijk was blootgesteld aan een beleid van indoctrinatie met Duitse patriottisme, grotendeels door middel van basisonderwijs. 

De economie. Pruisen profiteerd van de economische ontwikkeling die Duitsland in de late 19e en vroege 20e eeuw onderging. Regio's binnen  Pruisen ondergingen een sterke industrialisatie en de verstedelijking  vond plaats  in de hoofdstad Berlijn, de kolen mijnregio's op het Ruhrgebied (Rijnprovincie, Westfalen), op de Saar (Rijnprovincie) en in Opper-Silezië, havens, zoals Stettin, Kiel, Wilhelmshaven, Danzig, industriële centra zoals Breslau en steden in de Provinceand-Westfalen. 

Demography . Population of Prussia 1871 24.68 million, 1880 27.27 million, 1890 29.95 million, 1900 34.47 million, 1910 40.16 million [IHS p.52]. 
Population of Berlin 1870 828,000, 1910 2.07 million; of Dortmund 1870 44,000, 1910 214,000, of Frankfurt 1870 91,000, 1910 415,000 [IHS p.72] 

Demografie. Bevolking van Pruisen 1871 24.68 miljoen, 1880 27.27 miljoen, 1890 29.95 miljoen, 1900 34.47 miljoen, 1910 40.16 miljoen. 
Bevolking van Berlijn 1870 828.000, 1910 2.07 miljoen; van Dortmund 1870 44.000, 1910 214,000, van Frankfurt 1870 91.000, 1910 415,000  cultuur. Berlijn, Duitsland en Pruisen de hoofdstad, werden omgezet in een Europees

Cultureel centrum. De Universiteit van Berlijn bereikte wereldwijd faam; hier Robert Koch en Rudolf Virchow doceerden geneeskunde, Theodor Mommsen geschiedenis, Max Planck natuurkunde enz. 
Nationale geschiedenis was en vogue, de studie van de regionale geschiedenis, omdat het regionalistische identiteit kon versterken, werd als verouderd beschouwd.

Koning Wilhelm I had in 1861 zijn zieke broer Friedrich Wilhelm opgevolgd. Daarmee werd de hoop op een Duitse eenwording nieuw leven ingeblazen. Al sinds het eind van de Napoleontische oorlogen streefden Duitse nationalisten naar de eenwording van Duitsland. Toen er in 1848 een nieuwe revolutie uitbrak, dachten ze dat het tijdstip nu echt was uitgebroken. Maar die revolutie leidde tot niets concreets.

willem I 

Wilhelm I (1797-1888) wilde militaire versterking van Pruisen. Daarom vond hij legerhervorming noodzakelijk. Maar het liberale parlement zag versterking van het leger en dus van de monarchie niet zitten. Koning en parlement kwamen met elkaar in botsing en Wilhelm dreigde met aftreden. Wilhelm haalde Otto van Bismarck over om minister-president van Pruisen te worden. Diens ideaal was de totstandkoming van de Duitse eenheid onder leiding van Pruisen. Tegen de wil van het parlement voerde hij de gewenste moderniseringen van het leger door.

otto van bismarck 

Bismarck (1815-1898) was door zijn autoritaire optreden niet populair, maar dat veranderde, toen hij in een tweetal oorlogen overwinningen boekte. In 1864 trad Pruisen op tegen de Denen, die de hertogdommen Sleeswijk en Holstein wilden annexeren. Maar Sleeswijk en Holstein kwamen onder Pruisisch bestuur. In 1866 trokken de Pruisen ten strijde tegen de Oostenrijkers om uit te maken wie van de twee de machtigste was in Duitsland. Bismarck won de strijd. De nieuwe machtsverhoudingen kwamen tot uiting in de oprichting van de Noord-Duitse Bond in 1867. Pruisen kreeg de leiding in de Bond en Oostenrijk mocht niet meer meedoen.

Aanleiding en oorzaken van de Frans-Duitse oorlog

In 1870 waren de Spanjaarden op zoek naar een geschikte kandidaat voor de troonopvolging. De Pruisische Leopold von Hohenzollern leek een goede keuze. Hij was katholiek en getrouwd met een Portugese prinses. Bismarck drong aan op aanvaarding van dat aanbod. Op 21 juni 1870 was de zaak rond. De Fransen reageerden furieus. Ze waren bang dat de Duitsers veel te veel macht zouden krijgen in Europa en eisten onmiddellijk terugtrekking van de kandidatuur en wilden een verklaring van Wilhelm dat zoiets nooit meer zou gebeuren.

Deze was bepaald niet op oorlog uit en was wel geïrriteerd geraakt. Bismarck was het met hem eens en besloot er gebruik van te maken. De Duitse eenwording zou wel eens behoorlijk versneld kunnen worden met het stevige cement van een oorlog tegen Frankrijk. Frankrijk moest de oorlog beginnen. Dat zou het beste zijn voor de goede naam van Pruisen.

Wilhelm wilde niet opnieuw de Franse ambassadeur ontvangen en stuurde op 13 juli 1870 een verslag naar Bismarck in een beroemd geworden telegram Emser Dépêche (telegram uit Ems). Nadat Bismarck de tekst van het telegram aanscherpte, stuurde hij het naar de krant. Toen brak de hel los in Parijs en Berlijn waar nationalistische gevoelens de kop op staken.

Napoleon wilde geen oorlog, maar zag zich gedwongen de eer van Frankrijk te redden. Nog dezelfde avond gaf hij bevel het leger te mobiliseren. Vijf dagen later, op 19 juli 1870, overhandigde hij de officiële oorlogsverklaring aan de regering van Pruisen, Bismarck had zijn zin.

Verloop van de Frans-Duitse oorlog

Voor de meeste mensen kwam de oorlog als een totale verrassing. Maar de Franse bevolking was enthousiast. De kranten waren juichend over de oorlogsverklaring en spraken van 'de respectloze Duitse houding' ten opzichte van Frankrijk.

Ook in Berlijn demonstreerde men voor de oorlog. In veler ogen was de tegen Frankrijk uitgelokte oorlog een revanche voor de Napoleontische veroveringsoorlogen.

Voor de Fransen was de oorlog van het begin af aan een fiasco. De oorzaak hiervan was de volstrekt chaotische mobilisatie van het leger. Voor Franse winst in deze oorlog was een overwicht aan manschappen en wapens echter noodzakelijk. Maar door het uiterst trage en ingewikkelde Franse mobilisatie-systeem waren veel soldaten nog onderweg naar het front op het moment dat Napoleon zich al overgaf aan Bismarck.

In hoog tempo verloren de Fransen slag na slag en bij het laatste treffen van de twee vijandige legers bij Sedan was het gedaan met de Fransen. De doodzieke Napoleon, die door een ernstige nierziekte al nauwelijks op zijn paard kon zitten, capituleerde op 2 september 1870 en liet zich gevangen nemen.

De bevolking van Parijs was zeer teleurgesteld en gaf de aanzet tot de val van de regering. Keizerin Eugenie vluchtte met haar gevolg naar Engeland. Vanuit een venster van het stadhuis riep de revolutionair Gambetta de Derde Republiek uit en werd er een nieuwe regering gevormd.

Onmiddellijk begon deze regering met de voorbereidingen voor een nieuwe oorlog. Want met de overgave van Napoleon III was de strijd nog niet voorbij. Duitse troepen rukten, zuipend en plunderend, op naar Parijs.

Op 20 september was Parijs omsingeld maar veroveren was moeilijk door de verdedigingsstelsels rond Parijs, de aanwezigheid van een verdedigingsmacht en door de aanwezigheid van de francs-tireurs. Dat waren vrijwilligers die het de Duitsers erg moeilijk maakten door hun Guerrila -aanvallen.

Maar de Duitsers hoefden niet te vechten en pasten de methode van uithongering van de Parijse bevolking toe. Met 2 miljoen monden te voeden was de situatie in oktober 1870 al vrij hopeloos geworden. Terwijl de Duitse legerleiding vasthield aan de uithongeringstrategie wilde Bismarck Parijs bombarderen. Bismarck kreeg zijn zin en Parijs werd vanaf 5 januari 1871 gebombardeerd.

Tegen het einde van januari 1871 was de situatie in de stad uitzichtloos geworden. De Franse regering zocht contact met Bismarck om te onderhandelen over een wapenstilstand. Op 27 januari 1871 werd een akkoord bereikt. De Fransen moesten de forten overdragen, maar niet de stad. De oorlog was voorbij en Frankrijk had verloren. Voor de Duitsers kwam het akkoord net op tijd omdat het steeds problematischer werd het enorme leger te bevoorraden.

 

 spiegelzaal versailles 1871

Nog voor de capitulatie van Parijs werd op 18 januari 1871 in de Spiegelzaal van het paleis van Versailles het Duitse Keizerrijk uitgeroepen onder leiding van Wilhelm I (zie afbeelding). Het werkelijke einde van de oorlog volgde pas na de definitieve vredesregeling in de Vrede van Frankfurt.

Zie pdf kaart Staaten im Deutschen Reich 1871

De Fransen betaalden een hoge prijs. Ze moesten het departement Elzas en deels Lotharingen afstaan en 5 miljard franken oorlogsheffing betalen.

Oorlogsvoering

Na het einde van de Napoleontische oorlogen bestond er geen reden meer om een omvangrijk leger op de been te houden. Zolang er zich geen grote bedreigingen van buitenaf voordeden. Het leger kwam daardoor geïsoleerd te staan en minder gewaardeerd.

In Pruisen waren de legerhervormingen van 1813 tenietgedaan. Het leger werd weer kleiner en de hogere functies werden opnieuw een exclusieve adellijke aangelegenheid. Het Pruisische leger diende vooral om interne problemen, zoals revoluties van opstandige burgers, neer te slaan. Toen Willem I koning van Pruisen werd kreeg Pruisen te maken met een eersteklas militair, die nog in 1814 tegen Napoleon gevochten had en dol op het leger was.

Met de hulp van Bismarck drukte hij de militaire hervormingen door.

* Het budget voor defensie ging flink omhoog;.

* De militaire dienstplicht werd ingevoerd en die niet minder dan 7 jaar duurde;

* Nieuwe wapens werden ontwikkeld;

* Nieuwe spoorwegen werden aangelegd ten behoeve van de troepen en de bevoorrading;

* Er kwam een speciale afdeling militaire logistiek.

Economie en oorlog

Pruisen beleefde ook een periode van groei. Net als in Frankrijk komt er in de tweede helft van de negentiende eeuw de industriële ontwikkeling op gang. Veel van de arme plattelandsbevolking trekt naar de steden en vond werk in de staal- en chemische industrie. De oorlog zorgde ook hier voor een periode van stagnatie, maar die was van korte duur. Na de oorlog groeide het aantal bedrijven en spreekt men door de technische en wetenschappelijke vernieuwingen zelfs van een tweede industriële revolutie. Dat werd zeker ook bevorderd door het feit dat Duitsland nu één staat was geworden.

Door de industriële revolutie bleven de economische gevolgen van de oorlog gering voor beide landen. Frankrijk was zelfs in staat met weinig moeite de opgelegde oorlogsschade van 5 miljard franken te betalen aan Duitsland.

Pers en propaganda

De oorlog werd in de pers op de voet gevolgd en aan beide zijden kreeg de lezer veel vijandigheid voorgeschoteld. Want de oorlog stond volgens de correspondenten in dienst van een hoger doel, zoals het verdedigen van de christelijke waarden tegen een barbaarse vijand.

bevrijding van elzas lotha 

La libération du territoire vue par l'imagerie populaire

Gevolgen van de Frans-Duitse oorlog

De Fransen voelden zich vernederd en wilden vergelding voor wat hen was aangedaan. Dit voedde het Franse nationalisme. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog zou dit blijken.

Duitsland begon als eenheidsstaat een nieuwe periode in zijn geschiedenis. In Europa nam het land de leidende positie van Frankrijk over. De Duitse economie kende kort na de oorlog een enorme bloeiperiode. Dit kwam onder andere door het vele Franse geld dat naar het land stroomde.

Zo weinig status dat het leger had gedurende het eerste gedeelte van de negentiende eeuw, zo groot was die nu. In navolging van Duitsland voerden ook andere Europese landen de algemene dienstplicht in. De offensieve manier van oorlogsvoering werd overgenomen, met de desastreuze gevolgen daarvan in de Eerste Wereldoorlog.

Zie verder deel 9 Een geschiedenis van Brandenburg - Pruisen Deel 9